Zoekresultaten 12701-12750 van de 47604 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-351/DB/OB

    Ook indien een advocaat namens zijn cliënt tijdens de onderhandelingen een gewijzigd standpunt zou hebben ingenomen, valt hem hiervan tuchtrechtelijk geen verwijt te maken. Een procespartij mag immers zijn standpunt aanpassen aan gewijzigde inzichten of nader opgekomen belangen. Dit zou slechts anders zijn indien de advocaat opzettelijk zijn standpunt wijzigt met het doel de wederpartij nodeloos te schaden. Daarvan is in deze zaak echter niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 128/2020

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verblijft in een tbs-instelling. Beklaagde is als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. Klager verwijt beklaagde dat zijn werkuren zijn teruggebracht van 28 naar 20 uur per week. Daarnaast meent hij dat hij geen passende therapie krijgt. De beslissing om het aantal werkuren van klager terug te brengen is ingegeven vanuit het oogpunt van klagers behandeling. De klacht met betrekking hiertoe wordt dan ook ontvankelijk geacht. De beslissing om beklaagde minder uren te laten werken is in overleg met het behandelend team genomen. De behandelaren constateerden dat het (vele) werken werd gebruikt als een vorm van coping omdat klager daarmee niet hoefde na te denken over pijnlijke zaken. De conclusie van het behandelend team dat een te vol programma het behandelproces hindert, is inzichtelijk. Daarmee is ook de beslissing het aantal uren te beperken begrijpelijk en passend bij de behandeling van klager. Uit de beschikbare stukken blijkt dat de behandeling van klager, inclusief therapie, is afgestemd op de bij hem vastgestelde diagnose. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.097

    Klacht tegen psychiater werkzaam voor het NIFP die op verzoek van de Reclassering een indicatiestelling heeft uitgebracht over de plaatsing van klager voor het uitvoeren van de voorwaarden van zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling. Klager verwijt de psychiater dat zij zonder dat zij klager daarbij heeft betrokken, heeft geadviseerd tot klagers opname in een kliniek met het op-een-na zwaarste beveiligingsniveau. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:39 Accountantskamer Zwolle 20/1841 Wtra AK

    Klacht over samenstellen jaarrekening en over het, als adviseur in het kader van onderhandelingen over overname van de onderneming, opstellen van een overnamebalans. Klacht deels gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; oplegging maatregel van berisping. De Accountantskamer stelt vast dat de onderneming, zoals vermeld in de jaarrekening, weliswaar een fiscale eenheid in de zin van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 vormde meteen andere onderneming, maar gesteld noch gebleken is dat de ondernemingen ook voor de loonbelastingbelasting een fiscale eenheid vormden. Voor een dergelijke fiscale eenheid voor de loonbelasting is op grond van artikel 27e van de Wet op de loonbelasting 1964 een beschikking van de inspecteur vereist. Niet gebleken is dat een dergelijke beschikking ten behoeve van de onderneming is afgegeven. Verder heeft een schuldoverneming pas werking tegenover de schuldeiser indien deze voor die overneming zijn toestemming heeft gegeven. Gesteld noch gebleken is dat de Belastingdienst voor de schuldoverneming toestemming heeft gegeven. De onderneming kon dus nog altijd tot betaling worden aangesproken door de Belastingdienst, wat ook daadwerkelijk is gebeurd. De Accountantskamer is daarom van oordeel dat de schuld aan de Belastingdienst in de jaarrekening van de onderneming had moeten worden verwerkt. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene over de boekjaren voorafgaand aan 2018 de jaarrekening van de onderneming heeft opgesteld. Betrokkene heeft zich weliswaar op het standpunt gesteld dat hij niet uitdrukkelijk opdracht had gehad om ook voor het boekjaar 2018 de jaarrekening samen te stellen, maar zoals volgt uit Standaard 4410 paragraaf A45 hoeft een samenstellend accountant niet iedere verslagperiode een nieuwe opdrachtbevestiging of een andere schriftelijke overeenkomst te sturen. Uit niets blijkt dat de onderneming de doorlopende opdracht voor het samenstellen van de jaarrekening voor wat betreft het boekjaar 2018 had beëindigd of dat betrokkene uit eigen beweging zijn werkzaamheden als samenstellend accountant van de onderneming had beëindigd. De enkele verklaring van betrokkene dat hij meende dat hij niet langer samenstellend accountant was is onvoldoende. Nergens blijkt dat betrokkene dat heeft onderkend en hij heeft naar aanleiding hiervan geen maatregel genomen. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de onderneming gedurende enkele jaren rekeningen van de accountantsorganisatie niet had betaald. De openstaande vordering van de accountantsorganisatie zou voldaan kunnen worden uit de opbrengst van de verkoop. In zoverre had de accountantsorganisatie dan ook belang bij een goede afloop van het verkooptraject. Betrokkene heeft de bedreiging die uitging van de samenloop van het zijn van financieel adviseur en het belang van de accountantsorganisatie bij een goede afloop van het verkooptraject, niet onderkend en hij heeft naar aanleiding hiervan niet beoordeeld of het nodig was een maatregel te nemen om deze bedreiging weg te nemen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.140

    Klacht tegen tandarts. De tandarts heeft bij klaagster een kies getrokken. Daarbij is een breuk in de kaak ontstaan. Klaagster heeft veel pijn gehad en vindt dat de tandarts haar onmenselijk heeft behandeld. Zij verwijt de tandarts onder meer dat zij haar veel te laat naar de kaakchirurg heeft verwezen, dat door het verwijderen van twee botstukken de mogelijkheid om in de toekomst een prothese te plaatsen bemoeilijkt is en dat zij niet heeft goed gereageerd op telefoontjes en een e-mail van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, namelijk voor zover in beroep nieuwe klachten naar voren zijn gebracht, en bevestigt de bestreden beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/54

    Na een eerdere tuchtrechtelijke procedure klaagt klager opnieuw over het handelen van een bedrijfsarts. Voor zover de klachten in de eerdere procedure aan de orde zijn geweest, is klager in die klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Het klachtonderdeel dat ziet op het afleggen van onjuiste verklaringen in de eerdere procedure is ongegrond, omdat niet aannemelijk is geworden dat beklaagde dat opzettelijk heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:40 Accountantskamer Zwolle 19/1795 en 19-1796 Wtra AK

    Mondelinge uitspraak. Klaagster heeft eerder een klacht tegen dezelfde accountants ingediend (zaaknummers 19/92 en 19/93 Wtra AK). Vier dagen voor de mondelinge behandeling van die klacht heeft klaagster een brief gestuurd naar de Accountantskamer met daarin een nader geformuleerd klachtonderdeel. Omdat deze brief pas in een laat stadium is ingediend en betrokkenen zich ertegen hebben verzet dat deze brief zou worden meegenomen in de beoordeling, heeft de Accountantskamer de brief uit het oogpunt van een goede procesorde buiten beschouwing gelaten. De brief is vervolgens geregistreerd als afzonderlijk klaagschrift. Tijdens de mondelinge behandeling van dit (tweede) klaagschrift hebben partijen een toelichting gegeven op het nader geformuleerde klachtonderdeel. Op grond van de nader overgelegde stukken, de nadere toelichting van de partijen en de primair gewijzigde opstelling van betrokkenen heeft de Accountantskamer geoordeeld dat sprake is van een nadere invulling van een reeds eerder ingediende en beoordeelde klacht, zodat de klacht in strijd met het ne bis in idem-beginsel is ingediend. De Accountantskamer heeft de klacht daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021.014

    Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was in een zogenoemd ‘eigen regiemodel’ betrokken bij klagers verzuimbegeleiding. Klager maakt de bedrijfsarts zeventien verwijten, welke in de kern neerkomen op het verwijt dat bedrijfsarts is tekortgeschoten in de begeleiding en onderkenning van de optredende problematiek bij klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen 8, 9, 14, 16 en 17 gegrond verklaard, voor het gegrond verklaarde deel aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen 1 tot en met 7 en klachtonderdeel 10. Klager laat de klachtonderdelen 11, 12, 13 en 15 vallen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager, handhaaft de maatregel van waarschuwing en wijst het verzoek om een kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:108 Raad van Discipline Amsterdam 20-984/A/NH

    Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond; verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld bij het nemen van executiemaatregelen en bij haar weigering om het gelegde beslag op te heffen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/380858 / KL RK 20-149

    De notaris heeft nagelaten om zich op de hoogte te stellen van het relevante feitencomplex en heeft daarmee onzorgvuldig gehandeld. Dit klachtonderdeel is gegrond. Dat de notaris een aansprakelijkheid van de hand wijst levert op zichzelf geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Dit klachtonderdeel is ongegrond. De maatregel berisping wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:102 Raad van Discipline Amsterdam 21-033/A/A

    De klacht tegen de eigen advocaat is gegrond verklaard en er is een berisping opgelegd. De advocaat heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij het aannemen van de opdracht onvoldoende onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van zijn cliӫnte en de voor haar bestemde correspondentie aan een derde te richten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:115 Raad van Discipline Amsterdam 20-746/A/NH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.263

    Klacht tegen chirurg. Klaagster belandde na een val op de afdeling SEH van een ziekenhuis. Ze is onder leiding/supervisie van een chirurg onderzocht door twee (vermoedelijk) arts-assistenten. De bovenarm c.q. schouder bleek gebroken te zijn. Klaagster werd opgenomen voor een operatie. De beklaagde chirurg heeft klaagster geopereerd aan de kop van haar rechter bovenarm. Klaagster vroeg om onderzoek naar de rug vanwege de pijn. Er werd lichamelijk onderzoek naar de rug verricht. Ruim een maand later werd met een CT-scan vastgesteld dat klaagster sprake was van inzakking van een ruggenwervel. Klaagster verwijt de beklaagde chirurg dat hij heeft nagelaten onderzoek in te stellen naar de rugpijnklachten tijdens de operatie, klaagster onnodig veel pijn heeft laten lijden, heeft nagelaten direct vervolgonderzoeken in te stellen, heeft nagelaten collega’s te instrueren de rugpijnklachten van klaagster tijdens en na de opname te controleren en te grof plaat-en schroefwerk heeft gebruikt voor het fixeren van het gebroken bot van de bovenarm. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:109 Raad van Discipline Amsterdam 20-775/A/A 20-776/A/A 20-777/A/A 20-778/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/380877 / KL RK 20-151

    De notaris heeft bij het doorgeven van voorstellen over de verdeling van de nalatenschap, klager niet onder druk gezet of meegewerkt aan het scheppen van rechtsongelijkheid ten nadele van klager. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:103 Raad van Discipline Amsterdam 20-797/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over het door verweerster citeren uit de mediation ongegrond, omdat sprake is van bijzondere omstandigheden, te weten een strafzaak tegen verweersters cliënt. Klachtonderdelen over uitlatingen van verweerster op haar blog, twitter en Instagram ongegrond. Verweerster heeft met de betreffende uitlatingen geen tuchtrechtelijke grens overschreden: zij heeft geen onjuiste informatie verstrekt en is evenmin onnodig grievend geweest. Het is de raad niet gebleken dat verweerster voorbij is gegaan aan de gerechtvaardigde belangen van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:116 Raad van Discipline Amsterdam 20-926/A/A

    Verweerder heeft zich na sluiting van het onderzoek tot het gerechtshof gewend, zonder klaagster daarvan op voorhand op de hoogte te stellen en zonder overleg te voeren met de deken. Dit is onzorgvuldig en niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.264

    Klacht tegen arts. Klaagster belandde na een val op de afdeling SEH van een ziekenhuis. Ze is onder leiding/supervisie van een chirurg onderzocht door twee (vermoedelijk) arts-assistenten. De bovenarm c.q. schouder bleek gebroken te zijn. Klaagster werd ruim een week opgenomen op de verpleegafdeling in afwachten van een operatie. Beklaagde was zaalarts. Enkele dagen na haar operatie is klaagster door beklaagde uit het ziekenhuis ontslagen. Volgens klaagster heeft zij tevergeefs gevraagd om onderzoek naar de rug vanwege de pijn. Ruim een maand later werd met een CT-scan vastgesteld dat klaagster sprake was van inzakking van een ruggenwervel. Klaagster verwijt de beklaagde arts onder meer dat hij heeft nagelaten onderzoek in te stellen naar de hevige rugpijnklachten van klaagster, haar onnodig veel pijn heeft laten lijden, heeft nagelaten vervolgonderzoeken in te stellen, heeft nagelaten een ergo- en/of een revalidatietherapeut in te schakelen, klaagster opiaatachtige medicatie bleef voorschrijven, klaagster heeft ontslagen uit het ziekenhuis zonder instructies aan klaagster en klaagster tegen de adviezen in heeft laten opnemen in een verzorgingshuis in plaats van een verpleeghuis. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:110 Raad van Discipline Amsterdam 20-803/A/A

    Het verzet is gegrond verklaard omdat de voorzitter een te beperkte toetsingsnorm heeft gehanteerd. De klacht is gegrond verklaard en verweerder is een waarschuwing opgelegd. Verweerder had gelet op alle omstandigheden van het geval klager aa klager toestemming moeten vragen voor zijn verzoek aan de rechtbank om het proces-verbaal van een zitting waarin verweerder niet als advocaat voor een partij optrad en in ieder geval dit verzoek gelijktijdig aan klager moeten sturen, hetgeen hij heeft nagelaten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:104 Raad van Discipline Amsterdam 20-828/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk, omdat alleen klager sub 4 zich over een onderdeel kan beklagen. Klacht voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder zich ten onrechte heeft uitgegeven als advocaat van een derde. Eveneens is niet gebleken dat verweerder misbruik heeft gemaakt van zijn status en/of klagers heeft geïntimideerd, bedreigd, gepest of tegen klagers heeft gelogen. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:117 Raad van Discipline Amsterdam 20-962/A/A/D

    Verweerder heeft opgetreden voor een (meerderheids)lid van een VvE dat tevens VvE-bestuurder is en, daarnaast, voor de VvE (in opdracht van het VvE-bestuur). Het optreden van verweerder zag telkens op geschillen met het tweede (minderheids)lid van de VvE. Ondanks de aanhoudende twijfel over de betamelijkheid van het handelen van verweerder en zelfs nadat het gerechtshof in een arrest uitdrukkelijk twijfel heeft uitgesproken over de onafhankelijkheid van verweerder, heeft verweerder zijn bijstand aan de VvE voortgezet. Dit is onbetamelijk. De verweten gedraging raakt aan de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid. Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen maatregel heeft de raad meegewogen dat de deken in januari 2018 een advies heeft gegeven dat inhield dat verweerder zijn bijstand aan de VvE kon voortzetten en dat de voorzitter van de raad in juli 2019 heeft geoordeeld dat geen sprake was van schending van gedragsregel 15. Door dit alles genoot verweerder lange tijd het voordeel van de twijfel. Het arrest van het gerechtshof en de daarop volgende terugtrekking van verweerder uit die zaak vormde het keerpunt. Dat verweerder na dit moment is blijven, althans opnieuw gaan optreden voor de VvE in een nieuwe zaak is verwijtbaar. De raad heeft verder in aanmerking genomen dat verweerder nog niet zo lang advocaat is en dat uit de onweersproken verklaringen van verweerder en zijn gemachtigde blijkt dat op kantoor veelvuldig overleg is gevoerd over deze kwestie. Verweerder heeft aldus niet ondoordacht of onverschillig gehandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.265

    Klacht tegen chirurg. Na klaagsters schouderoperatie en ontslag uit het ziekenhuis neemt de beklaagde chirurg de controles en vervolgafspraken over. Eind 2019 werd met een CT-scan vastgesteld dat bij klaagster sprake was van een inzakking van een ruggenwervel. Klaagster verwijt de beklaagde chirurg dat hij te weinig informatie geeft over de behandeling, vervolgonderzoeken, risico’s en eventuele andere mogelijkheden, geen diagnose stelt, ten onrechte klaagster niet behandelt of doorverwijst, klaagster te laat/niet informeert over uitslagen en het daaropvolgende behandeltraject, de klachten van klaagster bagatelliseert, klaagster onnodig veel pijn en ongemak laat lijden en klaagster in onzekerheid laat en aan haar lot overlaat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/373593 KL RK 20-94

    Notaris behaalde 3 opleidingspunten te weinig. Inmiddels maatregelen getroffen om te waarborgen dat notaris zijn opleidingsverplichtingen in de toekomst zonder problemen kan nakomen. Daarom, hoewel klacht gegrond, geen maatregel. De kamer overweegt onder andere dat de opleidingsverplichting hoe dan ook een verantwoordelijkheid van de notaris zelf is, niet van zijn ondersteunend personeel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365673 / KL RK 20-17

    De kamer is van oordeel dat klaagster de notaris terecht verwijt haar niet van de volmacht van 2003 in kennis te hebben gesteld toen klaagster eind februari/ begin maart 2017 contact opnam met de notaris. De notaris doet in dit verband tevergeefs een beroep op haar geheimhoudingsplicht. Deze verplichting strekt zich immers in dit geval niet verder uit dan de bescherming van het belang van de volmachtgever redelijkerwijs meebrengt. Dit belang vereiste in dit geval dat de volmacht op het moment dat de daarin beschreven situatie zich zou voordoen niet dat de volmacht voor de gevolmachtigde geheim zou blijven, maar juist dat deze bij haar bekend zou worden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:111 Raad van Discipline Amsterdam 20-804/A/A

    Het verzet is op één klachtonderdeel gegrond verklaard omdat de voorzitter een te beperkte toetsingsnorm heeft gehanteerd. Dit klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Verweerder heeft door tegen klaagster op te treden de niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld nu hij niet beschikte over specifiek van klaagster afkomstige of op haar betrekking hebbende informatie, zodat de normstelling die in Gedragsregel 15 tot uitdrukking komt niet in het geding is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:105 Raad van Discipline Amsterdam 20-924/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond. Verweerster heeft op de dag van het aflopen van de beroepstermijn per post een verklaring van non-appel gevraagd. Zij heeft daarmee niet onbetamelijk gehandeld, nu zij er van mocht uitgaan dat deze verklaring niet zou worden afgegeven indien hoger beroep was ingesteld. Klachtonderdeel over het gebruiken van de afgegeven verklaring van non-appel ongegrond, nu dit geen handelen van verweerster betreft.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:118 Raad van Discipline Amsterdam 20-964/A/A

    Klacht van twee advocaten tegen de advocaat van de wederpartij van hun cliënten. De klacht over een onnodig grievende uitlating is ongegrond. Klagers zijn voor het overige niet-ontvankelijk omdat ze geen zelfstandig belang hebben bij de klacht.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/369176 / KL RK 20-49

    Uitstel overdrachtsdatum registergoed. Door een (kandidaat-)notaris mag niet zonder akkoord van de koper met uitstel van de overdracht worden ingestemd. De kamer komt evenwel op basis van de-mail correspondentie die in deze klachtzaak is overgelegd tot de conclusie dat de koper in dit geval feitelijk al met al toch wel met het uitstel van de overdracht blijkt te hebben ingestemd. De kamer laat bij deze beoordeling meewegen dat koper bij zijn e-mail van 5 juni 2020 een plausibele verklaring heeft gegeven voor het feit dat door hem op 4 april 2018 wel een ingebrekestelling is verstuurd, hoewel hij bij mail van 28 maart 2018 akkoord heeft gegeven voor het uitstel. De kamer ziet daarom geen grond voor een tuchtrechtelijk verwijt aan het adres van de kandidaat-notaris voor haar betrokkenheid bij de uitgestelde overdracht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:112 Raad van Discipline Amsterdam 21-318/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk voor zover het gaat over uitlatingen van verweerster over de moeder van klager en kennelijk ongegrond voor zover het gaat om uitlatingen over klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:106 Raad van Discipline Amsterdam 20-753/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:119 Raad van Discipline Amsterdam 21-228/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/374325 / KL RK 20-99

    Klacht gegrond zonder oplegging maatregel. Notaris heeft aannemelijk gemaakt dat haar tekort aan opleidingspunten deels administratief van aard is: de notaris heeft wel opleidingen gevolgd, maar verzuimd deze bij de KNB te accrediteren. Ook was er sprake van overmacht door privé omstandigheden. De notaris heeft haar zaken nu beter op orde; haar permanente educatie is nu beter gewaarborgd. Ook zal zij komend jaar zoveel opleidingspunten behalen, dat zij het tekort over het voorgaande tijdvak alsnog voor een groot deel goedmaakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:113 Raad van Discipline Amsterdam 21-234/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over traagheid, onvoldoende kwaliteit en de declaratie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:107 Raad van Discipline Amsterdam 20-987/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond; verweerder heeft voldaan aan de zorgvuldigheid die van hem mag worden verwacht bij het nemen van executiemaatregelen en is niet verantwoordelijk voor de omstandigheid dat de deurwaarder bij de beslaglegging geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/376381 / KL RK 20-110

    De notaris heeft in deze zaak niet opgetreden als boedelnotaris en op dit punt ook geen misverstand laten bestaan. Klacht op dit punt ongegrond. Ook heeft de notaris, anders dan klager stelt, voldoende voortvarend en zorgvuldig gecommuniceerd. Klacht ook op dit punt ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:120 Raad van Discipline Amsterdam 21-268/A/NH/D

    Dekenbezwaar ongegrond. De raad ziet dat er op meerdere momenten wezenlijke signalen zijn geweest over de (onvoldoende) kwaliteit van verweerders werk. Tegelijkertijd is de raad van oordeel dat op basis van de overgelegde stukken onvoldoende kan worden vastgesteld dat verweerders inhoudelijke kwaliteit daadwerkelijk onvoldoende is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:114 Raad van Discipline Amsterdam 20-957/A/A 20-958/A/A

    Ongegronde klachten. Niet kan worden vastgesteld dat het verweten handelen of nalaten in verband met de stuitingsbrieven feitelijk heeft plaatsgevonden. Gedragsregel 21 lid 1 is niet geschreven voor een onderzoeksprocedure bij de deken. Verweerder heeft gehandeld in strijd met gedragsregel 25, maar deze handelwijze is in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft gehandeld in strijd met de gedragsregels 20 lid 2 en 21, maar klager heeft hierdoor geen schade ondervonden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.262

    Klacht tegen chirurg. Klaagster belandde na een val op de afdeling SEH van een ziekenhuis. Ze is onder leiding/supervisie van beklaagde onderzocht door twee (vermoedelijk) arts-assistenten. De bovenarm c.q. schouder bleek gebroken te zijn. Klaagster werd opgenomen voor een operatie. Klaagster vroeg om onderzoek naar de rug vanwege de pijn. Er werd lichamelijk onderzoek naar de rug verricht. Ruim een maand later werd met een CT-scan vastgesteld dat sprake was van inzakking van een ruggenwervel. Klaagster verwijt de beklaagde chirurg dat hij een niet complete diagnose heeft gesteld, klaagster onnodig veel pijn heeft laten lijden, heeft nagelaten vervolgonderzoeken in te stellen en heeft nagelaten collega’s te instrueren de rugpijnklachten van klaagster tijdens en na de opname te controleren. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-111/DH/RO 21-112/DH/RO

    Klacht tegen de advocaten van de wederpartij gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk wegens ne bis in idem en gedeeltelijk kennelijk ongegrond wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:86 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/681234 / DW RK 20/118

    De gerechtsdeurwaarder heeft bij het berekenen van de beslagvrije voet een bedrag in mindering gebracht onder vermelding 'Recofa vermindering'. Naar oordeel van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders biedt artikel 475d Rv geen ruimte voor een dergelijke vermindering.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-149/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond, grotendeels vanwege een gebrek aan onderbouwing. Dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarden is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-221b

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft in opdracht van de Officier van Justitie een psychologisch onderzoek bij klager verricht. Beklaagde heeft voor het opstellen van de rapportage geen gebruik gemaakt van onjuiste gegevens, klager had ook geen toestemming gegeven om nadere informatie in te winnen. Klager is voorts voldoende in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van zijn inzage- en correctierecht en voor zover er onjuiste gegevens in het rapport staan heeft beklaagde voldoende inspanning geleverd om deze gegevens (te trachten) te corrigeren. Van intimidatie en vooringenomenheid is niet gebleken. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-221a

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in opdracht van de Officier van Justitie een psychiatrisch onderzoek bij klager verricht. Het is onvoldoende duidelijk geworden dat klager inderdaad inzage in het (concept)rapport heeft gekregen en in de gelegenheid is geweest om correcties aan te brengen. Het correctierecht houdt overigens niet in dat klager aanspraak maakt op wijzigingen in het rapport als hij het niet eens is met het oordeel of het advies van beklaagde. Verder doen de door klager genoemde onwaarheden en mogelijke onjuistheden niet wezenlijk af aan de kwaliteit van de rapportage. Niet van vooringenomenheid gebleken. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-088a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager heeft impliciet toestemming gegeven voor het schrijven van de verwijsbrief en ontslagbrief. In de inhoud van de brief is geen sprake van laster, maar van de professionele visie op de noodzakelijke behandeling. Ook is door indiening van de zorgmachtiging bij het Openbaar Ministerie geen sprake van het schenden van het beroepsgeheim. Daarnaast is er geen sprake van dwarsbomen van de behandeling bij de huisarts.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-094/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening gegrond ten aanzien van de schriftelijke vastlegging van belangrijke informatie en afspraken en voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-878/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder is tekort geschoten in de bijstand en advisering van klager. Vanwege het ontbreken van een tuchtrechtelijk verleden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met een waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 204/2020

    Klacht tegen apotheker betreffende aflevering van medicatie van verschillende merken. De apotheker heeft gehandeld zoals gebruikelijk is in de farmacie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-130/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft klaagster (hoge) declaraties gestuurd, terwijl zij in klaagsters zaken was toegevoegd en de toevoegingen niet zijn ingetrokken. Verweerster had deze declaraties nooit aan klaagster mogen zenden. Het stond verweerster dan ook niet vrij om incassomaatregelen te treffen. Verder heeft verweerster klaagster niet tijdig gewaarschuwd voor overschrijding van het aantal uren. Gelet op de ernst van de gedragingen, het totale gebrek aan inzicht in de onjuistheid van het handelen en de grote (financiële) gevolgen voor klaagster, acht de raad alleen een forse schorsing passend. Vanwege het blanco tuchtrechtelijk verleden zal de schorsing van 4 maanden in voorwaardelijke vorm worden opgelegd, inclusief bijzondere voorwaarden (vergoeding van hetgeen onterecht in rekening is gebracht en door klaagster is betaald en creditering van de door verweerder gezonden facturen).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-017/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Als uitdrukkelijk door verweerder erkend staat vast dat verweerder klager onjuist heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een toevoeging aan te vragen. Immers, verweerder heeft klager voorgehouden dat eerst na ontvangst van de dagvaarding tot het aanvragen van een toevoeging zou kunnen worden overgegaan, terwijl uit de Kenniswijzer van de Raad voor Rechtsbijstand blijkt dat reeds een toevoeging kan worden aangevraagd na ontvangst van de aankondiging van het OM dat tot dagvaarding van klager wordt overgegaan. Verweerder is aldus tuchtrechtelijk verwijtbaar tekort geschoten in diens advisering. Verweerder is op diverse punten tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten in de door hem verleende bijstand aan klager. Klacht deels gegrond. Voorwaardelijke schorsing van twee weken. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/61

    Klagers zijn de BV en haar directeur. Vast staat dat aan de notaris de opdracht is gegeven om de levering te verzorgen van het perceel grond met de daarop te bouwen recreatiewoning door de VOF aan de BV. Voor zover de notaris wordt verweten dat hij bij het verrichten van het op grond van artikel 3 Wwft verplichte cliëntenonderzoek te ver is gegaan, wordt de klacht ongegrond verklaard. De notaris heeft in de gegeven omstandigheden (negatieve berichtgeving op sociale media over de directeur en het destijds net geëindigde faillissement van de directeur) terecht nadere informatie opgevraagd bij klagers. De klacht wordt gegrond verklaard voor zover die betrekking heeft op de communicatie ten aanzien van de door de notaris opgevraagde nadere informatie en de door hem gewekte schijn van partijdigheid. De notaris - die als projectnotaris door de VOF is ingeschakeld - heeft bij klagers de indruk gewekt op een partijdige wijze betrokken te zijn bij de levering van het perceel grond en de notaris heeft zich onvoldoende ingespannen zijn rol als poortwachter aan klagers kenbaar te maken. Dit is de notaris tuchtrechtelijk aan te rekenen. Aan de notaris wordt de maatregel van berisping opgelegd.