ECLI:NL:TGZCTG:2026:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 VZ
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:96 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-01-2026 |
| Datum publicatie: | 11-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/3002 VZ |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege. |
D E V O O R Z I T T E R V A N H E T C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/3002 van:
A., wonende in B.,
appellant,
klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C., destijds huisarts, destijds werkzaam in B.,
verweerder in beide instanties,
hierna: de huisarts,
gemachtigde: mr. T.A.M. van Oosterhout, werkzaam te Utrecht.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager verbleef van 2013 tot 2017 in het verpleeghuis van het D., locatie
E., en was onder behandeling van de huisarts. De huisarts heeft op 10 oktober 2014
voorgesteld haloperidol toe te dienen voor de wanen van klager. Dit heeft klager geweigerd.
Naar aanleiding van lichamelijke klachten die klager begin 2015 kreeg, stelt hij dat
hij in 2014 tegen zijn wil haloperidol toegediend heeft gekregen.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 2 september 2025 met nummer A2024/7789.
2.2 De voorzitter heeft kennisgenomen van het procesdossier in eerste aanleg, het beroepschrift en het aanvullend beroepschrift.
3. De beoordeling
3.1 Klager is het niet eens met het oordeel van de voorzitter van het Regionaal
Tuchtcollege dat de klacht is verjaard. Volgens klager zou dat pas in maart 2027 zijn
omdat hij tot 31 maart 2017 in het verpleeghuis verbleef.
3.2 De voorzitter stelt voorop dat volgens artikel 65 lid 5 van de Wet BIG de bevoegdheid tot het indienen van een klacht vervalt door verjaring in tien jaren. De termijn van verjaring vangt aan op de dag na die waarop het desbetreffende handelen of nalaten is geschied. Dit betreft een harde termijn waarop geen uitzonderingen mogelijk zijn.
3.3 Het staat vast dat het verweten handelen begin (10) oktober 20214 heeft plaatsgevonden, terwijl het klaagschrift op 28 oktober 2024 door het Regionaal Tuchtcollege is ontvangen. Tussen het verweten handelen en het indienen van de klacht zijn dus meer dan tien jaren verstreken. Klager heeft in dit verband naar voren gebracht dat er van verjaring geen sprake kan zijn omdat hij tot 31 maart 2017 in E. heeft verbleven en dat alles wat is voorgevallen in E. niet los van elkaar gezien kan worden. Het Centraal Tuchtcollege begrijpt dat klager alle gedragingen in onderling verband en samenhang ziet, maar in de wet BIG staat duidelijk dat de tienjaarstermijn gaat lopen vanaf de dag dat de verweten gedraging heeft plaatsgevonden. Dit leidt tot de conclusie dat het Regionaal Tuchtcollege terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat klager niet ontvankelijk is in zijn klacht.
3.4 Op basis van het bovenstaande komt de voorzitter tot het oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt daarom afgewezen.
4. Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
wijst het beroep af.
Aldus gewezen op 30 januari 2026 en ondertekend door mr. Z.J. Oosting, voorzitter,
bijgestaan door
mr. K.M. ten Pas, secretaris.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.
Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.