ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2026:5
Datum uitspraak: 30-01-2026
Datum publicatie: 11-05-2026
Zaaknummer(s): C/05/451778 KL RK 25-74
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Overig
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/451778 / KL RK 25-74
 

beslissing van de kamer voor het notariaat


op de klacht van


[klager],

wonende te [plaats],

klager,


tegen


[naam notaris],

notaris te [plaats],

gemachtigde: mr. L.H. Rammeloo te Amsterdam.
 

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.
 

1.         Het verloop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

-     de klacht, met bijlagen, van 15 mei 2025;

-     het e-mailbericht van klager van 2 juni 2025, met de gronden voor de klacht;

-     het e-mailbericht van klager van 6 juli 2025, met bijlagen;

-     het verweer van de notaris, met bijlagen, van 28 augustus 2025;

-     het e-mailbericht van klager, met bijlagen, van 17 december 2025;

-     de brief van klager aan de notaris, van 18 december 2025, overgelegd tijdens de mondelinge behandeling;

-     de pleitnota van de notaris.

1.2.      De klachtzaak is ter zitting van 19 december 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen klager enerzijds en de notaris met haar gemachtigde anderzijds.
 

2.         De feiten

2.1.      Klager is enig erfgenaam van zijn broer, de heer [naam] (hierna te noemen: erflater). Erflater is overleden op [datum]. Hij woonde op een zorgboerderij.

2.2.      Erflater heeft op [datum] zijn testament laten opstellen. Daarin heeft hij de heer [naam] (hierna te noemen: [A]), leidinggevende op de zorgboerderij, tot executeur benoemd.

2.3.      [A] heeft ter ondersteuning een notariskantoor ingeschakeld, te weten [naam notariskantoor] (hierna te noemen: [B]).

2.4.      Bij beschikking van [datum] van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel is, kort gezegd, [A] op zijn eigen verzoek ontslagen uit zijn taak van executeur en is in zijn plaats de notaris benoemd tot executeur. In de beschikking staat dat [A] wordt opgedragen om rekening en verantwoording van zijn beheer van de nalatenschap aan de opvolgend executeur af te leggen.

2.5.      Op 1 april 2025 hebben klager en de notaris op het kantoor van de notaris een gesprek gehad over de wijze van afronding van de executele.

2.6.      Naar aanleiding van dit gesprek heeft de notaris een conceptbrief opgesteld aan de rechtbank Overijssel, team Kanton-handel Zwolle (gedateerd @ mei 2025[1]), die zij ter informatie aan klager heeft gestuurd. In deze conceptbrief heeft de notaris geschreven, voor zover hier van belang:

“Als executeur beheer ik de nalatenschap en dien ik de schulden te voldoen. Blijkens bijgaande financiële verantwoording zijn alle schulden voldaan en kan over worden gegaan tot definitieve afwikkeling van de nalatenschap door het restantsaldo aan de erfgenaam ter beschikking te stellen. Vervolgens kan het beheer door mij als executeur eindigen.

In deze nalatenschap zijn ook twee andere partijen betrokken geweest, te weten de voormalige executeur [A] en notariskantoor [B].

De erfgenaam heeft grote bezwaren tegen hun functioneren en de (al dan niet) gedane werkzaamheden en stelt een schadepost te hebben van € 13.000,--.

Ik verzoek u kennis te nemen van de bezwaren van de erfgenaam, welke volgen uit een schrijven van 24 maart jl (tevens bijgesloten) en mij te berichten of ik als executeur verplicht ben de voormalig executeur om nadere rekening en verantwoording te verzoeken gezien de bezwaren van de erfgenaam – of dat u van mening bent dat de executeur hierover jegens de erfgenaam nog nader moet verklaren.

Ik kon mijn werkzaamheden in deze verrichten omdat de executeur naar mijn mening aan mij voldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd om mijn taak als executeur te volbrengen. Als u van mening bent dat ik als executeur die verplichting, tot het verzoeken om een rekening en verantwoording naar aanleiding van de bezwaren van de erfgenaam niet heb, zal ik de erfgenaam - wederom - adviseren een advocaat te raadplegen die hem in zijn mogelijkheden de door hem gestelde geleden schade te verhalen, kan bijstaan.”

De notaris heeft klager in een begeleidend schrijven voorgesteld om een kopie van klagers brief aan [A] van [datum][2] mee te sturen naar de kantonrechter.

2.7.      Klager heeft de notaris op 14 mei 2025 per e-mail laten weten dat deze conceptbrief niet conform de op 1 april 2025 gemaakte afspraken is. Hij wenste een aangepaste versie en bij uitblijven van een reactie of aanpassing, zou klager een klacht indienen bij de kamer.
 

3.         De klacht en het verweer

3.1.      Klager verwijt de notaris dat de afhandeling inmiddels bijna 2,5 jaar duurt en dat de notaris sinds de zomer van 2024 niets meer doet. Er is geen contact en geen voortgang. Klager stelt dat:

  • de notaris en [A] niet op berichten van klager reageren;
  • de notaris zich niet op de hoogte heeft gesteld van de context van de nalatenschap, meer in het bijzonder de nalatenschap van respectievelijk de vader en de moeder van klager en de verkoop van de woning van de moeder van klager;
  • een bedrag van € 13.000 weg is uit de nalatenschap;
  • de afhandeling van de eenvoudige nalatenschap al meer dan 2,5 jaar duurt en inmiddels € 18.000 heeft gekost;
  • de notaris er niet voor heeft gezorgd dat [A] rekening en verantwoording aan haar heeft afgelegd;
  • de executeur ten onrechte geen verantwoording aan de erfgenaam heeft afgelegd.

3.2.      De notaris voert verweer. Zij geeft aan dat klager al vanaf haar benoeming kritiek bij haar kenbaar heeft gemaakt over het handelen van [A] en [B]. De notaris heeft het standpunt ingenomen dat zij, als opvolgend executeur, hierin geen rol wilde en kon hebben. Zij heeft klager al op [datum] 2023 bericht dat hij zelf [A] in een procedure zou moeten betrekken. [A] heeft volgens haar conform het codicil van erflater gehandeld. De notaris heeft de nalatenschap verder afgewikkeld en klager bij e-mail van 13 juni 2024 laten weten dat de nalatenschap klaar is voor afronding. Hierop heeft klager gedurende bijna acht maanden niet gereageerd. Daarna heeft klager op 10 maart 2025 de notaris telefonisch verzocht om [A] ter verantwoording te roepen en zijn ongenoegen voor te leggen aan de rechter. De notaris heeft klager opnieuw uitgelegd hiertoe niet bereid te zijn omdat het procederen tegen de voorgaande executeur volgens haar niet tot haar taak als executeur behoort. Dit heeft zij herhaald tijdens het gesprek met klager op 1 april 2025. Zij heeft naar aanleiding van dit gesprek een conceptbrief opgesteld voor de kantonrechter, met de vraag of zij, gelet op de bezwaren van de erfgenaam, een verplichting heeft om de voormalig executeur om nadere rekening en verantwoording te vragen. Omdat klager het niet eens was met deze conceptbrief, is deze nooit verzonden.
 

3.3.      Op de toelichting op de klacht door klager en het verweer daartegen van de notaris zal de kamer hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader ingaan.
 

4.         De beoordeling

4.1.      Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

4.2.      Voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van [A] en notariskantoor [B] zal deze niet ontvankelijk worden verklaard. Klager heeft zijn klacht uitsluitend gericht tegen de notaris en klager kan in deze klacht andere personen dan de notaris geen verwijt maken. Ten aanzien van [A] geldt bovendien dat hij niet werkzaam is bij een notariskantoor, zodat hem op basis van de Wna geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

4.3.      De klachtbrief van 15 mei 2025 is de basis van de klacht en deze klacht moet de kamer beoordelen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft klager desgevraagd een toelichting gegeven op wat zijn klacht precies behelst. Klager heeft daarop geantwoord dat het dragende onderdeel van de klacht is dat de notaris in haar hoedanigheid van opvolgend executeur geen fatsoenlijke rekening en verantwoording van [A] heeft gekregen en daar onvoldoende actie op heeft ondernomen. De conceptbrief naar de kantonrechter is volgens klager niet conform de gemaakte afspraken en hij heeft daarbij specifiek gewezen op de alinea’s die hierboven onder de feiten staan vermeld.

4.4.      De kamer overweegt als volgt. De taak van een executeur is om, kort gezegd, de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen[3]. Een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, is verplicht aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, rekening en verantwoording af te leggen, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald[4]. De notaris heeft onweersproken verklaard dat zij in de zomer van 2024 alle werkzaamheden voor de afwikkeling van de nalatenschap heeft verricht en dat alleen het zetten van klagers handtekening op de definitieve rekening en verantwoording en het indienen daarvan aan het eindigen van haar taak in de weg stonden.

4.5.      De vraag of de notaris voldoende rekening en verantwoording van [A] heeft gekregen over zijn beheer van de nalatenschap houdt partijen verdeeld. Klaarblijkelijk stond deze vraag er ook aan in de weg dat de werkzaamheden van de notaris konden worden afgerond. Dat de notaris, ter beslechting van het geschil met klager, de vraag aan de kantonrechter heeft willen stellen of zij al dan niet gehouden is om de voormalig executeur om nadere rekening en verantwoording te verzoeken, acht de kamer daarom begrijpelijk.

4.6.      Klager stelt dat deze vraag geen onderdeel uitmaakte van hetgeen op 1 april 2025 was besproken. De notaris betwist dat. De kamer kan niet vaststellen of partijen op 1 april 2025 al dan niet hebben afgesproken dat deze vraag onderdeel zou uitmaken van de conceptbrief naar de kantonrechter. Maar zelfs als de notaris deze vraag op eigen initiatief aan de conceptbrief zou hebben toegevoegd, wil dat naar het oordeel van de kamer niet zeggen dat de notaris zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden. De notaris kan daarom hiervan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

4.7.      Klager klaagt er ook over dat de notaris sinds de zomer van 2024 niets meer doet, niet op zijn berichten reageert en dat er geen voortgang is. De notaris heeft verklaard dat de nalatenschap medio 2024 klaar was voor afronding, hetgeen zij op 13 juni 2024 al aan klager heeft laten weten. Vast staat dat klager vervolgens tot begin maart 2025 niets van zich heeft laten horen. Hierna heeft na enkele weken de bespreking van 1 april 2025 plaatsgevonden. Het door klager gemaakte verwijt mist daarom feitelijke grondslag.

4.8.      Het voorgaande betekent dat de kamer de klacht tegen de notaris ongegrond zal verklaren.
 

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

  • verklaart de klacht voor zover deze betrekking heeft op het handelen van [A] en [B] niet-ontvankelijk;
  • verklaart de klacht tegen de notaris ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. I.C.J.I.M. van Dorp, voorzitter, mrs. T.P. Hoekstra, M.R.H. Goossens, T.A. Dantuma en A.J.H.M. Janssen, leden, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.

De secretaris

 

de voorzitter

     
 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

     

[1] Bijlage 5 van de notaris.

[2] De brief van klager aan [A] onder vermelding van “Aansprakelijkheidsstelling en Schadeclaim”.

[3] Artikel 4:144 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.

[4] Artikel 4:151 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.