Zoekresultaten 2251-2300 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7761
- Datum publicatie: 12-08-2025
- Datum uitspraak: 12-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. De internist sloot dit uit met een PET-scan en concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7918
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts zijn medische beroepsgeheim te hebben geschonden door in een telefoongesprek met de werkgever zonder toestemming van klaagster medische gegevens te bespreken. Het college overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat het beroepsgeheim is geschonden. Het is niet vast te stellen wat de bedrijfsarts precies in het gesprek tegen de werkgever heeft gezegd en hoe de werkgever de woorden van de bedrijfsarts heeft geïnterpreteerd en ingekleurd in een e-mail hierover. Wel staat vast dat in deze e-mail geen medische diagnose wordt genoemd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8140
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96
De verpleegkundige werkte op een zorgboerderij waar hij tevens vennoot was. De IGJ kreeg een melding van de politie wegens grensoverschrijdend gedrag en geweld jegens cliënten door de verpleegkundige. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ onderzoek gedaan. Daarna heeft de IGJ een klacht tegen de verpleegkundige ingediend wegens overschrijding van de professionele grenzen door meermaals fysiek en verbaal geweld te gebruiken in de zorgrelatie jegens meerdere cliënten. De verpleegkundige heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het college:- verklaart de klacht gegrond; - beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; - legt daarnaast een algeheel verbod op tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg en bepaalt dat dit verbod onmiddellijk van kracht wordt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8143
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is in opleiding tot verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een Ziektewet-beoordeling verdiencapaciteit. Klager voelde zich door de arts en diens vragen en opmerkingen onder druk gezet om zijn werk te hervatten terwijl hij zich daartoe niet in staat acht. Het college is van oordeel dat de door de arts gestelde vragen niet ongepast en ongebruikelijk zijn bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Het vragen naar de mogelijkheden voor werkhervatting vormt juist een essentieel onderdeel van een dergelijke beoordeling. Dat de arts ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend, is niet gebleken. Dat klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197
Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447724 / KL RK 25-20
- Datum publicatie: 07-08-2025
- Datum uitspraak: 31-07-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:26
De notaris had op basis van de feiten en omstandigheden gerede twijfel moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van betrokkene. Zij had zorgvuldiger moeten omgaan met het verzoek tot het doorvoeren van een ingrijpende wijziging van het pas vier maanden oude levenstestament van betrokkene. Dit heeft zij niet gedaan, de kamer acht de maatregel van berisping passend.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/439464 KL RK 24-100 C/05/439466 KL RK 24-101
- Datum publicatie: 07-08-2025
- Datum uitspraak: 24-03-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:27
De klacht heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater door de kandidaat-notaris en notaris. Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat 1) zij meerdere fouten heeft gemaakt bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater 2) dat de notaris en kandidaat-notaris ernstig tekort zijn geschoten in hun communicatie met klaagster en de zoon. 3) de notarissen niet de benodigde zorgvuldigheid hebben betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater.De kamer oordeelt dat klaagster een redelijk belang heeft bij klachtonderdelen 1) en 3), aangezien klaagster versterferfgenaam, legitimaris en legataris is en zij recht heeft op uitkering van haar legitieme portie en belang heeft bij een correcte berekening van de nalatenschap. Voor wat betreft klachtonderdeel 2) stelt de kamer vast dat de kandidaat-notaris als beheersexecuteur uitsluitend gehouden is rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. De zoon is de enig erfgenaam en klaagster beschikt niet over een volmacht van de zoon om namens hem een klacht in te dienen. De kamer verklaart klaagster daarom niet-ontvankelijk bij klachtonderdeel 2), behoudens voor zover hierin aan de orde wordt gesteld dat de notaris heeft toegezegd om (dossier)onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van erflater. Van een notaris mag worden verwacht dat hij kennis neemt van de inhoud van de aan hem gerichte correspondentie en daar zo nodig deugdelijk en tijdig op reageert. De kamer is van oordeel dat de notaris de vraag van klaagster niet inhoudelijk onbeantwoord had mogen laten. De notaris heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klaagster en zijn zorgplicht onvoldoende in acht genomen. Gelet op het voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel gegrond verklaren.De kamer concludeert dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er ten tijde van de bezoeken van de kandidaat-notaris sprake was van wilsonbekwaamheid bij erflater en oordeelt dat de kandidaat-notaris zorgvuldig heeft gehandeld door de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen op basis van haar eigen waarnemingen. De kamer verklaart klachtonderdeel 3) ongegrond.De notaris heeft ter zitting aangevoerd dat hij op kantoor de nodige noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om de geconstateerde knelpunten aan te pakken.Gezien deze inspanningen en de genomen stappen acht de kamer het niet nodig om een verdere maatregel op te leggen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6778
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:86
Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, dat zij klager geen hulp heeft geboden bij zijn problemen en dat zij klager op een afdeling met een zwaar regime heeft laten plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-141/AL/MN
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:188
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in de hoofdzaak bij de OK in te stellen nadat het verlof tot het leggen van conservatoir beslag was verleend. Hierdoor is het conservatoir beslag vervallen. Deze gang van zaken is schadelijk geweest voor de belangen van klaagster en is bovendien niet door verweerder vooraf met klaagster afgestemd. Het nalaten om een eis in de hoofdzaak in te stellen, levert een beroepsfout op die raakt aan de kernwaarde deskundigheid op het gebied van beslag en executierecht. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-014/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:157
Raadsbeslissing. Verweerster is tekortgeschoten in haar communicatie met en bijstand aan klaagster. Zij heeft belangrijke informatie en adviezen niet vastgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat verweerster klaagster daadwerkelijk heeft geïnformeerd en geadviseerd. Verweerster heeft klaagster ook niet op de hoogte gehouden van de te verwachten kosten, zoals wel was afgesproken. Na het teleurstellende vonnis heeft verweerster klaagster bovendien niet voorzien van een deugdelijk advies over het instellen van hoger beroep. Verweerster heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:189
Voorzittersbeslissing. Klager heeft te laat geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-057/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:158
Raadsbeslissing. Klacht tegen de deken. De klacht ziet op de manier waarop verweerster met een brief van klager is omgegaan. Volgens klager betrof de brief een klacht die verweerster in behandeling had moeten nemen. De brief bevat echter geen concrete klacht, maar een verzoek om reactie c.q. duidelijkheid op vragen. Op die brief is door de deken correct en zakelijk gereageerd. Verweerster valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:190
Voorzittersbeslissing. Verweerder behartigt in verschillende procedures de ex-partner van klaagster. Dat verweerder daarbij de belangen van klaagster onnodig of onevenredig zonder doel heeft geschaad, is de voorzitter niet gebleken. Op grond van een gewezen arrest van het gerechtshof moest klaagster na betekening daarvan volledig en onvoorwaardelijk haar medewerking verlenen aan toedeling van de echtelijke woning aan haar ex-partner. Klaagster heeft dat geweigerd en ook om de (aangepaste) notariële akte te ondertekenen waarna de notaris de akte niet wilde verlijden zonder toestemming van beide partijen. Verweerder heeft om uit deze impasse te komen de voor alle betrokken partijen minst belastende keuze gemaakt door een executiegeschil uit te lokken. Daarna bestond er duidelijkheid en is de notariële akte alsnog - buiten aanwezigheid van klaagster - verleden. Daarnaast mocht verweerder als partijdige belangenbehartiger de feiten en standpunten in de procedures innemen zoals door hem gedaan. Het lag op de weg van (de advocaat van) klaagster om daartegen verweer te voeren. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-887/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:117
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-135/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:159
Raadsbeslissing. Verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand aan klager. Hij heeft klager onvoldoende meegenomen in de overweging om geen eis in reconventie in te dienen, althans zulks niet schriftelijk vastgelegd. Ook heeft verweerder door klager aangeleverde (bewijs)stukken niet ingebracht, zonder dat met klager te bespreken en dat vast te leggen. Verder is verweerder een van klager ontvangen map met stukken kwijtgeraakt. Pas bij het opruimen en verhuizen van zijn kantoor heeft hij de map teruggevonden en aan klager geretourneerd. Dat is bijzonder slordig. Verweerder heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klager. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-383/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:160
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende concretisering en onderbouwing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7429
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:85
Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, klagers privacy te hebben geschonden, niets te hebben gedaan met zijn klachten aangaande het regime waarin hij is geplaatst en opnieuw te hebben geadviseerd klager op een afdeling met een zwaar regime te plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-384/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:161
Voorzittersbeslissing. Het stond verweerder vrij om zijn cliënt te adviseren over het al dan niet beneficiair aanvaarden van de nalatenschap. Ook stond het hem vrij om een verzoek tot benoeming van een vereffenaar te doen. Verweerder heeft zijn taak vervuld in het belang van zijn cliënt en heeft daarbij gebruik gemaakt van de daarvoor bestemde procedure. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-737/AL/MN
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:187
Verzet ongegrond. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De tuchtrechter is in het kader van de klachtprocedure niet bevoegd om te oordelen over achterliggende geschillen, zoals de civiele procedures tussen klager en de cliënte van verweerster. De voorzitter zou buiten zijn bevoegdheid en de kaders van de klachtprocedure treden als hij een inhoudelijk oordeel zou hebben gegeven over de vraag die partijen verdeeld houdt. De raad begrijpt dat klager daar anders over denkt, maar dat betekent niet dat de voorzittersbeslissing onjuist is. Het verzet van klager slaagt niet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7507
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192
Klager is kennelijk-niet ontvankelijk in zijn klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd over de ziekte van Morgellon. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager, gediagnosticeerd met de ziekte van Morgellon, verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met deze aandoening. Het college is van oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is, maar dat het handelen niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De dermatoloog geeft in het artikel een feitelijke samenvatting van de onder dermatologen heersende visie over de ziekte van Morgellon en de inhoud van het artikel wordt gesteund door wetenschappelijke bevindingen van diverse bronnen. Er is dan ook geen sprake van handelen dat in strijd is met wat van een behoorlijk beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-460/DB/OB 25-461/DB/OB
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:114
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een erfrechtelijk geschil. Niet gebleken waarom het verzetschrift dat verweerder heeft opgesteld en klaagster heeft goedgekeurd onjuist zou zijn. Klaagster heeft vervolgens eenzijdig het contact afgehouden. Het stond verweerder vrij vervolgens zijn werkzaamheden neer te leggen. Niet gebleken dat er een maximumbedrag is afgesproken. Niet gebleken dat verweerder bemiddelingspogingen heeft gefrustreerd. Het stond verweerder vrij om een artikel te schrijven over het onderwerp dat in de verzetprocedure speelde, waarbij is verwezen naar de geanonimiseerde versie van de beschikking in klaagsters zaak. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7537
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193
Gegronde klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. Klager is door zijn huisarts doorverwezen wegens het vermoeden van lepra, omdat hij soortgelijke symptomen had als twintig jaar eerder toen bij hem lepra was vastgesteld. Bij het onder die omstandigheden uitsluiten van een diagnose mag verdergaand onderzoek worden verlangd, in het bijzonder omdat uitstel van behandeling voor de patiënt onherstelbare schade kan opleveren. Het is begrijpelijk dat de dermatoloog over onvoldoende ervaring beschikt om de diagnose lepra te kunnen uitsluiten, dan mag worden verwacht dat hij zou overleggen met of verwijzen naar een collega met ervaring in de diagnostiek van lepra. Berisping. Publicatie.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 250037W
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:143
Bij het hof is een zaak van verzoekers aanhangig. Deze zaak is op 13 juni 2025 op een zitting van het hof behandeld. Op 6 juli 2025 hebben verzoekers een verzoek tot wraking van de leden van de behandelende kamer ingediend omdat zij vinden dat er tijdens de zitting sprake was van de schijn van partijdigheid. Verzoekers stellen dat zij niet de kans kregen om hun standpunt goed toe te lichten. De feiten en omstandigheden, die verzoekers aanleiding hebben gegeven de leden van het hof te wraken, hebben zich voorgedaan tijdens de zitting van het hof van 13 juni 2025. Verzoekers waren daarmee dus tijdens de zitting al bekend. Gelet op artikel 2.1 van het Wrakingsprotocol dient een wrakingsverzoek gedaan te worden, zodra de verzoeker met die feiten of omstandigheden bekend is. Dat betekent in dit geval meteen ter zitting (in die mogelijkheid voorziet het Wrakingsprotocol ook) óf zo spoedig mogelijk na afloop van die zitting. Dat het op schrift stellen en onderbouwen van de wrakingsgronden enkele dagen kan vergen, valt te billijken. De door verzoekers in dit geval genomen tijd voor het indienen van hun wrakingsverzoek - 23 dagen - is echter niet meer op te vatten als zo spoedig als mogelijk na de zitting. Verzoekers hebben erop gewezen dat zij, omdat zij dakloos zijn, niet de hele tijd over internet beschikken. Daarom konden zij het verzoek niet eerder indienen. Het hof is van oordeel dat in deze omstandigheid geen rechtvaardiging is gelegen voor het ruim drie weken na de zitting indienen van het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is dan ook te laat ingediend en zal om die reden niet verder inhoudelijk worden beoordeeld. Het zal kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-210/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:115
Raadsbeslissing. Vast staat dat verweerder in een periode van drie maanden veertien brieven (per post en/of per e-mail) aan klaagster heeft gestuurd. De frequentie, de inhoud en de toonzetting van verweerders correspondentie aan klaagster zijn naar het oordeel van de raad zodanig dreigend van aard, dat de raad goed voorstelbaar acht dat klaagster verweerders correspondentie als intimiderend heeft ervaren. In de brieven van 25 mei 2024 tot en met 25 juli 2024 heeft verweerder klaagster aangeschreven als op te roepen getuige. Of en in hoeverre het handelen van verweerder in strijd komt met het bepaalde in gedragsregel 22 ligt niet ter beoordeling voor, nu klaagster niet over schending van gedragsregel 22 heeft geklaagd. Hoe dan ook past het een advocaat evenwel niet om een potentiële getuige zo onder druk te zetten. Gezien de inhoud van de e-mails van 25 en 30 juli 2024 is klaagster vanaf eind juli 2024 in de verhouding tot verweerder niet meer (alleen) een potentieel op te roepen getuige, maar is zij in de visie van verweerder kennelijk (ook) wederpartij van verweerders cliënten geworden. Verweerder heeft klaagster, nadat hij haar herhaaldelijk een getuigenverhoor in het vooruitzicht had gesteld, in diverse e-mailberichten duidelijk gemaakt dat hij op verschillende vlakken tegen haar zou (kunnen) gaan optreden en welke nadelige consequenties de kwestie voor haar zou (kunnen) hebben. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarmee de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, overschreden. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7538
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:194
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt de arts dat zij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat het onderzoek van de arts, mede gezien haar beperkte kennis van de dermatologie, voldoende is geweest. De arts heeft haar bevindingen telefonisch met haar supervisor besproken en heeft het door haar supervisor geadviseerde beleid – terugverwijzen naar de huisarts voor een verwijzing naar een neuroloog – opgevolgd. Daarmee heeft de arts, in haar rol als arts niet in opleiding tot specialist, zorgvuldig gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-051/DB/LI
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:116
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/432062 KL RK 24-21 C/05/432080 KL RK 24-22 C/05/432082 KL RK 24-23
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 18-07-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:25
Klaagster heeft vragen gesteld over de wilsbekwaamheid van haar vader bij het wijzigen van zijn levenstestament. De kamer is van oordeel dat de notaris zich onvoldoende heeft verantwoord over de wijze waarop het levenstestament van de vader van klaagster tot stand is gekomen. Hij heeft onvoldoende concrete informatie verstrekt en zich, door niet te verschijnen op de mondelinge behandeling, onttrokken aan de mogelijkheid voor de kamer om hem hierover te bevragen. De kamer vindt dat de notaris onvoldoende blijk heeft gegeven van een professionele houding zoals die van een notaris in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht. Het tuchtrecht is een onlosmakelijk onderdeel van het uitoefenen van het ambt van notaris en van de notaris mag worden verwacht dat hij zich op professionele en zakelijke wijze verantwoordt over een klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7679
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:97
Klacht tegen intensivist kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van nabestaanden van een patiënt die met COVID-19 ARDS was opgenomen op de intensive care. Na verschillende complicaties is de toestand van patiënt steeds verder verslechterd. Uiteindelijk is geconstateerd dat er geen verdere behandelmogelijkheden waren en is de behandeling van patiënt gestaakt. De klacht heeft betrekking op het staken van de behandeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:112
Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege misbruik van recht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7463
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:191
Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft, gezamenlijk met een psychiater, bij klager de diagnose ‘ziekte van Morgellon’ gesteld. Klager verwijt de dermatoloog dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, geen gedegen onderzoek heeft verricht en klager heeft weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het college oordeelt dat de dermatoloog een gedegen onderzoek heeft uitgevoerd en dat het niet aannemelijk is geworden dat de dermatoloog te weinig heeft onderzocht of het verrichte onderzoek verkeerd heeft uitgevoerd. Ook blijkt uit het dossier dat er voldoende aandacht is geweest voor het patiënten perspectief. Niet gebleken is dat de dermatoloog klager niet respectvol zou hebben behandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-087/DB/OB
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:113
Raadsbeslissing. Klacht over uitlatingen van verweerder op LinkedIn. De raad is van oordeel dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat in het gewraakte LinkedIn-bericht feiten worden gesteld waarvan verweerder wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren. Verweerder is daarnaast niet gehouden tot het noemen van de naam van de cliënt die hem heeft benaderd, omdat hij met het prijsgeven van die naam in strijd zou handelen met de op hem rustende geheimhoudingsplicht. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2562
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:139
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2561
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:140
Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2623
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:135
Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de psychotherapeut getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2622
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:136
Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de gz-psycholoog getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2564
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:137
Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2563
- Datum publicatie: 04-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:138
Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-370/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 30-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:156
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding kennelijk ongegrond. Verweerder heeft gedragsrechtelijk correct gehandeld door zijn bericht aan de rechtbank in kopie aan mr. J (en niet aan klager) te sturen. Het is niet duidelijk geworden waaruit de schending van klagers privacy zou bestaan. Dat klager verstoken is gebleven van informatie, is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:130 Raad van Discipline Amsterdam 24-888/A/NH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:130
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over een advocaat van de wederpartij. Klachtonderdeel a) gaat over onnodig grievende uitlatingen richting de deken, richting het gerechtshof en richting kantoorgenoten van klager. De uitlatingen van verweerder tegenover het gerechtshof en de kantoorgenoten van klager overschrijden het betamelijke. Het klachtonderdeel is in zoverre gegrond. De uitlatingen van verweerder tegenover de deken waren in de context van het gevoerde debat toelaatbaar en het klachtonderdeel is in zoverre ongegrond. In klachtonderdeel b) wordt verweerder verweten dat hij zich tot het gerechtshof heeft gewend nadat arrest was gewezen en zonder daarvan afschrift te sturen aan klager. De raad oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder had klager, als advocaat van de wederpartij, moeten informeren over zijn verzoeken aan het hof zodat klager ook de kans had gekregen om hierop te reageren. Verweerder heeft onvoldoende blijk gegeven van een betamelijke en professionele beroepsuitoefening. Verweerder toont weinig professionele distantie van zijn cliënten en lijkt zich (daardoor) van een onprofessionele toon te bedienen. De raad acht oplegging van en berisping in dit geval passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-079/DH/RO
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:150
Raadsbeslissing. Klacht tegen patroon over beroepsfout van de stagiair (niet inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand). Onder de gegevens omstandigheden houdt de raad verweerster gedragsrechtelijk verantwoordelijk voor de beroepsfout van haar stagiair. Klacht voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-813/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:144
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:131 Raad van Discipline Amsterdam 25-077/A/NH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:131
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-845/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:151
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:188 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7578
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:188
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen internist omdat moet worden getwijfeld aan het uitgangspunt dat klaagster de wil van patiënte vertegenwoordigt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-016/DH/RO
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 21-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:145
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7702
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 31-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:95
Klacht tegen plastisch chirurg over het uitvoeren van een onjuiste operatie dan wel het niet in acht nemen van de vereiste nauwkeurigheid bij de uitvoering van de operatie, alsmede het verlenen van onvoldoende nazorg. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:132 Raad van Discipline Amsterdam 25-208/A/A
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:132
Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft de belangen van haar cliënte behartigd zoals het een behoorlijk advocaat betaamt, zonder de belangen van klager onevenredig te schaden. Zij was niet verplicht om in te gaan op het voorstel van klager om een regeling te treffen. Hoewel een regeling in der minne de voorkeur heeft (gedragsregel 5), betreft dit geen absolute verplichting, maar staat dit ter vrije beoordeling van de advocaat en de cliënt. Ook geen schending van gedragsregel 8; verweerster mocht uitgaan van de juistheid van de informatie die haar cliënte haar had verstrekt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-846/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:152
Verzet deels gegrond, vanwege onjuiste maatstaf. Klacht alsnog niet-ontvankelijk. Verzet voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7683
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:189
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager verwijt de tandarts dat zij een endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies en dat zij gebrekkig is geweest in de nazorg. Het college oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn dat de behandeling niet zorgvuldig is uitgevoerd. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat er een zenuwdeel is achtergebleven in het kanaal. Het college kan ook niet vaststellen dat er sprake zou zijn van overige iatrogene schade. Klacht over reactie in het natraject is ook ongegrond. Beide klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-345/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:146
Voorzittersbeslissing. Klacht over de cassatieadvocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.