ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7537
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-08-2025 |
| Datum publicatie: | 05-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | A2024/7537 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Gegrond, berisping |
| Inhoudsindicatie: | Gegronde klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. Klager is door zijn huisarts doorverwezen wegens het vermoeden van lepra, omdat hij soortgelijke symptomen had als twintig jaar eerder toen bij hem lepra was vastgesteld. Bij het onder die omstandigheden uitsluiten van een diagnose mag verdergaand onderzoek worden verlangd, in het bijzonder omdat uitstel van behandeling voor de patiënt onherstelbare schade kan opleveren. Het is begrijpelijk dat de dermatoloog over onvoldoende ervaring beschikt om de diagnose lepra te kunnen uitsluiten, dan mag worden verwacht dat hij zou overleggen met of verwijzen naar een collega met ervaring in de diagnostiek van lepra. Berisping. Publicatie. |
A2024/7537
Beslissing van 5 augustus 2025
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 5 augustus 2025 op de klacht van:
A,
wonende te B,
klager,
tegen
C,
dermatoloog,
werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de dermatoloog,
gemachtigde: mr. H.B.M. Vrieling, werkzaam te Utrecht.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft
gesteld toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde
met klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen
bij klager lepra was vastgesteld. De dermatoloog betwist dat hij verwijtbaar heeft
gehandeld, en zegt dat hij adequaat onderzoek heeft verricht naar klagers klachten.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. In dit geval gaat het niet om het stellen van een in Nederland zeldzame diagnose maar om het uitsluiten van die diagnose. Klager is uitdrukkelijk door zijn huisarts doorverwezen omdat hij soortgelijke symptomen had als twintig jaar eerder, toen bij hem lepra was vastgesteld. Bij het onder die omstandigheden uitsluiten van een diagnose mag verdergaand onderzoek worden verlangd, in het bijzonder omdat uitstel van behandeling voor de patiënt onherstelbare schade kan opleveren. Het is begrijpelijk dat de dermatoloog over onvoldoende ervaring beschikt om de diagnose lepra te kunnen uitsluiten, daarom mag worden verwacht dat hij zou overleggen met of verwijzen naar een collega met ervaring in de diagnostiek van lepra.
1.3 Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 19 augustus 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de repliek met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 27 februari 2025;
- de dupliek;
- de bijlage ontvangen van klager, op 2 mei 2025.
2.2 Het college heeft de klacht op de openbare zitting van 24 juni 2025 behandeld. Partijen zijn verschenen. Beklaagde bijgestaan door haar gemachtigde. Ten behoeve van klager was een beëdigd tolk Engelse taal aanwezig, D. De zaak kent een samenhang met de zaak tegen een arts niet in opleiding tot specialist. Bij het college is de samenhangende zaak bekend onder zaaknummer A2024/7538. Die zaak heeft het college op 24 juni 2025 in raadkamer behandeld.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 De dermatoloog is werkzaam bij E te B (hierna ook: ‘de kliniek’).
3.2 Klager, afkomstig uit F, heeft zich op 17 juni 2021 tot zijn huisarts gewend in verband met pijn in zijn ellebogen en een wondje op zijn rechterhand dat steeds terugkwam. Klager had in het verleden in F lepra gehad, meende de huidige symptomen opnieuw te herkennen als zijnde lepra, en wilde uitsluiten (of bevestigd hebben) dat hij opnieuw aan deze ziekte leed. De huisarts heeft klager hierop verwezen naar de kliniek. Op de verwijzing staat het volgende: ‘Graag uw expertise bij terugkomende zweer/wond op rechterhand. Dhr heeft in het verleden lepra doorgemaakt en denkt dat het daarmee te maken heeft? Graag jullie expertise en behandeling’.
3.3 Klager bezocht op 2 juli 2021 de kliniek en werd gezien door de dermatoloog. Deze
heeft de hand van klager bekeken en klager daarover vragen gesteld. Het medisch dossier
van het consult bevat de volgende gegevens:
“2-7-2021 plekje op de linker handrug wat droog en verdikt in het verleden (20 jaar
geleden lepra). Ook plekje bij de pink wat steeds open gaat. O tweetal plekken met
doogte en schilfering. dx lichen simplex diprosalic 2dd c 3wk eventueel biopt.”
3.4 De dermatoloog schreef voor de ‘lichen simplex’ (een sterk jeukende plek op de huid) een zalf voor, die klager tweemaal daags moest aanbrengen. Op 23 juli 2021 volgde een controleafspraak. De behandeling met de zalf had geholpen; naar het oordeel van de dermatoloog waren de schilfering en roodheid verminderd. Het medisch dossier van het consult van 23 juli 2021 bevat de volgende gegevens: 23-7-2021 A/ gaat beter. Er is door de arts geen brief verzonden naar de huisarts.
3.5 Nadien hebben tussen klager en de dermatoloog geen behandelcontacten meer plaatsgehad. Wel heeft op 4 november 2022 een consult plaatsgevonden met een arts niet in opleiding tot specialist, in die periode eveneens werkzaam bij de kliniek. Bij dit consult is de diagnose “lichen simplex” gehandhaafd. Tegen deze gehandhaafde diagnose heeft klager de klacht ingediend die hierboven onder 2.2 is genoemd.
3.6 Klager heeft zich in 2022 tot een dermatoloog in F gewend. Deze heeft de diagnose
‘lepra’ gesteld. In het G is in januari 2023 de diagnose ‘relapse lepra’ bevestigd.
4. De klacht en de reactie van de dermatoloog
4.1 Volgens klager heeft de dermatoloog onzorgvuldig gehandeld, omdat hij op het
moment van onderzoek niet de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Klager heeft schade geleden
die hij begroot op € 500.000,-.
4.2 De dermatoloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de dermatoloog de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende dermatoloog.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat de dermatoloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het college legt dat hierna uit. Het stellen van de onjuiste diagnose
5.3 Het college stelt voorop dat het niet stellen van de juiste diagnose op zichzelf nog niet verwijtbaar hoeft te zijn. Wel relevant is of de arts voldoende naar de patiënt heeft geluisterd, de patiënt voldoende heeft onderzocht en of de bevindingen van de arts aansluiten bij de uit anamnese en onderzoek verkregen informatie.
5.4 In dit geval oordeelt het college dat dit niet het geval is geweest. Daarvoor is redengevend dat:
5.5 De dermatoloog heeft het onderzoek niet op de juiste wijze gedaan. In de eerste plaats heeft de dermatoloog niet alle onderzoekshandelingen die hij zegt tijdens het consult te hebben verricht, ook opgenomen in het medisch dossier. Klager betwist dat een deel van dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Het college kan dus niet vaststellen dat de dermatoloog klager vragen heeft gesteld over krachts- en gevoelsverlies. Bovendien sluiten de onderzoekshandelingen die de dermatoloog stelt te hebben verricht de diagnose lepra niet uit. Krachtsverlies en verminderd gevoel manifesteren zich in het algemeen niet al bij het begin van de aandoening. Aangezien lepra een aandoening is die in Nederland hoogst zelden voorkomt en de dermatoloog begrijpelijkerwijs op dit gebied niet deskundig is, had hij zich beter moeten verdiepen in het onderzoek dat moest worden ingesteld. Het had bijvoorbeeld voor de hand gelegen om klager te verwijzen naar - of informatie in te winnen bij - een van de artsen die op dit gebied ervaren zijn, zoals die van het in zijn stad gevestigde G waar klager later behandeld werd voor lepra. De dermatoloog heeft gezegd dat hij bekend was met de lepra expertise van het G.
5.6 Daarnaast speelt een rol dat klager uitdrukkelijk door zijn huisarts is doorverwezen wegens het vermoeden van lepra, omdat klager in het verleden lepra had gehad en opnieuw soortgelijke symptomen vertoonde. Met name door de huidaandoeningen op zijn hand die indertijd op dezelfde plek ontstonden. Aan de dermatoloog is dus niet gevraagd om een diagnose te stellen, maar om een (zeldzame) diagnose uit te sluiten. Onder die specfieke en concrete omstandigheden had van de dermatoloog verdergaand onderzoek mogen worden verlangd, vooral omdat het een ziekte betreft die bij niet behandelen blijvende schade kan geven.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is. Het college mag
wettelijk overigens geen uitspraak doen over schade en een schadevergoeding.
Maatregel
5.8 Nu de klacht gegrond is, rest het college de vraag of een maatregel en zo ja
welke maatregel passend en geboden is. De dermatoloog valt aan te rekenen dat hij
onvoldoende onderzoek heeft uitgevoerd bij het uitsluiten van de zeldzame diagnose
waarvoor de huisarts klager had doorverwezen en dat de verslaglegging te summier was.
5.9 Omdat de dermatoloog hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld is het college van oordeel dat een maatregel moet worden opgelegd. Het college houdt er bij de zwaarte van de maatregel rekening mee dat klager door de manier van handelen van de dermatoloog langer dan wenselijk klachten heeft gehouden en dat er onnodig risico is gelopen op onherstelbare (zenuw) schade. Ook weegt het college mee dat de dermatoloog heeft gezegd dat hij verbeteringen wil doorvoeren in zijn verslaglegging, maar dat hij geen aanleiding ziet om bij een nieuw geval veranderingen aan te brengen in de wijze waarop hij tot zijn diagnose is gekomen.
5.10 Het college acht al met al de maatregel van een berisping passend.
Publicatie
5.11 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk van deze zaak kunnen leren.
De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen
of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de dermatoloog de maatregel op van berisping;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden
bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch
Contact.
Deze beslissing is gegeven door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, R.P. Wijne,
lid-jurist, J.M. Mommers, E.J.M. van Leent en V.M. Schijf, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door V.K.M. Hanssen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken 5 augustus 2025.