ECLI:NL:TNORARL:2025:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447724 / KL RK 25-20
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2025:26 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 31-07-2025 |
| Datum publicatie: | 07-08-2025 |
| Zaaknummer(s): | C/05/447724 / KL RK 25-20 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met berisping |
| Inhoudsindicatie: | De notaris had op basis van de feiten en omstandigheden gerede twijfel moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van betrokkene. Zij had zorgvuldiger moeten omgaan met het verzoek tot het doorvoeren van een ingrijpende wijziging van het pas vier maanden oude levenstestament van betrokkene. Dit heeft zij niet gedaan, de kamer acht de maatregel van berisping passend. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/447724 / KL RK 25-20
beslissing van de kamer voor het notariaat
op de klacht van
[naam klager],
wonende te [plaats],
klager,
tegen,
mr. [naam notaris],
notaris te [plaats],
Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de klacht, met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2025;
- het verweer van de notaris van 18 maart 2025;
- het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter van 4 december 2024, ingekomen op 3 juni 2025.
1.2. De klachtzaak is ter zitting van 6 juni 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen klager enerzijds en de notaris anderzijds.
2. De feiten
2.1. De heer [A] is de broer van klager (hierna: de betrokkene). Bij hem is in november 2023 de diagnose Alzheimer dementie gesteld. Sinds 2018 heeft betrokkene een relatie met mevrouw [B] (hierna: de partner), met wie hij niet gehuwd is en evenmin samenwoont.
2.2. Op 4 januari 2024 heeft betrokkene een gesprek gevoerd met de notaris in aanwezigheid van zijn partner en zijn zoon [C] (hierna: [C]). De andere kinderen, klager en de andere broer [D] (hierna: [D]) waren van dit gesprek op de hoogte en hebben overleg gevoerd over het opstellen van dit levenstestament.
2.3. De notaris heeft vervolgens het levenstestament van betrokkene opgesteld en op 7 juni 2024 gepasseerd. Hierin is onder meer het volgende opgenomen ten aanzien van de verleende volmachten over de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene:
Niet-vermogensrechtelijke belangen
De comparant verklaarde:
a. wat de dagelijkse zorg en spoedzaken betreft volmacht te geven aan mevrouw ir. [B], voornoemd; en
b. wat de overige zorg betreft aan:
1. zijn broer, de heer [naam klager), wonende te [adres], geboren in de gemeente [naam gemeente] op [geboortedatum]en voor het geval hij niet meer als zodanig kan of wil handelen, in zijn plaats zijn broer, de heer [D], wonende te [adres], geboren in de gemeente [naam gemeente] op [geboortedatum];
2. zijn zoon, de heer [C], voornoemd, en voor het geval hij niet meer als zodanig kan of wil handelen, in zijn plaats zijn dochter, mevrouw [El, wonende te [adres], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]; en
3. mevrouw ir. [B], voornoemd, gezamenlijk, om zijn niet-vermogensrechtelijke belangen waar te nemen, waaronder - begrepen het wijzigen van zijn woonplaats of huiselijk milieu en het verrichten van (rechts)handelingen in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, medische behandeling en begeleiding, het inzien van zijn patiëntendossier, het nemen van besluiten en het plegen van overleg over zijn - medicatie, het verlenen van toestemming voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelovereenkomst en het zich op de hoogte laten stellen van de uitvoering van het zorgplan.
Het is de wens van de comparant dat de gevolmachtigden alles in goed onderling overleg met de comparant, zijn partner en de (andere) kinderen uitvoeren. Voor het geval zij geen overeenstemming verkrijgen, heeft zijn genoemde broer de doorslaggevende stem.
(…)”
2.4. Op 31 juli 2024 heeft de geriater, na een gesprek met betrokkene, vastgesteld dat er een duidelijke cognitieve achteruitgang bij hem merkbaar is ten opzichte van de diagnosedatum in november 2023. De gevolmachtigden hebben daarom uitvoering gegeven aan het levenstestament. Hierover is onenigheid ontstaan.
2.5. In oktober 2024 heeft de partner van betrokkene de notaris gebeld en aangegeven dat het levenstestament van 7 juni 2024 gewijzigd moest worden. Daarna heeft de notaris een e-mail ontvangen vanuit het e-mailadres van betrokkene waarin zijn wensen voor de wijziging werden geformuleerd. De notaris heeft de wijziging van het levenstestament opgesteld en op 8 november 2024 heeft zij betrokkene samen met zijn partner hierover gesproken en is het gewijzigde levenstestament ook gepasseerd.
2.6. De wijziging in het levenstestament houdt – kort gezegd in – dat klager en [D] niet meer als gevolmachtigden in het levenstestament zijn opgenomen. Ook de doorslaggevende stem van klager is uit het levenstestament verwijderd. De nieuwe bepaling is als volgt.
Niet-vermogensrechtelijke belangen
De comparant verklaarde volmacht te geven aan:
- zijn partner, mevrouw Ir. [B], voornoemd, en voor het - geval zij niet meer als
zodanig kan of wil handelen, in haar plaats:
b. zijn zoon, de heer [C], voornoemd, en voor het geval
hij niet meer als zodanig kan of wil handelen, in zijn plaats:
c. zijn dochter, mevrouw [E], wonende te [adres], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum];
om zijn niet-vermogensrechtelijke belangen waar te nemen, waaronder begrepen het wijzigen van zijn woonplaats of huiselijk milieu en het verrichten - van (rechts)handelingen in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, medische behandeling en begeleiding, het inzien van zijn patiëntendossier, het nemen van besluiten en het plegen van overleg over zijn - medicatie, het verlenen van toestemming voor verrichtingen ter uitvoering van - een behandelovereenkomst en het zich op de hoogte laten stellen van de uitvoering van het zorgplan.
Het is de wens van de comparant dat de gevolmachtigden alles in goed onderling overleg met de comparant, zijn partner en de (andere) kinderen uitvoeren.
(………..)”
2.7. Op 16 november 2024 hebben klager en de kinderen kennisgenomen van de inhoud van het gewijzigde levenstestament van betrokkene. Op 19 november 2024 heeft [C], de zoon van betrokkene, vervolgens een e-mail aan de notaris verzonden met de vraag hen zo spoedig mogelijk te berichten op welke wijze zij op 8 november 2024 gevolg heeft gegeven aan haar wettelijke verplichting om de wilsbekwaamheid van betrokkene vast te stellen.
2.8. Op 25 november 2024 hebben [G] en [E] (de zoon en dochter van betrokkene), met toestemming van de overige kinderen, klager en [D], de kantonrechter verzocht om betrokkene onder curatele te stellen.
2.9. Bij beslissing van 23 januari 2025 heeft de kantonrechter bij de rechtbank Gelderland betrokkene onder curatele gesteld. De kantonrechter heeft in de beschikking het volgende opgenomen:
“Uit de inhoud van de stukken en ter zitting is voor de kantonrechter voldoende gebleken dat
betrokkene niet meer in staat is om zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke
belangen te behartigen. (…)
Nu een levenstestament is opgesteld door betrokkene is er in beginsel geen reden om curatele
uit te spreken en is de kantonrechter terughoudend met het uitspreken van een
beschermingsmaatregel. Hoewel het de kantonrechter is gebleken dat zowel partner, de
kinderen van betrokkene en zijn broers het beste met betrokkene voor hebben. Is het ook
duidelijk voor de kantonrechter dat zij anders denken over wat het beste is voor betrokkene.
De onderlinge verhoudingen tussen de partner enerzijds en de kinderen en broers van betrokkene anderzijds zijn verstoord en er is een gebrek aan onderling vertrouwen. Partijen
zijn het niet eens over kleine zaken. zoals een tandartsbezoek. en grote zaken. zoals een
naderende verhuizing van betrokkene naar een zorginstelling. De kantonrechter constateert
uit de stukken en op basis van hetgeen zij heeft gezien en gehoord tijdens de zitting dat het
levenstestament niet meer werkbaar is door de verstoorde onderlinge verhoudingen. Een en
ander is niet in het belang van betrokkene. De kantonrechter is van oordeel dat curatele op dit
moment de meest passende maatregel is in het licht van het nog recent gewijzigde
levenstestament. Het verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene zal worden
toegewezen.”
3. De klacht en het verweer
3.1. Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door niet, dan wel onvoldoende te controleren of betrokkene op 8 november 2024, bij het passeren van het gewijzigde levenstestament, wilsbekwaam was.
3.2. Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
Belanghebbende
4.1. De notaris heeft aangevoerd dat zij zich afvraagt of klager wel belanghebbende is, omdat het primair om de belangen van betrokkene gaat.
4.2. De kamer overweegt dat in artikel 99 lid 1 Wna staat dat klachten tegen notarissen door een ieder met enig redelijk belang kunnen worden ingediend. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een rechtstreeks belang niet zonder meer is vereist, ook een indirect of afgeleid belang van klagers kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure door de wetgever beoogd. De kamer overweegt dat klager als gevolmachtigde is opgenomen in het eerste levenstestament. Hij had een volmacht om te beslissen over niet-vermogensrechtelijke kwesties en had daarbij een doorslaggevende stem indien hij en de overige gevolmachtigden het niet met elkaar eens waren. In de wijziging van het levenstestament van betrokkene is de volmacht van klager helemaal geschrapt. Hiermee is het belang van klager vast komen te staan.
Algemeen
4.3. Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
Wilsbekwaamheid
4.4. De kamer stelt het volgende voorop. Als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij (levens-)testament (uiterste) wilsbeschikkingen kan maken. Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie (-dienst) te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen. Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van een betrokkene beoordelen. Volgens vaste jurisprudentie van de kamers voor het notariaat moet bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van een betrokken cliënt primair worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris, aan wie in dat kader beoordelingsruimte toekomt. Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van de KNB (hierna: het Stappenplan) biedt hiervoor een handreiking. In het Stappenplan staan indicatoren benoemd die aanleiding kunnen zijn voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid. Indien een notaris – ook al heeft hij kennis van het bestaan van één of meer indicatoren – geen aanleiding behoeft te hebben om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van een cliënt, dan hoeft hij het Stappenplan niet te volgen. Van belang is hierbij onder meer de indruk die een cliënt in een gesprek maakt. Ook als achteraf uit een rapport van een deskundige of getuigenverklaringen valt af te leiden dat een cliënt op het moment van een bespreking of passeren van de akte (mogelijk) niet als wilsbekwaam kon worden aangemerkt, betekent dit nog niet zonder meer dat dit dan ook aan de notaris duidelijk moest zijn geweest. Of dit zo is, hangt af van de omstandigheden van het geval.
4.5. Het gaat in deze zaak niet om de vraag of betrokkene ten tijde van het passeren van het levenstestament wilsbekwaam was, maar of de notaris daaraan in de gegeven omstandigheden moest twijfelen.
4.6. Klager stelt dat de notaris voldoende aanwijzingen had om gerede twijfel te hebben over de vraag of betrokkene voldoende wilsbekwaam was om een dergelijke ingrijpende wijziging als het schrappen van de volmachten van zijn broers door te voeren en te begrijpen. Klager wijst daarbij op de diagnose dementie die in november 2023 is gesteld en waarvan de notaris niet heeft ontkend dat zij hiervan op de hoogte was. Ook het feit dat er onenigheid tussen de gevolmachtigden bestond over de woonplek van betrokkene, de korte periode tussen het passeren van het levenstestament en de wens om deze te wijzigen en de omstandigheid dat het initiatief van de partner van betrokkene kwam om tot de wijziging van het levenstestament te komen, hadden volgens klager voor de notaris aanleiding moeten zijn om de wilsbekwaamheid van betrokkene nader te onderzoeken.
4.7. De notaris stelt dat zij op basis van de e-mail die is verzonden vanaf het account van betrokkene, en waarvan de notaris uitging dat die door hemzelf was opgesteld, en het gesprek dat zij op 8 november 2024 heeft gevoerd met de betrokkene en zijn partner geen reden had om te twijfelen aan zijn wilsbekwaamheid. Bovendien is het feit dat iemand is gediagnosticeerd met alzheimer niet per definitie een reden waarom diegene geen levenstestament zou kunnen laten wijzigen. De gewenste wijziging van het levenstestament was bovendien niet ingrijpend, omdat de waarborgen dat meerdere personen meekeken bleven bestaan. De notaris heeft niet overwogen om betrokkene nog alleen te spreken op 8 november 2024, omdat zij geen enkele twijfel had over zijn wilsbekwaamheid.
4.8. In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de zitting op 4 december 2024 bij de kantonrechter over de onder curatelestelling van betrokkene staat onder meer het volgende:
“(…)
Kantonrechter (K): Ik ga eerst met u praten en daarna met de anderen.
Betrokkene (B): Ja. Kolonel militair.
Betrokkene maakt een saluut gebaar.
K: ik ga u een heleboel vragen stellen.
B: Vanuit militaire situatie gegroeid vanuit [plaats]. Richting de zee.
(…)
K: U woonde lang in [plaats] en toen bent u verhuisd, kunt u aangeven waarom?
B: Ja, bij de militaire dienst paardrijden. Dat waren prettige dingen
K: Ik heb al uw adressen in BRP bekeken. Weet u nog waarom u naar [adres]verhuisd bent?
B: U bedoelt andere medicijn?
A (gemachtigde van betrokkene): Nee, waarom je bent verhuisd.
B: Is die weg?
(…)
B: Als het bevroren is dan ben ik daar.
Betrokkene wijst naar buiten naar het water in de vijver.
K: Hield u van schaatsen vroeger?
B: Ja. Ja. ja.
(…)
B: Is wel grappig het ziekenhuis had een hoofd van afdeling en die brachten mij en hé de dominee.
K: Dachten ze dat u de dominee was?
B: Ja.
Betrokkene moet lachen.
K: Ik ga dadelijk ook met de andere aanwezigen praten.
B: Het is wel een tijd van veel bewegingen.
K: Ja, vindt u dat lastig?
B: Opa, we gaan naar Indië
K: Vragen ze dat?
B: Aardige man.
K: Wie vond u aardig?
B: Ja ja. Eerste keren dat ik hem zag op bezoek bij jongere twee. En was zijn dochter ook. Vader van [F] (…)”
4.9. De kamer overweegt dat het gesprek dat de kantonrechter heeft gevoerd met betrokkene, waarin hij duidelijk verward en gedesoriënteerd is, slechts één maand later was dan nadat de notaris met hem heeft gesproken over de wijziging van het levenstestament. Betrokkene was ten tijde van de gesprekken met de notaris al gediagnosticeerd met alzheimer/dementie, de notaris heeft niet ontkend dat zij hiervan ook op de hoogte was. Het oorspronkelijke levenstestament is tot stand gekomen in goed overleg met de familie van betrokkene en zijn duidelijke wens dat klager een doorslaggevende stem zou krijgen voor wat betreft zijn medische situatie, is daarin ook vastgelegd. Over de uitvoering van het levenstestament is vervolgens onenigheid ontstaan tussen de familie, onder wie klager, en de partner van betrokkene, met name over zijn woonplek. Naar aanleiding daarvan heeft de partner van betrokkene contact opgenomen met de notaris en aangegeven dat het levenstestament gewijzigd moest worden. Na het telefoongesprek heeft de notaris een e-mail ontvangen die is verzonden vanaf het account van betrokkene. De notaris heeft niet geverifieerd of deze e-mail daadwerkelijk van betrokkene zelf afkomstig was. Over de wijziging van het levenstestament heeft de notaris betrokkene niet alleen gesproken.
4.10. De kamer benadrukt nogmaals dat het in deze klachtprocedure niet gaat om de vraag of betrokkene ten tijde van het passeren van de wijziging van het levenstestament op 8 november 2024 wilsbekwaam was, maar of de notaris daaraan in de gegeven omstandigheden moest twijfelen. De kamer oordeelt dat de bij de notaris bekende feiten en omstandigheden over de situatie van betrokkene (alzheimer/dementie, onenigheid over de uitvoering van het levenstestament, op initiatief van partner de wens tot wijziging van het levenstestament uitspreken waarbij betrokkene zelf aangaf zich overruled te voelen) bij de notaris gerede twijfel aan zijn wilsbekwaamheid had moeten wekken. Dit had voor haar bovendien aanleiding moeten zijn om verder onderzoek hiernaar te doen. In elk geval had de notaris het Stappenplan moeten volgen gelet op de daartoe aanwezige indicatoren. Dit heeft de notaris niet gedaan.
4.11. Van een zorgvuldig handelend notaris had bovendien mogen worden verwacht dat zij in ieder geval met betrokkene alleen had gesproken en had geverifieerd of de e-mail waarin zijn wensen over de wijziging van het levenstestament werden opgesomd, daadwerkelijk van hem afkomstig was. Ook dit heeft de notaris nagelaten. Zij is daarmee met name afgegaan op het genomen initiatief van de partner van betrokkene. De kamer oordeelt dat dit in de gegeven omstandigheden, waarin al onenigheid tussen de partner en de familie bestond, geen juiste handelwijze was.
Conclusie en maatregel
4.12. De kamer is van oordeel dat de notaris met haar handelwijze haar kerntaken als notaris heeft veronachtzaamd. De notariële kernwaarde zorgvuldigheid is door de notaris geschonden. De notaris heeft bij de totstandkoming van het gewijzigde levenstestament van betrokkene niet voldaan aan haar zorg- en onderzoeksplicht. De notaris heeft niet met de in dit geval vereiste hoge mate van zorgvuldigheid onderzocht of betrokkene, gediagnosticeerd met alzheimer/dementie die heeft aangegeven zich overruled te voelen, zijn wil goed kon vormen en uiten.
4.13. De notaris heeft geen oog gehad voor de kwetsbare positie van betrokkene, laat staan dat zij haar handelen daarop heeft afgestemd. De kamer is van oordeel dat de notaris door haar hiervoor geschetste handelwijze niet heeft gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt en dat zij de belangen van betrokkene ernstig heeft veronachtzaamd. Daarmee heeft de notaris het vertrouwen in het notariaat schade toegebracht. De kamer zal aan de notaris de maatregel van een berisping opleggen, nu zij dit de enige passende en geboden maatregel vindt.
4.14 Omdat de kamer de klacht gegrond verklaart, dient de notaris het door klager betaalde griffierecht van € 50,00 op grond van artikel 99 lid 5 Wna aan hem te vergoeden.
4.15 Nu de kamer de klacht tegen de notaris gegrond verklaart en de notaris tevens een maatregel oplegt, zal de kamer de notaris op grond van artikel 103b lid 1 Wna en de (tijdelijke) richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat (Staatscourant 2020, nr. 67893), veroordelen in de kosten van klager, forfaitair vastgesteld op € 50,00.
4.16 De kamer bepaalt dat de notaris voornoemde bedragen binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager moet betalen. Klager dient daarvoor tijdig schriftelijk zijn rekeningnummer aan de notaris door te geven.
4.17 Verder ziet de kamer aanleiding om de notaris, op grond van artikel 103b lid 1 Wna jo. de richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat 2021 (Staatscourant 2020, nr. 67893), te veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van de zaak door de kamer zijn gemaakt. Deze kosten worden vastgesteld op € 2.000,00 (wegingsfactor 1). De kamer bepaalt dat deze kosten binnen vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de kamer moeten worden betaald. De notaris ontvangt hiervoor nota van het LDCR te Utrecht.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de notaris de maatregel van berisping op;
- veroordeelt de notaris tot betaling aan klager van € 50,00 griffierecht en € 50,00 aan andere
kosten, op de wijze en binnen de termijn als onder 4.16 bepaald;
- veroordeelt de notaris tot betaling van € 2.000,00 in de kosten van behandeling van de
klacht door de kamer, op de wijze en binnen de termijn als onder 4.17 bepaald.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. A.M.S. Kuipers, voorzitter, mr. C.G. Zijerveld en mr. A.J.H.M. Janssen, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J. Geers, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2025. | ||
|
De secretaris |
De voorzitter | |
|
Buiten staat te tekenen |
||
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||