ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8457
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 31-03-2026 |
| Datum publicatie: | 31-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8457 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij - zonder dat zij beschikte over aanwijzingen van gepleegd seksueel misbruik of mishandeling - klager heeft beschuldigd van seksueel misbruik en verkrachting van zijn dochter. Uit de stukken blijkt niet van onzorgvuldig handelen door de psychiater. |
A2025/8457
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 31 maart 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B, klager,
gemachtigde: mr. A.B. Noordhof, werkzaam in Eindhoven,
tegen
C,
psychiater,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. K.T.B. Salomons, werkzaam in Den Haag.
1. De zaak in het kort
1.1 De dochter van klager, geboren op 18 januari 2000, is in de periode van september
2022 tot
eind 2023 in behandeling geweest bij D, in verband met ernstige depressieve klachten.
In die
periode heeft zij diverse suïcidepogingen gedaan. Door medewerkers van D is een
melding gedaan bij
de politie tegen klager, vanwege vermoeden van seksueel misbruik en verkrachting
van zijn dochter.
Klager is vervolgens door de politie aangehouden als verdachte en heeft van 23 december
14.00 uur
tot 24 december 2023 19.30 uur vastgezeten. De zaak is door het OM op 23 april 2024
geseponeerd.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 2 mei 2025;
- het aanvullende klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 10 juni 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 17 juli 2025;
- de reactie (van de gemachtigde) van klager op het niet-ontvankelijkheidsverweer,
binnengekomen
op 6 augustus 2025, met bijlage;
- de brief van de gemachtigde van de psychiater van 23 september 2025, binnengekomen
op 25 september 2025, gericht aan het tuchtcollege, met een drietal bijlagen, onder
embargo ingestuurd naar aanleiding van een door de gemachtigde gedaan verzoek op grond
van artikel 67 lid 3 Wet BIG.
- de brief van 11 november 2025 van de secretaris bij het tuchtcollege waarin staat
dat het
artikel 67 lid 3-verzoek door de voorzitter is gehonoreerd, hetgeen betekent dat
alleen de
gemachtigde van klager, die advocaat is, kennis mag nemen van de informatie. De
gemachtigde is deze
gelegenheid geboden.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De klacht en de reactie van de psychiater
3.1 Klager verwijt de psychiater dat zij - zonder dat zij beschikte over aanwijzingen
van
gepleegd seksueel misbruik of mishandeling - klager heeft beschuldigd van seksueel
misbruik en
verkrachting van zijn dochter. De psychiater heeft volgens klager vermoedelijk gereageerd
op basis
van informatie uit het wijkteam en direct aangenomen dat de klager de dader was
zonder dit te
verifiëren bij haar patiënte, de dochter van klager. Zonder de vereiste zorgvuldigheid
die zij als
behandelend arts in acht had moeten nemen, is direct een melding gedaan bij de politie,
in de
wetenschap dat de politie direct uitrukt met groot materieel en de verdachte met
veel machtsvertoon
van huis wordt gehaald. Het is evident dat dit zeer schadelijk is voor alle betrokkenen,
aldus
steeds klager.
3.2 De psychiater heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren
en de klacht
dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk
gaat
beoordelen, heeft de psychiater het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
3.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
4. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid en inhoudelijke beoordeling
4.1 De psychiater heeft naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk is in
zijn klacht, omdat
de klacht een juiste feitelijke grondslag ontbeert. Het college is echter van oordeel
dat klager
wel ontvankelijk is in zijn klacht, omdat indien de klacht feitelijk juist zou zijn,
klager
rechtstreeks in zijn eigen belang is geraakt en het verweten handelen van de psychiater
valt onder
de zogenaamde tweede tuchtnorm van artikel 47 eerste lid, onder b, Wet BIG (enig
ander handelen of
nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt).
4.2 Uit de door de psychiater op grond van artikel 67 lid 3 Wet BIG vertrouwelijk
ingestuurde
stukken die betrekking hebben op de (behandeling van de) dochter van klager, blijkt
echter niet van onzorgvuldig handelen door de psychiater. Gelet op de vertrouwelijkheid
van deze stukken kan het college deze hier niet verder bespreken. De slotsom is dat
de klacht kennelijk ongegrond is.
5. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 31 maart 2026 door E.A. Messer, voorzitter, P.D. Meesters
en
T.A. Wouters, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door C.I.M. de Haan, secretaris.