Zoekresultaten 501-550 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:64 Raad van Discipline Amsterdam 26-113/A/A

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Klacht is deels niet-ontvankelijk wegens te laat klagen, deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft, voor het overige kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter is niet vast te stellen dat verweerder nodeloos en niet doelmatig heeft geprocedeerd. Verweerder mocht afgaan op de door zijn cliënte verstrekte informatie zonder nader onderzoek. Geen (wets)regel verplichtte verweerder om aan de gemachtigde van klager de contactgegevens van zijn cliënte te verstrekken.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/38

    De notaris heeft op 18 september 2018 een akte van levering gepasseerd. Bij die akte heeft de vader van de klager zijn woning aan zijn echtgenote overgedragen. De vader is in 2024 overleden en heeft de klager als zijn enige erfgenaam achtergelaten. De klager verwijt de notaris dat hij bij de totstandkoming van de akte van levering onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van de vader en de rechtmatigheid van de transactie. De notaris zou de belangen van de vader en de klager (als toekomstig erfgenaam van de vader) onvoldoende hebben behartigd (klachtonderdeel 1). De klager heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geweigerd. Volgens de klager is het beroep op de geheimhoudingplicht onterecht (klachtonderdeel 2).De kamer oordeelt dat klachtonderdeel 1 te laat is ingediend en dus niet-ontvankelijk is. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:71 Raad van Discipline Amsterdam 26-095/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een strafzaak. Niet gebleken is dat verweerder onvoldoende moeite of tijd in de zaak van klager heeft willen steken of anderszins tekortgeschoten is in zijn dienstverlening aan klager. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 250188

    Wederzijds appel. Klager verwijt zijn advocaat dat hij de belangen van klager in meerdere opzichten niet correct heeft behartigd, waarmee hij alle kernwaarden van artikel 10a Advocatenwet heeft geschonden. De raad heeft één klachtonderdeel deels gegrond verklaard (met berisping), namelijk voor zover verweerder klager niet heeft geïnformeerd dat het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar was overschreden. Het hof vernietigt dit deel van de beslissing, omdat de raad bij de beoordeling buiten de klacht is getreden. Voor het overige volgt bekrachtiging, waarmee de klacht in alle onderdelen ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:65 Raad van Discipline Amsterdam 26-134/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. De voorzitter is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerster feiten heeft gesteld waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat verweerster zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:21 Accountantskamer Zwolle 26/719 Wtra AK 26/720 Wtra AK

    Voorzittersbeslissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welk handelen of nalaten ieder van de betrokkenen persoonlijk wordt verweten. Het is duidelijk dat klager een diepgaand geschil heeft met de middelbare school en meent dat hem en/of zijn dochter onrecht is aangedaan. Het is echter naar het oordeel van de voorzitter een brug te ver om accountants, die mogelijk zitting hebben in de Raad van Toezicht van de middelbare school, daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Hersteluitspraak van 3 april 2026 is niet gepubliceerd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:92 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068

    Afwijzing van verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klaagster heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd in een nieuwe (derde) klacht die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een klacht over een andere advocaat ter discussie te stellen. Klaagster kan de klacht over mr. V, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster naar voren brengen op welke punten de visie van verweerster (in haar hoedanigheid van deken) volgens klaagster niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. Daarom zal de voorzitter de klacht over verweerster niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2865

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is in oktober 2014 twee keer door de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een keelontsteking bij klaagster vastgesteld en een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult, vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp. Nadien heeft klaagster verschillende herseninfarcten gehad. Klaagster verwijt de huisarts dat zij het ziektebeeld van klaagster bij het eerste consult niet heeft onderkend en dat zij heeft geweigerd om klaagster te verwijzen naar de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2977

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. Dit werd na onderzoek door de internist uitgesloten, maar hij concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:93 Hof van Discipline 's Gravenhage 260072

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Een klacht tegen een deken is geen middel om de wijze waarop die deken - een nog lopend - onderzoek verricht naar een klacht over een advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2661

    Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de GZ-psycholoog in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de GZ-psycholoog zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de GZ-psycholoog stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de GZ-psycholoog naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3020

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en mogelijke behandeling/advisering verwezen naar de organisatie waar degz-psycholoog werkt. De gz-psycholoog werd regiebehandelaar. Klager is onderzocht en er is een onderzoeksverslag gemaakt (medeondertekend door de gz-psycholoog als supervisor). Klager verwijt de gz-psycholoog dat (1) er onwaarheden en beledigingen in het onderzoeksverslag staan, (2) niks is overgenomen van wat klager heeft gezegd, maar dat alleen is geluisterd naar medewerkers van de instelling, (3) geen rekening is gehouden met de situatie waarin klager zat (zoals ernstige jeuk, waarin klager niet serieus werd genomen) en (4) er diverse stoornissen in het onderzoeksverslag staan die er niet zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2662

    Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de psychiater in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de psychiater zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de psychiater stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de psychiater naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Dat de onderzoeksresultaten door de psychiater niet meer met klager zijn besproken omdat klager dit weigerde, doet daar niet aan af. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3021

    Klacht tegen een psychiater. Klager woonde in een woonvoorziening. Klager was daarnaast onder behandeling bij een instelling voor forensische en intensieve zorg en begeleiding De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij klager. In de periode dat de psychiater bij klager betrokken was is er een zorgmachtiging aangevraagd en verkregen. Klager verwijt de psychiater dat zij er bij haar handelen ten onrechte van uitging dat het gedrag van klager het gevolg is van de diagnoses die in de stukken worden genoemd. Dit is volgens klager niet terecht omdat zijn handelen wordt veroorzaakt door het onrecht dat hem door de woonvoorziening en instelling is aangedaan. Dit wordt ten onrechte terzijde geschoven en klager wordt ten onrechte beschouwd als een gevaar voor de maatschappij zodat ten onrechte een zorgmachtiging is aangevraagd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2868

    Klager heeft zich in 2014 ziekgemeld bij zijn werkgever. Hij was op dat moment opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling. Klager heeft twee weken doorgebracht op de gesloten afdeling en daarna bijna vier maanden op de open afdeling. De bedrijfsarts was werkzaam bij de arbodienst van de werkgever en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. Klager verwijt hem dat hij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, maar geen maatregel opgelegd. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dat beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:71 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2643

    Gegronde klacht tegen een arts, destijds in opleiding tot specialist (aios chirurg heelkunde). De klacht gaat over de behandeling van klaagster aan haar galblaas. Zij is op 15 november 2022 door de arts geopereerd. Het betrof een kijkoperatie, waarbij de galblaas zou worden verwijderd. Daarbij heeft de arts, in plaats van de afvoergang van de galblaas, de centrale galgang en de rechter leverslagader doorgenomen hoewel meerdere leden van het operatieteam aangaven dat zij twijfelden of de CVS was bereikt. Toen de arts de indruk kreeg dat het niet goed ging, heeft hij zijn supervisor erbij gehaald. Deze heeft de galweg rechtstreeks aangesloten op de dunne darm. Twee dagen later is klaagster opnieuw geopereerd. Klaagster is niet volledig hersteld. Zij ondervindt nog steeds beperkingen in haar dagelijks leven en zal die naar verwachting ook blijven ondervinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2875

    Klacht tegen een huisarts. Patiënte heeft een psychiatrische aandoening en verblijft sinds 2000 in een instelling voor beschermd en begeleid wonen. De huisarts is de vaste huisarts voor bewoners van de instelling. Zij bezoekt de instelling eens per twee weken en daarnaast indien nodig. De huisarts wordt verweten dat zij bij patiënte een heupfractuur over het hoofd heeft gezien, zij ten onrechte uitging van een psychische oorzaak van de klachten van patiënte en dat zij patiënte en haar mentor dagenlang niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog deels gegrond, verwerpt het beroep voor het overige en legt op de maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2791

    Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De arts was de behandelend arts van de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2975

    Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde met klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen bij klager lepra was vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dermatoloog de maatregel van berisping opgelegd. Klager is het niet eens met die beslissing en heeft beroep ingesteld. Hij is van mening dat aan de dermatoloog een zwaardere maatregel dan een berisping moet worden opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, gelet op het bepaalde in artikel 73, eerste lid onder a, van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2792

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie die werd ingesteld en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De specialist ouderengeneeskundige was op twee momenten betrokken bij de zorg aan de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2976

    Klager verwijt de arts dat zij niet de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld en zich bovendien neerbuigend en discriminerend heeft uitgelaten onder meer in de brief aan de huisarts van klager.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt ook dat de klacht ongegrond is, en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7841

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Ouders van patiënte die tijdens haar opname op de crisisafdeling van een medisch centrum suïcide pleegde, verwijten de psychiater onzorgvuldig handelen en het stellen van een ongefundeerde foutieve diagnose op basis waarvan patiënte het medisch centrum moest verlaten, zonder adequate opvang elders. Indiening van klacht door nabestaanden. De te veronderstellen wil van de overleden patiënt. Multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. Geen aanknopingspunten voor onzorgvuldig handelen noch voor het stellen van een ongefundeerde foutieve diagnose.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8047

    Deels gegronde klacht tegen psychiater werkzaam in de PI. Geen maatregel. Moeder en zus van overleden patiënte verwijten de psychiater een gebrek aan communicatie met de andere artsen en het off-label voorschrijven van doxazosine en tamsulosine. Voldoende overleg met de andere artsen. Regelmatige bespreking van patiënte in het PMO. Inzicht in de medicatie die aan patiënte was voorgeschreven. Art. 68 lid 1 Geneesmiddelenwet. Voorschrijven van medicatie voor indicaties waarvoor de middelen niet zijn geregistreerd. Permissieve richtlijn wel voor doxazosine maar niet voor tamsulosine. Geen overleg met apotheker over wenselijkheid en dosering van tamsulosine is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zoektocht naar onconventionele medicatie vanwege complexe casus en prangende hulpvraag van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8616

    Klager klaagt over een tandarts omdat zij tijdens een gebitsreiniging in 2015 zijn tanden en tandvlees opzettelijk zou hebben beschadigd, hem heeft misleid over haar functie en het medisch dossier heeft aangepast. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de schade door de behandeling is veroorzaakt, omdat deze meerdere oorzaken kan hebben. Ook de over klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7807

    Klager klaagt tegen een tandarts over declaraties die de tandarts heeft gestuurd terwijl een all-in prijs was afgesproken, de behandeling zelf en de communicatie. Het college oordeelt dat de tandarts onvoldoende duidelijk heeft gecommuniceerd over extra kosten buiten de afgesproken all-in prijs, waardoor één factuur onterecht was. Daarnaast zijn de implantaten niet correct (te ondiep) geplaatst, wat in dit geval medisch onzorgvuldig is. De overige klachten zijn ongegrond. De tandarts krijgt mede omdat hij er geen blijk van heeft gegeven dat hij anders had moeten handelen, een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8867

    Klager dient een klacht in tegen de door de tandarts in 2016 geplaatst implantaat. Klager heeft in 2025 last gekregen van een loszittende kroon en dat is volgens hem het gevolg van het feit dat er al sinds 2016 sprake is van een breuk in het tussenstuk. Het college stelt vast dat er op röntgenfoto’s geen breuk te zien is en oordeelt dat het ook zeer onwaarschijnlijk is dat hiervan pas negen jaar na de plaatsing blijkt. De tandarts heeft ook voor het overige niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-745/AL/OV

    Raadbeslissing. Klacht van een toegevoegd notaris, de notaris onder wiens verantwoordelijkheid zij viel en het notariskantoor waarvoor zij werkte. Een advocaat mag de geheimhoudingsplicht van een notaris niet doorbreken in een civiele procedure door een stuk in te brengen waarin is vermeld wat ten overstaan van een notaris is besproken. In een civiele procedure geldt niet als algemene regel dat de rechter op onrechtmatig verkregen bewijs geen acht mag slaan. Dit betekent niet dat deze regel een advocaat de absolute vrijheid geeft om alle informatie waarover zijn cliënt kan beschikking in een procedure over te leggen. Het algemene maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk tot een professioneel verschoningsgerechtigde, zoals de notaris, moet kunnen wenden zonder de vrees dat de informatie die in deze bijzondere vertrouwensrelatie wordt uitgewisseld, bij anderen terechtkomt dient te prevaleren boven het belang van de waarheidsvinding in het civiele recht en de kernwaarde partijdigheid. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8772

    Gegronde klacht tegen een arbo-arts. De arts heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld, zowel in zijn medische beoordeling als in zijn professionele opstelling. De arts heeft vastgehouden aan een vooraf ingenomen standpunt, zonder voldoende ruimte te laten voor alternatieve medische verklaringen van de klachten. Diagnostische benadering was beperkt. Onvoldoende gebleken van een open en luisterende houding. Klacht gegrond. Geen blijk van reflectie. Berisping opgelegd met bekendmaking in het register.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-798/AL/MN

    Raadbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Er is sprake van een optelsom van verwijten die raken aan de kernwaarde kwaliteit. Verweerder heeft zijn cliënte op meerdere momenten niet naar behoren bijgestaan door wisselende standpunten in te nemen, stelselmatig niet te reageren, geen actie te ondernemen en te proberen de schuld op anderen af te schuiven. Klacht in beide onderdelen gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8563

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager verwijt de arts dat zij rapportages heeft opgesteld op basis van een ander ziektebeeld en dat zij niet heeft meegewerkt aan de aanvraag van een second opinion. Niet is gebleken dat de arts zonder aanleiding een medische klacht heeft betrokken bij de beoordeling. Aannemelijk dat klager niet eerder een second opinion had aangevraagd. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8455

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de gz-psycholoog gemotiveerd bestreden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8456

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de verpleegkundige gemotiveerd bestreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-465/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8457

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij - zonder dat zij beschikte over aanwijzingen van gepleegd seksueel misbruik of mishandeling - klager heeft beschuldigd van seksueel misbruik en verkrachting van zijn dochter. Uit de stukken blijkt niet van onzorgvuldig handelen door de psychiater.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-644/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8549

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater een gebrek aan transparantie, het invoeren van een retroactieve diagnose en onprofessioneel en agressief gedrag. Uit het dossier blijkt dat de psychiater klager steeds uitgebreid te woord heeft gestaan en de behandeling heeft proberen toe te lichten. Geen aanwijzingen dat de psychiater zich onprofessioneel of agressief heeft gedragen. Het invoeren van de diagnose in het dossier was een administratieve handeling waarbij de psychiater niet betrokken was. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-718/AL/GLD

    Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Gedragsregel 27 is geschonden. De aan de rechter overgelegde correspondentie bevat schikkingsonderhandelingen over bijkomende zaken die niet rechtstreeks zien op het conflict waarover de aan de rechter voorgelegde zaak gaat, maar die wel de perceptie van de rechter kunnen beïnvloeden. Indien verweerder niet wilde volstaan met citeren uit de correspondentie, had hij ofwel de betreffende passages moeten weglakken ofwel de advocaat van de wederpartij om toestemming moeten vragen. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7987

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster heeft een consult gehad bij een bedrijfsarts in opleiding. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld als supervisor van de bedrijfsarts in opleiding. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8550

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt de gz-psycholoog dat zij hem geen toegang heeft gegeven tot zijn dossier, ten onrechte diagnoses aan zijn medisch dossier heeft toegevoegd en heeft gedreigd met een Veilig Thuis-melding. Klager heeft ruimschoots binnen de wettelijke termijn een afschrift van zijn dossier ontvangen. Het toevoegen van diagnoses in het dossier betreft een administratieve handeling en de gz-psycholoog heeft vooraf overlegd met de psychiater. Niet gebleken dat de gz-psycholoog een Veilig Thuis-melding heeft gedaan. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:86 Hof van Discipline 's Gravenhage 250411 250412

    Hoger beroep na beslissing op verzet. Het hof constateert op basis van de beroepsgronden dat het klager in feite gaat om een inhoudelijke herbeoordeling van de tuchtklachten. Dat is echter niet mogelijk vanwege het appelverbod. Dat volgens klager sprake is van een onjuiste beoordeling van tuchtklachten levert geen schending op van fundamentele rechtsbeginselen en ook los daarvan heeft het hof geen schending daarvan vastgesteld. Het hof concludeert dan ook dat het appelverbod niet kan worden doorbroken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:87 Hof van Discipline 's Gravenhage 250417

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Bij de beslissing op een verzoek om aanwijzing van een advocaat toetst de deken aan de voorwaarden op grond van artikel 13 Advw. Het geschil waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat verzoekt, komt in de kern neer op een huurrechtgeschil. Huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter. Daarvoor is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft het verzoek om aanwijzing terecht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:88 Hof van Discipline 's Gravenhage 250457

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken kan geen advocaat aanwijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:89 Hof van Discipline 's Gravenhage 250458

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken hoefde geen advocaat aan te wijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:19 Accountantskamer Zwolle 26/714 Wtra AK

    Voorzittersbelissing. De klacht is kennelijk ongegrond. Het eerste klachtonderdeel ziet op handelen van een register belastingadviseur, die onder een eigen tuchtrecht valt. Voor dit handelen draagt betrokkene geen tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. Het tweede klachtonderdeel is door klager onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:90 Hof van Discipline 's Gravenhage 250460

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:20 Accountantskamer Zwolle 25/1784 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Klaagster heeft in februari 2024 de aandelen in een tweetal vennootschappen verworven. Bij het samenstellen van de jaarrekening 2024 is discussie ontstaan over de toerekening van enkele omzetfacturen die bepalend zijn voor de vraag of verkoper recht heeft op een overeengekomen earn-outvergoeding. Betrokkene was zowel voor als na de overname de samenstellend accountant van de vennootschappen. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zijn rol onvoldoende heeft bewaakt, dat hij over de omzettoerekening is blijven communiceren met de voormalige directie van de vennootschappen, dat hij zich op ongepaste wijze heeft laten beïnvloeden en dat hij onvoldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit en vertrouwelijkheid. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:91 Hof van Discipline 's Gravenhage 250030D

    Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter, burgerlijke rechter en bestuursrechter. De (bevoegde) deken (Limburg) heeft de Unit Financieel Toezicht Advocatuur (hierna: Unit FTA) van de Nederlandse Orde van Advocaten verzocht bij verweerder een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft), het beheer van derdengelden alsmede ontvangst van contante gelden. Door de Unit FTA is aan de deken en verweerder een definitief rapport verstrekt. Omdat de deken zich geconflicteerd achtte, heeft hij voor de beoordeling en de opvolging van dit rapport deze beoordeling en opvolging overgedragen aan de deken Oost-Brabant. De deken Oost-Brabant heeft na beoordeling een dekenbezwaar tegen verweerder ingediend. Uit HvD 15 november 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:214 is af te leiden dat de deken bij aanvang van enig in het kader van het toezicht te verrichten onderzoek niet hoeft te kiezen tussen een bestuursrechtelijk traject en een tuchtrechtelijk traject. De deken is ingevolge de Advocatenwet en de Wwft toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en als zodanig maakt hij gebruik van de in titel 5.2 Awb bedoelde (publiekrechtelijke) bevoegdheden. Hieruit volgt dat (ook) bij een tuchtrechtelijk onderzoek de deken gebruik maakt van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden. De tuchtrechter moet oordelen over de al dan niet juiste toepassing door de deken van deze bestuursrechtelijke bevoegdheden als de deken een dekenbezwaar indient. Het is voor een betrokkene onevenredig bezwarend zijn als betrokkene het geschil over de uitoefening van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden in en voor een tuchtrechtelijk onderzoek via een beroepsprocedure bij de burgerlijke rechter aan de orde zou moeten stellen naast de procedure bij de tuchtrechter. Het hof komt tot het oordeel dat de aard van de toezichthoudende taken en bevoegdheden van de deken in de weg staan aan het overdragen van deze taken en bevoegdheden aan iemand die niet ondergeschikt is aan de deken en waarbij niet is gewaarborgd dat de taken en bevoegdheden die de deken als wettelijk aangewezen toezichthouder moet uitoefenen binnen zijn invloedssfeer blijven, zoals in dit geval is gebeurd. Daarbij komt dat in ieder geval de grondslag voor de overdracht van de zaak in dit geval ook zodanig onduidelijk en gebrekkig is geweest, dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. Het dekenbezwaar moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:85 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129H3

    Herzieningsverzoek van (tweede) herzieningsbeslissing naar aanleiding van een beslissing van het hof op grond van artikel 13 Advw niet-ontvankelijk. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep, en daarvoor is het middel van herziening niet bedoeld. Misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-467/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft rauwelijks geprocedeerd door slechts drie dagen nadat op een door haar geïnitieerd kort geding was beslist, over te gaan tot het verzoeken van nieuwe voorlopige voorzieningen. Geen de-escalerend optreden. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-062/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft namens het CJIB met klagers advocaten gecorrespondeerd. De klacht over die correspondentie is voor een groot deel te laat en daarom niet-ontvankelijk. De klacht over de laatste brief is op tijd. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.