Zoekresultaten 1-50 van de 46679 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-804/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:23
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-622/DH/DH/D
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:30
Raadsbeslissing. Gegrond dekenbezwaar over kwaliteit van dienstverlening van de advocaat. Over een lange periode zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde interventies hebben niet voorkomen dat in mei 2025 toch weer een vergelijkbare melding over verweerster is ontvangen. Die meldingen gingen met name over het onaangekondigd niet verschijnen op zitting, ook in zaken met een verschijningsplicht, zoals strafzaken tegen minderjarigen. Verder laat de schriftelijke vastlegging aan cliënten te wensen over. Verweerster erkent dat zij hierin tekort is geschoten. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-370/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:24
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:56 Hof van Discipline 's Gravenhage 250171
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:56
Deze uitspraak is een tussenbeslissing. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem in meerdere procedures heeft bijgestaan. Klacht is door de raad deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Gelet op het dossier en het onderzoek ter zitting heeft het hof alvorens een beslissing te kunnen nemen behoefte aan een nadere reactie van de deken op het gevoerde dekenaal onderzoek. Daartoe heeft het hof in deze tussenbeslissing een aantal vragen en opdrachten opgenomen met het verzoek aan de deken hierop te reageren.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-575/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:31
Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerster is tekortgeschoten in die bijstand en heeft de belangen van klager in ernstige mate verwaarloosd. Zij heeft de zaak onvoldoende (met klager) voorbereid, heeft niets schriftelijk vastgelegd en is niet ter zitting verschenen. Ook in hoger beroep heeft zij klager niet gewezen op de gevolgen van het vonnis, waaronder het aflopen van de voorlopige hechtenis. Verweerster toon nauwelijks inzicht in de laakbaarheid van haar handelen. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-407/DH/RO
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:25
Raadsbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht over verklaring die de advocaat het gerechtshof in een artikel 12 Sv procedure heeft afgelegd. De raad kan niet vaststellen dat verweerder (bewust) onjuist heeft verklaard. Van het openbaren van een VSO is geen sprake. Klacht voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:57 Hof van Discipline 's Gravenhage 250160
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:57
Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder een waarschuwing opgelegd, omdat verweerder geen schriftelijke opdrachtbevestiging heeft verzonden en de raad niet kon vaststellen dat tussen verweerder en klaagster een bepaald uurtarief was afgesproken, zodat de raad het ervoor heeft gehouden dat verweerder met klaagster zijn uurtarief niet heeft besproken. In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder ten aanzien van de uitvoering van zijn werkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld en in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid en deskundigheid. Het hof acht het hoger beroep van klaagster gegrond en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/39 en SHE/2025/55
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:23
Verzet tegen voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk. Kamer oordeelt dat verzet één dag te laat is ingesteld en dat termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:48 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-606/AL/GLD
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:48
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-872/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:32
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft uitdrukkelijk betwist dat van een onttrekking in maart 2022 sprake is geweest en het klachtdossier bevat geen brief, e-mail of een ander aanknopingspunt waaruit kan worden afgeleid dat verweerder zich in maart 2022 heeft onttrokken als advocaat van klaagster. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-482/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:26
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (patroon). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid voor onvoldoende afstand te bewaken tot zijn cliënte en de kernwaarde integriteit door de dreigen met het inschakelen van de politie om, tegen klaagsters wens in, toegang te krijgen tot haar privévertrekken. Daarbij heeft verweerder ook zijn advocaat-stagiaire in de situatie gebracht waarin zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hoewel de advocaat-stagiaire daarin ook een eigen verantwoordelijkheid heeft, rekent de raad dit verweerder zwaar aan. De raad weegt ook mee dat verweerder nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:58 Hof van Discipline 's Gravenhage 250069
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:58
Klacht van erfgenaam over advocaat wederpartij. Kantoorgenoten van verweerster hebben in het verleden opgetreden voor de (inmiddels overleden) vader van klager. Tussen klager en zijn broer is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de nalatenschappen van hun ouders. Verweerster heeft in deze kwestie opgetreden als advocaat van de broer van klager. Klager kan als enig erfgenaam van zijn vader niet worden aangemerkt als (oud-)cliënt van het kantoor van verweerster. Van (schijn van) belangenverstrengeling is geen sprake. Verweerster mocht in het partijdig belang van haar cliënt handelen. Verweerster heeft de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid van handelen niet overschreden toen zij haar cliënt adviseerde om een ten laste van klager gelegd conservatoir beslag te handhaven. Verweerster heeft geen op voorhand evident onjuist juridisch standpunt ingenomen en daarom heeft verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nadat later is gebleken dat dit juridisch standpunt onjuist was. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-821/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:33
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsrechtelijk geschil. Diverse verwijten over de proceshandelingen, houding en uitlatingen van verweerster en wijze waarop zij verweer heeft gevoerd tegen de tuchtklacht slagen niet. De raad deels kennelijk onbevoegd, de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-480/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-03-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:27
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (advocaat-stagiaire). Verweerster heeft onvoldoende afstand bewaard tot haar cliënte, waardoor zij het recht op een ongestoord woongenot van klaagster op ontoelaatbare en onevenredige wijze heeft helpen schaden. De raad weegt bij de hoogte van de op te leggen maatregel ook mee dat verweerster in die periode nog advocaat-stagiaire was en zij in de woning aanwezig was in opdracht van haar patroon. Hoewel ook een advocaat-stagiaire verantwoordelijk is voor diens eigen handelen, begrijpt de raad ook dat verweerster hierdoor in een lastige situatie is gebracht waarin zij enerzijds rekening diende te houden met de belangen van haar cliënte en de opdracht die zij van haar patroon kreeg, maar anderzijds ook met de belangen van klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-006/DB/LI
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 17-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:22
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Het vertrouwen in de advocatuur is niet geschaad doordat de deken om een verduidelijking van de klacht heeft gevraagd. Twee andere klachten had zij niet eerder in behandeling kunnen nemen, omdat deze (nog) niet waren ingediend. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-015/DH/DH/D
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:34
Beslissing op 60b-verzoek. De raad ziet in de opstelling van verweerder richting de deken en de ontvangen signalen voldoende zorgen dat verweerder op dit moment niet in staat is om zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen. Mede gelet op verweerders houding ter zitting is het duidelijk geworden dat verweerder geenszins van plan is om medewerking te verlenen aan het onderzoek van de deken. De raad acht schorsing niet proportioneel, maar treft wel voorzieningen om ervoor te zorgen dat verweerder zijn medewerking aan het onderzoek van de deken zal verlenen. Verzoek daarmee deels af- en deels toegewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-532/DH/RO
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:28
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de vertrouwelijkheid van de mediation tussen klager en zijn ex-echtgenote geschonden, zowel in de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep. Verweerster heeft dit erkend. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-806/DH/DH
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 04-02-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:35
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen (aangewezen advocaat). Verweerder heeft geen onjuiste stelling ingenomen: zij gaf uiting aan haar mening dat zij geen voor de beoordeling van de proceskansen relevant dossierstukken heeft ontvangen. Ook met een aanwijzing door de deken is de advocaat niet verplicht om hoe dan ook te procederen. De advocaat moet, mede gelet op de kernwaarde onafhankelijkheid, een eigen afweging maken. Ook van schending van de kernwaarde partijdigheid is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-552/DH/RO
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:29
Raadsbeslissing. Klacht over de stellingname van de advocaat wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich in te scherpe bewoordingen uit te laten over de persoon van klager. Hoewel de persoon van klager een relevant aandachtspunt was, had zij de verwijten op zichzelf staand minder schap kunnen en moeten stellen. Verweerster heeft dit onomwonden erkend en te kennen gegeven dat zij het in het gevolg beter zal doen. Vertrouwen in de advocatuur met een ‘kale’ gegrondverklaring voldoende hersteld. Klacht gegrond, maar geen maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:54 Hof van Discipline 's Gravenhage 250416
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:54
Klager heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline waarbij het verzet van klager tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. De door klager aangevoerde gronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klager kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:21 Raad van Discipline Amsterdam 25-526/A/NH
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:21
Raadsbeslissing. Klacht over een advocaat in een strafzaak. De raad kan op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring echter niet vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De raad begrijpt dat klaagster dat wel zo heeft ervaren en dat zij er een probleem mee heeft dat de kantoorgenoot van verweerder behalve haar ook twee medeverdachten bijstand heeft verleend op het politiebureau, maar van concrete aanwijzingen dat informatie in het strafdossier terecht is gekomen door het delen daarvan door de kantoorgenoot met verweerder is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:28 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:28
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak gedeeltelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:55 Hof van Discipline 's Gravenhage 240295
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:55
Ongegrond verzet tegen voorzittersbeslissing om een klacht tegen de deken niet te verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:22 Raad van Discipline Amsterdam 25-527/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:22
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Van onnodig grievende uitlatingen is geen sprake. De woordkeuze van verweerder past in de context van het geschil tussen partijen en is een reactie op standpunten die door en/of namens klaagster 2 zijn ingenomen over de cliënten van verweerder. Daarbij worden in processtukken en correspondentie over en weer stevige bewoordingen gebruikt en beschuldigingen geuit. Ook geen sprake van mededelingen over onderhandelingen. Aan de rechter mag worden meegedeeld dat schikkingsonderhandelingen zijn gevoerd zolang maar niets over de inhoud daarvan wordt gezegd. Klager 1 en verweerder hebben door hun opstelling ten opzichte van elkaar de toon gezet voor hun onderlinge verhoudingen en daarmee ook voor het geschil tussen hun cliënten. Geen van tweeën lijkt in staat te zijn daaroverheen te stappen. Klacht is in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-700/AL/OV/D
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:46
Dekenbezwaar. Schrapping. Bezwaar tegen een afhechtingsadvocaat. De raad heeft vastgesteld dat verweerder in een zeer groot aantal zaken en gedurende een lange periode ernstig tekort is geschoten in zijn bijstand en daarbij heeft gehandeld in strijd met de kernwaarden partijdigheid, deskundigheid en integriteit. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliënten niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden en hierdoor kan zeker niet worden uitgesloten dat zij in hun belangen zijn geschaad. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. De aard en de ernst van deze feiten rechtvaardigen zonder meer een zeer zware maatregel. Bij de oplegging van de maatregel acht de raad van belang dat (tijdens het onderzoek van de deken en op de zitting van de raad) niet is gebleken dat verweerder beseft dat hij onbetamelijk heeft gehandeld. Verweerder toont geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en hij kiest bewust voor een manier van handelen dat haaks staat op de voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving. Dit beeld van verweerder wordt nog versterkt door het signaal van de rechtbank. Verweerder heeft zijn onjuiste werkwijze in dit soort zaken - waaruit zijn praktijk geheel of in hoofdzaak bestaat - naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek en het dekenbezwaar niet aangepast en ook uit de opstelling van verweerder op de zitting van de raad leidt de raad af dat verweerder deze werkwijze niet wenst te veranderen. 6.4 Op grond van de ernst van de verwijten en het feit dat verweerder ter zitting geen, althans onvoldoende, inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen, is de raad van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat in de toekomst nog uitoefent. Daarom wordt de maatregel van schrapping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:29 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:29
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaten van de wederpartij. Het toezicht op de naleving van de Wwft en de Voda wordt uitgeoefend door de deken. Aan klagers komt geen klachtrecht toe over schending van deze wet- en regelgeving. Klacht in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken van misbruik executierecht. Het inhoudelijke debat over de hoogte van de vordering en wie wel of niet gelijk heeft kan in deze tuchtrechtelijke procedure niet aan de orde komen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:23 Raad van Discipline Amsterdam 25-528/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:23
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Hoewel verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klagers 2 tot en met 8 rechtstreeks aan te schrijven, terwijl hij redelijkerwijs had kunnen weten dat klagers 2 tot en met 8 werden bijgestaan door een advocaat, klager 1, ziet de raad in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft zowel in zijn schriftelijke verweer als ter zitting erkend dat hij de brief achteraf gezien eerst alleen aan klager 1 had moeten sturen om op dit punt navraag te doen. Verder weegt de raad mee dat beide partijen in hun geschillen over en weer stevige bewoordingen gebruiken en beschuldigingen uiten die de onderlinge verhoudingen alleen maar meer op scherp zetten. De beide advocaten, klager 1 en verweerder, lijken daarbij niet in staat om een professionelere en zakelijkere toon aan te slaan. Wanneer de een ervoor kiest om ferme taal te gebruiken, kan het de ander tuchtrechtelijk niet worden verweten wanneer hij dezelfde keuze maakt. De aard en ernst van de verwijtbaarheid van verweerder rechtvaardigen in dit geval dan ook geen maatregel. Gegrond zonder maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:47 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:47
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:24 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:24
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a, van de Advocatenwet vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding van drie jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:51 Hof van Discipline 's Gravenhage 250373
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:51
Beklag artikel 13. De deken heeft het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat de tijd die resteerde tot het einde van de termijn voor het indienen van het wrakingsverzoek waarvoor om een advocaat is gevraagd te kort was. Daarnaast is het volgens de deken aan de opstelling van klagers te danken dat hun vorige advocaat zich heeft onttrokken. Het hof heeft het beklag ongegrond verklaard, de termijn voor het indienen van het wrakingsverzoek is inmiddels (ruimschoots) verstreken. Klagers hebben geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van het wrakingsverzoek. De door klagers in het beklag genoemde inhoudelijke gronden, die door de deken zijn weersproken, behoeven bij gebrek aan enig belang geen nadere bespreking meer.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:25 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:25
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond voor zover deze gaat over het verwijt dat verweerder vertrouwelijk informatie over klager heeft gebruikt. Verweerder heeft onderbouwd toegelicht dat deze informatie relevant was voor de vorderingen van zijn cliënte. Dat verweerder met het opnemen van deze informatie (waarvan afgevraagd moet worden waarom klager deze als vertrouwelijk bestempelt), de belangen van klager op nodeloze en ontoelaatbare wijze heeft geschaad is niet gebleken. De klacht is overigens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:52 Hof van Discipline 's Gravenhage 250361
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:52
Beklag artikel 13. De deken heeft het verzoek tot aanwijzing van een advocaat afgewezen. Aan de afwijzende beslissing is ten grondslag gelegd dat de procedure die klaagster wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft. Het hof heeft geoordeeld dat de deken terecht heeft opgemerkt dat de verwijten van klaagster over het optreden van mr. V. betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex als waarover de tuchtrechter reeds heeft beslist en dat een aansprakelijkheidsprocedure tegen mr. V. daarom geen redelijke kans van slagen heeft.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:26 Raad van Discipline Amsterdam 25-899/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:26
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Van het bewust verschaffen van onjuiste informatie of van grievende uitlatingen is geen sprake.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:53 Hof van Discipline 's Gravenhage 250336
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:53
Het hof stelt vast dat de voorzitter bij zijn beoordeling van de juiste en volledige feiten is uitgegaan. De voorzitter heeft echter ten onrechte (ook) het ne-bis-in-idembeginsel als maatstaf gehanteerd. Weliswaar heeft klager eerder over verweerder geklaagd, maar deze klacht is nog niet uitgemond in een onherroepelijke beslissing.Verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij de klacht niet is verwezen ongegrond. De maatstaf die de voorzitter had moeten aanleggen is naar het oordeel van het hof louter die van de behoorlijke tuchtprocesorde. Naar het oordeel van het hof verdraagt de onderhavige klacht zich daar niet mee. De klacht van klager ziet namelijk deels op hetzelfde handelen dan wel nalaten van verweerder als genoemd in de eerdere klacht van klager, zoals de voorzitter terecht heeft overwogen. Dat volgens klager de klacht van 19 september 2025 een aanzienlijk ruimere strekking heeft dan de klacht van 3 juni 2023, laat onverlet dat de tweede klacht deels is gebaseerd op hetzelfde feitencomplex. Voor de beoordeling van het verwijzingsverzoek is van belang dat de mogelijkheid om de klacht aan de tuchtrechter voor te leggen, teneinde daar te betogen dat het onderzoek van verweerder ontoereikend en/of onzorgvuldig is geweest, voorhanden was en dat klager daarvan gebruik heeft gemaakt Dat is het geval. De raad heeft immers op 12 mei 2025 uitspraak gedaan in de zaak 24-801/AL/NN en klager heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld bij het hof. Het hof zal hier uitspraak op doen. Het hof sluit zich aan bij de voorzitter waar deze oordeelt dat het niet aangaat om in een nog lopende procedure een ‘tegenklacht’ tegen verweerder in te dienen die ziet op hetzelfde feitencomplex. Naar het oordeel van het hof is hier sprake van de situatie dat klager het klachtrecht gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is. Gelet hierop slaagt het beroep van klager op de beslissing van het hof van 6 juni 2024, ECLI:NL:TAHVD:2024:136, niet.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:20 Raad van Discipline Amsterdam 25-436/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:20
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familiekwestie. Hoewel verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de e-mail met daarin een voorstel tot beëindiging van de procedure zonder toestemming van de advocaat van klager aan de rechtbank over te leggen, ziet de raad in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad kan volgen waarom verweerder dat heeft gedaan en waarom hij de inhoud van de e-mail verkeerd heeft ingeschat. De aard en ernst van de beperkte verwijtbaarheid van verweerder rechtvaardigen in dit geval dan ook geen maatregel. Gegrond zonder maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:27 Raad van Discipline Amsterdam 25-897/A/A
- Datum publicatie: 16-02-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:27
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak (ontbinding van een samenlevingsovereenkomst). Van het bewust vertragen of laten escaleren van het geschil is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:48 Hof van Discipline 's Gravenhage 250337
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:48
Verzoek tot inschrijving als advocaat. Klager heeft in juli 2025 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van de Orde. De raad heeft primair besloten het verzoek tot inschrijving niet in behandeling te nemen omdat op een eerder verzoek van klager van juli 2024 nog niet onherroepelijk is beslist. Subsidiair heeft de raad geweigerd het verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen op grond van artikel 4 lid 1b Advocatenwet (hierna: Advw). Op grond van artikel 2 lid 9 Advw wordt een nieuw verzoek door de raad buiten behandeling gelaten, indien dit is ingediend binnen een jaar nadat de beslissing van de raad (de weigering van het in behandeling nemen van de inschrijving) op het eerdere verzoek onherroepelijk is geworden. Omdat de beslissing van de raad op het eerdere verzoek van klager van juli 2024 op het moment van indienen van het verzoek in juli 2025 nog niet onherroepelijk was geworden, heeft de raad het verzoek van juli 2025 buiten behandeling gelaten. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek tot inschrijving op grond van artikel 2 lid 9 Advw staat, anders dan bij een weigering om een verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen, op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Advw, echter niet de mogelijkheid van beklag open. Het hof verklaart het beklag dan ook niet-ontvankelijk. Het hof komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beklag voor zover het zich richt tegen de subsidiaire weigering van het verzoek door de raad op grond van artikel 4 lid 1onder b Advw.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-18
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:4
Gecompliceerde levering van onroerende zaken, die waren belast met hypotheken en executoriale beslagen. Vormerkung. Klaagster (koper) stelde uit hoofde van een vordering op de verkoper en een in verband daarmee gevestigd pandrecht ook gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst van deze onroerende zaken. Wegens risico van benadeling van schuldeisers stelt de notaris nadere eisen aan taxatierapporten, waarna de eerder overeengekomen koopprijs van een pand wordt verhoogd. Nadat in kort geding vervolgens afspraken waren gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst, heeft de notaris de akten van levering gepasseerd en de verkoopopbrengst (na aflossing van de hypotheken) tussen de twee beslagleggers verdeeld naar rato van hun vorderingen. Klacht m.b.t. vervallen van Vormerkung en negeren van gestelde pandrecht niet-ontvankelijk bij gebrek aan redelijk belang. Klacht verder ongegrond. I.v.m. het grote verschil in getaxeerde waarden heeft de notaris juist zorgvuldig gehandeld door aanvullende vragen te stellen over de reële waarde van het pand. Niet gebleken dat na het kort geding andere afspraken zijn gemaakt dan in het proces-verbaal van die zitting zijn vastgelegd: de notaris heeft deze op de juiste wijze uitgevoerd. Wijze van declareren is gezien omvang en complexiteit van de werkzaamheden niet buitensporig en/of onbehoorlijk. Van een notaris kan niet worden verlangd dat deze tijdens de looptijd van een dossier regelmatig onderzoek doet in de openbare registers als daarvoor geen aanleiding is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:49 Hof van Discipline 's Gravenhage 240221
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:49
Verzoek tot inschrijving als advocaat. Klager heeft in juli 2024 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van Orde Rotterdam. De raad heeft primair besloten op grond van artikel 2 lid 9 Advocatenwet (hierna: Advw) het verzoek buiten behandeling te laten, omdat het nieuwe verzoek is ingediend binnen een jaar nadat zijn eerdere verzoek om inschrijving definitief is geworden. Subsidiair heeft de raad geweigerd het verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen op grond van artikel 4 lid 1 onder b Advw. Op grond van artikel 2 lid 9 Advw wordt een nieuw verzoek door de raad buiten behandeling gelaten, indien dit is ingediend binnen een jaar nadat de beslissing van de raad (de weigering van het in behandeling nemen van het verzoek tot inschrijving) op het eerdere verzoek onherroepelijk is geworden. Omdat het verzoek van klager (van juli 2024) binnen een jaar na de beslissing van de raad (van november 2023) op het eerdere verzoek van klager van april 2023 is ingediend, heeft de raad het verzoek van juli 2024 buiten behandeling gelaten. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek tot inschrijving binnen de termijn van artikel 2 lid 9 Advw staat, anders dan bij een weigering om een verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen, op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Advw , echter niet de mogelijkheid van beklag open. Het hof verklaart het beklag dan ook niet-ontvankelijk. Het hof komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beklag voor zover het zich richt tegen de subsidiaire weigering van het verzoek door de raad op grond van artikel 4 lid 1 onder b Advw.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:50 Hof van Discipline 's Gravenhage 240203H
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:50
Herzieningsverzoek. Verzoeker heeft op 28 april 2023 bij de Raad van de Orde in het arrondissement Rotterdam (hierna: de raad) een verzoek ingediend tot inschrijving op het tableau als advocaat zoals bedoeld in artikel 2 Advocatenwet. De raad heeft in de beslissing van 16 november 2023 geweigerd om het verzoek tot inschrijving met toepassing van artikel 4 lid 1 sub b Advocatenwet in behandeling te nemen. Verzoeker heeft bij het Hof van Discipline (verder: het hof) een beklag ingediend als bedoeld in artikel 5 Advocatenwet. Het hof heeft in zijn beslissing van 1 juli 2024 (ECLI:NL:TAHVD:2024:190) het beklag van verzoeker tegen de beslissing van 16 november 2023 ongegrond verklaard. Het hof wijst het herzieningsverzoek af. De door verzoeker genoemde gronden kunnen niet tot het oordeel leiden dat sprake is van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:46 Hof van Discipline 's Gravenhage 250074D 250075
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:46
Klacht advocaat tegen advocaat wederpartij. In deze zaak staat de vraag centraal of bij het laten betekenen van een dagvaarding gelijktijdig een afschrift aan de advocaat van de wederpartij moet worden gestuurd. Gebleken is dat de raden van discipline daarover tot heden uiteenlopend hebben geoordeeld. Het hof is van oordeel dat de betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet meebrengt dat een advocaat, in procedures die met een dagvaarding worden ingeleid, gehouden is om een afschrift van de dagvaarding toe te sturen aan de advocaat van de wederpartij, tijdig voorafgaand aan de betekening door de deurwaarder. Advocaten dienen in het belang van de rechtzoekenden en van de advocatuur in het algemeen te streven naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen (zie gedragsregel 24). Naar het oordeel van het hof brengt dat belang mee dat een advocaat de advocaat van de wederpartij tijdig een afschrift stuurt van de te laten betekenen dagvaarding. Zo wordt voorkomen dat de advocaat die namens zijn cliënt een dagvaarding laat uitbrengen een gedaagde partij bij een geschil overrompelt zonder bijstand van diens eigen advocaat. Bovendien is het niet ongebruikelijk dat een dagvaarding niet aan de beoogde partij ter hand wordt gesteld maar door de deurwaarder in de brievenbus wordt achtergelaten waardoor de kans bestaat dat de beoogde partij hiervan niet (tijdig) kennisneemt. Ook die praktijk onderstreept het belang dat de advocaat van de eisende partij de advocaat van de gedaagde partij tijdig informeert over de te laten betekenen dagvaarding door het toesturen ervan aan die advocaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:47 Hof van Discipline 's Gravenhage 250007 250008 250009 250010
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:47
Klager heeft klachten ingediend over de advocaat van de wederpartij die in een civiele kwestie de ex-partner van klager bijstond. De klachten van klager komen erop neer dat verweerder onjuiste, onvolledige en leugenachtige mededelingen over klager heeft gedaan, dat verweerder klager ten onrechte heeft verboden hem via e-mail te benaderen in plaats van via zijn advocaten en heeft gedreigd met aangifte als klager daarmee door zou gaan en dat verweerder ten onrechte de suggestie heeft gewekt dat klager zaken zou afstemmen met de rechtbank waardoor een uitstelverzoek van verweerder zou zijn afgewezen. De raad heeft de klachten grotendeels gegrond verklaard. Daarvoor is aan verweerder een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing opgelegd. Verweerder is het daar niet mee eens en is in hoger beroep gekomen. Het hoger beroep slaagt in zoverre dat het hof de in eerste instantie opgelegde maatregel heeft aangepast: schorsing 8 weken, waarvan 4 weken voorwaardelijk. Schending kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-41
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:3
Gecompliceerde levering van onroerende zaken, die waren belast met hypotheken en executoriale beslagen. Klaagster (koper) stelde uit hoofde van een vordering op de verkoper en een in verband daarmee gevestigd pandrecht ook gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst van deze onroerende zaken. Nadat in kort geding afspraken waren gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst, heeft de notaris de akten van levering gepasseerd en de verkoopopbrengst (na aflossing van de hypotheken) tussen de twee beslagleggers verdeeld naar rato van hun vorderingen. Klacht m.b.t. negeren van gestelde pandrecht niet-ontvankelijk bij gebrek aan redelijk belang. Klacht m.b.t. onjuiste verdeling van de verkoopopbrengst ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:23 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/8
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:23
Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij de hond van klaagster op een lakse wijze heeft behandeld en daardoor het leven van de hond in gevaar heeft gebracht. Het college is er niet van overtuigd geraakt dat de dierenarts veterinair is tekortgeschoten wat betreft het door haar bij de hond verrichte onderzoek en de door haar ingezette behandeling van de hond. Klacht ongegrond, ook wat betreft het verwijt dat de dierenarts klaagster onhebbelijk zou hebben bejegend. [Klacht ongegrond]
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:24 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/33
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 19-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:24
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten de vaccinatie van dieren tegen Q-koorts in strijd met de geldende voorschriften te hebben uitgevoerd en van de vaccinatie een incorrecte en onvolledige administratie te hebben bijgehouden. De klachtambtenaar heeft als op te leggen maatregel verzocht de dierenarts een onvoorwaardelijke boete van € 5.000 op te leggen. Het college acht zowel het klachtonderdeel over het niet binnen twaalf maanden vaccineren door de dierenarts van de geiten en schapen op het bedrijf van de dierhouder als het klachtonderdeel over het bijhouden van een incorrecte en onvolledige administratie door de dierenarts van deze dieren gegrond. Volgt een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 en een voorwaardelijke geldboete van € 500 met een proeftijd van twee jaar. [Klacht gegrond met geldboete]
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449857 / KL RK 25-52
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:1
Klacht deels gegrond. De oud-notaris heeft niet vastgelegd welke onderzoekshandelingen zij in haar dossiers heeft verricht, om vast te stellen of zij haar ministerie al dan niet moest weigeren. De kamer neemt dit haar kwalijk en stelt dat de dossiervoering van de notaris onvoldoende was en in strijd met de notariële zorgplicht. Nu de oud-notaris is gedefungeerd per 1 januari 2025, zij gedurende haar volledige loopbaan nooit in aanraking is gekomen met het tuchtrecht en niet door één van haar cliënten in de onderzochte dossiers is geklaagd noch door één van hen enige onvrede is geuit over de handelwijze van de oud-notaris in de dossiers legt de kamer geen maatregel aan haar op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:44 Hof van Discipline 's Gravenhage 260023
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:44
Het hof verwijst een klacht tegen de deken niet. De klacht ziet op een administratieve omissie die door de deken, nadat hij daarmee bekend is geworden, terstond is hersteld. Daarmee is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een bagatelklacht. Door het handhaven van deze klacht, gebruikt klager het klachtrecht tegen de deken voor een ander doel (ventileren van persoonlijk ongenoegen) dan waarvoor het is bedoeld (waarborging van de kwaliteit van de beroepsgroep). De voorzitter zal de klacht daarom niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2025:25 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/15
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2025
- ECLI:NL:TDIVTC:2025:25
Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten antibiotica in de vorm van ‘droogzetters’ aan een rundveehouder te hebben afgeleverd, ondanks dat hij had moeten en kunnen weten dat de rundveehouder zijn dieren niet alleen curatief maar ook preventief daarmee droogzette, zodat niet aan de voor het afleveren en inzetten van antibiotica geldende voorwaarden was voldaan. De klachtambtenaar heeft als op te leggen maatregel verzocht de dierenarts voorwaardelijk te schorsen voor de duur van drie maanden. Voor het college is onvoldoende gedocumenteerd gebleken en daardoor niet behoorlijk vast te stellen of de dierenarts kan worden verweten dat hij in 2022 is tekortgeschoten in de op hem rustende plicht om het gebruik van droogzet-injectoren door de rundveehouder te evalueren, zodanig dat dit tot tuchtrechtelijke consequenties zou moeten leiden met betrekking tot de aantallen droogzet-injectoren die er gedurende dat jaar aan de veehouder zijn afgeleverd. [Klacht ongegrond].
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:45 Hof van Discipline 's Gravenhage 230012
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:45
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2946 Voorzittersbeslissing
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-02-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:35
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat niet duidelijk is geworden wie de aangeklaagde persoon is en of de persoon waarover geklaagd wordt BIG-geregistreerd is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het klaagschrift en voldoende informatie bevat om de gegevens van de GZ-psycholoog op te vragen. De zaak is terugverwezen naar het Regionaal Tuchtcollege.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 934
- Volgende pagina zoekresultaten