ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7507

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192
Datum uitspraak: 05-08-2025
Datum publicatie: 05-08-2025
Zaaknummer(s): A2024/7507
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klager is kennelijk-niet ontvankelijk in zijn klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd over de ziekte van Morgellon. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager, gediagnosticeerd met de ziekte van Morgellon, verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met deze aandoening. Het college is van oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is, maar dat het handelen niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De dermatoloog geeft in het artikel een feitelijke samenvatting van de onder dermatologen heersende visie over de ziekte van Morgellon en de inhoud van het artikel wordt gesteund door wetenschappelijke bevindingen van diverse bronnen. Er is dan ook geen sprake van handelen dat in strijd is met wat van een behoorlijk beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.

A2024/7507
Beslissing van 5 augustus 2025


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 5 augustus 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,

tegen

C,
dermatoloog,
werkzaam te D,
verweerder, hierna ook: de dermatoloog,
gemachtigde: mr. E, werkzaam te D.

1. De zaak in het kort
1.1 Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega-dermatoloog van verweerder. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 6 augustus 2024;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlage;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 25 november 2024.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De overwegingen van het college

Rechtstreeks belanghebbende
3.1 Op grond van artikel 65, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele
gezondheidszorg (Wet BIG) is klager alleen klachtgerechtigd als hij kan worden aangemerkt als ‘ een rechtstreeks belanghebbende’. Hiervoor is vereist dat klager een concreet eigen belang heeft dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg.

3.2 Het college is van oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is. Klager is geen patiënt van verweerder, maar hij wordt wel behandeld door een dermatoloog uit hetzelfde team in hetzelfde ziekenhuis als verweerder. Bovendien is het artikel gepubliceerd op een website die door veel artsen wordt geraadpleegd in het kader van de individuele gezondheidszorg. Door een dergelijk artikel kan daarom het belang van klager, gediagnosticeerd met de ziekte van Morgellon, door de analyse in het artikel worden getroffen.

Eerste tuchtnorm
3.3 Het college moet vervolgens de vraag beantwoorden of het handelen onder één van de twee tuchtnormen valt. De eerste tuchtnorm betreft het handelen of nalaten in strijd met de zorg die de beroepsbehandelaar behoort te verlenen (artikel 47 lid 1 onder a Wet BIG). Er is geen sprake van een behandelrelatie tussen klager en verweerder. Dat betekent dat het handelen waar de klacht over gaat niet onder de eerste tuchtnorm valt.

Tweede tuchtnorm
3.4 De tweede tuchtnorm, neergelegd in artikel 47 lid 1, aanhef en onder b, van de Wet BIG, houdt in dat een BIG-geregistreerde zorgverlener ook aan tuchtrecht onderworpen is voor handelen of nalaten dat buiten een behandelrelatie plaatsvindt, maar wel in strijd is met wat van een behoorlijk beroepsbeoefenaar mag worden verwacht én een weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Hiervan kan sprake zijn als het gaat om handelen dat onmiskenbaar in strijd is met de algemene zorgplicht, met handelen dat de waarden van het beroep in de kern raakt of handelen dat het vertrouwen in de zorgverlener wezenlijk aantast.

3.5 Ook het in de rol van zorgverlener doen van onvoldoende onderbouwde medische uitspraken in de media kan onder de tweede tuchtnorm vallen. Het college is van oordeel dat daar in dit geval echter geen sprake van is. De dermatoloog geeft in het betreffende artikel een feitelijke samenvatting van de onder dermatologen heersende visie over de ziekte van Morgellon en de inhoud van het artikel wordt gesteund door wetenschappelijke bevindingen van diverse bronnen. Deze bevindingen worden ook bevestigd door andere dermatologen. Het college neemt aan dat klager de inhoud van het artikel als beledigend heeft ervaren, maar is van oordeel dat het artikel objectief bezien niet gekwalificeerd kan worden als beledigend.

3.6 Het voorgaande betekent dat er geen sprake is van handelen dat in strijd is met wat van een behoorlijk beroepsbeoefenaar mag worden verwacht. Het handelen waar de klacht over gaat valt dus evenmin onder de tweede tuchtnorm.

Slotsom
3.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat het handelen waarover wordt geklaagd niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht en dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.

4. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.


Deze beslissing is gegeven op 5 augustus 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, J.M. Mommers en V.M. Schijf, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door V.K.M. Hanssen, secretaris.