We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 40801-40850 van de 47643 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1930 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 087/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen psychiater over de behandeling van de partner klager, zijn rol bij de uithuisplaatsing van de kinderen en het betrekken van klager bij de zorg voor patiënte. Klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1942 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.225

    Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft niet accuraat en niet in het belang van klaagster gehandeld door de wettelijke termijnen (Wet verbetering Poortwachter) niet na te komen. Daarnaast heeft de bedrijfsarts onzorgvuldig gehandeld door vertrouwelijke gegevens naar het hele bedrijf te mailen, door geen voorlichting te geven over mogelijke behandeling en door klaagster aan uitgebreide ondervragingen bloot te stellen zonder klaagster het doel hiervan mede te delen. Tot slot heeft de bedrijfsarts geen waarde gehecht aan de naleving van de re-integratiegesprekken door de werkgever en het bespreekbaar maken van een arbeidsconflict. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, waarmee het Centraal Tuchtcollege zich verenigt. Nu de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten onrecht geen blijk geeft van hetgeen het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen in rechtsoverweging 5.4. dient de beslissing waarvan beroep op dit punt vernietigd te worden. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover het Regionaal Tuchtcollege de klacht geheel heeft afgewezen en in zoverre opnieuw rechtdoende; verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar klacht voor zover deze betrekking heeft op het handelen van de arboverpleegkundige en bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1936 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.340

    Klacht tegen gz-psycholoog. Zoon van klagers is tijdens zijn verblijf in een justitiële jeugdinrichting onderzocht door een diagnosticus die een rapportage heeft opgesteld. De gz-psycholoog, verweerder, heeft de rapportage akkoord bevonden. De klacht bestaat uit zeven onderdelen. Het hoger beroep van klagers betreft de zes van de zeven klachtonderdelen, welke onderdelen in eerste aanleg ongegrond zijn verklaard. Deze onderdelen klagen - samengevat - over het niet overhandigen en het niet volledig zijn van de rapportage, het tegenwerken van een second opinion en het laten ondertekenen van het verslag door een onbevoegde derde. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klagers voor wat betreft twee van de zes klachtonderdelen gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1931 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 083/2011

    Verweerster bezoekt huisarts meermaals in verband met klachten diarree, bleod bij ontlasting, voor het eerst 4 maanden na haar eerste bevalling. Dossier verloskundige meldt: "klein ruptuurtje, één hechting'. Huisarts verwijst klaagster ivm haar klachten, na voorafgaand bloed en faeses onderzoek, naar MDL-arts. Op het moment dat deze onderzoek wil doen blijkt dat klaagster een totaal ruptuur heeft. Gelet op klachtenrpesentatie waren er voor huisarts geen aanwijziging voor een totaal ruptuur. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1943 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.260

    Klaagster verwijt de fysiotherapeut, voormalig werkneemster, dat zij een legaat heeft geaccepteerd van een patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege legt een maatregel van waarschuwing op met publicatie van de beslissing. De fysiotherapeut komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat er een onmiddellijk en onverbrekelijk verband tussen de behandelrelatie en het legaat bestaat, hetgeen onder de gegeven omstandigheden aanleiding had moeten zijn het legaat te weigeren. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep, met publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1937 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.128

    Klacht tegen verpleegkundige. Verweerder, verpleegkundige, heeft als verbandmeester in een ziekenhuis na een operatie twee maal het gips om de enkel van klaagster aangelegd. Klaagster verwijt verweerder onzorgvuldig handelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1932 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 084/2011

    Verweerster bezoekt huisarts meermaals in verband met klachten diarree, bleod bij ontlasting, voor het eerst 4 maanden na haar eerste bevalling. Dossier verloskundige meldt: "klein ruptuurtje, één hechting'. Huisarts verwijst klaagster ivm haar klachten, na voorafgaand bloed en faeses onderzoek, naar MDL-arts. Op het moment dat deze onderzoek wil doen blijkt dat klaagster een totaal ruptuur heeft. Gelet op klachtenrpesentatie waren er voor huisarts geen aanwijziging voor een totaal ruptuur. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0960 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-23

    De notaris heeft, bij de afwikkeling van de overdracht van de woning van klaagster, zonder toestemming van klaagster twee betalingen verricht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1944 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.296

    Betreft klacht tegen psychotherapeut die de dochter van klaagster heeft onderzocht naar aanleiding van een vermoeden van seksueel misbruik door de vader. De klacht houdt in dat het onderzoek onvolledig is geweest, dat verweerster haar geheimhoudingplicht heeft geschonden door vader en een vriendin van de familie te informeren en dat de psychotherapeut een ongefundeerd aanvullend oordeel op schrift heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster heeft hoger beroep ingesteld. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege acht het Centraal Tuchtcollege de klacht dat de psychotherapeute onzorgvuldig onderzoek heeft verricht deels gegrond en legt de psychotherapeut daarvoor de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1938 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.203

    Klacht tegen huisarts. Klagers verwijten de huisarts dat hij niet goed naar patiënte heeft geluisterd, haar klachten niet serieus heeft genomen en niet professioneel heeft gehandeld. Daarnaast heeft hij geen goede diagnose gesteld waardoor de behandeling te laat heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de verschillende klachtonderdelen, zulks met uitzondering van de overweging over het feit dat patiënte bekend was met COPD, van welke overweging het Centraal Tuchtcollege afstand neemt. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG1933 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 091/2011

    Verloskundige heeft ten onrechte nagelaten na de bevalling een inwendig onderzoek en rectaaltoucher te doen teneiden zich er van te vergewissen of er geen sprake was van een ernstiger, niet zichtbaar rectaal toucher. Ogenschijnlijk leek slechts sprake van een klein ruptuurtje, gehecht met één hechting. Maanden later bleek dat de kraamvrouw een totaalruptuur had opgelopen tijdens de bevalling. Verloskungie heeft geen aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Het college acht dat in strijd met hetgeen van een redelijk handelend verloskundige verwacht mag worden. Beide klachten gegrond.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0961 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-21

    Partijen hebben in 2008 onderhandeld over de overname van het protocol van [notaris B] door [notaris A]. In dat kader heeft [notaris A] in september 2008 een intentieverklaring ondertekend. Vanaf 1 oktober 2008 is een medewerker van [notaris A], [Z], op het kantoor van [notaris B] werkzaam geweest. [notaris A] heeft in het begin van 2009 aan [notaris B] laten weten dat zij wilde afzien van de overname van zijn notarispraktijk. Sindsdien zijn partijen met elkaar in een civielrechtelijk geschil gewikkeld, waarin [notaris B] aanvankelijk nakoming en later schadevergoeding heeft gevorderd.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0955 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-24

    Klaagster verwijt de notaris het volgende: 1. niet handelen zoals van een goede notaris mag worden verwacht; 2. geen initiatief genomen om termijnen in de gaten te houden: passieve houding; 3. verdraaien van feiten: achteraf melden dat er gewacht werd op stukken (onzorgvuldige werkwijze); 4. beroepsfout: de notaris kent het erfrecht niet; 5. in zijn algemeenheid: onprofessionele handelwijze.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1945 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.327

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen en niet één keer op haar klachten, die uit een burn-out bestonden, heeft gereageerd. Voorts stelt klaagster dat de bedrijfsarts haar neerbuigend heeft behandeld. Het Centraal Tuchtcollege deelt het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de bedrijfsarts zijn onderzoek in de eerste plaats had moeten richten op het bestaan van de burn out klachten, doch dat niet uitgesloten kan worden dat enig lichamelijk onderzoek hierbij ook nodig is geweest. Dit lichamelijk onderzoek diende naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege wel in verhouding te staan tot de klachten. Gelijk met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat dit lichamelijk onderzoek niet in verhouding stond tot de klachten in verband waarmee de bedrijfsarts werd geconsulteerd hetgeen blijk geeft van een onjuiste taakopvatting door de bedrijfsarts. Het beroep van de bedrijfsarts wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1939 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.204

    Klacht tegen huisarts. Klagers verwijten de huisarts dat hij niet goed naar patiënte heeft geluisterd, haar klachten niet serieus heeft genomen en niet professioneel heeft gehandeld. Daarnaast heeft hij geen goede diagnose gesteld waardoor de behandeling te laat heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege acht het Centraal Tuchtcollege de klacht van klagers gegrond, voorver zij de huisarts verwijten dat hij op 30 december 2008 niet professioneel en adequaat heeft gehandeld bij de doorverwijzing van patiënte naar de longarts, zodat de uitspraak in zoverre voor vernietiging in aanmerking komt. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarin de klacht door het Regionaal Tuchtcollege in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is verklaard, verklaart de klacht deels gegrond, zonder oplegging van een maatregel en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0975 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-26

    De notaris wordt het volgende verweten: Het is onbegrijpelijk dat de notaris het testament heeft gepasseerd als waarnemer van zichzelf; De notaris heeft te lichtvaardig het testament gepasseerd. De notaris had er zorg voor moeten dragen dat er bij het passeren getuigen aanwezig waren; De notaris had moeten verifiëren of erflaatster wilsbekwaam was; Indien erflaatster wilsbekwaam geweest zou zijn, dan had de notaris er zorg voor moeten dragen dat zij zelf het testament had ondertekend; De notaris heeft zich bij het opstellen van het testament laten leiden door de broer van erflaatster, een goede bekende van hem.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1940 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.210

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer zijn optreden bij het spreekuur van 20 oktober 2009, met name het onderzoek aan haar borsten, zonder noodzaak en zonder behoorlijke toestemming, waardoor klaagster zich vernederd heeft gevoeld en bang is geweest. Daarnaast wordt de bedrijfsarts verweten dat hij zonder redelijk belang een vervolgafspraak heeft gemaakt voor 19 november 2009 en dat de bedrijfsarts niet is aangesloten bij een klachtencommissie. Evenals het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de bedrijfsarts met het door hem verrichte onderzoek buiten zijn deskundigheidsgebied is getreden, dat de bedrijfsarts onvoldoende aannemelijk heeft weten te maken dat het door hem verrichte onderzoek gerechtvaardigd was en dat de door de bedrijfsarts gehanteerde onderzoeksmethode disproportioneel was. Het Centraal Tuchtcollege is ondanks het door de bedrijfsarts gestelde van oordeel dat hij uit de gedragingen van klaagster had kunnen en moeten afleiden dat hij het onderzoek zonder haar daadwerkelijke toestemming verrichtte. Dat de bedrijfsarts het onderzoek desondanks heeft doorgezet is tuchtrechtelijk laakbaar en kan de bedrijfsarts worden verweten. Alhoewel het Centraal Tuchtcollege het Regionaal Tuchtcollege volgt in zijn oordeel dat de bedrijfsarts op een flink aantal punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, deelt het Centraal Tuchtcollege niet zijn oordeel dat de bedrijfsarts blijkens zijn houding ter zitting volstrekt geen inzicht heeft getoond in het onjuiste van zijn handelen. Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft de bedrijfsarts wel degelijk – een begin van – inzicht in zijn onjuiste taakopvatting getoond, hetgeen voor het Centraal Tuchtcollege – tezamen met de verwijten die de bedrijfsarts gemaakt moeten worden – aanleiding is voor het opleggen van de maatregel van voorwaardelijke schorsing van de inschrijving in het register voor de duur van drie maanden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1934 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.037

    Betreft klacht tegen fysiotherapeut. Klager heeft deelgenomen aan een georganiseerde groepsreis waaraan ook de fysiotherapeut heeft deelgenomen. Klager heeft klachten over het optreden van de fysiotherapeut voor, tijdens en na de reis, alsook over de door de fysiotherapeut gevoerde alternatieve (fysiotherapie)praktijk. Het Regionaal Tuchtcollege concludeert tot niet-ontvankelijkheid omdat klager nimmer patiënt is geweest van de fysiotherapeut. Klager komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager wel ontvankelijkheid op grond van de tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachten vervolgens ongegrond en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1922 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.115

    Klager is TBS-gedetineerd en heeft meerdere met elkaar verband houdende klachten ingediend tegen diverse beroepsbeoefenaren, waaronder verweerder, psychiater. Hij verwijt verweerder dat hij dwangmedicatie krijgt toegediend en dat het hem niet wordt toegestaan pornografie in zijn bezit te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af en het door klager ingestelde hoger beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1916 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.276

    Klacht tbs-gedetineerde tegen huisarts. Verwijt dat huisarts ten onrechte geen middelen tegen impotentie heeft voorgeschreven en heeft nagelaten door te verwijzen voor een psychisch noodzakelijke neuscorrectie. Klacht afgewezen door Regionaal Tuchtcollege. Beroep verworpen. Voor zover klager stelt dat het te lang heeft geduurd voordat er ten behoeve van de door hem gewenste neusoperatie een behandelplan was opgesteld, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de huisarts daarvan een verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1929 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.153

    Klaagster verwijt de tandarts dat hij haar niet heeft geïnformeerd over het plaatsen van kronen in 2001, dat hij in oktober 2005 een stift verkeerd heeft geplaatst als gevolg waarvan klaagster veel pijn heeft geleden en dat hij niet heeft onderkend dat er een diepe ontsteking zat na verkeerde plaatsing. Voorts verwijt zij de tandarts dat hij zonder instemming element 36 heeft verwijderd, dat hij de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen en dat hij klaagster ten onrechte niet eerder heeft verwezen naar de kaakchirurg. Tot slot verwijt klaagster de tandarts dat hij een röntgenfoto van de onderkaak van klaagster uit het systeem heeft verwijderd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de tandarts heeft onderkend dat hij de stift in element 35 verkeerd heeft geplaatst. Dit is een helaas niet altijd te vermijden complicatie. Gelet echter op de ernstige klachten die klaagster heeft ondervonden in de periode na plaatsing van de stift, heeft de tandarts verzuimd een behoorlijke diagnose te stellen door middel van een röntgenfoto. Klaagster heeft zich na plaatsing van de stift in ieder geval driemaal bij de praktijd van de tandarts vervoegd met pijnklachten. De tandarts mocht zich onder deze omstandigheden niet beperkten tot het zonder nader onderzoek voorschrijven van antibiotica. De tandarts heeft, naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege onvoldoende (na)zorg betracht na plaatsing van de stift. Het Centraal Tuchtcollege legt de tandarts de maatregel van waarschuwing op en bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden.

  • ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0766 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch KLN.11.19

    Notaris wordt verweten een testament te hebben opgemaakt en gepasseerd, terwijl testatrice volgens klager hiertoe niet wilsbekwaam was. De klacht is ongegrond omdat de stelling van klager niet aannemelijk is geworden en de notaris de op dit punt geldende procedure heeft gevolgd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1923 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.278

    Klaagster verwijt arts onder meer dat hij, toen zij de spoedeisende hulp bezocht met last van pijn in onderrug en dijbeen, medicatie heeft voorgeschreven (Arthrotec) die gelet op de zwangerschap van klaagster niet had mogen worden voorgeschreven. Het Regionale College wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat Arthrotec bij voorkeur niet dient te worden voorgeschreven aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Indien een arts toch overweegt Arthrotec aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd voor te schrijven, dient hij er zorgvuldig naar te informeren of de vrouw zwanger is en bij enige twijfel het middel niet voor te schrijven. In dit geval heeft de arts klaagster niet gevraagd of zij zwanger was en niet is gebleken dat de arts zich anderszins voldoende heeft laten informeren over een mogelijke zwangerschap van klaagster. Klachtonderdeel gegrond; waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNOKSHE:2011:YC0767 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch KLN.11.07

    Notaris wordt verweten een akte van volmacht te hebben opgemaakt en gepasseerd, terwijl de volmachtgeefster volgens klager hiertoe niet wilsbekwaam was. De klacht is ongegrond omdat de stelling van klager niet aannemelijk is geworden en de notaris de op dit punt geldende procedure heeft gevolgd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1917 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.315

    Klacht van (destijds) tbs-gedetineerde tegen gezondheidszorgpsycholoog. Onder meer verwijt dat gz-psycholoog buiten klager om overleg heeft gevoerd met een psychiater die klager voorheen had behandeld. Klacht afgewezen door Regionaal Tuchtcollege. Beroep verworpen. Het Centraal Tuchtcollege acht de lezing van de gz-psycholoog, inhoudende dat klager ermee heeft ingestemd dat de gz-psycholoog buiten klagers aanwezigheid met de psychiater overleg mocht voeren, meer aannemelijk dan de lezing van klager.

  • ECLI:NL:TNOKSHE:2011:YC0761 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch Kln.10.19

    Notaris wordt verweten ten onrechte te hebben meegewerkt aan uitsluiting van een erfgenaam bij een wijziging van het testament, dat het testament zou zijn opgemaakt aan de hand van een door een ander dan testatrice geschreven briefje en dat zij niet voldoende heeft onderzocht of testatrice wilsbekwaam was om het testament op te laten maken. De geschetste verwijten worden door de notaris gemotiveerd weersproken. De klacht wordt op alle onderdelen ongegrond verklaard.-

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1924 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.358

    Verweerder is psychiater en heeft klager eenmalig gezien ter verrichting van een neurologisch onderzoek ter uitsluiting van een somatische oorzaak van het gedrag van klager. Verweerder heeft als meest waarschijnlijke diagnose een bipolaire stoornis vastgesteld en geconstateerd dat er onvoldoende gevaar was om een gedwongen opname te rechtvaardigen. Klager verwijt verweerder een onjuiste diagnose te hebben gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het door klager ingestelde beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1918 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.347

    Klacht tegen orthopedisch chirurg die een rapportage heeft uitgebracht over de gezondheidstoestand van klager in het kader van een geschil tussen klager en diens verzekeringsmaatschappij over een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Volgens klager heeft de arts zijn lichamelijke klachten onterecht gekwalificeerd als van hypochondrische aard, is het onderzoek ondermaats en onjuist geweest en heeft klager als gevolg van de door de arts uitgebrachte rapportage verzekeringsgeld misgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten als kennelijk ongegrond afgewezen. Klager komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0768 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch KLN.11.21

    Notaris wordt verweten vruchtgebruik te hebben aangenomen bij het passeren van een akte van levering in 2008. De klacht is ingediend nadat drie jaren zijn verstreken sinds klager bekend is met deze akte van levering, zodat klager niet ontvangkelijk is in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1919 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.036

    Klaagster verwijt de tandarts: a. dat hij haar ten onrechte heeft doorverwezen naar een collega, b. althans dat hij dit heeft gedaan zonder eerst zelf een noodbehandeling te doen; c. dat hij niet zelf een afspraak voor klaagster heeft gemaakt bij deze collega; d. dat hij klaagster niet zelf telefonisch te woord heeft gestaan; e. dat hij in zijn computersysteem bij klaagster vermeld heeft dat zij een ZIP-status (Zeer Irritant Persoon) heeft; f. dat hij zich laatdunkend heeft uitgelaten over de dochter van klaagster, die het syndroom van Down heeft; en g. dat hij andere tandartsen heeft benaderd teneinde te voorkomen dat zij klaagster als patiënt aannemen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten onder c en d gegrond verklaard en heeft de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Bij de beoordeling is de getuigenverklaring van de voormalig assistente van de tandarts buiten beschouwing gelaten, omdat zij in een juridische procedure met de tandarts verwikkeld is. Het beroep van klaagster is gericht tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen a, b, e, f en g. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TNOKSHE:2012:YC0769 Kamer van toezicht 's-Hertogenbosch KLN.11.15

    De notaris weigert zijn ministerie ten aanzien van het opmaken van een akte van depot. De kamer acht deze weigering gelet op de omstandigheden niet in strijd met artikel 21 Wna. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1913 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.366

    Uit vijf onderdelen bestaande klacht tegen chirurg. Chirurg wordt met name verweten dat operatieve ingreep is uitgevoerd door arts-assistent zonder voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van klager en dat klager niet is gewezen op risico van een complicatie. RTG overweegt dat lezingen van partijen over de persoon die de ingreep zou doen diametraal tegenover elkaar staan en daarom feitelijke grondslag aan klacht ontbreekt. Chirurg had klager moeten waarschuwen voor risico beschadiging nervus accessorius sinister. Waarschuwing. Principaal beroep van klager tegen afwijzing deel van klacht faalt. Operatie is uitgevoerd in niet academisch opleidingsziekenhuis waar patiënten dmv folder worden gewezen op mogelijkheid dat ingreep door arts-assistent wordt uitgevoerd. Chirurg is ervan uit gegaan dat klager folder heeft gekregen, klager kan zich dat niet herinneren. Op dag van ingreep ziet chirurg samen met de arts-assistent klager op de holding en wordt klager meegedeeld dat de arts-assistent de ingreep met assistentie van de chirurg zal verrichten Onder deze omstandigheden heeft chirurg gelet op “ Beleidsregel Aios als eerste behandelaar/operateur” van de MSRC (thans artikel 9 onder 5 ) niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het incidenteel beroep van de chirurg slaagt. De chirurg hoefde klager niet tevoren te wijzen op risico nervus accessorius sinister. Opgelegde maatregel waarschuwing vervalt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1926 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.317

    Klacht tegen bedrijfsarts. Verwijt dat de bedrijfsarts de huisarts in een brief onjuist heeft geïnformeerd, door te melden dat de oorzaak van de gezondheidsklachten van klager niet in het werk gevonden kon worden en verwijt dat de bedrijfsarts de klachten van klager niet serieus heeft genomen. Regionale College verklaart de klacht deels gegrond en legt een maatregel op. Klager komt in beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. De bedrijfsarts mocht er, gelet op de bij hem bekende informatie, van uitgaan dat er op de werkplek van klager geen blootstelling aan schadelijke stoffen had plaatsgevonden en dat de klachten dus niet arbeidsgerelateerd waren. Bij die stand van zaken bestond er redelijkerwijs geen aanleiding om klager door te verwijzen voor nader onderzoek. De bedrijfsarts heeft kunnen volstaan met verwijzing van klager naar de huisarts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1920 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.037

    Klaagster verwijt de tandarts: a. dat hij haar ten onrechte heeft doorverwezen naar een collega, b. althans dat hij dit heeft gedaan zonder eerst zelf een noodbehandeling te doen; c. dat hij niet zelf een afspraak voor klaagster heeft gemaakt bij deze collega; d. dat hij klaagster niet zelf telefonisch te woord heeft gestaan; e. dat hij in zijn computersysteem bij klaagster vermeld heeft dat zij een ZIP-status (Zeer Irritant Persoon) heeft; f. dat hij zich laatdunkend heeft uitgelaten over de dochter van klaagster, die het syndroom van Down heeft; en g. dat hij andere tandartsen heeft benaderd teneinde te voorkomen dat zij klaagster als patiënt aannemen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten onder c en d gegrond verklaard en heeft de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het beroep van de tandarts richt zich tegen de gegrondverklaring van de klachtonderdelen c en d. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat, w at er ook zij van de bejegening van klaagster door de tandarts, de tandarts uiteindelijk alsnog correct heeft gehandeld door, nadat hierop door klaagster was aangedrongen, voor klaagster telefonisch contact op te nemen met de praktijk van zijn collega, als gevolg waarvan klaagster nog diezelfde dag voor behandeling bij die praktijk terecht kon. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de tandarts aldus bij zijn regiefunctie de zorg heeft betracht die van hem als tandarts gevergd wordt, zodat hem geen schending van de tuchtrechtelijke norm verweten kan worden. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan hoger beroep en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1914 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.212

    Klacht tbs-gedetineerde tegen arts. Verwijt dat arts extra medicatie liet verstrekken omdat klager de ramen in de huiskamer van zijn afdeling op een kier wilde hebben en verwijt dat nooit onderzoek heeft plaatsgevonden. Klacht afgewezen door Regionaal Tuchtcollege. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG1925 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/51

    Klagers verwijten verweerder, psychiater, te weinig zorgvuldigheid en professionaliteit te hebben betracht jegens hun pleegzoon bij het gezinsherenigingstraject tussen hem en zijn biologische ouders. Ten eerste is dit herenigingtraject naar de mening van klagers te laat in gang gezet en daarnaast is het verloop erg moeizaam geweest. Dit zou beide tot het ontstaan van emotionele schade bij de pleegzoon hebben geleid. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt hierover als volgt. Voor zover verweerder betrokken is geweest bij het bedoelde gezinsherenigingstraject, wat slechts beperkt het geval is geweest, is niet aannemelijk geworden dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar te kort is geschoten in zijn beroepsuitoefening. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al zijn onderdelen dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1927 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.068

    Klacht tegen een verzekeringsarts. Het UWV heeft klager met terugwerkende kracht een Wajonguitkering geweigerd en het beroep hiertegen van klager ongegrond verklaard. In het kader van de bezwaarschriftprocedure heeft de verzekeringsarts, verweerder, onderzoek verricht teneinde te beoordelen of er reden was de eerdere afwijzing te herzien. Een hoorzitting maakte onderdeel uit van dit onderzoek. Klager verwijt verweerder onzorgvuldig handelen met betrekking tot de hoorzitting, het onderzoek en de rapportage alsmede onzorgvuldige bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1921 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.137

    Klaagster is de zus van een aan een zeldzame ruiterembolus overleden patiënt. De aangeklaagde uroloog heeft bij de patiënt een laparoscopische radicale prostatectomie verricht. Klaagster verwijt de arts dat hij geen juiste inschatting van de situatie ter voorkoming van trombose heeft gemaakt en dat de patiënt door zijn nalatigheid is overleden. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond en zonder verder onderzoek in raadkamer afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1915 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.216

    Klacht tbs-gedetineerde tegen arts. Verwijt dat arts heeft gelogen en zijn leugen heeft gebruikt als grondslag voor een maatregel tegen klager. Klacht afgewezen door Regionaal Tuchtcollege. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1928 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.143

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar klachten van buikpijn en bloedverlies onvoldoende serieus heeft genomen, haar niet opnieuw heeft onderzocht en niet (tijdig) naar een specialist heeft verwezen en voorts dat hij haar ten onrechte heeft verteld dat haar nieren sterk achteruit gingen en haar onnodig heeft geadviseerd een dieet te volgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1903 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.328

    Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en die diagnose tijdens de behandeling nooit heeft medegedeeld en dat hij zich zeer onprofessioneel heeft gedragen door verbale agressie en een bedreigende houding, waardoor hij klaagster angst heeft berokkend. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht op meerdere onderdelen gegrond en beveelt ten aanzien van de psychotherapeut de doorhaling van de inschrijving in het register. De psychotherapeut komt in beroep. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de opgelegde maatregel van doorhaling van de inschrijving en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG1911 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-184a

    Klaagster verwijt de psychotherapeut werkzaam te D. onvoldoende de ernst van de situatie waarin klaagster en haar kinderen leefden te hebben onderkend, daardoor niet de juiste hulp te hebben geboden en daarmee klaagster en haar kinderen onnodige veiligheidsrisico’s te hebben laten lopen. Klaagster verwijt de psychotherapeut voorts verkeerde diagnosen te hebben gesteld bij klaagster en haar partner en procedurefouten te hebben gemaakt in strijd met de WGBO.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2591 Raad van Discipline Amsterdam 11-201A

    Klacht van oud-cliënt over (1) het verstrekken van onjuiste en misleidende informatie aan hem en (2) het niet ingaan op zijn vraag over een financiële afspraak en op zijn kritiek.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2585 Raad van Discipline Amsterdam 11-217Alk

    Klacht tegen (voomalig) eigen advocaat. Advocaat treedt in echtscheidingszaak op voor beide partijen maar voldoet jegensde vrouw niet aan de zware zorgplicht die in dat geval geldt. Advocaat treedt later vervolgens in een geschil ook nog op tegen de vrouw. Klacht gegrond, Maatregel: Voorwaardelijke schorsing van drie maanden met proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2579 Raad van Discipline Amsterdam 10-437U

    Verzetzaak. Klacht tegen oud-deken over de wijze waarop hij het dekenonderzoek naar de klacht van klaagster gericht tegen de advocaat van haar wederpartij heeft ingericht. Art. 46g Termijn waarbinnen voorzittersbeslissing kan worden gewezen. Met de voorzitter is de raad van oordeel dat de wijze waarop de oud-deken de klacht heeft onderzocht valt binnen de grenzen van de hem toekomende beleidsvrijheid. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0760 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDWverzet624.2011

    Beslissing op verzet. Klager bestrijdt dat de Algemene Voorwaarden van toepassing zouden zijn. Een tuchtrechtprocedure als deze biedt geen ruimte voor een oordeel over de redelijkheid van de aan klager in rekening gebrachte kosten. Communicatie tussen een gerechtsdeurwaarder en een justitiabele dient te worden gevoerd op een wijze die in het algemeen als passend en fatsoenlijk mag worden beschouwd. Er kan verschil van inzicht bestaan over de waarde die door beide partijen aan de gebruikte bewoordingen wordt toegekend, doch de wijze waarop de gerechtsdeurwaarder zich uitdrukt in een aan klager gerichte e-mail is strijdig met de hiervoor vermelde norm. Verzet en klacht op dat punt gegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG1904 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.065

    Klacht tegen anesthesist. Patiënt, vader van klagers, is in februari 2007 eerst geopereerd aan en adenocarcinoom in de dikke darm en heeft vervolgens nog twee heroperaties ondergaan, waarna hij in maart 2007 is overleden. Klagers verwijten de arts dat de tweede operatie onzorgvuldig laat is uitgevoerd, dat na de eerste operatie teveel bloed is toegediend en dat patiënt niet goed in de gaten gehouden is. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt die uitspraak en wijst de klacht af.

  • ECLI:NL:TNOKMID:2009:YC0765 Kamer van toezicht Middelburg KvT 5/2009

    Klacht dat notaris klachtwaardig handelt door te weigeren een dossier te verstrekken aanstonds ongegrond verklaard. Het is niet aan de Kamer, maar aan de civiele rechter om te oordelen of de notaris zich al dan niet terecht op zijn geheimhoudingsplicht beroept.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0754 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW184.2011

    Ontvankelijkheid klacht. Geen aanleiding om af te wijken van de in rechtspraak van het Gerechtshof neergelegde termijn van 3 jaar voor het indienen van een klacht. Hoger beroep ingesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG1912 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-165

    Klager verwijt de psychotherapeut te L. dat deze heeft geweigerd schriftelijk een behandelplan over te leggen ondanks herhaald verzoek van de zijde van klager.