ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34

ECLI: ECLI:NL:TNORAMS:2026:3
Datum uitspraak: 21-04-2026
Datum publicatie: 08-05-2026
Zaaknummer(s): 776618 / NT 25-34
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht gegrond met berisping
Inhoudsindicatie: Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT AMSTERDAM

Beslissing in de klacht met nummer 776618 / NT 25-34 van:

[klaagster],

wonende te [woonplaats],

tegen:

[notaris],
notaris te [vestigingsplaats].

Partijen worden hierna klaagster en de notaris genoemd.

1.         Ontstaan en loop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen van 30 september 2025;
- het verweerschrift van 21 november 2025;
- de e-mail van klaagster met bijlagen van 23 december 2025;
- de e-mail van klaagster van 27 december 2025;
- de e-mail van de notaris met bijlagen van 9 januari 2026;
- de e-mail van klaagster met bijlagen van 6 februari 2026.

1.2.      Op 29 januari 2026 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen klaagster en de voorzitter en secretaris van de kamer voor het notariaat. De notaris is hiervoor eveneens uitgenodigd, maar heeft aangegeven hier niet bij aanwezig te willen zijn.

1.3.      Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 10 maart 2026 zijn klaagster en de notaris verschenen. Klaagster heeft het woord gevoerd aan de hand van overgelegde aantekeningen. Uitspraak is bepaald op heden.


2.          De feiten

2.1.      De moeder van klaagster, [naam moeder] (hierna: de moeder van klaagster), heeft eind 2023/begin 2024 de notaris om advies gevraagd over een eventuele schenking van € 10.000 aan klaagster, om klaagster tegemoet te komen bij de aanschaf van haar hulphond. De moeder van klaagster was op dat moment al terminaal ziek.

2.2.      De notaris is vervolgens (onduidelijk wanneer precies) bij de moeder van klaagster thuis langsgekomen voor een bespreking hierover. Omdat de moeder van klaagster na deze bespreking nog vragen had en niet meer goed kon navertellen aan klaagster wat er precies besproken was, is klaagster op 5 maart 2024 samen met haar moeder op het kantoor van de notaris geweest voor een vervolgbespreking (hierna: de bespreking van 5 maart).

2.3.      Klaagster heeft van de bespreking van 5 maart een audio opname gemaakt en een kopie daarvan overgelegd. Tijdens de bespreking – die ruim 40 minuten heeft geduurd – heeft de notaris geadviseerd om een schenking te doen ter hoogte van het bedrag dat van schenkbelasting was vrijgesteld (€ 6.000) en het restant (€ 4.000) om te zetten in een geldlening aan klaagster. De bespreking is volgens de opname als volgt geëindigd:
(moeder van klaagster) goed dus alles wordt hier geregeld, dat is misschien een geruststelling
(notaris) als er discussie is… ik neem het wel op, ik weet wat je moeder gezegd heb, dus
op dat moment zal ik daar ook aangeven wat je moeder allemaal verteld heb en wat de reden was voor het geld en hoe ze erin stond, dat is geen probleem. Dat hoef je zelf niet te doen, daar ben ik voor
(klaagster) dat kan ik ook niet (…)
(notaris) nee, dat hoeft ook helemaal niet. Kijk, dat is de functie van een notaris, die moet zorgen voor evenwicht tussen alle partijen, tussen de sterke en zwakke partijen en dan ga ik er inderdaad op een gegeven moment voor zorgen dat er evenwicht is, dus

2.4.      Bij e-mail van 25 maart 2024 (07:53u) heeft klaagster aan de notaris geschreven:
Goedemorgen notaris,

Er zijn 14 dagen voorbij zonder dat ik het laatje in mijn hoofd kan sluiten.
Ik hoop dat u binnenkort terugmailt en dat ik dan snap hoe de schenking van mijn moeder aan mijn hulphond wordt afgerond.
Dan kan ik het haar hopelijk ook uitleggen. 

1. Mijn vraag concreet: wanneer kan mamma mij de resterende 4.000 euro schenken?

2. Gaat dit dan af van het erfdeel? Met andere woorden, als mijn broers er ik ieder een gelijk bedrag krijgen bij overlijden, dan heb ik dus die 4.000 niet gehad. Want de schenking van deze 4.000 euro is niet voor mijn broers, daar zij geen hulphond hoeven kopen, opleiden en onderhouden.
Of krijg ik dan 4.000 euro meer dan mijn broers bij overlijden?

3. Nog een vraag van ons samen: mocht het bedrag in mindering worden gebracht op mijn erfdeel, kan mijn moeder mij dan misschien verstandiger via een prelegaat het geld voor mijn hulphond geven?

Wilt u alstublieft de moeite nemen mij deze antwoorden even te mailen?
Zeer hartelijk dank! (…)

2.5.      Op [datum] juli 2024 is de moeder van klaagster overleden.

2.6.      Op 13 september 2024 heeft de notaris een verklaring van erfrecht afgegeven, met onder meer de volgende bepalingen:
(…)
Vererving
De erflaatster heeft volgens het Nederlands erfrecht en voornoemde testamenten als haar enige erfgenamen achtergelaten, ieder voor het een/derde gedeelte van haar nalatenschap:
1. haar zoon, de heer [naam broer 1], (…)
2. haar dochter, mevrouw [klaagster], (…) en
3. haar zoon, de heer [naam broer 2], (…)

Conclusie
Op grond van het vorenstaande zijn de erfgenamen hiervoor genoemd onder 1 tot en met 3 tezamen bevoegd tot het beheer en de beschikking over alle goederen die behoren tot de nalatenschap van de erflaatster.

Volmacht
De erfgenamen hiervoor genoemd onder 1 en 3 hebben elkaar over een weer volmacht gegeven, speciaal om elkaar in alle opzichten te vertegenwoordigen met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap van de erflaatster. Voormelde volmacht blijkt uit een onderhandse akten van volmacht, welke aan deze akte is gehecht.

Eindconclusie
Op grond van vorenstaande zijn;
-mevrouw [klaagster] voornoemd voor zich; en
-de heer [naam broer 1] voornoemd voor zich en als gevolmachtigde van de erfgenaam genoemd onder 3; en
-de heer [naam broer 2] voornoemd voor zich en als gevolmachtigde van de erfgenaam genoemd onder 1,
tezamen bevoegd de goederen behorende tot de nalatenschap te beheren en daarover te beschikken.
(…)


2.7.      Bij e-mail van 30 augustus 2025 heeft klaagster aan de notaris geschreven:
(…) Op 5-3-2024 zijn mijn moeder en ik bij u in kantoor geweest met de volgende concrete vraag: 
(ik citeer mijn moeder) 
Hoe kan ik mijn dochter 10.000 euro schenken voor haar hulphond?
[notaris]: je moeder stelt 10.000 euro ter beschikking van je hulphond, dat is duidelijk
Deze vraag had mijn moeder u ook voorgelegd tijdens uw huisbezoek aan haar. Maar zij begreep uw antwoord niet en vandaar dat wij samen bij u geweest zijn. Ook nu wijkt u enorm af van het beantwoorden van de concrete vraag. 
Waardoor er verwarring in mijn hoofd ontstaat. En niet alleen in mijn hoofd. Mijn moeder zwijgt grotendeels, omdat ze u niet goed kan volgen.
Dus ik breng telkens uw verhaal terug bij mijn moeders concrete vraag. 

Nadat u heeft uitgelegd dat 10.000 euro in één keer minder gunstig is i.v.m. de schenkbelasting, adviseert u mijn moeder mij eerst 6.000 euro op mijn crowdfundingsactie te storten en dat u de resterende 4.000 euro na overlijden zult regelen met mijn broers.
Ik vraag of dit moet worden opgenomen in het testament (ik citeer)  kan mamma niet in haar testament opnemen dat gewoon duidelijk is dat dat haar wens is, dat dat voorgelezen wordt later
waarop u zegt: (ik citeer)  dat heeft helemaal geen nut om het in een testament te zetten
Mijn moeder sluit het gesprek af met de woorden (ik citeer)  goed, dus alles wordt hier geregeld, dat is misschien een geruststelling

Ik benoem de mogelijke strijd met mijn broers, waarop u zegt (ik citeer) u hoeft die strijd niet aan te gaan, op het moment dat zij er over beginnen is het gewoon mijn taak om uw broers duidelijk te maken, dat dit is de wens van uw moeder
mijn reactie: oké, dan vertrouw ik daarop
C: dus ik krijg het wel als mamma dood is
[notaris]: ja natuurlijk, dan kom je samen met je broers

U beloofd meermaals (ik citeer) 
dat u het na overlijden van moeder zult regelen en dat ik niet in een oorlogssituatie met mijn broers terecht zal komen. U sluit af met de woorden (ik citeer)  de notaris zorgt voor evenwicht tussen alle partijen, tussen de sterke en de zwakke (ik dus) partijen en dan ga ik ervoor zorgen dat er evenwicht is, dus

Kunt u bevestigen wanneer dit uitgevoerd zal worden? 
Graag spoedig uw reactie. Mamma is al meer dan een jaar geleden overleden. 
Ik kan op dinsdagmorgen met mijn p.b.'er naar u toekomen. Alleen zie ik het niet zitten. Dus alstublieft een afspraak op een dinsdagmorgen tussen 9.00 en 11.00 uur met mijn broers om deze zaak af te ronden en op papier te zetten. 
Dank u wel.

2.8.      Bij e-mail van 3 september 2025 heeft de notaris aan klaagster geschreven:
“(…) Afgelopen zaterdag 30 augustus jongstleden heeft u onderstaande mail naar mij gezonden. Vervolgens heb ik vandaag telefonisch contact gehad met de heer [X] van de KNB daar u op 7 augustus jongstleden een klacht tegen mij heeft ingediend. Deze klacht heb ik vandaag per mail mogen ontvangen. U zult wellicht begrijpen dat ik hierover zeer verbaasd ben. U weet precies hoe het zit. Zowel de boekhouder van uw moeder als ik hebben duidelijk gemaakt dat het bedrag schenken inderdaad zoals u zelf al aangeeft extra belastingheffing tot gevolg zou hebben (schenkingsrecht) Dit laatste wilde uw moeder niet. Zowel de boekhouder en ik hebben toen aangegeven om het vrijgesteld bedrag te schenken en de rest als een lening te doen zodat u direct de benodigde liquide middelen zou ontvangen.

Dat u van mening bent dat ik uw moeder niet goed zou hebben voorgelicht kan en wil ik ook niet betwisten omdat het uw mening is. Ik weet wat ik uw moeder zowel alleen en met u daarbij heb verteld en dat is hetgeen ik hiervoor heb aangegeven niets meer of anders. In de klacht staat dat u zonder daarbij van in kennis te stellen gesprekken heeft opgenomen. Dit laatste vind ik persoonlijk zeer kwalijk daar het uw moeder aangaat. Als u voorafgaand aan de gesprekken had gevraagd vindt u het akkoord dat ik het gesprek opneem en uw moeder was daarmee akkoord gegaan dan had ik ook hier zeker akkoord voor gegeven.

Voorts heb ik altijd opengestaan voor gesprekken voor u. Ik heb ervoor zorggedragen dat u zoals moeder dit in haar codicil had aangegeven alle spullen (sieraden die ik namens u in mijn kluis had bewaard) ontvangen en zelfs dat u in overleg met uw broers de inboedelgoederen uit het appartement van uw moeder heeft kunnen ophalen die u wenste. U heeft zelfs hiervan een boedelbeschrijving opgesteld.

Nadat alle inboedelgoederen waren verdeeld is de huur opgezegd en bleef de bankrekening van moeder over om te verdelen nadat alle schulden zijn betaald.

In de door mij opgestelde verklaring van erfrecht bent u tezamen met uw broers bevoegd de nalatenschap van uw moeder af te wikkelen. Uw broers hadden elkaar over en weer een volmacht gegeven. Gezien het verleden en de contacten met uw broers wilde u geen volmacht geven aan een van hen.

Tot slot heb ik tot het laatst toe uw belangen altijd behartigd en heb ik altijd mijn deur voor u open gehad. Mocht u ondanks de klacht een gesprek met mij willen hebben dan nodig ik u bij deze uit om een afspraak te maken. (…)


3.          De klacht

De klacht bestaat uit een drietal klachtonderdelen, althans de kamer begrijpt de klacht als volgt:

klachtonderdeel 1
3.1.      Tijdens de bespreking van 5 maart heeft de notaris geen duidelijk en concreet antwoord gegeven op de vraag hoe de moeder van klaagster €10.000 aan klaagster zou kunnen schenken ten behoeve van haar hulphond. In plaats daarvan begon de notaris een vaag, onbegrijpelijk verhaal over legitieme porties en erfdelen. Daarnaast heeft de notaris toegezegd aan klaagster en haar moeder om na het overlijden van haar moeder, een (rest)schenking (à € 4.000) aan klaagster te zullen afronden met de broers van klaagster, maar is hij deze toezegging niet nagekomen.

klachtonderdeel 2
3.2.      Na het overlijden van haar moeder heeft klaagster de notaris meerdere malen per e-mail verzocht te helpen bij de verdeling van de boedel. De notaris heeft dit echter geweigerd, met als argument dat de neuzen niet dezelfde kant op zouden staan. Daarnaast is door één van de broers van klaagster niet conform het codicil van de moeder van klaagster gehandeld, nu hij voortijdig spullen heeft ingepakt. De notaris had dit kunnen zien en kunnen rechtzetten. Dit heeft hij niet gedaan.

klachtonderdeel 3
3.3.      De notaris heeft gelogen. Hij heeft klaagster op 11 september 2024 verteld dat zij bij de bank gerust haar handtekening kon zetten om de blokkade van de rekening van haar moeder op te heffen. Voor iedere transactie zou opnieuw de handtekening van klaagster nodig zijn. En dus zouden de broers van klaagster, volgens de notaris, niets met het geld van moeder kunnen doen zonder de toestemming van klaagster. Toen klaagster kort daarna naar de bank ging, bleek dat haar handtekening haar broers vrij spel zou geven in plaats van dat ze de controle zou houden, zoals voorgespiegeld door de notaris.


4.          Het verweer

De notaris heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.


5.          De beoordeling

5.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

ontvankelijkheid
5.2.      Allereerst staat ter beoordeling of klaagster ontvankelijk is. Op grond van artikel 99 lid 1 Wna kunnen klachten tegen notarissen door een ieder met enig redelijk belang worden ingediend. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een rechtstreeks belang bij de klacht niet zonder meer is vereist, ook een indirect of afgeleid belang van een klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure door de wetgever beoogd.

5.3.      Naar het oordeel van de kamer is klaagster – anders dan de notaris suggereert – ontvankelijk in alle klachtonderdelen. Klaagster is ontvankelijk in het eerste klachtonderdeel omdat zij samen met haar moeder bij de notaris is geweest voor de bespreking van 5 maart en het eerste klachtonderdeel betrekking heeft op de uitlatingen van de notaris jegens hen allebei tijdens dit gesprek. Klaagster is ook – dat staat niet ter discussie – ontvankelijk in het tweede en derde klachtonderdeel omdat deze klachtonderdelen zich richten op verzoeken die klaagster zelf na het overlijden van haar moeder aan de notaris heeft gedaan en de reacties daarop van de notaris.

klachtonderdeel 1
5.4.      Het eerste klachtonderdeel is terug te voeren op de inhoud van de bespreking van 5 maart. De kamer heeft de notaris voorafgaand aan de mondelinge behandeling verzocht zijn dossier mee te nemen naar de mondelinge behandeling om zo mogelijk meer duidelijkheid te verkrijgen over wat tussen de moeder van klaagster en de notaris en later tussen klaagster, haar moeder en de notaris is besproken. De notaris heeft ter zitting desgevraagd echter verklaard dat hij niet (meer) beschikt over een dossier en evenmin over aantekeningen van de bespreking van 5 maart noch van het (op enig moment eerder gevoerde) één-op-één gesprek met de moeder van klaagster. De notaris heeft naar eigen zeggen wel aantekeningen gemaakt van deze besprekingen, maar heeft deze naderhand vernietigd omdat er uit de besprekingen geen opdracht voortvloeide. Daarom beschikt hij ook niet over een dossier. Van notariële dienstverlening was volgens de notaris geen sprake; hij heeft voor de besprekingen ook geen kosten in rekening gebracht.

5.5.      Klaagster heeft echter een audio opname gemaakt van de bespreking van 5 maart (hierna: de audio opname). De kamer beschikt – net als de notaris – over deze audio opname. De notaris vindt het niet ethisch dat deze opname buiten zijn medeweten is gemaakt, maar betwist de inhoud daarvan niet. In het midden kan blijven of klaagster niet ethisch heeft gehandeld door de bespreking van 5 maart op te nemen; ook al zou dat zo zijn, betekent dat nog niet dat de kamer van de audio opname geen kennis kan nemen. De kamer gaat er, nu de notaris de inhoud van de audio opname niet betwist, vanuit dat deze een getrouwe weergave van de bespreking behelst. De vraag die tijdens de bespreking van 5 maart centraal stond, is hoe de moeder van klaagster (belastingvrij) een schenking van € 10.000 aan haar dochter kon realiseren. Uit de audio opname maakt de kamer op dat klaagster en haar moeder de consequenties van het advies van de notaris niet volledig overzien dan wel niet volledig begrijpen welke stappen zij dienen te nemen om tot de gewenste (belastingvrije) schenking te komen. Klaagster deelt tijdens de bespreking ook aan de notaris mee dat zij in verband met haar autisme moeite heeft de uitleg van de notaris te begrijpen. Bij de afsluiting van het gesprek constateert de moeder van klaagster dat ‘alles hier dus geregeld wordt.’ De notaris spreekt dit niet tegen en vervolgt met de mededeling dat hij – in geval van discussie tussen de erfgenamen – zal optreden door aan te geven wat de moeder van klaagster aan hem heeft verteld over de gewenste bestemming van haar geld. Na de bespreking van 5 maart bleek (opnieuw) dat klaagster (en haar moeder) nog in onwetendheid verkeerde(n) over het advies van de notaris over de schenking (zie de e-mail aangehaald onder 2.4). Op de vragen van klaagster heeft de notaris evenwel niet meer inhoudelijk geantwoord.

5.6.      De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. Zoals hiervoor aan de orde is gekomen, maakt de kamer uit de audio opname op dat klaagster en haar moeder de consequenties van het advies van de notaris niet volledig overzien dan wel niet volledig begrijpen welke stappen zij dienen te nemen om tot de gewenste (belastingvrije) schenking te komen. De notaris sluit de bespreking van 5 maart echter af door de constatering van de moeder van klaagster dat ‘alles hier dus geregeld wordt’ niet tegen te spreken en vervolgens aan te geven dat hij te hulp zal schieten in geval van discussie tussen de erfgenamen. Hiermee heeft de notaris klaagster op het verkeerde been gezet en zijn zorgplicht jegens klaagster geschonden. Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. Ook voorafgaand aan een opdracht en zelfs indien er uiteindelijk geen dienst wordt verleend, geldt dat een notaris de belangen van alle betrokkenen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid dient te behartigen. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren.

klachtonderdeel 2
5.7.      De notaris heeft van de erfgenamen opdracht gekregen voor het opstellen van een verklaring van erfrecht. Deze verklaring heeft hij afgegeven op 13 september 2024. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren.

klachtonderdeel 3
5.8.      Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. De broers van klaagster hebben elkaar hierbij over en weer een volmacht gegeven. Klaagster heeft dit niet gedaan. Het gevolg hiervan was dat alle transacties die betrekking hebben op de nalatenschap van moeder minimaal twee handtekeningen vereisten; een handtekening van klaagster en een handtekening van één van haar broers. Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

maatregel
5.9.      De kamer is van oordeel dat de notaris tekort is geschoten in de op hem rustende zorgplicht jegens klaagster en acht de maatregel van berisping daarom passend en geboden. Daarbij speelt de weinig inlevende houding van de notaris een rol. Zo heeft de notaris aangegeven niet te willen komen naar het voorzittersgesprek, dat plaatsvond op 29 januari 2026, omdat hij dit niet zinvol achtte. Daarnaast heeft de notaris in zijn verweer noch ter zitting inzicht getoond in het onzorgvuldige van zijn handelen. Dat geldt temeer waar het de notaris duidelijk moet zijn geweest dat klaagster, met haar mentale problemen, haar geringe financiële draagkracht en haar gecompliceerde verhouding tot haar broers, zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond. Klaagster had de financiële bijdrage van haar moeder nodig om de lening van een bevriend koorlid voor de aanschaf van haar hulphond af te betalen en is door de nalatigheid van de notaris benadeeld.

griffierecht
5.10.    Omdat de kamer een klachtonderdeel gegrond verklaart, dient de notaris op grond van artikel 99 lid 5 Wna het door klaagster betaalde griffierecht van € 50 aan klaagster te vergoeden.

kostenveroordeling
5.11.    Nu de kamer een klachtonderdeel gegrond verklaart en de notaris tevens een maatregel oplegt, zal de kamer de notaris op grond van artikel 103b lid 1 Wna jo. de richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat 2021 (Staatscourant 2020, nr. 67893) veroordelen in de volgende kosten:

a. € 50 forfaitaire vergoeding van kosten van klaagster;
b. € 2.000 aan kosten van behandeling van de klacht door de kamer, wegingsfactor 1.

Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot een andere beslissing.

5.12.    De notaris dient de kosten van klaagster en het griffierecht binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klaagster te voldoen. Klaagster dient daartoe tijdig het hiervoor bestemde rekeningnummer schriftelijk aan de notaris door te geven.

5.13.    De notaris dient de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer na het onherroepelijk worden van deze beslissing te voldoen aan het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR), waarbij de in de artikelen 103b lid 3 Wna bepaalde termijn en de wijze waarop de kosten moeten worden voldaan door het LDCR per brief aan de notaris zullen worden meegedeeld.

5.14.    Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.


6.          De beoordeling

De kamer voor het notariaat:

- verklaart klachtonderdeel 1 gegrond;
- verklaart de klachtonderdelen 2 en 3 ongegrond;
- legt de notaris een berisping op;
- veroordeelt de notaris tot betaling aan klaagster van de kosten van klaagster van  € 50 en het griffierecht van € 50, op de wijze en binnen de termijn zoals hiervóór bepaald;
- veroordeelt de notaris tot betaling van € 2.000 in de kosten van behandeling van de klacht door de kamer, op de wijze en binnen de termijn zoals hiervóór bepaald.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.P. Pompe, voorzitter, N.C.H. Blankevoort, C. Holdinga, K.Th.J. van Duin en A.J.H.M. Janssen, leden en uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026 door mr. S.P. Pompe, voorzitter, in aanwezigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).