ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2865
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-04-2026 |
| Datum publicatie: | 02-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2865 |
| Onderwerp: | Niet of te laat verwijzen |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is in oktober 2014 twee keer door de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een keelontsteking bij klaagster vastgesteld en een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult, vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp. Nadien heeft klaagster verschillende herseninfarcten gehad. Klaagster verwijt de huisarts dat zij het ziektebeeld van klaagster bij het eerste consult niet heeft onderkend en dat zij heeft geweigerd om klaagster te verwijzen naar de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2865 van:
A.,
wonende in B.,
appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,
gemachtigde: C,,
tegen
D.,
huisarts
destijds werkzaam in B.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de huisarts,
gemachtigde: mr. K. Zeylmaker, werkzaam te Rotterdam.
1. Kern van de zaak
1.1 Klaagster is op 14 oktober 2014 en op 18 oktober 2014 door de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een faryngitis in de bovenste luchtwegen (keelontsteking) bij klaagster vastgesteld en na overleg met de dienstdoende internist een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult, vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar de internist op de spoedeisende hulp voor verdere diagnostiek. Nadien heeft klaagster verschillende herseninfarcten gehad als gevolg waarvan zij verlamd is geraakt en met afasie kampt.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam van 16 mei 2025 met nummer A2024/7723 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:127). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het procesdossier van het Regionaal Tuchtcollege, het beroepschrift, het aanvullend beroepschrift, het verweerschrift en de nadien van klaagster ontvangen stukken.
2.3 De zaak is op de zitting van 11 maart 2026 behandeld. De huisarts was aanwezig en werd bijgestaan door haar gemachtigde, mr. K. Zeylmaker. Klaagster was niet aanwezig; zij werd op de zitting vertegenwoordigd door haar ouders, C. en E. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De spreekaantekeningen van de ouders van klaagster en van de huisarts zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de volgende feiten.
3.2 Klaagster, geboren in 1982, heeft op 14 oktober 2014 de huisartsenpost bezocht met klachten van keelpijn, hoesten en koorts.
3.3 Verweerster, die op dat moment 2,5 jaar werkzaam was als huisarts, heeft klaagster op 14 oktober 2014 op de huisartsenpost gezien. Hierover is in het medisch dossier onder meer genoteerd (waarbij D. staat voor D., de huisarts):
“Contactdatum 14-10-2014
Deelcontact: (…) Acute infectie bovenste luchtwegen
(S) (F.) G.: keelpijn, hoesten, koorts 40,5 (…) Wil liever naar H.
(…) (D.) VG: (…) Sinds 5 dagen niet lekker; keelpijn, hoesten en temp tot 40,5,
verstopte neus, oren. Heeft pcm ingenomen mag dit eigenlijk niet ivm leverwaarden
van internist. Nog wel gegeten en gedronken, def gister gb, micite ongestoord. (…)
KNO: milde rhinitis, rode keel met gele puskopjes/st na tonsillectomie, oren wat doffe
trommelvliezen hals gb (…)
(E) (D.) pharyngitis
(P) (D.) iom dd internist H.: geen gestoorde nierfunctie MDRD>90 dus AB is akkoord,
staat niet in status dat pte geen AB of andere medicatie zou mogen ivm leverfunctie
dus start feneticilline en xylo. nl beloop besproken retour eigen huisarts indien
zieker of indien na 2 dagen geen verbetering
Medicatie: FENETICILLINE CAPSULE 500MG 3 maal per dag 1 capsule, levering van 30
capsules (…)”
3.4 Op 16 oktober 2014 heeft klaagster een waarnemer van haar eigen huisarts
bezocht, die klaagster een ander antibioticum voorschreef.
3.5 Op 18 oktober 2014 bezocht klaagster opnieuw de huisarts op de huisartsenpost.
De huisarts heeft haar toen onderzocht en naar de internist op de spoedeisende hulp
van het ziekenhuis verwezen voor verdere diagnostiek. In het medisch dossier is hierover
onder meer vermeld:
“Contactdatum 18-10-2014
Deelcontact: (…) Koorts (…)
(I.) Komt binnen in rolstoel. Acuut ziek: Hevig rillen, Hyperventielatie. (…) Temp
40,4 (D.) Was 4 dagen terug onder verdenking op pharyngitis bij keelpijn en koorts
gestart met broxil maar dit gaf geen vermindering van de klachten en mn koorts bleef
aanwezig. Hierop volgens afspraak naar eigen huisarts gegaan deze heeft claritromycine
1D500 mg voorgeschreven maar blijft koorts houden. Nu ook buikpijn mn onderbuik. (…)
rode wangen/rillerig
keel; nu rustug, geen beslag meer (…)
(E) (D.) zieke vrouw met 9 dagen koorts eci dd toch pneumonie, hepatitis, appendicitis
met aspecifieke presentatie
(P) (D.) verw interne SEH voor verdere diagnostiek (…)”
3.6 Eerder in 2014 is klaagster een paar keer door een MDL-arts gezien, die daarover in een brief aan de eigen huisarts van klaagster heeft geschreven:
“Specialisme: Gastro-enterologie
19-09-14 (…)
Sinds 9-7-2014 zag ik enkele malen op het spreekuur bovengenoemde patiente.
Reden verwijzing
Leverchemie afwijkingen
Voorgeschiedenis
Tonsillectomie
IBS
Maart 2014 sectio
Diabetes gravidarum
(…)
Patiente werd verwezen via de gynaecoloog in verband met aanhoudende leverchemie
afwijkingen na de bevalling. (…)
Conclusie
1. Verhoogd ALAT en Gamma GT zonder verdere afwijkingen bij aanvullend onderzoek.
Meest waarschijnlijk toxisch-medicamenteus. Patiente zal over een half jaar nogmaals
gecontroleerd worden. (…)”
3.7 Klaagster heeft na 18 oktober 2024 meerdere herseninfarcten gehad en kampt met onder meer verlamming en afasie.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klaagster verwijt de huisarts – samengevat – dat zij:
a) de ziektebeelden van klaagster op 14 oktober 2014 niet serieus heeft willen
nemen en/of niet heeft herkend;
b) geweigerd heeft om klaagster op 14 oktober 2014 te verwijzen naar de spoedeisende
hulp van het ziekenhuis en daarvoor geen reden heeft gegeven;
c) niet capabel genoeg was om klaagster adequaat te behandelen en zij geen overleg
heeft gevoerd met de internist van het ziekenhuis;
d) in overweging had moeten nemen dat de keel- en longontsteking makkelijk zou
kunnen leiden tot sepsis, bloedstolling en longembolieën met een beroerte als gevolg.
4.2 Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog in zijn geheel gegrond te verklaren.
4.3 De huisarts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klaagster te verwerpen.
4.4 Het vorenstaande betekent dat de klacht in volle omvang ter beoordeling van het Centraal Tuchtcollege voorligt.
Inhoudelijke beoordeling
4.5 Het Centraal Tuchtcollege heeft net als het Regionaal Tuchtcollege oog voor
de grote impact die de gezondheidssituatie van klaagster heeft op haar leven en dat
van haar familie. Klaagster, die hoogopgeleid is en goed functioneerde, is als gevolg
van de verschillende herseninfarcten tot niet veel meer in staat en afhankelijk van
haar ouders voor haar zorg. Ook is zij het gezag over haar dochter kwijtgeraakt. Het
Centraal Tuchtcollege vindt dit bijzonder verdrietig. Dit college zal echter op een
zakelijke wijze moeten beoordelen of de huisarts in oktober 2014 de zorg heeft verleend
die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk
handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts
geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
4.6 Klaagster betoogt in beroep onder meer dat op 14 oktober 2014 al sprake was van een ernstig en potentieel levensbedreigend ziektebeeld dat door de huisarts onvoldoende is onderkend en niet adequaat is behandeld. Volgens haar volgt dit ook uit de medische situatie enkele dagen later, op 18 oktober 2014, toen – aldus klaagster - sprake was van meerdere longembolieën, ernstige lever- en nierfunctiestoornissen en een systemische ontstekingsreactie. Klaagster stelt dat de schade aan haar gezondheid voorkomen had kunnen worden als zij op 14 oktober 2014 overeenkomstig haar verzoek meteen naar het ziekenhuis was verwezen en er tijdig was begonnen met antistollingsmedicatie. Door dit na te laten heeft de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, aldus klaagster.
4.7 Het Centraal Tuchtcollege deelt dit standpunt niet. Dit college komt op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht in al zijn onderdelen terecht ongegrond heeft verklaard. De behandeling van de zaak in beroep geeft geen aanleiding tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder 5.4 tot en met 5.8 heeft overwogen hier integraal over en sluit zich aan bij het oordeel dat de huisarts na onderzoek adequate medicatie in een adequate dosering heeft voorgeschreven en dat er op 14 oktober 2014 geen indicatie was om klaagster naar het ziekenhuis te verwijzen. Het Centraal Tuchtcollege merkt daarbij nog op dat het klinisch beeld op 14 oktober 2014 niet duidde op een medische noodsituatie. De ernst van de gezondheidssituatie van klaagster op 18 oktober 2014 betekent ook niet dat op 14 oktober 2014 al sprake moet zijn geweest van een medische noodsituatie, omdat bij een ernstige infectie de gezondheidssituatie binnen enkele uren tot dagen snel kan verslechteren.
Conclusie
4.8 De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond
heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep verwerpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door G. Tangenberg, voorzitter,
J. Legemaate en R. Prakke-Nieuwenhuizen, leden-juristen, en M.K. Dees en C.A. Lindeboom,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.