Zoekresultaten 12801-12850 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-445/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Klacht over het informeren van klaagstergegrond, nu schriftelijke vastlegging ontbreekt. Klacht voor het overige ongegrond, nu een en ander niet kan worden vastgesteld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 164/2020

    Klaagster verwijt beklaagde dat hij het recht op informatie en toestemming heeft geschonden. Ook zou hij klaagster lichamelijk hebben verminkt. Het college vindt voor de verwijten van klaagster geen steun in het dossier en oordeelt dat beklaagde preoperatie uitleg heeft gegeven over de ingreep en over hetgeen tijdens de operatie zou plaatsvinden. Voorts zijn mogelijke risico’s – zoals recidiefkans, ontsteking van het kunststofmatje en fisteling – met klaagster besproken. Tevens acht het college de toegepaste operatie verdedigbaar aangezien dit de meest passende en geboden operatietechniek was. De beoordeling of beklaagde een onrechtmatige daad heeft gepleegd behoort verder niet tot de bevoegdheid van het college. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:193 Raad van Discipline Amsterdam 21-382/A/A

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Niet is in geschil dat een kantoorgenoot van verweerder € 4,- te weinig aan griffierecht heeft voldaan waardoor de rechtbank het beroep van klager niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verweerder is als opdrachtnemer (tuchtrechtelijk) verantwoordelijk voor het optreden van zijn kantoorgenoot. Gelet op de omstandigheden van dit geval is de raad van oordeel dat met de menselijke vergissing van de kantoorgenoot er geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten van verweerder zelf.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-309/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Klachtonderdeel over het achter de rug van klaagster om akkoord gaan met een voorstel ongegrond, omdat dit niet uit het dossier blijkt. Klachtonderdeel over het laten verstrijken van de vervaltermijn voor het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst gegrond. Verweerder stelt dat is overeengekomen geen dergelijk verzoekschrift in te dienen, maar heeft nagelaten dit schriftelijk vast te leggen, wat voor zijn risico komt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:194 Raad van Discipline Amsterdam 21-595/A/A

    Klacht tegen de advocaat in zijn hoedanigheid van deken is kennelijk ongegrond. Dat verweerder het verzoek van klager om de benaming woekerpolis te vervangen voor “levensverzekering met een vastgesteld eindkapitaal” niet heeft gehonoreerd, maakt onder de gegeven omstandigheden niet dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 165/2020

    Het college oordeelt dat reeds door een collega van beklaagde preoperatief over de behandeling en de complicaties van de operatie was gesproken. Beklaagde mocht er dan ook vanuit gaan dat klaagster toestemming had gegeven voor de operatie en preoperatief mocht volstaan met het geruststellen van en wekken van vertrouwen bij klaagster. Voorts volgt uit het medisch dossier dat klaagster ook is geïnformeerd over de risico’s, alternatieve behandelingen en het beloop van de tweede operatie. De overige klachtonderdelen falen, omdat deze niet door het college kunnen worden vastgesteld en niet nader door klaagster worden onderbouwd. Voorts behoort de beoordeling of beklaagde een onrechtmatige daad heeft gepleegd niet tot de bevoegdheid van het college. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:57 Accountantskamer Zwolle 21/103 Wtra AK

    Klacht tegen accountant die rapportage heeft opgesteld in het kader van een bibob-onderzoek. Klacht gegrond. Oplegging maatregel van berisping. Betrokkene heeft door af te zien van het horen van klagers gehandeld in strijd met Handreiking 1112. Betrokkene heeft in zijn rapportage ten onrechte vermeld dat te weinig omzet was verantwoord en dat te weinig vennootschapsbelasting was betaald. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2242-A2021/035A

    De aangeklaagde psychiater heeft, tezamen met een psycholoog, een Pro Justitia-rapportage over klager uitgebracht. Klager verwijt de psychiater met name dat hij 1) vooringenomen en niet onafhankelijk is geweest, 2) niet de gedragscode in acht heeft genomen, 3) een verkeerd beeld van klager heeft neergezet, waardoor hij TBS heeft gekregen, 4) onwaarheden heeft verkondigd en 5) nagelaten heeft medisch onderzoek te doen. De psychiater heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:195 Raad van Discipline Amsterdam 21-596/A/A

    Klacht tegen de advocaat in zijn hoedanigheid van bijzondere curator in een afstammingsprocedure is kennelijk ongegrond. Verweerster heeft met haar advies en opmerkingen aangaande klager de ruime mate van vrijheid die zij heeft om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen niet overschreden en derhalve daarmee niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 166/2020

    Klaagster verwijt beklaagde dat hij ten onrechte het middel Constella niet heeft voorgeschreven. Het college volgt echter het verweer van beklaagde dat de medicatie ten tijde van het handelen nog niet werd vergoed door de zorgverzekeraar en oordeelt dat beklaagde er niet van op de hoogte had hoeven zijn dat dit middel op een later moment vergoed zou worden. De overige klachtonderdelen zijn niet door klaagster onderbouwd en kunnen derhalve niet slagen. Met betrekking tot het afschrift van de Turkse arts heeft het college vastgesteld dat hiervan een kopie aanwezig was in het medisch dossier en derhalve is ook dat klachtonderdeel kennelijk ongegrond. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2220-A2021/015a

    Klaagster, verblijvende in een penitentiaire instelling, verwijt verweerster, psychiater, onder meer dat zij ten onrechte een verklaring heeft afgegeven ten behoeve van een dwangbehandeling. Volgens klaagster is de verklaring vals en is dwangmedicatie niet nodig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2230-A2021/015b

    Klaagster, verblijvende in een penitentiaire instelling, verwijt verweerster, psychiater, dat zij ten onrechte (als niet behandelend psychiater) een verklaring heeft afgegeven ten behoeve van een dwangbehandeling. Volgens klaagster is verweerster partijdig omdat zij bevriend is met haar behandelend psychiater en bevat de verklaring onjuistheden. Bovendien is dwangmedicatie volgens klaagster niet nodig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-740

    Klacht tegen verweerder die als advocaat in zijn eigen arbeidsrechtelijke zaak tegen klaagster heeft opgetreden. Verweerder heeft een niet-geanonimiseerde beschikking van de kantonrechter in deze zaak zonder toestemming van klaagster verspreid onder de leden van een vereniging van arbeidsrechtadvocaten. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de zeer vertrouwelijke gegevens van klaagster zonder haar toestemming onder een ruime kring van geadresseerden te verspreiden. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.184

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Ten behoeve van patiënte, de echtgenote van klager, is een mentorschap ingesteld. Klager heeft de klacht zonder instemming van de mentor ingediend, zodat het Regionaal Tuchtcollege hem niet-ontvankelijk heeft verklaard in de klacht. Nadien wordt de mentor ontslagen en stelt klager beroep in. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat het Regionaal Tuchtcollege klager terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in de klachten met betrekking tot de behandeling van patiënte, omdat wordt getoetst op het moment van indiening van de klacht. Ten aanzien van de klacht dat de specialist ouderengeneeskunde zijn positie heeft misbruikt om onafhankelijk mentorschap af te dwingen overweegt het Centraal Tuchtcollege dat klager hier een zelfstandig klaagrecht toekomt, omdat het de samenwerking en de communicatie tussen klager en de specialist ouderengeneeskunde betreft. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-741

    Raadsbeslissing. Klager staat als gemachtigde twee personen bij in een klachtprocedure tegen verweerster. Klager klaagt er over dat verweerster kantoor houdt op meerdere locaties De raad is van oordeel dat niet vast is komen te staan dat verweerster in meerdere arrondissementen en op meerdere locaties kantoor houdt. Met klager is de raad wel van oordeel dat de door hem aangehaalde tekst op de website van verweerster voor verwarring zou kunnen zorgen. De raad is echter van oordeel dat deze onduidelijkheid op haar website – mede gelet op het feit dat klager hierdoor geen enkel nadeel heeft ondervonden - te gering van betekenis en van onvoldoende gewicht om daaraan enige tuchtrechtelijke gevolgen te verbinden. Klachtonderdeel ongegrond. Ook twee andere klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.124

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is de dochter van een overleden patiënte die in een woongroep voor ouderen met psychogeriatrische problemen verbleef. Klaagster was als specialist ouderengeneeskunde verbonden aan het woonzorg-centrum en hoofdbehandelaar van patiënte. Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij 1. medicatie heeft voorgeschreven aan patiënte waarvan zij versuft is geraakt met als gevolg dat zij is gevallen en haar heup heeft gebroken, 2. ten onrechte de hartmedicatie stop heeft gezet zonder daarvan melding te maken in het dossier, 3. op cruciale momenten geen actie heeft ondernomen, 4. geen multidisciplinair traject voor de diagnosestelling depressie-delier-dementie heeft ingezet, 5. geen valprotocol in werking heeft gesteld en 6. haar informatieplicht jegens klaagster heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen 1., 3a., 4. en 6 gegrond en legt aan de specialist ouderengeneeskunde de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart in het principaal beroep van klaagster klachtonderdeel 5. alsnog gegrond, omdat de specialist ouderengeneeskunde na het bericht dat patiënte (meerdere keren) was gevallen actie had moeten ondernemen door het maken van een valrisico-analyse, het invullen van het valprotocol of anderszins valbeperkende maatregelen in te stellen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de specialist ouderengeneeskunde dit heeft nagelaten. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt verder het incidenteel beroep van de specialist ouderengeneeskunde.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.266

    Klacht tegen een huisarts. Klager heeft zich met klachten van verkoudheid en keelpijn gewend tot zijn huisartsenpraktijk en is daar achtereenvolgens gezien door drie waarnemend huisartsen. De eerste waarnemend huisarts heeft de waarschijnlijkheidsdiagnose keelontsteking gesteld en antibiotica voorgeschreven. Klager is daarmee gestopt in verband met huiduitslag. Klager ontwikkelde ook oorpijn. Daarna is klager gezien door de beklaagde huisarts. Zij dacht aan een virusziekte met een acute middenoorontsteking als gevolg, schreef ibuprofen voor en stelde een expectatief beleid voor. Na een visite aan huis van klager door de derde waarnemend huisarts werd klager opgenomen in het ziekenhuis. Daar blijkt sprake van een hersenvliesontsteking met empyeem en herseninfarcten. Klager verwijt de huisarts dat zij de verkeerde diagnose heeft gesteld, op basis van klagers klachten op dat moment (onder andere een loopoor met pus, hoge koorts, voorhoofdsontsteking), dat zij klager geen instructie heeft gegeven om terug te komen bij verergering van de klachten, geen antibiotica heeft voorgeschreven/het antibioticabeleid niet aan de orde heeft gebracht en dat zij de medische verslaglegging niet op orde had, gelet op het niet noteren van de afspraak om terug te komen over zes tot acht weken ter beoordeling van het trommelvlies. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht van klager gedeeltelijk gegrond is, legt aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.106

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is de moeder van een onverwachts op jonge leeftijd overleden vrouw. Klaagster verwijt de huisarts van haar dochter schending van zijn beroepsgeheim door het obductierapport dat is opgesteld, te delen met zijn praktijkassistente (tevens zijnde de schoonmoeder van klaagsters dochter). De praktijkassistente heeft vervolgens via haar privé e-mail het rapport toegestuurd aan haar zoon, de partner van klaagsters dochter. Klaagster heeft verder gesteld dat het op deze wijze delen van een obductierapport haar geen goed doet in haar rouwverwerking. De huisarts voert primair een niet-ontvankelijkheidsverweer, inhoudende dat de partner van klaagsters dochter schriftelijk heeft verklaard niet in de stemmen met de door klaagster ingediende tuchtklacht tegen de huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klaagster geen klachtrecht toekomt en haar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.107

    Klacht tegen een dienstdoende huisarts van de HAP. Klaagster is de moeder van een onverwachts op jonge leeftijd overleden vrouw. Klaagster verwijt de huisarts, bij wie de dochter van klaagster zes dagen voor haar overlijden op consult is geweest, nalatig en niet adequaat te hebben gehandeld. Meer in het bijzonder verwijt zij de huisarts de diagnose longembolie te hebben gemist. De huisarts voert primair een niet-ontvankelijkheidsverweer, nu niet is gebleken dat de partner van de dochter van klaagster instemt met de door klaagster ingediende klacht. Secundair meent de huisarts niet onzorgvuldig te hebben gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Klaagster is tegen deze beslissing in beroep gekomen. De huisarts heeft verweer gevoerd en daarbij tevens incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beide beroepen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-716

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Diverse klachten over de dienstverlening van verweerster. Verweerster heeft klagers onvoldoende geïnformeerd over de te volgen strategie en de kansen en de risico’s in de zaak. Ook heeft zij in een van de zaken geen opdrachtbevestiging gestuurd. Verweerster heeft daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde deskundigheid en de gedragsregels. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-725

    Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerster niet heeft onderzocht of klaagster in aanmerking zou komen voor gefinancierde rechtsbijstand. Verweerster heeft daarmee niet voldaan aan gedragsregel 18. Klachtonderdeel gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:144 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210031

    Klacht over kwaliteit van de dienstverlening van eigen advocaat. Hoger beroep verweerder. De zaak draait om een verzekeringskwestie waarbij het standpunt van klager afweek van het standpunt van zijn verzekeraar. Het hof oordeelt dat verweerder had moeten onderkennen dat zijn cliënt een ander standpunt had - of wilde innemen - dan de verzekeraar. Verweerder had zich tijdig moeten vergewissen van de zienswijze van zijn cliënt. Het valt verweerder te verwijten dat hij geen inhoudelijk contact heeft gezocht met klager om diens standpunt te vernemen. Het valt hem daarnaast te verwijten dat hij zich presenteerde als advocaat van klager, maar zich in wezen heeft beperkt tot de rol van de advocaat van de verzekeraar. Dit heeft hij gedaan zonder te onderkennen of na te gaan of sprake was van tegengestelde belangen. Verweerder heeft daarmee de kernwaarde van partijdigheid geschonden. Berisping (i.p.v. waarschuwing) en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:151 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210059

    Klacht tegen eigen advocaat over verstrekking stukken. De raad had deze klacht ongegrond verklaard. De beroepsgronden komen erop neer dat verweerder zich een oordeel aanmatigt over de wils(on)bekwaamheid van klaagster. Het hof ziet op basis van het onderzoek in beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling te komen dan die van de raad. De raad heeft terecht acht geslagen op de precaire familieverhoudingen en met juistheid overwogen dat verweerder prudent diende om te gaan met het verzoek om informatie door (de vertegenwoordigers) van klaagster. Verweerder heeft zich toetsbaar opgesteld en is voortdurend transparant geweest over zijn handelen. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:145 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210035

    Klacht curator. Hoger beroep verweerder tegen ontvankelijkheid klager in zijn hoedanigheid van curator. Het hof overweegt dat voor de vraag of een curator een klachtrecht toekomt, voldoende is dat de curator aannemelijk maakt dat het beklaagde handelen rechtstreeks de belangen van de gezamenlijke schuldeisers raakt of kan raken. De curator heeft in de onderhavige zaak toereikend toegelicht dat de vermogensrechtelijke belangen van de gezamenlijke schuldeisers in het geding waren. Aan de curator komt daarom een klachtrecht toe. Het hof is van oordeel dat de raad klager terecht ontvankelijk heeft verklaard in de door hem ingediende klacht. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:152 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210068

    Klacht over eigen advocaat. Het hof is met de raad van oordeel dat de behandeling van een ontslagzaak door verweerder ver onder de maat is gebleven van hetgeen van een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht en dus in strijd met de kernwaarde deskundigheid. Anders dan de raad rekent het hof verweerder tuchtrechtelijk niet aan dat hij in het eerste korte telefoongesprek met klager over het ontslag op staande voet niet direct over de kosten van rechtsbijstand heeft gesproken. De door de raad opgelegde voorwaardelijke schorsing van 8 weken wordt door het hof gematigd tot 4 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:146 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210034D

    Dekenbezwaar. Beroep verweerder tegen gedeeltelijke gegrondverklaring van een deel van het dekenbezwaar en tegen de opgelegde maatregel. Het hof is van oordeel dat de raad buiten de rechtsstrijd is getreden door over een onderdeel dat niet in het dezenbezwaar naar voren komt te beslissen. Het hof gaat daarom aan dit aspect als niet vallend onder het dekenbezwaar voorbij. Verweerder heeft ten overstaan van de rechter een uitlating gedaan, waarvan hij wist dat deze in strijd was met de waarheid. Daarnaast heeft hij regels omtrent contante betalingen geschonden en heeft hij een ontoelaatbare afspraak gemaakt door met een cliënt een cessie van een letselschadevordering overeen te komen. Deels voorwaardelijke schorsing, proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210046

    In deze zaak bespreekt het hof allereerst het verzoek tot intrekking van het hoger beroep van verweerder, die hij daags voor de uitspraakdatum heeft gedaan. Het hof overweegt dat het tuchtrecht een partijbelangen overstijgend doel dient, namelijk het bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Het hof zal daarom bij de intrekking van een beroep beoordelen of in het concrete geval een zwaarwegend belang vergt dat de zaak wordt voortgezet ondanks de intrekking (vgl de regeling rondom de intrekking van een klacht ex art. 47a advw). In deze zaak overweegt het hof dat hij de kernwaarden toetst en in zoverre de betamelijkheid van het handelen in algemene zin wordt beoordeeld. Deze uitspraak draagt dan ook bij aan de bewaking van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Het belang van verweerder bij intrekking van het beroep - het inmiddels verkregen inzicht in zijn handelen - is daaraan ondergeschikt. Mede gezien het feit dat verweerder als advocaat geacht wordt tijdig zijn procespositie te bepalen, is aan het intrekkingsverzoek voorbijgegaan. Klacht van een advocaat over een advocaat inzake belangenverstrengeling. Het hof neemt aan dat tussen verweerder en klager een advocaat – cliënt relatie heeft bestaan. Gelet op de eerdere advocaat – cliënt-relatie tussen verweerder en klager, de vriendschappelijke verhoudingen, de door klager ervaren aanvankelijk bemiddelende rol van verweerder in het gerezen geschil en de waarschuwing die klager aan verweerder heeft gegeven als verweerder als advocaat tegen hem zou optreden, had verweerder moeten begrijpen dat er redelijke bezwaren aanwezig waren die een voormalig cliënt kan aanvoeren tegen de vertegenwoordiging verweerder voor een wederpartij. Het hof verzwaart de maatregel naar een berisping, omdat sprake is van laakbaar handelen en verweerder onvoldoende inzicht toont in het belang van de kernwaarden, in het bijzonder partijdigheid. Bekrachtiging. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:147 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210123D

    De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard en een voorwaardelijke schorsing van drie weken opgelegd. Verweerster heeft in strijd met inhoud en strekking van de artikelen 6.10 en 6.11 Voda en de kernwaarde integriteit gehandeld door aan haar levenspartner een geheimhoudernummer ter beschikking te stellen en te laten gebruiken. Verder heeft verweerster de op haar rustende geheimhoudingsplicht geschonden, doordat verweerster haar kantoor niet zodanig heeft ingericht dat zij niet kan waarborgen dat de zaken die zij met haar cliënten bespreekt niet ter kennis komen van derden en dus ook niet van haar levenspartner. Het hof is het met de deken eens dat niet kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke maatregel en legt een schorsing op van zes weken, waarvan vier voorwaardelijk, omdat verschillende kernwaarden zijn geschonden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:141 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210086

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Klaagster heeft haar beroepschrift niet binnen 30 dagen ingediend. Het Hof is van oordeel dat de redenen die klaagster hiervoor heeft aangevoerd geen rechtvaardiging vormen voor de termijnoverschrijding. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:148 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210066

    Verweerder is ernstig tekort geschoten in de belangenbehartiging van klaagster. Hij heeft nagelaten haar te informeren over belangrijke omstandigheden en afspraken, heeft gemaakte afspraken niet schriftelijk vastgelegd, heeft klaagster nimmer geadviseerd over de nemen stappen, mogelijkheden en onmogelijkheden van de door verweerder beoogde procedure en haar niet geadviseerd hoe te handelen na ontvangst van een kort geding vonnis. Ook op financieel gebied heeft verweerder klaagster niet geïnformeerd. Tot slot heeft hij (voor de beperkte door hem verrichte werkzaamheden) excessief gedeclareerd. Het hof is van oordeel dat niet kan worden volstaan met de door de raad opgelegde berisping en legt een voorwaardelijke schorsing van zes weken op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:142 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200254

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster had een e-mail die zij aan de rechtsbijstandsverzekeraar stuurde ook aan klager behoren te verstrekken. In de e-mail informeerde zij de rechtsbijstandsverzekeraar over de vertrouwensbreuk en gaf zij de behandeling van de zaak terug. Dit betreft correspondentie over de zaak en behoort tot het dossier. Het hof verklaart de klacht daarom ook in zoverre, anders dan de raad, gegrond. Verweerster heeft daarnaast de kernwaarde vertrouwelijkheid geschonden door de rechtsbijstandsverzekeraar per e-mail en per telefoongesprek in te lichten over de vertrouwensbreuk. Het hof laat de door raad opgelegde waarschuwing in stand.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210108

    Het hof bekrachtigt de niet-ontvankelijkheid van de klacht in hoger beroep. Klager heeft niet duidelijk gemaakt welke feiten en omstandigheden hem op 22 oktober 2019 bekend werden, die hem voorheen niet bekend waren. Ook heeft klager niet kunnen uitleggen waarom hij wél in staat was om verweerder in 2018 aansprakelijk te stellen, maar op dat moment (nog) niet kon klagen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210064

    Klacht over dienstverlening eigen advocaat. De meest vergaande beroepsgrond van verweerder houdt in dat hij niet wist waartegen hij zich diende te verweren. Het hof oordeelt dat van een nieuw klachtonderdeel geen sprake is. Deze beroepsgrond faalt daarom. Verweerder had, nadat het voorlopig getuigenverhoor was gehouden, schriftelijk dienen te adviseren over de proceskansen en de aan een bodemprocedure verbonden aanzienlijke risico’s. Bij dit procesadvies had verweerder de resultaten van het voorlopig getuigenverhoor dienen te betrekken. Verweerder heeft nagelaten dit procesadvies op te stellen. Op verweerder rustte de taak om zoveel mogelijk tot een juiste analyse van de feiten te komen alvorens een procesadvies op te kunnen stellen en een procedure te beginnen. Verweerder heeft de belangen van klaagster niet goed behartigd, waardoor zij onnodig voor hoge kosten is komen te staan. Het hof bekrachtigt de opgelegde maatregel van berisping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210042

    Bekrachtiging van de beslissing van de raad. Verweerster heeft nagelaten klaagster schriftelijk te informeren over de voor- en nadelen van de door haar gevoerde bodemprocedure, eventuele alternatieven voor deze procedure niet onderzocht en aan klaagster voorgelegd. Verweerster heeft niet de juiste aanpak gekozen met de gevoerde bodemprocedure. Schending van de kernwaarde deskundigheid, berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:138 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210048

    Klacht over eigen advocaat. Het hof verklaart de klachtonderdelen met betrekking tot de vaststelling van de opdracht en de prijsafspraak evenals de raad niet-ontvankelijk vanwege het verstrijken van de vervaltermijn. Die afspraken, inhoudende een lumpsum voor bijstand in eerste aanleg en schadestaatprocedure, zijn al in 2015 gemaakt en in 2016 aangepast. Klager was destijds al bekend met de inhoud van de prijsafspraak en het gebrek aan verdere schriftelijke vastlegging. Als hij meende dat mondeling was afgesproken dat verweerder voor diezelfde prijs ook rechtsbijstand in hoger beroep zou verlenen, had hij daarover eerder kunnen (en behoren te) klagen. Wat betreft de klachten over de badinerende houding van verweerder, onvoldoende voortvarend handelen en ondermaatse kwaliteit van de dienstverlening heeft klager zijn verwijten onvoldoende onderbouwd. Bekrachtiging oordeel raad: deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-659

    Klacht over de eigen advocaat ongegrond. Niet is gebleken dat verweerster tekort is geschoten in haar dienstverlening aan klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:139 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200289

    Klacht over eigen advocaat inzake de kwaliteit van de dienstverlening in een letselschadezaak. In beroep stelt klager dat de raad de klachtomschrijving te beperkt heeft geïnterpreteerd. Nu uit het proces-verbaal van de raad blijkt dat maar niet welke klachtomschrijving is voorgehouden, beoordeelt het hof of de klachtomschrijving uit de beslissing van de raad aansluit op de stukken in eerste aanleg. Toepassing vervaltermijn 46g Advwet t.a.v. deel klachtonderdeel. In beroep oordeelt het hof anders dan de raad dat de klacht over de kwaliteit van de dienstverlening ongegrond is. Verweerder heeft bij het hof voldoende gemotiveerd toegelicht dat het dossier zeer arbeidsintensief en complex was en geen medische eindtoestand werd bereikt door klager, waardoor het voor verweerder moeizaam was het causaal verband en de schade aan te kunnen tonen. Verweerder heeft misschien langer dan wenselijk gepoogd te onderhandelen met de verzekeraar, maar die koers blijft binnen de grenzen van de professionele standaard. Verder bekrachtigt het hof het oordeel van de raad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/28 SHE/2020/3

    De notaris is in 2014 benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de ouders van klager. Klager heeft zes klachten tegen de notaris ingediend over (met name) de wijze van vereffening en de gang van zaken rond de tot de nalatenschap behorende woning. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat de zevende klacht die klager tegen de notaris heeft ingediend kennelijk niet-ontvankelijk is omdat klager de grenzen heeft overschreden die redelijkerwijze aan gebruikmaking van het klachtrecht kunnen worden gesteld. Hij heeft deze klacht wegens misbruik van klachtrecht terstond afgewezen. De kamer heeft het verzet van klager tegen deze beslissing van de voorzitter ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-605/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij klagers zaak aan te nemen en klager een eigen bijdrage te laten betalen, alvorens hij overging tot het bestuderen van de stukken en het (negatief) adviseren van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-304/DH/DH

    Klager en verweerder zijn broers die verwikkeld zijn in een conflictueuze afwikkeling van een erfenis. Verweerder bekleedt daarbij de rollen van erfgenaam, advocaat van de erfgenamen, bestuurder van een BV die onderdeel vormt van de nalatenschap. Verweerder is daarnaast enige tijd boedelgevolmachtigde geweest. Op enkele punten heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Verweerder heeft verzuimd om tegemoet te komen aan het verzoek van klager om een specificatie van een declaratie van werkzaamheden die verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat heeft verricht te verstrekken. Gelet op de omstandigheid dat klager in relatie tot de gedeclareerde werkzaamheden de cliënt was van verweerder heeft verweerder op dit punt onzorgvuldig gehandeld. Verweerder heeft daarnaast kosten in rekening gebracht bij de boedel terwijl hij als advocaat wist of moest weten dat hiervoor geen grondslag bestond. Door dit toch te doen heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Verweerder heeft met zijn gedragingen het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld geweld aangedaan. Waarschuwing, rekening houdend met de context van de verweten gedragingen, te weten de conflictueuze afwikkeling van een erfenis, en met de omstandigheden dat verweerder geen tuchtrechtelijke antecedenten heeft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-667

    Klacht tegen advocaat wederpartij. De klacht houdt in dat verweerder het geheimhoudingsbeding in de mediationovereenkomst heeft overtreden door zich in zijn beroepschrift te beroepen op uitlatingen die tijdens de mediation zijn gedaan. De raad kan niet vaststellen of verweerder in zijn beroepschrift meer heeft prijsgegeven van de mediationgesprekken dan was toegestaan op grond van de tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg nadere afspraak hierover en dus ook niet of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtvaar handelen als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/45

    Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijving van klachttermijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-225/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:140 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210251

    Artikel 13 beklag. Klager heeft de deken voor de tweede maal verzocht om aanwijzing van een cassatieadvocaat, nadat de eerder door de deken aangewezen advocaat een negatief cassatieadvies had uitgebracht. Het hof is van oordeel dat de deken dit verzoek terecht heeft afgewezen, vanwege de geringe kans van slagen van een cassatieberoep. Het beklag van klager wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-678

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft op grond van een juridisch onhoudbaar standpunt beslagen onder klaagster gelegd en deze ondanks meerdere gemotiveerde verzoeken daartoe van de advocaat van klaagster niet opgeheven. Verweerster heeft door aldus te handelen de belangen van klaagster onnodig geschaad. Immers, door het handelen van verweerster is klaagster genoodzaakt geweest om advocaatkosten te maken en een kort geding te starten, welke kosten anders onnodig waren geweest. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-157/DH/RO

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over de wijze waarop deze gebruik heeft gemaakt van zijn derdengeldenrekeningen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/81

    Omdat klaagster de klacht tegen de notaris niet (voldoende) heeft geconcretiseerd, terwijl zij evenmin feiten heeft gesteld waar de klacht op is gegrond, is de kamer van oordeel dat de notaris zich niet deugdelijk heeft kunnen verweren tegen de klacht en tegen de (evenmin voldoende geconcretiseerde) ernstige beschuldigingen aan het adres van de KNB die impliciet mede tegen hem zijn gericht. Daarom is de kamer van oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk is. De beantwoording van de vraag of de klacht tijdig is ingediend, kan dan in het midden worden gelaten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-681

    Klacht tegen eigen advocaat. Een advocaat behoort als opdrachtnemer de regie te voeren Dit betekent dat als een advocaat blijkt dat zijn cliënt en hij op verschillende sporen zitten ten aanzien van de afgesproken opdracht, hij zich tot zijn cliënt dient te wenden om navraag te doen naar diens verwachtingen en aan de hand daarvan helderheid dient te scheppen over in hoeverre hij aan deze verwachtingen kan en wil voldoen. Verweerder heeft de zaak echter gedurende langere tijd op zijn beloop gelaten. Klacht deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-110/DH/RO

    Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-615/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht betreft gedeeltelijk een uitsluitend civiele kwestie en dat deel is daarom kennelijk ongegrond. Het andere deel van de klacht is gericht tegen verweerder in hoedanigheid van advocaat van de wederpartij en is ook kennelijk ongegrond.