Zoekresultaten 2901-2950 van de 48471 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-513/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Vanuit haar taak als klachtonderzoeker kon en mocht verweerster als deken na bestudering van de stukken aan klager informatie opvragen en hem ook vragen of hij de juiste advocaat had beklaagd. Na de bevestiging van klager dat hij mr. H wilde beklagen, heeft verweerster het onderzoek naar de klacht van klager over mr. H volgens de geldende dekenale richtlijnen in behandeling genomen. Van partijdigheid, sturing of beïnvloeding van deze klachtprocedure van klager door verweerster is de voorzitter uit de stukken ook verder niet gebleken. Nu verweerster tuchtrechtelijk geen verwijt treft, zal de voorzitter de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-515/AL/OV

    voorzittersbeslissing met klacht tegen een deken. Klager heeft de deken erop gewezen dat een geschrapte advocaat zich online nog als advocaat presenteerde. De deken heeft daar op zorgvuldige wijze op gereageerd en, onverplicht, actie in ondernomen en klager op de hoogte gesteld. Na uitblijven van reactie van die advocaat heeft de deken de kwestie bij de Nederlandse Orde van Advocaten neergelegd, die die taak ook diende uit te voeren. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2024:159 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748029 / DW RK 24/117 LV/RH

    Klaagster beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte beslag op haar bankrekening heeft gelegd, omdat de gerechtsdeurwaarder geen rechtsvorderingsvragen heeft beantwoord. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 250236

    Beklag artikel 13 ongegrond. Onvoldoende kans van slagen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:206 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-953/AL/OV

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:181 Hof van Discipline 's Gravenhage 230206

    Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van deken heeft geweigerd onderzoek te doen naar door klager tegen drie advocaten en hun kantoor ingediende klachten. Deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet is geen verjaringstermijn, maar een vervaltermijn, die ambtshalve door de tuchtrechter wordt toegepast. Alleen onder (zeer) bijzondere omstandigheden kan een overschrijding van de klachttermijn verschoonbaar zijn.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De term “terreuracties” is in de gegeven omstandigheden niet onnodig grievend. Ook overigens niet gebleken dat verweerster stellingen heeft geponeerd waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren of zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klagers e-mails onbeantwoord te laten. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230153H

    Herzieningsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:178 Hof van Discipline 's Gravenhage 250196

    Hoger beroep te laat. Niet-ontvankelijk. Beroepstermijn van artikel 56, lid 1 aanhef en onder a Advocatenwet geldt ook in de situatie, waarin in beginsel geen beroepsmogelijkheid bestaat.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:179 Hof van Discipline 's Gravenhage 250206

    Beklag artikel 13 ongegrond. Onvoldoende kans van slagen. Ook is voor procedures bij de kantonrechter geen bijstand van een advocaat voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:61 Accountantskamer Zwolle 24/2784 Wtra AK 24/3919 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Klaagster verhuurde aan een ondernemer 10 visstekken aan een recreatieplas. De ondernemer stelt dat klaagster haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen waardoor hij schade heeft geleden. In opdracht van de ondernemer heeft betrokkene de schade begroot. Volgens klaagster heeft betrokkene daarbij niet zorgvuldig gehandeld, onder meer omdat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast. De Accountantskamer oordeelt dat klaagster gelet op het gevoerde verweer en de overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het opstellen van zijn schaderapporten steken heeft laten vallen of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2706

    Klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Nadat klaagster eind januari 2021 is geopereerd, heeft het multidisciplinaire behandelteam klaagster radiotherapie en chemotherapie geadviseerd. Voor de chemotherapie is klaagster verwezen naar de internist. Klaagster verwijt de internist dat hij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2572

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2573

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:177 Hof van Discipline 's Gravenhage 250084

    Verweerder, de advocaat van de wederpartij van klaagster, heeft in een familierechtelijk geschil een F9-formulier niet direct in afschrift naar klaagsters advocaat gestuurd. Volgens de raad van discipline (hierna: de raad) was dat gezien de specifieke omstandigheden niet klachtwaardig. Verweerder had klaagsters advocaat daarover wel kunnen inlichten. Er valt hem echter geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2663

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een arts die destijds als arts (niet in opleiding tot specialist) en nog maar kort werkzaam was op de afdeling van het ziekenhuis. De klacht gaat onder meer over onvoldoende lichamelijk onderzoek, het niet stellen van een differentiaal diagnose, het kiezen van een expectatief beleid en het voorschrijven van slaapmedicatie. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht ziet op handelen of nalaten vóór 6 maart 2014 en de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het door klagers ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:60 Accountantskamer Zwolle 24/4266 Wtra AK 25/1501 Wtra AK

    Klacht over het handelen van betrokkene in zijn nevenfunctie als lid c.q. voorzitter van een toezichthoudend orgaan van een stichting. Klager meent dat betrokkene in die rol niet in het algemeen belang heeft gehandeld noch in het belang van de stichting en daarmee als accountant is tekortgeschoten in de uitoefening van deze functie. De Accountantskamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk omdat de gedragingen waarover wordt geklaagd meer dan tien jaar voor de datum waarop de klacht is ingediend hebben plaatsgevonden. De klacht is voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met enig fundamenteel beginsel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2705

    Klacht tegen een chirurg. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. de chirurg heeft klaagster eind januari 2021 geopereerd. Begin februari 2021 heeft een nabespreking plaatsgevonden. De chirurg heeft klaagster medegedeeld dat zij – in samenspraak met het multidisciplinaire behandelteam – radiotherapie en chemotherapie adviseerde, waarna klaagster is verwezen naar de radiotherapeut en de internist. Klaagster verwijt de chirurg dat zij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Klaagster verwijt de chirurg ook dat het medisch dossier fouten bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:162 Raad van Discipline Amsterdam 25-298/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft klager niet op de hoogte gehouden van het procesverloop, hij heeft gemaakte afspraken niet schriftelijk vastgelegd, niet gereageerd op e-mails en herhaalde verzoeken om contact van klager, klager niet geïnformeerd over zijn hoger beroepsmogelijkheden en hem onjuist geïnformeerd over de mogelijkheid tot indiening van stukken. Verweerder is daarmee tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van klager en dat is onzorgvuldig en onbetamelijk. De verweten gedragingen raken aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Alhoewel verweerder ter zitting wel enig inzicht heeft gegeven in zijn handelen, neemt dit niet weg dat zijn gedragingen ernstig verwijtbaar zijn. Mede gelet ook op de eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen van verweerder acht de raad het opleggen van een voorwaardelijke schorsing van vier weken thans passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:163 Raad van Discipline Amsterdam 25-282/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder kon en mocht er naar het oordeel van de raad vanuit gaan dat klager 1 niet werd bijgestaan door een advocaat. Dat er voor verweerder redenen bestonden om aan te nemen dat dit anders was en dat hij klager 1 daarom niet rechtstreeks had mogen aanschrijven, is door klagers verder niet onderbouwd en dit is de raad ook overigens niet gebleken. Van een schending van de gedragsregel 25 is geen sprake. Evenmin is het de raad gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen. Van een schending van gedragsregel 8 is daarom ook geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:164 Raad van Discipline Amsterdam 25-232/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de Commissarissen. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending van de gedragsregels 8 en 9 is geen sprake. Daarnaast heeft verweerder in zijn berichten aan klager steeds toegelicht waarom hij van mening was dat klager gedragsregel 25 schond. Dat klager het hiermee niet eens was en dat hierover een verschil van inzicht tussen hen bestond, betekent niet dat verweerder gedragsregel 24 zou hebben geschonden of dat hij met de berichten hierover aan klager op enige andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-126/A/A

    Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:161 Raad van Discipline Amsterdam 25-223/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8173

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Klager heeft een MRI-scan laten verrichten bij een diagnostisch centrum. Verweerder beoordeelt als zelfstandig gevestigd radioloog in opdracht van dit diagnostisch centrum MRI-scans. In die hoedanigheid heeft hij ook de MRI-scan van klager beoordeeld. Klager maakt de radioloog meerdere verwijten over deze beoordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 250301

    Afwijzing verzoek verwijzing. Een duidelijke klachtomschrijving ontbreekt zodat niet duidelijk is welk tuchtrechtelijk verwijt klaagster maakt aan verweerster. De algemene klacht-omschrijving richt zich op de werkwijze van de Orde van Advocaten (en verweerster) bij de behandeling van een verzoek van klaagster tot aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Dit verzoek is evenwel niet door klaagster inhoudelijk behandeld maar door de deken van een andere orde. Klachten die klaagster heeft over de wijze waarop verweerster zich jegens klaagster heeft opgesteld of heeft gehandeld, kan klaagster indienen bij de Orde van advocaten te Amsterdam op basis van de interne klachtenregeling van die Orde. Het klachtrecht in de zin van de Advocatenwet is niet bedoeld om de werkwijze van de Amsterdamse orde van advocaten aan de orde te stellen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8172

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 250299

    Naar het oordeel van de voorzitter is van een duidelijke, concreet onderbouwde klacht over verweerster geen sprake. Verweerster heeft overeenkomstig artikel 13 Advocatenwet een advocaat aangewezen aan klaagster en daarmee gehandeld overeenkomstig haar wettelijke verplichting. De klacht van klaagster over verweerster is verder in algemene woorden geformuleerd. Een duidelijke toelichting op de klacht ontbreekt, evenals een nadere concretisering of onderbouwing. Hierdoor is het voor verweerster niet duidelijk waartegen zij zich zou moeten verweren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8153

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klager is vijftien jaar patiënt geweest van de huisarts. Voordat klager zich heeft uitgeschreven uit de praktijk van de huisarts, is hij veelvuldig op consult geweest, onder meer vanwege cognitieve klachten en tremoren en later ook vanwege een zwelling ter plaatse van zijn borstbeen. Klager maakt de huisarts uiteenlopende verwijten over de wijze waarop hij heeft gehandeld ten aanzien van deze klachten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8171

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7867

    Klacht tegen een arts werkzaam op de afdeling dermatologie kennelijk ongegrond. Klaagster werd verwezen in verband met huidklachten en kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster nam een paar maanden daarna contact op en werd vervolgens door verweerster op consult voor een herbeoordeling gezien. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het college oordeelt dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek en verweerster verder ook geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8213

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verblijft op basis van een opgelegde tbs met dwangverpleging in een tbs-kliniek. De psychiater is als behandelend psychiater betrokken bij de behandeling. Klager is het niet eens met het besluit over te gaan tot een gedwongen behandeling met medicatie (ook wel a-dwangbehandeling). Het college oordeelt dat de psychiater uitgebreid en zorgvuldig onderbouwd heeft waarom een dwangbehandeling volgens hem noodzakelijk was en waarom is voldaan aan de voorwaarden van doelmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit. De psychiater kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8174

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. De internist heeft onderzoek verricht. Daarna heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een ander ziekenhuis voor een second opinion. Klager maakt de internist verschillende verwijten over onder meer haar onderzoek, bevindingen, verwijzing en bejegening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8175

    Klacht tegen oncologisch chirurg kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. Nadat deze onderzoek had verricht en haar bevindingen met klager had besproken, heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een expertisecentrum van een ander ziekenhuis. Hier heeft de oncologisch chirurg klager gezien en onderzoek verricht. Klager maakt de oncologisch chirurg uiteenlopende verwijten over onder meer het door haar verrichte onderzoek en haar bevindingen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:85 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760617 / DW RK 24/420 EdV/WdJ

    Klacht ongegrond. Er is geen sprake van uitoefenen van een oneigenlijke druk.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:86 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757285 / DW RK 24/343 EdV/WdJ

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich over de in rekening gebrachte kosten en het niet reageren op zijn e-mails. Het is weliswaar niet correct om de toegezegde specificaties niet conform afspraak aan klager te verstrekken, maar klager is in dit geval niet in zijn belangen is geschaad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:87 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759608 / DW RK 24/396 EdV/WdJ

    Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. Er is niet altijd op e-mailberichten van klager gereageerd. Ook is geen bewijs van de laatste stuitingshandeling verstrekt, ondanks verzoeken hiertoe.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:88 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761236 / DW RK 24/434 EdV/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft aangifte gedaan van onttrekking van een voertuig dat niet op naam van klaagster staat. De gerechtsdeurwaarder heeft de fout erkend en excuses en schadevergoeding aangeboden. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:89 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758947 / DW RK 24/380 EdV/WdJ

    Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. De hoogte van de beslagvrije voet is geen kwestie die ter beoordeling van de kamer staat. De gerechtsdeurwaarder heeft niet (tijdig) op e-mailberichten van klager gereageerd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:90 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761011 / DW RK 24/429 EdV/WdJ

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er over dat er beslag op zijn bankrekeningen is gelegd, terwijl er een verzetsprocedure liep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-499/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755899 / DW RK 24/312

    Op grond van vaste jurisprudentie wordt van een gerechtsdeurwaarder verwacht dat hij/zij brieven en e-mailberichten met betrekking tot een bij hem/haar in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn, te weten rond twee weken, beantwoordt. Gebleken is dat niet voldoende (tijdig) is gereageerd op de brieven van klager. Maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-506/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een curator deels niet-ontvankelijk (wegens overschrijding van de klachttermijn) en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759914 / DW RK 24/402 BB/RH

    Beslissing op verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf toegepast.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-507/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Dat verweerder klager op intimiderende en bedreigende wijze telefonisch te woord heeft gestaan, kan de voorzitter niet vaststellen. Verweerder heeft van dat gesprek een andere lezing gegeven. Klager stelt nog dat hem niet eerder is overkomen dat een advocaat van de wederpartij rechtstreeks contact met hem heeft gelegd zonder te vragen of hij al dan niet werd vertegenwoordigd door een advocaat. De voorzitter leidt daaruit af dat klager zelf op het moment van het eerste telefoongesprek met verweerder op de hoogte was van zijn mogelijkheid om een advocaat in te schakelen. Daar komt bij dat klager op dat moment nog niet de wederpartij van de cliënt van verweerder was. Verweerder heeft niet in het formulier aan de rechtbank gelogen omdat hij klager feitelijk heeft gevraagd om opgave verhinderingen en die niet heeft gekregen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762796 / DW RK 25/16 BB/RH

    Beslissing op verzet. De voorzitter heeft bij de oorspronkelijke beslissing de juiste maatstaf toegepast.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-44 en 24-54

    [A] heeft achteraf vernomen dat de door haar gehouden aandelen in zowel [G] als in [F] aan [B] zijn geleverd door twee akten van levering die door de notaris zijn gepasseerd. [A] was hiervan niet op de hoogte. Verder wordt de notaris verweten dat er zonder dat klaagster daarvan in kennis is gesteld een nieuwe gewijzigde koopoptie tot stand is gekomen waarin ten aanzien van het kantoorpand is bepaald dat klaagster aan vader en moeder een voorkeursrecht c.q. koopoptie verleent met betrekking tot het pand. Beide klachten zijn gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-498/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een klachtenfunctionaris. Het stond verweerder vrij om de klacht te betwisten. Hij was niet gehouden om met de gemachtigde van klaagster te blijven corresponderen of om in overleg te treden over een minnelijke regeling. Hoewel een advocaat zich in beginsel dient te onthouden van het belemmeren van de laagdrempelige toegang tot de tuchtrechter, betekent dit niet dat een beklaagde advocaat alles van een klagende partij dient te dulden. Verweerder heeft grenzen mogen stellen nadat de gemachtigde van klaagster zich niet heeft willen neerleggen bij verweerders visie op de klacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-8

    Klager verwijt de notaris nalatig handelen. De notaris heeft vooraf de betaling toegezegd, hij heeft vervolgens bij het passeren gebruik gemaakt van de royementsvolmacht waarvoor betaling uitdrukkelijk als voorwaarde was gesteld, maar heeft gedurende al meer dan drie maanden niet uitbetaald en ook niet gereageerd op de brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager. Vast staat dat klager een directe aanspraak had op uitbetaling door de notaris van het bedrag aan de deurwaarder en dat de notaris dit zonder grond niet tijdig heeft betaald. Door dit nalaten en het niet adequaat reageren op brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager, heeft de notaris onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klager. Hij heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een notaris verwacht mag worden. De klacht is gegrond. In eerdere klachten zijn aan de notaris reeds de maatregelen van schorsing opgelegd voor respectievelijk één week, vier weken en één maand (in 2014, 2015 en 2019). De laatst opgelegde schorsing is weliswaar zes jaar geleden, maar de kamer constateert dat ook aan de eerdere klachtprocedures, het stelselmatig niet reageren ten grondslag lag. Er is dus sprake van een patroon van niet reageren. Het vertrouwen in het notariaat is hierdoor geschaad. De kamer legt de notaris de maatregel van schorsing voor de duur van zes weken op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:59 Accountantskamer Zwolle 25/587 Wtra AK

    Gegronde klacht. Betrokkene krijgt maatregel van de tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar opgelegd. Kantoortoetsing. Betrokkene heeft een accountantskantoor. Klaagster heeft, na een reguliere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. De vier getoetste dossiers zijn onvoldoende bevonden. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook meent klaagster dat de verplichte jaarlijkse evaluatie van de kwaliteitsambitie en de wijze waarop gewaarborgd is dat accountantsopdrachten conform wet- en regelgeving worden uitgevoerd, niet voldoet. De Accountantskamer is van oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is. In de vier dossiers zijn tekortkomingen geconstateerd nadat (de derde versie van) het verbeterplan van betrokkene onder voorwaarden was goedgekeurd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7810

    Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en een onjuist dossier heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut onvoldoende oog heeft gehad voor de ernstige gele vlaggen (psychosociale factoren die herstel kunnen belemmeren) bij klager. De gestelde diagnose is wetenschappelijk omstreden en past daarmee niet binnen het domein van de reguliere fysiotherapie. Daar komt bij dat de fysiotherapeut de nek veel langer heeft behandeld dan voorgeschreven in de toepasselijke richtlijn: de KNGF-richtlijn Nekpijn. De klacht over de dossiervoering is ongegrond. Gedeeltelijk gegrond. Beslissing met publicatie.