ECLI:NL:TNORARL:2026:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441386 KL RK 24-138
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2026:3 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-04-2026 |
| Datum publicatie: | 11-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/05/441386 KL RK 24-138 |
| Onderwerp: | Registergoed, subonderwerp: Overig |
| Beslissingen: | Klacht gegrond zonder maatregel |
| Inhoudsindicatie: | De notaris had klager opmerkzaam moeten maken op de nog geldende meerwaardeclausule conform haar notariële zorgplicht. Omdat dit geen evident nadeel op heeft geleverd voor klager legt de kamer geen maatregel op. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/441386 / KL RK 24-138
beslissing van de kamer voor het notariaat
op de klacht van
[naam klager],
wonende in [plaats],
klager
tegen
[naam toegevoegd notaris],
toegevoegd notaris te [plaats],
gemachtigde: mr. V.J.N. van Oijen
Partijen worden hierna respectievelijk klager en de toegevoegd notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit
- de klacht, met bijlagen, van 16 september 2024;
- het verweer van de toegevoegd notaris van 15 november 2024;
- aanvullende stukken van klager van 8 februari 2025;
- aanvullende stukken van klager van 17 februari 2025;
- aanvullende stukken van klager van 12 mei 2025;
- aanvullende stukken van de toegevoegd notaris van 2 oktober 2025;
- aanvullende stukken van klager van 2 oktober 2025.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van 10 oktober 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen klager enerzijds en de toegevoegd notaris en haar gemachtigde anderzijds. Zowel klager als de toegevoegd notaris hebben het woord gevoerd aan de hand van ter zitting overgelegde spreekaantekeningen.
2. De feiten
2.1 De woonboerderij gelegen aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woonboerderij) was van de ouders van klager. Op 13 november 2010 hebben de ouders van klager en hijzelf met als getuigen zijn zus en zwager een overeenkomst gesloten inzake de overname van de woonboerderij door klager. In deze overeenkomst hebben partijen een meerwaardeclausule met een looptijd van tien jaar opgenomen.
2.2 Op 29 december 2014 heeft oud-notaris [naam] (hierna: oud-notaris) de leveringsakte gepasseerd waarmee de woonboerderij daadwerkelijk aan klager is geleverd . In de leveringsakte is de destijds tussen zijn ouders en klager overeengekomen meerwaardeclausule ook opgenomen met een looptijd tot en met 29 december 2024.
2.3 De in de leveringsakte opgenomen meerwaardeclausule hield in dat klager een bedrag ad € 169.000,00 aan zijn vader, dan wel diens erfgenamen, moest betalen op het moment dat hij de woonboerderij vóór 29 december 2024 zou vervreemden.
2.4 Op 14 december 2020 heeft klager een e-mail verzonden aan een notarisklerk van het notariskantoor van de toegevoegd notaris (hierna: notarisklerk) met het verzoek om te kijken naar de meerwaardeclausule zoals opgenomen in de leveringsakte uit 2014. Hierbij is aan klager medegedeeld dat de meerwaardeclausule mogelijk nog steeds van toepassing was, indien de tekst uit de koopovereenkomst van 2010 was overgenomen in de leveringsakte van 2014.
2.5 Op 20 oktober 2022 heeft het notariskantoor een al door partijen getekende koopovereenkomst waarin klager zijn woonboerderij aan een derde verkocht. In deze koopovereenkomst stonden geen ontbindende voorwaarden, maar wel een boeteclausule van tien procent van de koopprijs ingeval van wanprestatie.
2.6 Op 1 december 2022 is de woonboerderij vervolgens daadwerkelijk door klager aan een derde geleverd. De toegevoegd notaris heeft deze leveringsakte gepasseerd. De toegevoegd notaris heeft in dit kader de meerwaardeclausule niet met klager besproken.
2.7 Op 5 oktober 2023 heeft klager contact opgenomen met de notarisklerk over de meerwaardeclausule. De notarisklerk heeft klager daarbij geadviseerd om met zijn familie in gesprek te gaan en de zaak voor te leggen aan de rechter mochten zij er niet uitkomen.
2.8 In juni 2024 is gebleken dat de familie wil dat klager met hen gaat afrekenen op grond van de meerwaardeclausule.
3. De klacht en het verweer
3.1 Klager verwijt de toegevoegd notaris dat zij niet heeft voldaan aan haar zorgplicht jegens hem. Klager voert daartoe aan dat de toegevoegd notaris de geldende meerwaardeclausule niet met hem heeft besproken in het kader van de te passeren leveringsakte van de woonboerderij. Daardoor wist hij niet dat hij nog met zijn familie moest afrekenen na de verkoop van de woonboerderij. De toegevoegd notaris had hem erop moeten wijzen dat de meerwaardeclausule nog actueel was.
3.2 Op het verweer van de toegevoegd notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
4.1 Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
4.2 De toegevoegd notaris stelt dat het achteraf bezien beter was geweest als zij in het kader van de levering van de woonboerderij door klager gemeld had dat de meerwaardeclausule nog steeds geldig was. Zij heeft echter ook aangevoerd dat zij ten tijde van de levering niet op de hoogte was van deze meerwaardeclausule. Uit het contact dat klager met de notarisklerk heeft gezocht in 2020 blijkt dat klager dit zelf wel wist. De notarisklerk heeft klager in dit contact gewezen op de mogelijkheid dat de meerwaardeclausule nog steeds geldig was in het kader van de verkoop van de woonboerderij. Klager heeft hier verder niet meer op doorgevraagd, terwijl dit wel van hem mag worden verwacht. Daarbij komt dat de koopovereenkomst voor de overdracht van de woonboerderij al getekend was door zowel klager als de koper. Klager kon hier niet meer onderuit, zonder wanprestatie te plegen en een boete en eventueel ook een schadevergoeding te moeten betalen. Het al dan niet bespreken van de nog geldende meerwaardeclausule had hierin geen verschil gemaakt, klager heeft door het niet bespreken van de meerwaardeclausule dan ook geen enkel nadeel geleden.
4.3 De kamer overweegt dat vaststaat dat de toegevoegd notaris de meerwaardeclausule
niet met klager heeft besproken in het kader van de levering van de woonboerderij.
De toegevoegd notaris heeft achteraf erkend dat zij dit wel had moeten doen, maar
zij heeft daarbij ook benoemd dat zij niet van deze clausule op de hoogte was op het
moment dat het dossier bij haar in behandeling kwam. Naar het oordeel van de kamer
is de toegevoegd notaris verantwoordelijk voor de behandeling en de inhoud van het
dossier op het moment dat deze bij haar in behandeling is. De toegevoegd notaris had
op grond van haar notariele zorgplicht dan ook nader onderzoek moeten doen, zodat
zij wel op de hoogte was gekomen van de meerwaardeclausule en zij deze ook met klager
had kunnen bespreken. Door dit niet te doen heeft zij gehandeld in strijd met de voor
haar geldende zorgplicht als toegevoegd notaris. De kamer acht de klacht op grond
hiervan dan ook gegrond.
Over de consequenties van deze clausule had de toegevoegd notaris echter geen bindende
uitspraken kunnen doen. Een dergelijk oordeel is voorbehouden aan de rechter. Voor
zover de klacht inhoudt dat de notaris wel had moeten aangeven wat de gevolgen van
de clausule waren, is de klacht ongegrond.
Maatregel
4.5 Als de kamer een klacht gegrond verklaart, kan de kamer, afhankelijk van de aard en de ernst van het klachtwaardige handelen aan de notaris een tuchtmaatregel opleggen. Dit hoeft echter niet. De functie van het tuchtrecht kan onder omstandigheden immers ook zijn om helderheid te verschaffen over de toelaatbaarheid of laakbaarheid van een handelen dan wel nalaten van een notaris.
4.6 Vaststaat dat de toegevoegd notaris tekort is geschoten in het naleven van haar zorgplicht, door onvoldoende onderzoek te doen in het dossier betreffende de levering van de woonboerderij. Zij was daardoor niet op de hoogte van de nog geldende meerwaardeclausule en heeft deze dus ook niet met klager besproken. Uit het dossier blijkt dat klager zelf echter wel op de hoogte was van de mogelijk nog geldende meerwaardeclausule, zowel bij de levering als ten tijde van het tekenen van de koopovereenkomst. Klager heeft dit zelf niet meer met de toegevoegd notaris besproken, noch (verder) navraag gedaan over deze clausule. Bovendien was al sprake van een gesloten koopovereenkomst van de woonboerderij, met daarin een boeteclausule ingeval van wanprestatie. Bij ontbinding van de koopovereenkomst – naar aanleiding van een eventuele mededeling van de toegevoegd notaris over de geldende meerwaardeclausule – zou klager dus een boetebedrag eventueel vermeerderd met een schadevergoeding hebben moeten betalen wegens het leveren van wanprestatie.
4.7 In al het voorgaande en het geringe belang van klager bij een mededeling van de toegevoegd notaris over de geldende meerwaardeclausule ziet de kamer aanleiding om de toegevoegd notaris geen maatregel op te leggen.
4.8 Ook zal de kamer de toegevoegd notaris geen kostenveroordeling opleggen, nu zij dat in dit kader van de feiten niet passend acht.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
- verklaart de klacht gegrond, voor zover deze ziet op schending van de zorgplicht door het onvoldoende doen van onderzoek in een aan haar toegewezen dossier;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- legt de toegevoegd notaris geen maatregel op;
- veroordeelt de toegevoegd notaris niet tot betaling van de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. D. Vergunst, voorzitter, mr. D.T. Boks en mr. M.R.H. Goossens, leden, en in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2026. | ||
|
De secretaris |
De voorzitter | |
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||