Zoekresultaten 12801-12850 van de 47477 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126b
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:65
Klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen een huisarts. De klacht is verjaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-176
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:59
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Het College is van oordeel dat het niet van goede zorg getuigt dat beklaagde de patiënte heeft verteld dat zij een andere huisarts moest zoeken toen de patiënte beklaagde had gevraagd langs te komen vanwege toegenomen pijnklachten (rugpijn en oedeem aan benen). Indien beklaagde van mening was dat zij de patiënte niet meer kon behandelen vanwege een verstoring in de communicatie met de kinderen van haar patiënte, had zij hierover tenminste op een ander moment contact op moeten nemen met de patiënte; niet op het moment waarop de patiënte om medische hulp vroeg. Dat geldt temeer nu het om een kwetsbare patiënte ging. De patiënte mag bovendien niet de dupe worden van problemen in de communicatie met haar kinderen. Hoewel in dit geval niet kan worden vastgesteld dat op het moment waarop de patiënte belde sprake was van spoed en beklaagde ook op de klachten van patiënte heeft gereageerd door meer pijnstilling voor te schrijven zou het, bezien vanuit goed hulpverlenerschap, beter zijn geweest om haar - net voor het weekend - toch te bezoeken. Het handelen van beklaagde is daarmee niet voldoende zorgvuldig en valt buiten de bedoelde grenzen van een behoorlijke beroepsuitoefening. Klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-227/DB/OB
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:89
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij niet onvankelijk wegens het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet genoemde termijn.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-126a
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:66
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klacht deels verjaard. Klager verwijt beklaagde in feite dat hij niet heeft begrepen dat klager een hulpvraag wilde stellen. Het College kan op grond van het dossier niet vaststellen dat beklaagde in 2011 onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van hetgeen klager heeft verteld over zijn verleden. Ook kan niet worden vastgesteld dat beklaagde dit gesprek ten onrechte heeft opgevat als een gesprek over het verleden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-160
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:60
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Het College komt tot het oordeel dat de huisarts klaagster te laat naar de uroloog heeft verwezen. De huisarts heeft onvoldoende onderkend dat microscopische hematurie (onzichtbaar bloed in de urine) ook hematurie is. De persisterende microscopische hematurie zonder tekenen van infectie was een indicatie voor verwijzing naar een uroloog. Nu die verwijzing pas in juni 2020 heeft plaatsgevonden, heeft de huisarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld. Uit het dossier blijkt dat de huisarts steeds urineonderzoek heeft ingezet en soms ook bloed- en lichamelijk onderzoek, dat er een SOA-test is gedaan, dat er geregeld consulten hebben plaatsgevonden en dat er medicatie is voorgeschreven. Het College kan daarom niet – los van de te late verwijzing – vaststellen dat de huisarts klaagster of haar klachten niet serieus zou hebben genomen. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-289/DB/OB
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:90
Het staat een advocaat vrij om op grond van de door zijn (aspirant) cliënt aan hem verstrekte en uit openbare registers verkregen informatie een analyse van een zaak heeft op te stellen. Verweerder mocht bij het opstellen van de analyse afgaan op de juistheid van de door zijn (aspirant) cliënten verkregen informatie. Niet gebleken dat de advocaat zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van afpersing, smaad en laster.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-115b
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:61
Kennelijk ongegronde klacht tegen een longarts. Beklaagde heeft gesteld dat hij klager heeft uitgelegd dat bij een pleurodese (plakken van een long) de beide longbladen aan elkaar worden geplakt met als doel dat daarna een klaplong aan de desbetreffende kant niet meer kan ontstaan. Dit gaat bijna altijd gepaard met een pijnlijk, zeurend gevoel aan de kant van de operatie. Dit gevoel kan korter of langer duren. Klager is daarom verwezen naar het longrevalidatieprogramma. Het College volgt de uitleg en de toelichting van beklaagde dat de klachten van klager zijn ontstaan door de ontwikkeling van de COPD en de longoperaties en dat er geen verband is tussen de problemen in het maag/darmstelsel en de operaties uit 2018. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:101 Raad van Discipline Amsterdam 20-647/A/A
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 18-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:101
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-324/DB/LI/W
- Datum publicatie: 18-05-2021
- Datum uitspraak: 17-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:91
Verzoek tot wraking deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/65
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:11
Klaagster verwijt de notaris (kort gezegd) dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het testament van erflater. Bij dat testament heeft erflater klaagster, met wie hij een niet-geformaliseerde LAT-relatie had, tot zijn enige erfgename benoemd. De kamer overweegt dat op een notaris een zwaarwegende zorgplicht rust om al datgene te verrichten wat nodig is voor het intreden van de rechtsgevolgen die zijn beoogd met de rechtshandeling. De wensen van een testateur dienen te worden geïnventariseerd en overeenkomstig de bedoeling dient een uiterste wilsbeschikking te worden geredigeerd. Het is daarbij aan de notaris om de testateur te wijzen op de gevolgen van de wijze waarop diens laatste wil in een uiterste wilsbeschikking wordt vastgelegd. Mede gelet op het vertrouwen dat de deelnemers aan het rechtsverkeer moeten kunnen stellen in een notariële akte, geldt deze verplichting jegens alle belanghebbenden - waaronder klaagster - en niet slechts jegens de partijen bij de in de notariële akte opgenomen rechtshandelingen. Vast staat dat de notaris bekend was met het feit dat erflater en klaagster een niet-geformaliseerde LAT-relatie hadden en dat zij dus niet werden aangemerkt als partners in de zin van de Successiewet 1956 (hierna: Sw). Op grond van artikel 32 lid 1 sub 4 onder a Sw is tot een aanzienlijk bedrag vrijgesteld hetgeen wordt verkregen door een partner in de zin van die wet en valt het vrijgestelde bedrag voor iemand (zoals klaagster) die wordt aangemerkt als overige verkrijger in de zin van artikel 32 lid 1 sub 4 onder f Sw daarbij in het niet. De zwaarwegende zorgplicht van een notaris brengt naar het oordeel van de kamer mee dat de notaris in het onderhavige geval zich een globaal beeld van de financiële situatie van erflater had dienen te vormen en erflater had moeten wijzen op de voor klaagster te verwachten hoge heffing aan erfbelasting, als gevolg van het feit dat zij niet werd aangemerkt als partner in de zin van de Sw. De notaris heeft ter zitting te kennen gegeven dat zij niet bekend was met (de omvang van) het vermogen van erflater en zij heeft niet aangetoond dat ze met erflater heeft gesproken over de gevolgen van de niet-geformaliseerde LAT-relatie voor de erfbelasting. Het betoog van de notaris dat aan haar slechts een beperkte opdracht - namelijk een kleine aanpassing van het eerdere testament van erflater, bestaande uit het opnemen van een legaat in erflaters testament - is gegeven en de erfstelling niet is gewijzigd, ontslaat haar niet van het nakomen van eerder genoemde zwaarwegende zorgplicht. De klacht wordt gegrond verklaard en aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/70
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:12
De vader en twee broers van klaagsters werkten in maatschapsverband samen met het oog op de gezamenlijke exploitatie van een agrarische onderneming. Ter voorbereiding op de algehele terugtrekking van vader uit de maatschap hebben de broers en/of vader een adviseur ingeschakeld, die vervolgens een beroep heeft gedaan op de notaris. De notaris heeft - met gebruikmaking van de door vader en de broers getekende volmachten - op 23 december 2016 twee akten van levering gepasseerd. Bij de ene akte heeft vader bedrijfsgebouwen en landerijen geleverd aan de broers, zulks ieder voor de onverdeelde helft. In de akte staat vermeld dat de tegenprestatie door de broers is voldaan door verrekening. Bij de andere akte heeft vader een woning geleverd aan één van de broers. Ook in die akte staat vermeld dat de koopprijs is voldaan door interne verrekening. Klaagsters verwijten de notaris (kort gezegd) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van de twee akten van levering. De onzorgvuldigheid zit hem volgens klaagsters in het volgende. De notaris heeft naar vader toe niet voldaan aan zijn informatie- en waarschuwingsplicht. De notaris heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van vader. De notaris heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de in de akten van levering opgenomen tegenprestaties en de wijze waarop die tegenprestaties precies zijn voldaan. De kamer verklaart de klacht gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris met zijn handelwijze zijn kerntaken als notaris heeft veronachtzaamd. Notariële kernwaarden als ‘onafhankelijkheid’, ‘onpartijdigheid’ en ‘zorgvuldigheid’ zijn door de notaris op ernstige wijze geschonden. Bij de totstandkoming van de akten van levering heeft de notaris niet aan zijn zorg-, voorlichtings- en onderzoeksplicht voldaan. De notaris heeft niet met de in dit geval vereiste hoge mate van zorgvuldigheid onderzocht of vader, die op leeftijd was en samenwoonde met broer 2, zijn wil vrij kon vormen en uiten. De notaris heeft geen oog gehad voor de kwetsbare positie van vader, laat staan dat hij zijn handelen daarop heeft afgestemd. Door enkel en alleen af te gaan op de informatie van de adviseur en de broers (de broers zijn samen nota bene direct belanghebbenden bij één van de akten en broer 2 is ook direct belanghebbende bij de andere akte), heeft hij zich niet kritisch opgesteld ten opzichte van diensten die van hem werden verlangd. De kamer is van oordeel dat de notaris door zijn handelwijze niet heeft gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt en de belangen van vader ernstig heeft veronachtzaamd. Daarmee heeft de notaris voor klaagsters het vertrouwen in het notariaat schade toegebracht. De kamer legt aan de notaris de maatregel op van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/68
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:13
Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig, afhankelijk en partijdig heeft gehandeld. De klacht, die uit meerdere onderdelen bestaat, heeft betrekking op de door de notaris gepasseerde huwelijksvoorwaarden van vader en zijn tweede echtgenote en op de werkzaamheden die de notaris na vaders overlijden heeft verricht. De kamer heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze ziet op het verzoek om (schade)vergoeding en heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/72 en 73
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:9
Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat zij onzorgvuldig, afhankelijk en partijdig hebben gehandeld bij de overdracht van de woning en de garages, die in eigendom toebehoorden aan klager en zijn ex-echtgenote. De meeste klachtonderdelen worden niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze (ruim) na het verstrijken van de vervaltermijn van drie jaren (artikel 99 lid 21 Wna) bij de kamer zijn ingediend. Eén klachtonderdeel, dat betrekking heeft op de uitbetaling van de onder de notaris gedeponeerde tegoeden, wordt ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/67
- Datum publicatie: 17-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:10
Klagers verwijten de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht valt uiteen in een aantal onderdelen, maar heeft in de kern betrekking op de wijze waarop de notaris het verzoek van klagers om een afschrift van stukken uit het hypotheekdossier heeft afgehandeld. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Ten aanzien van het door de notaris gedane beroep op haar geheimhoudingsplicht heeft de kamer onder meer overwogen dat er geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat de notaris, die: - het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen en ook met betrekking tot hetgeen vóór haar ambtsperiode werd toevertrouwd en aan de bij haar protocol behorende archieven werd toegevoegd een geheimhoudingsplicht heeft; - in het kader van haar geheimhoudingsplicht een zorgvuldige afweging heeft willen maken en daarvoor ook tot viermaal toe advies heeft ingewonnen bij het Notarieel Bureau; en - mede op grond van de adviezen van het Notarieel Bureau tot de conclusie is gekomen dat niet het gehele hypotheekdossier aan klagers kan worden verstrekt, zich in de gegeven omstandigheden ten onrechte op haar geheimhoudingsplicht jegens klagers beroept. Bij dit oordeel weegt mee dat het ambtsgeheim niet beperkt is tot datgene wat zijn weerslag in een akte vindt. Ook hetgeen aan de oud-notaris schriftelijk of mondeling door derden is meegedeeld, valt in beginsel onder de geheimhouding, evenals de door de oud-notaris gemaakte aantekeningen van gedachtewisselingen met anderen dan klagers. De kamer is van oordeel dat het weliswaar beter was geweest als de notaris klagers had uitgelegd waarom sommige dossierstukken voor haar ten opzichte van klagers onder de geheimhoudingsplicht vallen en dat zij daarom niet het gehele hypotheekdossier aan klagers kan verstrekken, maar het ontbreken van deze concrete uitleg is van onvoldoende gewicht om de notaris hierover een tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:95 Raad van Discipline Amsterdam 29-940/A/NH
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:95
De klacht is ongegrond: er is geen sprake van een geheimhoudingsplicht die is geschonden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:96 Raad van Discipline Amsterdam 20-710/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:96
gegrond dekenbezwaar en oplegging van een waarschuwing. Verweerder heeft zijn tekort aan opleidingspunten niet tijdig ingehaald.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:97 Raad van Discipline Amsterdam 20-637/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:97
Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij niet of nauwelijks heeft gereageerd op (de e-mails van) de advocaat van klager, dat hij zonder voorafgaande aankondiging of sommatie ten laste van klager beslag heeft gelegd op zijn aandeel in de overwaarde van de woning en dat hij een onjuiste mededeling aan de deurwaarder heeft gedaan. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden. De raad rekent het verweerder aan dat hij ten aanzien van het onaangekondigde beslag verwijst naar een advies van zijn patroon, waarmee verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid als advocaat miskent.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.298
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:103
Klacht tegen verpleegkundige. Verweerder is als verpleegkundige werkzaam bij de medische dienst van de instelling waar klaagster woont. Medio 2018 heeft hij klaagster gezien in verband met een dikke, opgezette rechterhand. Verweerder constateerde geen afwijkingen en adviseerde klaagster koelen, pijnstilling en de hand hooghouden. Toen klaagster na ruim een maand pijn bleef houden, heeft de huisarts een röntgenfoto aangevraagd en is een fractuur van de hand vastgesteld. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij de klachten van klaagster aan haar rechterhand niet goed heeft behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2021:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/243
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 14-05-2021
- ECLI:NL:TGZRAMS:2021:57
Klacht van vader tegen huisarts. Vader vindt dat de huisartsenpraktijk hem onvoldoende op de hoogte heeft gehouden van belangrijke ontwikkelingen over zijn dochter. Klacht kennelijk ongegrond. De aangeklaagde huisarts heeft de dochter slechts eenmaal gezien. Er was toen geen sprake van een ingrijpende beschadiging of behandeling en verweerder. De dochter was samen met haar moeder, die eveneens het gezag heeft, bij de huisarts. Voor het overige is niet gebleken dat aan de vader informatie is onthouden. Ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:98 Raad van Discipline Amsterdam 20-640/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:98
Klacht over de eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een beroepstermijn ongebruikt te laten verlopen. Hiermee heeft hij de zorgvuldigheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet geschonden. De raad acht de maatregel van berisping passend en geboden. Hierbij weegt mee dat verweerder er geen blijk van geeft dat hij achteraf inziet dat op hem als advocaat de verantwoordelijkheid rust om een lopende beroepstermijn veilig te stellen, ook als het voor verweerder mogelijk (nog) onzeker is of hij de gevraagde rechtshulp zal verlenen. Om deze reden acht de raad een berisping meer op zijn plaats dan een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.044
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 09-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:104
Klaagster heeft diabetes mellitus type 2 en is onder behandeling bij een huisartsenpraktijk waar de aangeklaagde als praktijkondersteuner en diabetesverpleegkundige werkzaam is. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij klaagsters medicatie (metformine) van 4 maal daags naar 1 maal daags heeft verlaagd, waardoor de wortels van haar tanden zijn aangetast. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:99 Raad van Discipline Amsterdam 20-795/A/A 20-796/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:99
Klacht van voormalig advocaat over zijn voormalig patroon en voormalig kantoorgenoot ongegrond. Niet is gebleken dat klager is misleid bij het aangaan van de stageovereenkomst. Ook niet gebleken dat patroon tekort is geschoten in zijn begeleiding.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.247
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:105
Klacht tegen een huisarts. Klager is twee keer door de (waarnemend) huisarts gezien met buikpijn. Bij een derde contact, dit keer met de HAP, is klager doorgestuurd naar de spoedeisende hulp, waar hij diezelfde dag is geopereerd aan een blindedarmontsteking. Klager verwijt de huisarts dat zij onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, waardoor een verkeerde, onvolledige diagnose is gesteld, en dat de huisarts heeft nagelaten contact met klager op te nemen naar aanleiding van diens ziekenhuisopname. Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat de huisarts bij het komen van de door haar gestelde diagnose niet onzorgvuldig, en dus niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, heeft gehandeld en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:100 Raad van Discipline Amsterdam 20-677/A/A
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 19-04-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:100
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.159
- Datum publicatie: 14-05-2021
- Datum uitspraak: 07-05-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:106
Klacht tegen psychiater werkzaam in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Klager is na een incident voorgeleid bij een rechtbank en na een psychiatrische beoordeling in een PPC geplaatst. Verweerster is werkzaam in het PPC en heeft klager opnieuw beoordeeld en (dwang)medicatie voorgeschreven. De klacht houdt in dat verweerster e en verkeerde of te late diagnose heeft gesteld, verkeerde medicijnen heeft voorgeschreven en onvoldoende informatie heeft gegeven over de behandeling, het risico en eventuele andere mogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:310 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-454
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 14-12-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:310
Raadsbeslissing. De raad constateert dat verweerder artikel 7.7, eerste lid onder b, Voda en gedragsregel 25 heeft geschonden doordat hij met zijn cliënte een resultaatgerelateerd honorarium is overeengekomen. Verweerder heeft daarmee in strijd met de kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit gehandeld. De raad rekent dat verweerder zwaar aan. De raad houdt er bij de oplegging van een maatregel rekening mee dat verweerder onvoldoende inzicht heeft getoond in het ontoelaatbare van zijn handelen. In het voordeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad is - rekening houdend met alle omstandigheden - van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van acht weken passend en geboden noodzakelijk is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:85 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190312 en 190313D
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:85
Dekenbezwaar en klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou in zijn hoedanigheid van bestuurder van klaagster onbevoegd gelden uit het vermogen van klaagster weg hebben gesluisd naar zichzelf, zijn (derdengeldenrekening van zijn) kantoor en naar derden, zonder daarvan een gedegen administratie op te maken of daarover achteraf bij klaagster verantwoording af te leggen. Ook zou verweerder trustdiensten voor klaagster hebben verricht zonder te beschikken over de vereiste vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren 4 (Wtt). Naar het oordeel van het hof heeft verweerder zichzelf ten koste van de aan hem toevertrouwde belangen bevoordeeld doordat hij gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om aan zichzelf (of de maatschap waarvan hij deel uitmaakte of een medebestuurder die evenzeer profiteerde van onttrekkingen) geldbedragen over te maken, hetzij als leningen die hij naar eigen believen al dan niet kon aflossen, hetzij als betalingen voor diensten die hij naar eigen zeggen heeft verricht of als privé-opnames die hij al dan niet heeft terugbetaald. Verweerder heeft zijn eigen financiële belangen boven die van de aan hem toevertrouwde belangen van klaagster gesteld en zichzelf daarmee verrijkt ten koste van die belangen. Het hof stelt verder vast dat verweerder tot 2015, dus gedurende meerdere jaren, is opgetreden als trustee. Hij heeft daarvoor niet de benodigde vergunning aangevraagd of gekregen, noch komt hij in aanmerking voor een vrijstelling daarvan. Verweerder heeft op zo ernstige wijze in strijd gehandeld met de van een advocaat te vergen integriteit dat enkel de maatregel van schrapping volstaat. Dat betekent dat zijn beroep ongegrond is en het hof de beslissing van de raad zal bekrachtigen. Schrapping. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-024
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 03-05-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:84
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:86 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200241
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 23-04-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:86
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou zonder overleg met klager of de wederpartij een zeer belangrijk document hebben getoond tijdens het getuigenverhoor. Het hof overweegt dat voorafgaand aan het getuigenverhoor wel degelijk overleg over het inbrengen van de Excelsheet tussen verweerder en klager heeft plaatsgevonden, namelijk – in meer algemene zin - ter zake van ‘de verrassingsaanval’. Klagers verwijt dat verweerder het document niet in zijn geheel aan de getuige heeft voorgehouden als gevolg van het feit dat een gedetailleerder vooroverleg door verweerder achterwege is gelaten, valt naar het oordeel van het hof onder een klachtonderdeel dat reeds gegrond is geoordeeld door de raad. Hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-355
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 18-01-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:85
Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. Gelet op de genoemde omstandigheden is de raad van oordeel dat verweerder in de onderhavige zaak wél in strijd met de letter van Regel 15 Gedragsregels 2018 heeft gehandeld, maar niet in strijd met de geest daarvan. De raad is van oordeel dat verweerder dan ook niet onbetamelijk heeft gehandeld zoals bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en dat zijn handelen daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad verklaart het dekenbezwaar ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:309 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-024
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:309
Voorzittersbeslissing. Een klacht over de eigen advocaat wordt door de voorzitter kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:86 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-788
- Datum publicatie: 13-05-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:86
Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar over het op een onjuiste wijze aanwenden van de derdengeldrekening (deels) gegrond. De raad ligt een berisping op.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:32 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/679893 / DW RK 20/73
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:32
Beslissing op verzet. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij misbruik maakt van zijn titel en zijn macht door te dreigen met een beslag tegen de wet in. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-113/DH/DH
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:66
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft nagelaten belangrijke informatie en afspraken over de voortgang van de zaak en het benodigde getuigenbewijs schriftelijk vast te leggen, waardoor de raad ervan uit gaat dat verweerder klaagster daarover onvoldoende heeft geïnformeerd. Verweerder lijkt onvoldoende inzicht te hebben in het belang van schriftelijke vastlegging van belangrijke informatie en gemaakte afspraken. Klachtonderdelen over bereikbaarheid, kans inschatting en overname toevoeging ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:33 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/676678 / DW RK 19/654
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:33
Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het exploot op het adres, zoals dit in de Brp stond geregistreerd, te betekenen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/17
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:14
Klacht tegen een forensisch arts van de GGD, in verband met het o.a. stellen van een onjuiste diagnose en het advies om beklaagde in een cel met cameratoezicht te plaatsen en alleen ‘veilig voedsel’ te verstrekken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-034/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:67
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat grotendeels gegrond. Verweerder heeft klaagster niet voldoende en niet tijdig geïnformeerd over de inhoud van haar zaak, alsmede over de financiële aspecten ervan. Ook heeft verweerder een levensverzekering willen afsluiten met hem als begunstigde, hetgeen de raad onbehoorlijk en zeer kwalijk acht.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:34 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/686393 / DW RK 20/334
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:34
Beslissing op verzet. Het vonnis is leidend voor de betalingsverplichting van klager. De door klager aangehaalde jurisprudentie betekent niet dat een fout in een exploot zoals hier aan de orde deze betalingsverplichting doet verdwijnen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-153/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:68
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat in een strafzaak over de wijze van bijstand en de onttrekking kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-890/DB/OB
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:82
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft zijn advies aan klaagster met daarin gevoelige informatie en een negatief procesadvies heeft verzonden naar het adres van de ex-echtgenoot van klaagster. Het verzenden van een vertrouwelijke, voor de cliënte bestemde, brief naar het adres van de wederpartij, levert handelen op dat in strijd is met de kernwaarde vertrouwelijkheid zoals vastgelegd in artikel 10a lid 1 sub e Advocatenwet en gedragsregel 3. Daarnaast is deze gedraging in strijd met de zorgvuldigheid die de advocaat op grond van de gedragsregels 1 en 12 bij de behandeling van de hem opgedragen zaken dient te betrachten. Aldus heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-152/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:69
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende onderbouwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-910/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:83
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening ongegrond. Niet gebleken dat verweerster geen goede kwaliteit heeft geleverd doordat zij hoge kosten in rekening heeft gebracht maar geen resultaat heeft behaald, foute berekeningen heeft gemaakt en klaagster zelf berekeningen heeft moeten maken, noch dat zij over de zaak niet of te laat aan klager is teruggekoppeld, noch dat de zaak zonder toestemming aan verweerster is overgedragen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:93 Raad van Discipline Amsterdam 21-206/A/A
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:93
Toewijzing verzoek 60b Advocatenwet. De raad is van oordeel dat verweersters kwaliteit (ver) onder de maat is en daarnaast heeft verweerster de RvR de afgelopen jaren – en nog steeds – nodeloos in het goed functioneren belemmerd. Verweerster is niet in staat gebleken de praktijk uit te oefenen in overeenstemming met de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit/betamelijkheid. De gevraagde schorsing en voorziening (‘juridisch contactverbod’) worden toegewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:30 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683303 / DW RK 20/196
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:30
Er is beslag op de bankrekening van klager gelegd zonder hem op de hoogte te brengen van de reactie van de opdrachtgever op het betalingsvoorstel van klager, terwijl dit wel was toegezegd. Verder acht de kamer het gelet op de formulering in het exploot begrijpelijk dat klager er vanuit ging dat hij met het betalingsvoorstel en tevens het instellen van hoger beroep niet langer aan het bevel tot (onmiddellijke) betaling hoefde te voldoen. Klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond. Klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 2 gegrond. Maatregel van berisping opgelegd en tevens veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-911/DB/LI
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:84
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder had voortvarender kunnen overdragen, maar niet is gebleken dat klager nadeel heeft ondervonden door de opgetreden vertraging. Van excessief declareren is voorts niet gebleken. Verweerder heeft uitdrukkelijk betwist dat hij van klager de opdracht heeft gekregen en aanvaard om hem bij te staan dan wel te adviseren in de schadevergoedingskwestie met twee deurwaarders. Uit de aan de raad overgelegde stukken is ook niet van een dergelijke opdrachtaanvaarding gebleken. Het verwijt dat verweerder in de schadevergoedingskwestie ten onrechte niets heeft ondernomen mist dan ook feitelijke grondslag. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:70 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-129/DH/RO
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 12-05-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:70
Voorzittersbeslissing. Klacht over onder meer de onttrekking van de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:31 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683814 / DW RK 20/213
- Datum publicatie: 12-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:31
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het vonnis, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, te executeren. De gerechtsdeurwaarder hoefde na de inhoudelijke reactie van de gemachtigde van klager geen (nadere) termijn te bieden voor vrijwillige nakoming van het verschuldigde bedrag. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-097b
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:56
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verloskundige. Het College overweegt dat er voor de verloskundige goede redenen waren om zich zorgen te maken over het eetpatroon en de (mogelijke) effecten daarvan op de gezondheidstoestand van het gezin, in het bijzonder de kinderen, de (nog ongeboren) baby en klaagster. Daarnaast vormde het tekort aan ijzer bij klaagster daadwerkelijk een gevaar als klaagster bij de bevalling erg zou gaan bloeden. Uit het dossier blijkt dat de verloskundige een eventuele melding aan Veilig Thuis tevoren met klagers heeft besproken en heeft aangekondigd dat, als de huisarts en het consultatiebureau de zorg van de verloskundige en haar collega zouden delen, tot die melding zou worden overgegaan. Zij werd daarbij gesteund door haar collega. Daarmee heeft de verloskundige gehandeld volgens de toepasselijke meldcode “Huiselijk geweld en kindermishandeling” en ingevolge die meldcode behoorde het ook tot haar professionele verantwoordelijkheid om zo te handelen. Zij mocht de melding dus niet achterwege laten. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/33
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 11-05-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:13
Klacht tegen huisarts. Klager verwijt zijn vorige huisarts dat zij niet zou hebben meegewerkt aan een correcte en juiste dossieroverdracht aan zijn nieuwe huisarts. Zij zou hebben geweigerd bepaalde zaken in het medisch dossier te corrigeren. Daarnaast is beklaagde over klager benaderd door de GGD en heeft ze hierover niets tegen hem gezegd. Het college overweegt over het eerste verwijt dat de correctieverzoeken zijn gedaan nadat het dossier al was overgedragen. Beklaagde kon na de overdracht geen wijzigingen meer aanbrengen, nog daargelaten of de gewenste wijzigingen juist zouden zijn. Daarnaast heeft beklaagde klager niet ingelicht over het contact met de GGD, omdat zij tijdens het bewuste gesprek geen informatie over klager heeft verstrekt. Het college verklaart bij deze stand van zaken beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-121/DB/OB
- Datum publicatie: 11-05-2021
- Datum uitspraak: 10-05-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:86
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond. Het meest verstrekkende verweer van verweerder luidt dat klaagster niet in de klacht kan worden ontvangen omdat niet zij, maar haar moeder, verweerders cliënte is geweest, zodat klaagster niet over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder kan klagen. De raad volgt verweerder niet in dat verweer. Klaagster heeft met de door verweerder voorgestelde aanpak ingestemd en verweerder is conform de door hem voorgestelde aanpak overgegaan tot indiening van het verzoek namens de moeder. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, zodat geen voorlopige voorziening is getroffen en geen voorlopige door de vader aan klaagster te betalen bijdrage is vastgesteld. Omdat tussen de door verweerder geadviseerde aanpak en klaagsters (financiële) belangen een voldoende rechtstreeks verband heeft bestaan, is de raad van oordeel dat klaagster wel in haar klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat verweerder correct en volledig heeft geadviseerd over de te volgen strategie, terwijl vast staat dat de rechtbank het verzoek, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie en als niet steunend op de wet, heeft afgewezen. De raad is van oordeel dat verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand en advisering, ten gevolge waarvan klaagster in haar (financiële) belangen is geschaad. De klacht is dan ook gegrond. Omdat de raad in de eveneens vandaag gegeven beslissing in de klachtzaak met kenmerk 20-879/DB/OB reeds de maatregel van waarschuwing aan verweerder heeft opgelegd, ziet de raad af van het voor het in de onderhavige klachtzaak gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt opleggen van een maatregel.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 256
- Pagina: 257
- Pagina: 258
- ...
- Pagina: 950
- Volgende pagina zoekresultaten