Zoekresultaten 12701-12750 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-790

    Raadsbeslissing. Klacht over onder meer optreden tegen voormalig cliënte van verweerder en onjuiste facturering. Het optreden van verweerder voldoet aan de in gedragsregel 15 lid 3 genoemde voorwaarden zodat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Door facturen op naam van klaagster te zetten, terwijl de betreffende werkzaamheden voor een ander bedrijf en diens bestuurder zijn verricht, heeft verweerder niet gehandeld zoals dat een behoorlijk advocaat betaamt. Klacht voor een deel gegrond. Geen maatregel omdat de raad verweerder eerder al een berisping heeft opgelegd voor vergelijkbaar klachtwaardig handelen bij de facturering voor werkzaamheden en de verwijtbare gedragingen niet zijn verricht na de eerdere uitspraak.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/689697 / DW RK 20/462

    Het kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat de opdrachtgever niet wilde reageren op inhoudelijke vragen van klager. De gerechtsdeurwaarder had het dossier van klager inmiddels gesloten, heeft dit duidelijk met klager besproken en heeft klager verwezen naar de opdrachtgever. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:199 Raad van Discipline Amsterdam 21-619/A/A 21-620/A/A

    Klacht over advocaten wederpartij kennelijk ongegrond. Door binnen de daarvoor geldende termijn een schriftelijke reactie van beperkte omvang in te dienen en daarvan bovendien op dezelfde datum een afschrift aan de advocaat van klaagster te sturen, hebben verweerders de belangen van klaagster niet nodeloos en/of op ontoelaatbare wijze geschaad noch in strijd gehandeld met gedragsregel 20. Dat verweerders de stukken op oudejaarsdag bij de Afdeling hebben ingediend, maakt het voorgaande niet anders.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-896

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad is van oordeel is dat verweerder een beroepsfout heeft gemaakt door het exploot van dagvaarding in hoger beroep niet in te schrijven in het rechtsmiddelenregister als bedoeld in artikel 3:301 lid 2 BW. Deze beroepsfout is verweerder tuchtrechtelijk te verwijten. Verweerder heeft ook tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen redelijk honorarium bij klaagster in rekening te brengen als bedoeld in gedragsregel 17 lid 1. Klacht voor een deel gegrond. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-439

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:200 Raad van Discipline Amsterdam 20-1006/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat is gegrond. Verweerder is een belangrijke afspraak met klager niet nagekomen en hem onjuist geinformeerd. Verweerder is een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-259

    Ongegrond verzet. Klager is op juiste gronden door de voorzitter niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:201 Raad van Discipline Amsterdam 20-1004/A/A

    Klacht is ongegrond. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij verweerder een bedrag heeft betaald, waarmee verweerder haar zaak zou hebben aangenomen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-562

    Verweerster, althans haar rolwaarneemster onder haar verantwoordelijkheid, heeft een beroepsfout gemaakt door een in een tussenvonnis genoemde datum voor het nemen van een akte namens klager over het hoofd te zien. Verweerster heeft na ontdekking van haar omissie daarover duidelijk met klager gecorrespondeerd en hem vergoeding van zijn kosten aangeboden, zelfs (onnodig) in hoger beroep. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad met klager een voldoende duidelijke risico-analyse gemaakt voor het instellen van hoger beroep. Gezien de jarenlange vertrouwensrelatie met klager mocht verweerster volstaan met een e-mail op hoofdpunten. Dat klager een ongunstige beslissing in hoger beroep heeft gekregen en in het familiegeschil in de proceskosten is veroordeeld, dient voor risico van klager te blijven. Klager heeft herhaaldelijk verzochte bewijsstukken niet aangeleverd aan verweerster. Door het schadebeperkende en oplossingsgerichte handelen wordt aan verweerster geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:56 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/691011 / DW RK 20/507

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder geen specificaties en uitleg over de openstaande vorderingen heeft gegeven. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:202 Raad van Discipline Amsterdam 20-1005/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat is gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft verzuimd belangrijke afspraken en informatie schriftelijk vast te leggen. Verweerder is een maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-770

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster doet beroep op de niet-ontvankelijkheid van de klacht. De raad stelt op grond van de dossierstukken vast dat klager met zijn ingediende klacht over hetzelfde feitencomplex klaagt als met zijn op 23 november 2018 ingediende klacht. Klager heeft zijn klacht van 23 november 2018 zonder enig voorbehoud of verzoek om uitstel ingetrokken waarna de deken het klachtdossier heeft gesloten. Verweerster mocht er toen dan ook van uitgaan dat zij zich niet meer, ook niet op een later moment, bij de deken en de tuchtrechter hoefde te verweren tegen de verwijten die klager haar had gemaakt. De door klager genoemde gezondheidsklachten en medische onderzoeken als reden voor het stopzetten van zijn klacht over verweerster zijn geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan de klacht nu alsnog inhoudelijk door de raad kan worden beoordeeld. Klacht in beide onderdelen niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683894 / DW RK 20/221

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet duidelijk gecommuniceerd dat er een voorwaardelijk akkoord was en geen algeheel akkoord. Tevens is tijdige beantwoording van e-mails van de gemachtigde van klaagster uitgebleven en is het gelegde beslag niet direct opgeheven nadat duidelijk was dat er een algeheel akkoord was bereikt. Klacht gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:150 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-045/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft na opmerkingen van kantoorgenoten aan een cliënt verzonden declaraties gecrediteerd met een bedrag van € 90.000,-- exclusief BTW. In de op 20 maart 2019 gesloten vaststellingsovereenkomst is expliciet opgenomen dat de in rekening gebrachte werkzaamheden tot een bedrag van € 90.000,-- exclusief BTW dienden te worden gecrediteerd, omdat “voor deze uren (en daarmee gemoeide kosten) geen deugdelijke onderbouwing kan worden gegeven”. Verweerder heeft excessief gedeclareerd. De deken heeft naar voren gebracht dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde onafhankelijkheid door voor een belangrijk deel voor cliënt J op te hebben getreden en voor deze cliënt een uurtarief van slechts € 100,-- exclusief BTW heeft gehanteerd. De raad is van oordeel dat de feiten dat verweerder dit uurtarief voor cliënt J is gaan hanteren en naar eigen zeggen ook in de toekomst zal blijven hanteren en dat verweerder ter zitting van de raad heeft verklaard dat hij aan cliënt J “nu bijna niets meer in rekening durft te brengen”, afbreuk doen aan verweerders onafhankelijkheid. In zoverre is dit onderdeel van het dekenbezwaar gegrond. Dat verweerder enkel of in overwegende mate cliënt J bedient en geen of onvoldoende andere cliënten bijstaat is naar het oordeel van de raad op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting onvoldoende aannemelijk geworden. In zoverre is dit onderdeel van het dekenbezwaar dan ook ongegrond. De omstandigheden dat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld en er blijk van heeft gegeven het onjuiste van zijn handelen in te zien mede in aanmerking genomen zal de raad volstaan met oplegging van een berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:151 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-222/DB/ZWB

    Klacht over advocaat van de wederpartij. Vaststaat dat verweerder, nadat uitspraak was bepaald, de rechtbank tot tweemaal toe heeft aangeschreven zonder vooraf verkregen toestemming van klagers. Uitgangspunt is dat, nadat de uitspraak is bepaald, het de advocaat op grond van gedragsregel 21 lid 3 niet geoorloofd is zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden. Of die rechter de rolrechter of de behandelend rechter is, maakt voor de toepassing van gedragsregel 21 lid 3 geen verschil. Verweerder heeft weliswaar gesteld dat het belang van zijn cliënt noopte tot verzending van de brieven, omdat zijn cliënt, mede gelet op de wisseling van de behandelend rechter en het in verband daarmee geldende onmiddellijkheidsbeginsel, belang had bij pleidooi en daarnaast, vanwege de complexiteit van de zaak, belang had bij behandeling van de zaak door een meervoudige kamer. Ofschoon het de taak van verweerder is om de belangen van zijn cliënt te behartigen, stond het hem naar het oordeel van de raad echter niet vrij om de betreffende brieven, gelet op hun inhoud, zonder voorafgaande toestemming van klagers aan de rechtbank te sturen. De passages uit de brieven aan de rechtbank kunnen naar het oordeel van de raad namelijk niet anders worden gekwalificeerd dan een (nadere) inhoudelijke stellingname ten aanzien van hetgeen aan de rechtbank ter beoordeling was voorgelegd. Hieruit volgt reeds dat, anders dan verweerder met het oog op het door hem gedane beroep op het onmiddellijkheidsbeginsel stelt, de brieven van 15 en 17 juli 2020 niet kwalificeren als enkel van processuele aard. Verweerder heeft in deze brieven aan de rechtbank immers niet alleen volstaan met een beroep op voormeld beginsel, maar daarin tevens gewag gemaakt van de inhoud van het geschil dat partijen verdeeld hield. Dit is, bezien in het licht van gedragsregel 21 lid 3, ontoelaatbaar en van deze schending kan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De klacht is dan ook gegrond. De raad acht in dezen een waarschuwing een passende maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-678/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het declareren naast een toevoeging kennelijk ongegrond. Verweerder heeft met zijn beroep op zijn retentierecht niet onbetamelijk gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:313 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-439

    Niet is gebleken dat verweerder wist of kon weten dat hetgeen hij over de medische zorg of over het gedrag van klager had geschreven en gezegd in strijd met de waarheid was. Gelet op het voorgaande verklaart de voorzitter deze klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:152 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-798/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft erkend dat hij het aan klager gegeven advies niet schriftelijk heeft vastgelegd. Dit is onzorgvuldig en nu klager heeft gesteld dat verweerder hem voorafgaand aan het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst van 3 april 2017 niet erover heeft geïnformeerd dat de wettelijke alimentatieverplichting loopt tot 21 jaar, is het aan verweerder om het tegendeel te bewijzen. Naar het oordeel van de raad is verweerder er niet in geslaagd dat bewijs te leveren. De raad is dan ook van oordeel dat ervan uit gegaan moet worden dat klager niet naar behoren is geadviseerd over de omvang van zijn onderhoudsplicht. Dat is onzorgvuldig en daarvan kan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het ontbreken van een behoorlijke schriftelijke vastlegging van het gegeven advies komt in strijd met de gedragsregels 12 (zorgvuldigheid) en 16 lid 1 (informatieplicht). In de onderhavige zaak rustte naar het oordeel van de raad bovendien een extra zorgplicht op verweerder omdat hij wist dat klager ten gevolge van het hem overkomen auto ongeluk kampte met een beperking. Die zorgplicht heeft verweerder geschonden. De klacht is op grond van het voorgaande gegrond. De raad acht in dezen een berisping een passende maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-688/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verstrijken van de vervaltermijn en gedeeltelijk kennelijk ongegrond bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:314 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-259

    Voorzittersbeslising. Klacht buiten termijn van drie jaar ingediend. Voorzitter verklaart klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:153 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-366/DB/LI

    Verzet. De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-477/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over gebrekkige bijstand in een emotioneel beladen en complexe zaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:154 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-929/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft terecht en op juiste gronden toepassing gegeven aan artikel 46j Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 694726 / NT 20-52, 694728 / NT 20-53 en 694732 / NT 20-54

    Ter zitting is gebleken dat klager de notarissen echter in de kern verwijt dat zij tijdens hun waarneming hebben gehandeld in nauw overleg met het BFT en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: KNB) en dat zij daarvan hebben geprofiteerd en/of zich hebben verrijkt. Klager stelt dat de kamer in haar beslissing van 27 december 2016 hem op onterechte gronden heeft ontzet, omdat zijn bewaringspositie niet negatief was. Volgens klager is geen sprake van ‘normale’ waarneming door de notarissen maar in feite van liquidatie van zijn (voormalige) kantoor door de notarissen in nauwe samenwerking met het BFT en de KNB. Klager legt aan zijn klacht ten grondslag de conclusie van het BNA-rapport, waarin onder meer is vermeld dat de bewaringspositie per 5 februari 2016 positief was. Klager stelt verder dat niet hij maar zijn voormalige boekhouder gelden van de derdenrekening van het kantoor heeft onttrokken en naar zijn privérekening heeft overgemaakt en dat hij daarom zelf beslag op de bankrekening van de boekhouder heeft gelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-550/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk door tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210197

    Appelverbod. Klagers gaan in hoger beroep tegen een verzetsbeslissing van de raad waarbij het verzet ongegrond is verklaard. De slotsom is dat klagers geen feiten of omstandigheden hebben aangedragen waaruit volgt dat zij bij de raad geen eerlijk proces hebben gehad. Het hof concludeert dan ook dat het appelverbod niet kan worden doorbroken. Klagers zullen in hun beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2459-2074

    Arts wordt (onder andere) verweten dat hij een (niet neutrale en niet objectieve) verklaring heeft afgelegd tijdens een onderzoek door de RvdK, waarbij hij heeft opgetreden als informant voor de ex-partner van klaagster, terwijl hij in het verleden een langdurige relatie had met de tante van klaagsters ex-partner. De arts heeft persoonlijke ervaringen laten meewegen in zijn professioneel oordeel en tevens een professioneel oordeel hebben geuit over klaagster en haar nieuwe partner. De arts heeft ernstig misbruik hebben gemaakt van zijn positie als arts en het vertrouwen dat de RvdK daardoor in hem had. Deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:177 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210143

    Verzet tegen voorzittersbeslissing hof. Klaagster heeft de beroepstermijn overschreven, waarna de voorzitter haar beroep kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het verzet tegen deze voorzittersbeslissing is eveneens niet-ontvankelijk verklaard wegens een overschrijding van de verzettermijn. In haar verzet heeft klaagster zich beroepen op persoonlijke omstandigheden. Nog los van het feit dat die in haar risicosfeer liggen, zijn deze omstandigheden niet concreet gemaakt met feiten noch met stukken onderbouwd. Ook is niet toegelicht waarom klaagster daardoor niet tijdig haar verzet (en beroep) kon instellen. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2535-20145

    Huisarts wordt verweten dat hij heeft geweigerd klaagster inzage te geven in het medisch dossier van haar zoon, klaagster als moeder onheus heeft bejegend en mededeling heeft gedaan aan de ex-echtgenoot van klaagster over de door klaagster ingediende klacht tegen verweerder. Klaagsters zoon heeft de leeftijd van 12 bereikt, wat betekent zelfstandig recht op geheimhouding. Zoon gaf geen toestemming voor inzage door klaagster en klaagster had reeds informatie gekregen en niet nader gespecificeerd welke informatie zij miste voor het nemen van een medische beslissing. Mededeling aan ex-echtgenoot onder gegeven omstandigheden begrijpelijk. Huisarts heeft een negatief waardeoordeel gegeven over handelen klaagster, sprake van onheuse bejegening. Heeft belang van zijn patiënt, zoon van klaagster, hierbij steeds voor ogen gehad. Deels gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2399

    De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt de arts dat hij ernstig (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld en verder in de privésfeer van patiënte is doorgedrongen dan strikt noodzakelijk in het kader van de hulpverlening, heeft nagelaten de arts-patiëntrelatie te beëindigen op het moment dat andere dan zakelijke en in een professionele hulpverleningssituatie passende communicatie en gevoelens een rol gingen spelen, de arts-patiëntrelatie niet op adequate manier heeft beëindigd en niet voor adequate overdracht heeft gezorgd en is tekortgeschoten in de dossiervorming. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Geen inzicht getoond. Doorhaling. Voorlopige voorziening: schorsing van de inschrijving. Publicatie.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 696590 / NT 21-6

    De notaris heeft in haar verweerschrift als ook ter zitting erkend dat de onderstelling niet juist is omschreven in de concept-hypotheekakte en heeft de omschrijving vervolgens aangepast. Ter zitting heeft de notaris toegelicht dat de gebruikelijke procedure op het notariskantoor is dat de concept-akten worden tegengelezen en dat de akten dus worden gecheckt, maar dat dit kennelijk in dit geval niet is gebeurd. Klager beklaagt zich daarnaast over de taalkundige formulering van de ontwerp-hypotheekakte, waardoor het - volgens klager - lijkt alsof hem en zijn echtgenote in 1989 kwijting is verleend van de verschuldigde koopsom van het onderpand vanwege een dertig jaar later te passeren akte wijziging erfpachtrecht. De notaris heeft daartegen aangevoerd dat een notaris nu eenmaal een aantal gegevens in de akte moet vermelden, waaronder de akte waarbij de hypotheekgevers het onderpand hebben verkregen. Volgens de notaris staat de juridische inhoud centraal; de taalkundige formulering is wellicht minder fraai maar wel juridisch correct, aldus de notaris. De kamer overweegt dat de notaris voldoende waarborgen op het notariskantoor heeft gecreëerd om eventuele fouten in akten te vermijden. Dat dit in het onderhavige geval toch is gebeurd, is, nu is komen vast te staan dat het hier een conceptakte betrof en de notaris de conceptakte na opmerkingen van klager heeft aangepast, naar het oordeel van de kamer niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daar komt bij dat de notaris aan klager haar verontschuldigingen heeft aangeboden. Ook overigens treft de notaris geen tuchtrechtelijk verwijt voor wat betreft de inhoud van de (aangepaste) hypotheekakte. De kamer acht dit klachtonderdeel daarom eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:146 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-648/DB/LI

    Klacht over advocaat van de wederpartij. Het staat een advocaat vrij om namens zijn cliënt executiemaatregelen tegen de wederpartij, waaronder beslaglegging, te nemen en om na het overlijden van zijn cliënt de belangen van de (enig) erfgenaam van zijn cliënt bij de verdere incasso van de op die erfgenaam overgegane vordering te behartigen. Geen eigen belang bij de de klacht dat de advocaat van de wederpartij belastingontduiking door Y faciliteert. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 695255 / NT 20-58

    De notaris heeft twee onjuiste aangiften erfbelasting ingediend en vervolgens één aangifte hersteld door middel van een nadere aangifte. Het verwijt dat de notaris wordt gemaakt is dat hij niet op de juiste wijze heeft gehandeld nadat hij op de fouten was gewezen. Hij heeft kennelijk te lichtvaardig en ten onrechte gemeend dat met de enkele nadere aangifte in de nalatenschap van erflaatster de fouten geheel waren hersteld en heeft over deze fouten en het herstel onvoldoende adequaat met klaagster gecommuniceerd. Dit neemt niet weg dat de notaris zich overigens naar behoren heeft ingespannen om de nalatenschappen voor alle erfgenamen zo goed mogelijk af te wikkelen waarbij ook de moeizame relatie tussen klaagster en de overige erfgenamen onderling in ogenschouw dient te worden genomen. Vast staat bovendien dat klaagster had aangegeven dat zij niet rechtstreeks door de notaris benaderd wenste te worden. De kamer houdt er rekening mee dat dit niet bevorderlijk is geweest voor de noodzakelijke communicatie tussen de notaris en klaagster. Gelet op het voorgaande acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-524/DB/ZWB

    Advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij goede gronden aanwezig zag om het seksueel misbruik van beide partijen ter sprake te brengen. Het is begrijpelijk dat het door verweerster aan de orde gesteld gespreksonderwerp bij klaagster de nodige emoties te weeg heeft gebracht, maar hieruit volgt niet dat verweerster zich nodeloos grievend over klaagster heeft uitgelaten, noch dat het verloop van de echtscheidingsprocedure hierdoor negatief is beïnvloed. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-555/DB/ZWB

    Optreden van advocaat van de wederpartij. Klager is door de wijze van declareren van de advocaat van de wederpartij niet in zijn belang getroffen. Het enkele feit dat de cliënte van verweerder bij arrest van het gerechtshof in het gelijk is gesteld en de omstandigheid dat verweerder voorheen plaatsvervangend raadsheer van het gerechtshof is geweest, rechtvaardigt het vergaande en niet onderbouwde verwijt dat er sprake is van ongeoorloofde inmenging van verweerder bij de totstandkoming van het arrest niet. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210173

    Beklag tegen afwijzende beslissing op verzoek om aanwijzing van een advocaat. Het hof oordeelt dat de deken het beklag op goede gronden heeft afgewezen. In het dossier van klaagster zitten namelijk twee weloverwogen procesadviezen van advocaten op basis waarvan de deken mocht concluderen dat de zaak van klaagster geen redelijke kans van slagen heeft. Nu klaagster bij haar verzoek aan de deken (en ook in de procedure bij het hof) verder geen informatie heeft gegeven waaruit zou volgen dat die procesadviezen niet juist zouden zijn of om een andere reden niet gevolgd zouden moeten worden, verklaart het hof het beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-618/DB/ZWB

    Klacht (gedeeltelijk) ingediend nadat meer dan drie jaar is verstreken. Voor het overige is niet gebleken dat advocaat in zijn hoedanigheid van deken tijdens de behandeling van een dekenbezwaar tegen klager opzettelijk onjuiste feiten heeft weergegeven en daardoor de tuchtrechter heeft misleid. Dit is door klager onvoldoende onderbouwd en volgt evenmin uit de door klager overgelegde stukken. Ook overigens is niet gebleken dat verweerder bij de afhandeling van het dekenbezwaar over klager het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/372913 / KL RK 20-80 C/05/372916 / KL RK 20-81

    Klagers (vader en één van zijn zonen) dienen een klacht in tegen de (kandidaat-)notaris die op het sterfbed van de zoon c.q broer van klagers (hierna: erflater) een testament ten gunste van de samenwoonrelatie van erflater en hun gezamenlijke en eerdere eigen kinderen heeft gepasseerd. Klager-zoon is volgens de kamer niet-ontvankelijk in zijn klacht omdat hij geen redelijk belang bij indiening van de klacht aannemelijk heeft gemaakt. Klager-vader heeft wel een redelijk belang want hij woont op basis van een vruchtgebruikregeling in een woning die tot de nalatenschap van erflater behoort. De klachten van klager-vader worden echter ongegrond verklaard. Onder meer omdat niet is komen vast te staan dat de (kandidaat-)notaris bij het voorbereiden en passeren van dit sterfbed-testament zou hebben gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid/het Stappenplan. Ook de verdere verwijten die klager de (kandidaat-)notaris maakt zijn feitelijk niet komen vast te staan en/of treffen geen doel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/385479 / KL RK 21-43

    Klacht met betrekking tot een door de notaris gemaakte fout in een hypotheekakte. De klacht van klager ziet op de informatieplicht van de notaris voorafgaand aan het passeren, de gemaakte fout in de akte, de pogingen tot herstel van de fout door de notaris en de houding van de notaris bij de afwikkeling van de door klager gestelde schade. De kamer heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en aan de notaris een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/385121 / KL RK 21-35

    Klacht over de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een testateur kort voorafgaand en ten tijde van het passeren van zijn testament. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De kamer heeft overwogen dat de door klagers aangehaalde omstandigheden niet zonder meer meebrengen dat vader niet in staat was zijn wil te bepalen. Wel gaven zij aanleiding om de wilsbekwaamheid nader te onderzoeken. Hoewel het vanwege de aanwezige indicatoren (gezondheidstoestand vader; ingrijpende afwijking van het eerdere concept) voor de hand had gelegen dat de notaris bewust de stappen uit het Stappenplan zou hebben gevolgd en haar bevindingen in het dossier zou hebben vastgelegd, heeft de notaris dat niet gedaan, zo heeft zij zelf ter zitting verklaard. Uit het verweerschrift van de notaris en hetgeen zij ter zitting verder naar voren heeft gebracht, is het de kamer echter wel gebleken dat de notaris in concreto verschillende stappen uit het Stappenplan heeft toegepast, op basis waarvan de notaris zich een oordeel heeft kunnen vormen over de wilsbekwaamheid van vader. De kamer heeft verder overwogen dat de notaris tijdens haar besprekingen met vader tot de conclusie is gekomen dat hij bekwaam was om zijn wil te bepalen. Het was in eerste instantie aan de notaris om vast te stellen of vader voldoende bekwaam was om de inhoud van de akte te begrijpen. Er was bij de notaris geen sprake van twijfel over de wilsbekwaamheid van vader. Dat de notaris tot een andere conclusie had moeten komen, is niet of onvoldoende gebleken. De notaris heeft meermaals uitgebreid en ook onder vier ogen met vader gesproken waarbij vader duidelijk kon uitleggen wat zijn wens was en wat zijn beweegredenen hiervoor waren. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet onzorgvuldig gehandeld. De notaris kon en mocht in de gegeven omstandigheden concluderen dat vader wilsbekwaam was om zijn testament op te maken

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/384293 / KL RK 21-31

    De kamer heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard voor zover deze ziet op het niet tijdig verstrekken van een conceptakte van levering en een concept nota van afrekening. Deze zijn pas twee dagen voor passeren aan klager verstrekt. Naar aanleiding van de concepten maakte klager bezwaar tegen de door de kopers gewenste contractsovername. Ook maakte klager bezwaar tegen de door de VvE gevorderde achterstand. Doordat de concepten pas zeer laat aan klager zijn verstrekt, heeft de notaris zelf de situatie laten ontstaan waarin er maar weinig tijd was voor overleg en de situatie al snel dreigde te escaleren. De e-mail van de notaris aan klager kan door de toonzetting van de notaris in combinatie met de door de notaris gecreëerde tijdsdruk, door de concepten zeer laat gereed te hebben, voor ontoelaatbare druk bij klager hebben gezorgd om van zijn bezwaren af te zien en de akte van levering alsnog te passeren. De kamer acht dit tuchtrechtelijk verwijtbaar en heeft de notaris een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2188/004A

    Patiënte is overleden aan een tumor in het oog te hebben. Verweerder, oogarts, wordt verweten dat hij na het overlijden afgifte van het medisch dossier heeft getraineerd. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2197-A2021/004B

    Aan oogarts wordt verweten de oogklachten van patiënte niet serieus te hebben genomen, Patiënte bleek een tumor in het oog te hebben, als gevolg waarvan zij uiteindelijk is overleden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021.034

    Klacht tegen psychiater. Volgens klaagster is zij als gevolg van de psychiatrische herbeoordeling (second opinion van verweerder en een collega-psychiater onterecht aangemerkt met een paranoïde waanstoornis ‘leidend tot disfunctioneel gedrag’, een en ander met haar ondercuratelestelling tot gevolg. Klaagster verzoekt een einde te maken aan deze volgens haar verzonnen geestelijke stoornis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster ontvankelijk, doet de zaak zelf af en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3120

    Klager verwijt tandarts dat hij hem op een onrespectvolle en dreigende manier heeft bejegend, dat hij hem geen gelegenheid heeft gegeven om tijdens de periodieke reiniging te spoelen en hem geen financiële vergoeding heeft gegeven voor het voortijdig afbreken van de behandeling. Verweerder heeft een andere lezing van wat er gebeurd is. Volgens hem heeft klager tijdens de behandeling meerdere malen getracht zijn hand te grijpen en was verder gaan niet verantwoord, omdat dit een gevaarlijke situatie opleverde. Stellingen van klager zijn niet komen vast te staan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021.035

    Klacht tegen psychiater. Volgens klaagster is zij als gevolg van de psychiatrische herbeoordeling (second opinion) van de psychiater en een collega van de psychiater onterecht aangemerkt met een paranoïde waanstoornis ‘leidend tot disfunctioneel gedrag’, een en ander met haar ondercuratelestelling tot gevolg. Klaagster verzoekt een einde te maken aan deze volgens haar verzonnen geestelijke stoornis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster bij voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster ontvankelijk, doet de zaak zelf af en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2286-A2021/036

    Klaagster verwijt verweerster, tandarts, haar kaak te hebben gebroken bij het trekken van een kies. Dat de kaak gebroken is destijds, is echter niet komen vast te staan. Verder verwijt klaagster verweerster dat zij een declaratie heeft gestuurd voor een prothese, terwijl enkel haar eigen brugprothese is aangepast, alsmede dat ze onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling en de risico's. Het college overweegt dat verweerster juist heeft gedeclareerd en dat het verweerster niet in gebreke is gebleven wat betreft de informatievoorziening. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-458

    Raadsbeslissing. Klaagster is curator. De raad overweegt dat de cliënt van verweerder in zijn hoedanigheid van bestuurder van een zorginstelling gedurende een periode van meerdere jaren stelselmatig en op geraffineerde wijze aanzienlijke geldbedragen heeft onttrokken aan de stichting. Het onttrekken van die geldbedragen heeft deze cliënt onder meer verborgen door het opstellen van valse facturen, leningsovereenkomsten en jaarrekeningen. Verweerder heeft daarbij een faciliterende rol gespeeld. Dit heeft hij bovendien gedaan terwijl hij tegelijkertijd de ernstig benadeelde zorginstelling als advocaat bijstond. Schorsing van 24 weken waarvan 12 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.218

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is in het verleden bij de gz-psycholoog onder behandeling geweest en staat onder curatele. De gz-psycholoog heeft op klaagsters verzoek een brief geschreven die zij aan de gemeente kon overhandigen. Vervolgens heeft de gz-psycholoog ook aan klaagster zelf en aan haar huisarts een brief geschreven. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat hij heeft gesteld dat er bij haar sprake was van paranoïde wanen en dat hij negatieve informatie over klaagster aan psychiaters heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 122/2020

    Beklaagde, neuroloog, is gevraagd een neurologische expertise te doen in verband met de vaststelling van de wettelijke aansprakelijkheid voor een ongeval waarbij klaagster betrokken is geweest. Beklaagde heeft in 2011 rapport uitgebracht en in 2016 en 2017 nog nadere vragen beantwoord. Het college oordeelt dat het rapport van 2011 uitgebreid gemotiveerd is en als zorgvuldig, compleet en inhoudelijk correct is aan te merken. Beklaagde is niet buiten zijn deskundigheidsgebied getreden. De later gestelde vragen zijn door beklaagde zorgvuldig en uitgebreid beantwoord. Beklaagde heeft op basis van de hem ter beschikking gestelde informatie een advies gegeven over een mogelijke diagnose. Het is niet de taak van een rapporterend arts om een patiënt door te verwijzen. Klacht kennelijk ongegrond