ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8996
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 12-05-2026 |
| Datum publicatie: | 12-05-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8996 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij tijdens een gezondheidscheck zonder toestemming van de patiënt een injectie heeft toegediend. Uit het verslag van de afspraak blijkt wel dat er bloed is geprikt bij klager, maar niet dat er bij hem een injectie is toegediend. Gelet op de toelichting van de huisarts ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch een injectie zou zijn toegediend. |
A2025/8996
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 12 mei 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B, klager,
tegen
C,
huisarts,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. A.F. Maatje, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Op 15 juli 2025 heeft klager bij de huisarts een gezondheidscheck gehad. Klager
verwijt de
huisarts dat zij tijdens deze afspraak hem een injectie heeft toegediend. De huisarts
heeft betwist
dat zij klager een injectie heeft toegediend, en heeft daarbij aangevoerd dat een
injectie geen
onderdeel is van de gezondheidscheck.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is, maar de klacht
kennelijk
ongegrond. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen
te stellen en
dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt
het college eerst
hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 11 september 2025;
- het verweerschrift.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De klacht en de reactie van de huisarts
3.1 Klager verwijt de huisarts dat zij – naar het college begrijpt – zonder toestemming
van de
patiënt tijdens een medische check up een injectie heeft toegediend.
3.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
3.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
4. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
4.1. De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
4.2. Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld en
overweegt daartoe als volgt. Het college heeft kennisgenomen van het Medisch verslag
Health Check
van de afspraak van 15 juli 2025. Uit dit verslag blijkt wel dat er bloed is geprikt
bij klager,
maar niet dat er bij hem een injectie is toegediend. Het is ook niet gebruikelijk
dat er tijdens
een health check een injectie wordt toegediend. Anders dan klager, ziet het college,
gelet op de
toelichting van de huisarts, geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch
een injectie zou
zijn toegediend.
Slotsom
4.3. Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
5. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 12 mei 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
R.P. Wijne,
lid-jurist, I. Weenink, A. Wewerinke en M.C. Wolfs-Smits, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door V.K.M. Hanssen, secretaris.