ECLI:NL:TGZRAMS:2025:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7463

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:191
Datum uitspraak: 05-08-2025
Datum publicatie: 05-08-2025
Zaaknummer(s): A2024/7463
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft, gezamenlijk met een psychiater, bij klager de diagnose ‘ziekte van Morgellon’ gesteld. Klager verwijt de dermatoloog dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, geen gedegen onderzoek heeft verricht en klager heeft weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het college oordeelt dat de dermatoloog een gedegen onderzoek heeft uitgevoerd en dat het niet aannemelijk is geworden dat de dermatoloog te weinig heeft onderzocht of het verrichte onderzoek verkeerd heeft uitgevoerd. Ook blijkt uit het dossier dat er voldoende aandacht is geweest voor het patiënten perspectief. Niet gebleken is dat de dermatoloog klager niet respectvol zou hebben behandeld.

A2024/7463
Beslissing van 5 augustus 2025

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 5 augustus 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,

tegen

C,
dermatoloog,
werkzaam te D,
verweerder, hierna ook: de dermatoloog,
gemachtigde: mr. E, werkzaam te D.

1. De zaak in het kort
1.1 Op 5 april 2016 is klager gezien op de ‘tropenpoli’ van het F, nadat hij door het G was doorverwezen in verband met huidklachten, toenemende jeuk en gewichtsverlies. Aldaar hebben diverse (lab)onderzoeken plaatsgevonden, waarbij er geen (tropische) huidziekte werd vastgesteld. De dermatoloog was bij deze behandeling niet betrokken. Op 30 april 2024 kwam klager op het spreekuur van de polikliniek psychodermatologie van het F. Door de dermatoloog en een psychiater werd klager zowel lichamelijk als psychiatrisch onderzocht. Door de dermatoloog werd de diagnose gesteld dat er sprake was van skin picking met huidschade als gevolg van externe manipulatie bij infestatiewanen (Morgellon disease). Klager heeft zich op het standpunt gesteld dat door de dermatoloog een onjuiste diagnose is gesteld, er geen gedegen onderzoek is verricht en dat hij is weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 7 augustus 2024;
- het aanvullende klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 25 november 2024.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De klacht en de reactie van de dermatoloog
3.1 Klager verwijt de dermatoloog – samengevat en naar het college begrijpt– dat hij:
a) onvoldoende onderzoek heeft verricht, het onderzoek niet goed heeft uitgevoerd en een verkeerde diagnose heeft gesteld;
b) klager onheus heeft bejegend.

3.2 De dermatoloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

3.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

4. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
4.1 De vraag is of de dermatoloog de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende dermatoloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de dermatoloog geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

4.2 Het college oordeelt dat de dermatoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dit per klachtonderdeel toelichten.

Klachtonderdeel a) Onvoldoende onderzoek gedaan, niet goed uitgevoerd onderzoek en een verkeerde diagnose
4.3 Klager verwijt de dermatoloog dat hij geen fysiek onderzoek heeft gedaan en dat hij alleen een doorverwijzing heeft gegeven naar de psychiatrie. Klager stelt zich op het standpunt dat er een fysieke oorzaak is voor zijn klachten en dat er sprake is van een parasitaire infectie. De dermatoloog heeft geen bloedonderzoek verricht en het microscopisch onderzoek niet goed uitgevoerd, omdat hij volgens klager niet beschikte over het juiste type microscoop.

4.4 De dermatoloog heeft tijdens het mondeling vooronderzoek toegelicht dat hij zorgvuldig heeft gekeken naar de reeds uitgevoerde onderzoeken en aanvullend ook lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat hij met behulp van een microscoop ook de door klager meegebrachte huidmonsters heeft onderzocht. Naar aanleiding van de relevante voorgeschiedenis, anamnese, het lichamelijk, psychiatrisch en microscopisch onderzoek, en het extern verricht aanvullend onderzoek, kwam de dermatoloog tezamen met de psychiater tot de eerdergenoemde diagnose en concludeerden zij dat er geen dermatologische oorzaak kon worden vastgesteld.


4.5 Het college overweegt over dit klachtonderdeel als volgt. In het G was door een andere dermatoloog al uitgebreid onderzoek verricht op 16 januari 2024. Bij een second opinion, zoals in dit geval, moet de dermatoloog een gedegen onderzoek uitvoeren. Anders dan klager verwachtte, wordt er in zo’n geval van een dermatoloog echter niet verwacht dat hij bij een doorverwijzing elk reeds verricht onderzoek integraal opnieuw uitvoert. Wel behoort een gedegen onderzoek te bestaan uit meer dan enkel fysiek onderzoek. Het college stelt vast dat de dermatoloog en de psychiater aan dat vereiste hebben voldaan door op 30 april 2024 eerdere onderzoeksresultaten te bestuderen, klager te observeren en aanvullend onderzoek te verrichten in de vorm van onder andere psychiatrisch onderzoek, het bekijken van de hoofdhuid en aanvullend microscopisch onderzoek. Het college kan de visie van de dermatoloog dat er geen medische indicatie was voor verder onderzoek volgen.

4.6 Het college komt dan ook tot het oordeel dat de dermatoloog een gedegen onderzoek heeft uitgevoerd en dat het niet aannemelijk is geworden dat de dermatoloog te weinig heeft onderzocht of het verrichte onderzoek verkeerd heeft uitgevoerd. Dat de uitkomsten van het onderzoek niet heeft voldaan aan de wensen van klager doet daar niet aan af.

4.7 Het college ziet dan ook geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de dermatoloog. Op basis van de medische gegevens is er zorgvuldig gekeken naar deze casus. Dit klachtonderdeel faalt.

Klachtonderdeel b) bejegening
4.8 Dit klachtonderdeel lijkt met name te rusten op het gegeven dat klager het niet eens is met de door de dermatoloog gestelde diagnose. Het college heeft reeds uiteengezet dat zij de conclusies van de dermatoloog en de psychiater kan volgen. Gelet op het dossier, waarin is te lezen dat er veel aandacht is geweest voor het patiënten perspectief, is door klager onvoldoende aannemelijk gemaakt op welke wijze hij niet respectvol zou zijn behandeld. Dat de patiënt zou zijn weggezet als een fantast of anderszins onheus zou zijn bejegend is het college niet gebleken. Dit klachtonderdeel faalt eveneens.

Slotsom
4.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.


5. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 5 augustus 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, J.M. Mommers en V.M. Schijf, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door V.K.M. Hanssen, secretaris.