ECLI:NL:TGZCTG:2025:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3013

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2025:228
Datum uitspraak: 10-12-2025
Datum publicatie: 11-05-2026
Zaaknummer(s): C2025/3013
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

D E  V O O R Z I T T E R  V A N  H E T  C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg


Beslissing in de zaak onder nummer C2025/3013 van:
A., wonende in B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,

tegen

C., huisarts, 
werkzaam in B.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de huisarts, 
gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam in Amsterdam.

1.    Waar gaat de zaak over?
1.1    Klager heeft in de praktijk van de huisarts en haar college een griepprik laten zetten. De griepprik is gezet door de doktersassistente. Klager verwijt de huisarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat de doktersassistente van de huisarts de griepprik verkeerd heeft gezet waardoor klager nu lichamelijk klachten heeft. 

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Er kan ook niet worden vastgesteld dat de door klager ervaren klachten gerelateerd zijn aan de griepprik. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen. 

2.    Verloop van de procedure in beroep 
2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing in raadkamer van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 2 september 2025 met nummer A2025/7979 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217). 

2.2    De voorzitter heeft kennisgenomen van het procesdossier in eerste aanleg, het beroepschrift van 17 september 2025 en de e-mail van klager van 15 oktober 2025.

3.    De beoordeling van het beroep
3.1    Tijdens de jaarlijkse griepvaccinatie komen er honderden patiënten naar de huisartsenpraktijk. Klager was die dag een van de vele personen die de griepprik kreeg. Klager beschrijft zelf ook dat hij met ongeveer veertien personen in de rij stond. De griepprikken worden door de doktersassistente gezet. 

3.2    Klager is ervan overtuigd dat hij een andere prik heeft gekregen dan de griepprik omdat de assistente aan zijn rechterkant stond en zei: “nu ga ik het anders doen” en vervolgens achter zijn rug om naar zijn linkerkant liep. De huisarts heeft in de procedure bij het Regionaal Tuchtcollege uitgelegd dat tijdens het zetten van de griepprikken sommige patiënten ook een prik tegen pneumokokken krijgen en de assistente mogelijk in de war is geweest in welke arm ze de griepprik ging zetten.

3.3     Voor het oordeel dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld moet eerst voldoende aannemelijk zijn dat het verweten handelen feitelijk heeft plaatsgevonden. Dat is nu in deze zaak niet het geval.  Gelet op de beschreven gang van zaken is niet goed voorstelbaar dat de assistente klager een prik heeft gegeven met een andere samenstelling dan de reguliere griepprik. Zowel het dossier als de verklaringen van partijen bieden hier geen aanknopingspunten voor. Het is erg spijtig dat klager zoveel klachten ervaart, maar het is niet aannemelijk dat deze klachten een rechtstreeks gevolg zijn van de griepprik. 

3.4    Op basis van het bovenstaande komt de voorzitter tot het oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt daarom afgewezen.      

4.    Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

wijst het beroep af.

Aldus gewezen op 10 december 2025 en ondertekend door mr. Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan door mr. K.M. ten Pas, secretaris. 
            
Voorzitter  w.g.                            Secretaris  w.g.

Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.