Zoekresultaten 20901-20950 van de 47477 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/476VP
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:55
De IGJ dient een klacht in tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt verweerster dat zij ten opzichte van een patiënt de grenzen van de professionele relatie niet in acht heeft genomen door een intieme / seksuele relatie met de patiënt aan te gaan. Gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-019
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:76
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Dat de huisarts niet meteen een röntgenfoto van de neus heeft laten maken toen klager op de HAP verscheen met een scheur in zijn neus, is niet onzorgvuldig. De huisarts heeft in het dossier een herinnering aan de eigen huisarts van klager om later een röntgenfoto te laten maken aangetekend. Onheuse bejegening is niet vast komen te staan. Wel verwijtbaar is de nazorg met betrekking tot de wondlijm die in het oog van klager terecht is gekomen bij het dichtplakken van de snee op de neus. Hij heeft nagelaten klager te verwijzen naar een oogarts of de huisarts. Het advies om thuis het oog met water te spoelen was niet voldoende. Laatste klachtonderdeel gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/07
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:33
Klager is van mening dat hij hoogstwaarschijnlijk lijdt aan Mucormycose (een zeldzame maar ernstige schimmelaandoening waarbij de bloedvatwanden van vooral de sinussen, hersenen en longen zijn aangetast) en hij wenst hiervoor een medicinale behandeling te krijgen. Verweerder heeft klager die behandeling geweigerd omdat er geen enkele aanwijzing is voor de diagnose Mucormycose en dat verwijt klager hem. De klacht is in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/394
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:56
Klager dient mede namens zijn vrouw een klacht in betreffende de behandeling van hun zoon. De zoon van klagers is op 3 juni 2017 aan epilepsie overleden. Klager verwijt verweerder (neuroloog) onjuiste en onvolledige informatie te hebben verstrekt over de risico's van epilepsie. Tevens verwijten zij verweerder dat er geen lichamelijk onderzoek is verricht waardoor mogelijke hartproblemen niet zijn onderzocht. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-007
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:77
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft met zijn verklaring zoals gebruikt in de echtscheidingsprocedure niet gehandeld in strijd met de tweede tuchtnorm, omdat het geen gedragingen zijn die betrekking hebben op het verlenen van individuele gezondheidszorg of die een wezenlijke weerslag hebben op de individuele gezondheidszorg. Het feit dat de huisarts zich boven aan de brief als arts heeft gepresenteerd, maakt dit oordeel niet anders. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-289
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:78
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet is gebleken dat de bedrijfsarts dwingend of uit commercieel belang heeft verwezen naar een bepaalde psycholoog. Dat na verloop van tijd blijkt dat de behandeling van klaagster langduriger is dan destijds door de bedrijfsarts was ingeschat, maakt niet dat zij in maart 2017 met haar verwijzing naar een bepaalde psycholoog verwijtbaar heeft gehandeld. Anders dan klaagster betoogt kan de opgelopen v ertraging niet tot gevolg hebben dat het belastbaarheidsonderzoek wordt opgeschoven, dit dient voor het moment van 52 weken ziekte te zijn uitgevoerd. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/01
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:29
Klager, een bedrijfsarts, is het niet eens met het door verweerder, een arts van het UWV, onder supervisie van een verzekeringsarts gegeven oordeel over klagers werkzaamheden ten behoeve van de begeleiding en re-integratie van een zieke werknemer. In het bijzonder kan klager zich niet vinden in het feit dat zijn inspanningen zijn geduid als ‘niet adequaat’. Volgens klager zou verweerder en met hem het UWV deze term niet mogen bezigen. Het college stelt vast dat de term ‘(niet) adequaat’ door het UWV is neergelegd in beleidsregels. Verweerder heeft de beoordeling verricht binnen de aan hem opgedragen taak en met inachtneming van deze beleidsregels van het UWV. Daarvan kan, zo oordeelt het college, verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De vraag of het UWV deze term in zijn beleidsregels mag opnemen en mag laten hanteren door zijn verzekeringsartsen kan het college niet beantwoorden. Het college oordeelt dat dit is voorbehouden aan de bestuursrechter. De klacht wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-247
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:79
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De verwijten omtrent de inhoud en wijze van de mondelinge communicatie kunnen zich moeilijk op juistheid laten beoordelen, de lezingen van partijen lopen uiteen. Verweerder heeft een adequate probleemanalyse van het fysieke spreekuur opgesteld. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-274
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:73
Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft gelet op de beschikbaarheid van recente medische informatie in het dossier, de door klager tijdens het spreekuur verschafte informatie en tijdens het spreekuur verrichte onderzoek een consistent en inzichtelijke beoordeling gemaakt, waarop hij zijn conclusie dat er geen medische noodzaak bestond voor een bruikleenauto heeft kunnen baseren. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/02
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:30
Klager, een bedrijfsarts, is het niet eens met het door verweerster, in haar hoedanigheid van supervisor van een verzekeringsarts van het UWV, gegeven oordeel over zijn werkzaamheden ten behoeve van de begeleiding en re-integratie van een zieke werknemer. In het bijzonder kan klager zich niet vinden in het feit dat zijn inspanningen zijn geduid als ‘niet adequaat’. Volgens klager zou verweerster en met haar het UWV deze term niet mogen bezigen. Het college stelt vast dat de term ‘(niet) adequaat’ door het UWV is neergelegd in beleidsregels. Verweerster heeft de beoordeling verricht binnen de aan haar opgedragen taak en met inachtneming van deze beleidsregels van het UWV. Daarvan kan, zo oordeelt het college, verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De vraag of het UWV deze term in haar beleidsregels mag opnemen en mag laten hanteren door zijn verzekeringsartsen kan het college niet beantwoorden. Het college oordeelt dat dit is voorbehouden aan de bestuursrechter. De klacht wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-276/DB/ZWB
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:71
Feitelijke grondslag van de klacht is niet komen vast te staan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/475
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:53
Klagers achten verweerder (gynaecoloog) hoofdverantwoordelijk voor het perinataal overlijden van hun dochter. Klagers verwijten verweerder dat hij alle zorg heeft onthouden en dat hun dochter tengevolge hiervan is overleden. Tevens verwijten zij hem het niet melden van het perinataal overlijden als calamiteit bij de IGZ. Deels gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-278
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:74
Ongegronde klacht tegen een arts maatschappij en gezondheid. Klager wenste in aanmerking te komen voor ontheffing van het inburgeringsexamen, de arts heeft hiertoe een medisch rapport opgesteld. De arts heeft erkent feitelijke onjuistheden in het rapport te hebben opgenomen. Dit getuigt van slordigheid, maar niet dermate ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. De overwegingen konden wel uitvoeriger in het rapport kunnen worden verwoord, maar zij heeft verder een consistente en voldoende inzichtelijke beoordeling gemaakt dat er geen duidelijke medische aanwijzingen waren voor beperkingen op grond waarvan klager het inburgeringsexamen niet zou halen binnen vijf jaar. Een eventuele vertraging in de verzending van het rapport kan de arts niet worden aangerekend. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/96
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:31
Klacht tegen huisarts. Verweerder is in het kader van een juridische procedure over de voogdij ten aanzien van de kinderen van klaagster en haar ex-echtgenoot gebeld door een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. Verweerder heeft desgevraagd informatie verstrekt over klaagster. De kinderen zijn vervolgens niet bij klaagster, maar bij haar ex-echtgenoot geplaatst. Klaagster verwijt verweerder dat hij (1) een onjuiste verklaring over haar heeft afgelegd en (2) zijn beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht is gegrond. Het college waarschuwt verweerder.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:2 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/3 2017/4 2017/5 2017/48
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 15-02-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:2
Klachten tegen 4 dierenartsen die betrekking hebben op een bij een hond uitgevoerde laparoscopische sterilisatie, waarbij er in de visie van klaagster verwijtbaar onjuist c.q. nalatig moet zijn gehandeld, ook ten aanzien van de verleende nazorg, met het overlijden van de hond tot gevolg. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/451
- Datum publicatie: 22-05-2018
- Datum uitspraak: 22-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:54
Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet heeft geïnformeerd over haar recht om in de eerste lijn te bevallen en zonder informatie en informed consent strippen heeft uitgevoerd. Verweerder voert verweer. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:30 Accountantskamer Zwolle 17/2423 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:30
Door geen zorgtoeslag aan te vragen voor zijn cliënt heeft betrokkene het fundamentele beginsel ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA geschonden, zodat de klacht in zoverre gegrond wordt verklaard. In de specifieke omstandigheden van dit geval is naar het oordeel van de Accountantskamer echter sprake van een zodanig geringe (tuchtrechtelijke) verwijtbaarheid dat het opleggen van een maatregel niet aangewezen is.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:31 Accountantskamer Zwolle 17/1549 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:31
Op grond van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid dient een accountant voordat hij een opdracht tot het samenstellen van jaarrekeningen opzegt of wijzigt, eerst zijn bevindingen aan zijn opdrachtgever te rapporteren en deze voldoende duidelijk mede te delen welke gevolgen hij daaraan overweegt te verbinden. Standaard 4410 (zoals destijds geldend) bevat in paragraaf 14,15 en 16 specifieke regels voor het teruggeven van een samenstellingsopdracht. Betrokkene stelt dat hij de opdracht heeft teruggegeven althans dat de opdracht is gewijzigd. De Ack laat in het midden of voor het teruggeven voldoende grond was. Zij volstaat met de vaststelling dat betrokkene niet de in standaard 4410 voorgeschreven stappen heeft gevolgd alvorens de opdracht terug te geven. Betrokkene heeft zijn opdrachtgever ook niet voldoende duidelijk meegedeeld dat diens weigering om nadere informatie te verschaffen voor hem aanleiding zou zijn de opdracht niet verder uit te voeren en terug te geven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-062
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:117
Voorzittersbeslissing. Niet is komen vast te staan dat verweerder (als advocaat van de ex-echtgenoot van klaagster in een strafzaak) klagers zwart heeft gemaakt of zich niet collegiaal heeft gedragen jegens de advocaat van klaagster door op de laatste termijndag en onaangekondigd hoger beroep in te stellen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:32 Accountantskamer Zwolle 17/2127 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:32
Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer voor de toetsing van de uitkomst van werkzaamheden van deze aard dat de accountant, die weet dat zijn rapportage dient ter publiekelijke ondersteuning van een standpuntinname door zijn opdrachtgever in een gerechtelijke procedure, in elk geval ervoor dient zorg te dragen dat zijn rapportage de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert. Van belemmering is sprake indien de inhoud van de rapportage, gelet op de voor de accountant beschikbare gegevens, onjuist of onvolledig is, indien de bevindingen of conclusies van het rapport een deugdelijke grondslag ontberen of indien het rapport ten onrechte geen duidelijke voorbehouden of beperkingen bevat. Een en ander vloeit voort uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De accountantsmededelingen waarover wordt geklaagd zijn opgemaakt voor de echtscheidingsprocedure van de opdrachtgeefster en hebben betrekking op de opgave van de opdrachtgeefster van haar prive-uitgaven in een bepaalde periode. De eerste mededeling houdt in dat op grond van de verstrekte dagafschriften niet is gebleken dat er bankafschrijvingen hebben plaatsgevonden die geen betrekking hebben op de kosten van de huishouding van de opdrachtgeefster, de tweede dat op grond van de verstrekte dagafschriften niet is gebleken dat er bankafschrijvingen hebben plaatsgevonden die geen betrekking hebben op de uitgaven van haar huishouding. Betrokkene heeft zijn interpretatie van het begrip kosten van de huishouding en van het begrip uitgaven van de huishouding niet duidelijk gemaakt en ook niet toegelicht waarom hij in de tweede mededeling het begrip uitgaven van de huishouding heeft gehanteerd. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/128
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:50
Klagers, zus en neven van patiënt, verwijten de huisarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verzoek tot levensbeëindiging van patiënt en het opstarten van de euthanasieprocedure. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 341/2017
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:102
Klacht tegen psychiater over (gedwongen) opname. Uitgaande van de (beperkt) beschikbare informatie kan niet worden geoordeeld dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van de (gedwongen) opname, de gedwongen medicatie en de tijdens de opname toegepaste dwangmiddelen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:33 Accountantskamer Zwolle 17/2433 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:33
Klagers zijn ontslagen door hun werkgever en hebben nadien een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij hun arbeidsovereenkomsten met wederzijds goedvinden zijn beëindigd. Een aantal medewerkers heeft daarna kenbaar gemaakt dat ze zich zorgen maken over de bedrijfscultuur. Betrokkene krijgt daarna de opdracht een onderzoek in te stellen. Hij spreekt in het kader van een onderzoek met verscheidene medewerkers en heeft kennisgenomen van documenten. Hij adviseert om geen nader onderzoek te laten instellen. In het rapport worden de namen van klagers genoemd. De eerste klacht houdt in dat betrokkene niet had mogen weigeren hen inzage te geven in het rapport en de daaraan ten grondslag liggende documenten. Betrokkene heeft inzage geweigerd omdat hij met zijn opdrachtgever is overeengekomen dat zijn advies alleen de opdrachtgever zal worden verstrekt. De Ack is van oordeel dat de Wet bescherming persoonsgegevens (ervan uitgaande dat sprake is van verwerking van persoonsgegevens) noch een beroeps- of gedragsregel een grondslag biedt voor wat klagers verlangen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter eerder heeft geoordeeld dat klagers geen rechtmatig belang hebben bij het beschikken over de gevraagde stukken en dat niet uitgesloten kan worden dat de belangen van de gesprekspartners met wie geheimhouding is afgesproken, zwaarder dienen te wegen dan het belang van klagers. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/402
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:51
Klaagster verwijt verweerder dat hij zich ten onrechte heeft uitgegeven voor bedrijfsarts. Tevens verwijt zij hem schending van het beroepsgeheim. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-937
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:113
Klacht over uitlatingen van de advocaat van de wederpartij. Voor zover al zou komen vast te staan dat verweerder de gewraakte uitlatingen tijdens de comparitie van partijen heeft gedaan, dat is immers door verweerder onderbouwd met verklaringen van derden betwist, dan valt naar het oordeel van de raad niet in te zien waarom die uitlatingen als intimiderend, bedreigend of onnodig grievend door klagers konden worden ervaren. Feiten die dat onderbouwen, ontbreken. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 342/2017
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:103
Klacht tegen arts over (gedwongen) opname. Uitgaande van de (beperkt) beschikbare informatie kan niet worden geoordeeld dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van de (gedwongen) opname, de gedwongen medicatie en de tijdens de opname toegepaste dwangmiddelen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/122
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:52
De klacht gaat over de verzorging van de man van klaagster overleden in een zorginstelling. De man van klaagster was daar ter revalidatie opgenomen. Aangeklaagde was de behandelaar van de patiënt. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-075
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:114
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft als advocaat van de wederpartij op juiste wijze en binnen de grenzen van haar vrijheid als partijdige belangenbehartiger gehandeld. De juistheid van het verwijt van klager dat verweerster - tot overlijden - zonder rechtsgeldige opdracht voor de vader van klager heeft gewerkt omdat de vader toen niet in staat was om zijn wil te bepalen, kan de voorzitter, tegenover de betwisting daarvan door verweerster dat zij destijds - toen de vader meer helder van geest was - de vader heeft bezocht, de zaak met hem heeft besproken en in zijn opdracht en met instemming van de bewindvoerder van de vader gerechtelijke procedures namens de vader aanhangig heeft gemaakt, niet vaststellen. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen jegens of over klager en evenmin van bedreiging door verweerster. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-068
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:115
Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klachten over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerder voor klager kennelijk ongegrond. Verweerder heeft bij het opstellen van het echtscheidingsconvenant in overleg met en in het belang van klager gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-282/DB/LI
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 09-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:72
Het staat een advocaat vrij om standpunt van zijn cliënt te verwoorden. Niet gebleken dat belangen van klager nodeloos zijn geschaad noch dat advocaat zich nodeloos grievend heeft uitgelaten. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:78 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180106
- Datum publicatie: 17-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:78
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Het beklag van klaagster is ongegrond voor wat betreft klaagsters verzoek om een advocaat te wijzen voor het aansprakelijk stellen van haar vorige advocaat, omdat het hof over dezelfde kwestie eerder een beslissing heeft genomen (ne bis in idem). Voor zover klaagster verzoekt om aanwijzing van een advocaat voor bijstand in het kort geding, is het beklag gegrond. Het enkele feit dat voor een verwerende partij in kort geding vertegenwoordiging door een advocaat niet wettelijk is voorgeschreven, is in dit geval onvoldoende reden om het verzoek af te wijzen. Rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat klaagster een tegeneis wil in stellen - waarvoor ook in kort geding vertegenwoordiging door een advocaat vereist is - en/of dat de voorzieningenrechter ter zitting een schikking wil beproeven, waarbij bijstand door een advocaat dringend gewenst is, gezien de gecompliceerde situatie.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:79 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180103
- Datum publicatie: 17-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:79
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Verzoek om een advocaat aan te wijzen voor het instellen van cassatieberoep. Het beklag is ongegrond. De deken heeft met juistheid geoordeeld dat de voorwaarde, dat de verzoeker niet zelf een advocaat kan vinden, niet is vervuld, nu twee advocaten zich bereid hebben verklaard klager van advies te dienen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.365
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:123
Patiënte heeft op 7 april 2016 de huisarts geconsulteerd in verband met klachten aan haar rechterschouder. De huisarts heeft patiënte doorverwezen naar een orthopeed. Op 7 juli 2016 is patiënte overleden. Klager verwijt de huisarts, voor zover in beroep van belang, dat zij de ernst van de situatie van patiënte niet heeft onderkend. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege is, evenals het Regionaal Tuchtcollege, van oordeel dat de huisarts voldoende adequaat heeft gehandeld en dat haar geen tuchtrechtelijke verwijt kan worden gemaakt. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.432
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:136
De aangeklaagde huisarts, heeft contact gehad met de coördinator van Lokaal Zorgnetwerk (bemoeizorg) in verband met signalen dat klaagster niet goed voor zichzelf kon zorgen, zichzelf verwaarloosde en psychotisch was. De huisarts heeft klaagster naar Bavo ACT doorverwezen. Klaagster verwijt de huisarts dat: 1. zij onvoldoende informatie heeft gegeven; 2. zij onterecht en zonder toestemming van klaagster informatie heeft gegeven aan een derde; en 3. dat er sprake is van geestelijke mishandeling van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.308
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:130
In het algemeen mag er in gevallen als de onderhavige aan de orde vanuit worden gegaan dat de curator de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. In het onderhavige geval is niet van dergelijke omstandigheden gebleken. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.382 c2017.383 c2017.392 c2017.393
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:124
Enkele dagen nadat klager en zijn (inmiddels) ex-vrouw hebben gehoord dat hun achttienjarige dochter terminaal ziek is en nog maar twee tot zes maanden zal leven escaleert de situatie binnen het gezin tussen klager en zijn (inmiddels) ex-vrouw. De ex-vrouw was in behandeling bij een instelling in verband met borderline persoonlijkheidsproblematiek en klager heeft de therapeute van de ex-vrouw gevraagd om hulp om de zaak te de-escaleren. Deze therapeute wilde klager verwijzen naar de huisarts voor een verwijsbrief. Toen klager daar niet mee instemde is de leidinggevende van de therapeute (de psycholoog/psychotherapeut waartegen de klachten zijn ingediend) erbij betrokken geraakt. Klager dient diverse klachten in over haar handelwijze. Zowel het Regionaal Tuchtcollege als het Centraal Tuchtcollege oordelen dat klager op grond van de eerste tuchtnorm ontvankelijk is in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psycholoog/psychotherapeut wellicht in eerste instantie als leidinggevende van de therapeute van de ex-vrouw van klager is ingeschakeld, maar dat zij in de daarop volgende handelingen was aan te merken als hulpverlener. Vervolgens wordt de klacht dat de psycholoog/psychotherapeut hulp heeft geweigerd gegrond verklaard. De psycholoog/psychotherapeut had in de gegeven omstandigheden moeten begrijpen dat klager hulp vroeg voor een crisis in het systeem en had bij de vervolgens geboden hulp niet kunnen volstaan met crisisinterventie die uitsluitend zag op een mogelijk veiligheidsrisico, zonder aandacht te hebben voor de vraag hoe in de eerstvolgende dagen verder gehandeld moest worden. Aan de psycholoog/psychotherapeut wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. Diverse andere klachten worden ongegrond verklaard, onder andere omdat de lezingen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen en niet kan worden vastgesteld welke van beide lezingen aannemelijk is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.435
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:137
Klacht tegen huisarts. Verweerder voert een huisartsenpraktijk samen met zijn echtgenote. Klager verwijt verweerder dat hij klager tot een kennismakingsgesprek en consulten heeft gedwongen om deze te kunnen declareren, dat hij weigert klager zijn noodzakelijke medicatie voor te schrijven, en dat hij niet bestaande testen verzint zoals de verplichte jaarlijkse bloedtest voor epileptici. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 090A en 096A/2016
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 16-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:101
Klacht Inspectie tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. Grenzeloze en potentieel gevaarlijke wijze van contact via WhatsApp met ernstig getraumatiseerde patiënte. WhatsApp-berichten hoeven niet integraal in het dossier te worden opgenomen. Ontzegging van het recht om in beide hoedanigheden op solistische wijze patiënten te behandelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.341
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:131
Klacht tegen gz-psycholoog die een Pro Justitia rapportage heeft uitgebracht. De klacht betreft de zorgvuldigheid van de rapportage. Aan klager is een TBS-maatregel opgelegd. Klager wenste niet mee te werken aan het onderzoek. Verweerder heeft in de rapportage daarover genoteerd dat er vanwege deze weigering geen psychodiagnostische conclusies mede vanuit forensische optiek geconcipieerd konden worden. De gz-psycholoog heeft genoteerd dat hij de rapportage met de persoon die belast is met de behandelrapportage, mede door afwezigheid van het Hoofd Behandeling van de TBS-kliniek, heeft doorgesproken en dat uit dit overleg kon worden opgemaakt dat er in grote lijnen overeenstemming was. Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij: a) in zijn rapport onvoldoende duidelijk heeft aangegeven welke stukken hij tot zijn beschikking heeft gehad en heeft geraadpleegd; b) blijkens de inhoud van zijn rapport klager gevraagd heeft naar vertrouwelijke informatie tussen klager en zijn advocaat; c) zijn bevindingen rondom klager uitsluitend overlegd heeft met de persoon verantwoordelijk was voor de behandelrapportage en niet met het Hoofd Behandeling van klager, hetgeen in de situatie dat klager niet wenste mee te werken aan het onderzoek onvoldoende was ter controle en beoordeling van zijn bevindingen; d) zonder dat klager aan psychologisch (test-)onderzoek heeft meegewerkt, uitsluitend op basis van dossierinformatie, tot een risicotaxatie van een hoog recidiverisico op (seksueel) gewelddadig gedrag en tot een advies tot continuering van de dwangverpleging voor de duur van twee jaren is gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond (a), zonder oplegging van maatregel. Het beroep van klager beperkt zich tot de klachtonderdelen c. en d. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie van de uitspraak .
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.406
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:125
Patiënte heeft de huisarts vanaf 2012 veelvuldig bezocht met psychische klachten en maagklachten. In mei 2016 is bij patiënte de diagnose gemetastaseerd ovarium carcinoom gesteld. Op 9 juni 2016 is patiënte overleden. Klaagster verwijt de huisarts, voor zover in beroep van belang, dat hij een te afwachtende houding heeft aangenomen, een verkeerde of te late diagnose heeft gesteld en dat hij patiënte onvoldoende snel heeft doorverwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de huisarts niet nalatig is geweest in de zorg die hij aan patiënte behoorde te verlenen. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-871/DB/ZWB
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:69
Verweerster heeft de grenzen van de aan haar, in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid overschreden door de geheimhoudingsclausule uit de mediationovereenkomst waaraan haar cliënte jegens klager was gebonden te schenden. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.467
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:138
Klacht tegen huisarts. Klager is zeven jaar lang patiënt geweest in de praktijk van verweerder (huisarts). Op enig moment heeft een arts van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verweerder benaderd met (medisch specialistische) vragen over klager in verband met zijn aanvraag bij het CIZ om huishoudelijke hulp. Verweerder heeft bij brief de vragen van het CIZ beantwoord en het CIZ geadviseerd de aanvraag van klager af te wijzen. Klager verwijt verweerder dat hij: 1) destijds onjuiste en grievende uitlatingen over klager heeft gedaan richting derden in reactie op een verzoek om informatie van en instantie inzake een aanvraag van klager om huishoudelijke ondersteuning. Door deze valse beschuldigingen en smadelijke uitlatingen is klager aangetast is zijn persoonlijke levenssfeer en integriteit. Door de conclusies van verweerder in zijn brief aan het CIZ zijn voorzieningen en faciliteiten op grond van sociale- en zekerheidswetgeving voor klager gefrustreerd. Ter zitting heeft de gemachtigde van klager hier nog aan toegevoegd dat verweerder destijds bovendien had moeten weten dat zijn conclusie omtrent klager onjuist waren, nu drs. G. en prof. H. in hun rapportages heel anders over de gezondheidstoestand van klager verklaarden. Klager meent bovendien dat hem ten onrechte niet de kans is geboden zijn blokkeringsrecht uit te oefenen; en 2) hij opzettelijk door hem geschreven (smadelijke) documenten uit het medisch dossier van klager heeft verwijderd. Ter zitting heeft de gemachtigde van klager toegelicht dat klager met zijn verwijt doelt op de brieven die verweerder destijds aan het CIZ heeft geschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 (deels) gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel en klachtonderdeel 2 ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:119 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.217
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:119
De man die de dochter van klaagster heeft erkend, heeft bij de bedrijven, waarvan de zoon van de huisarts eigenaar is, een DNA-vaderschapstest gekocht en laten uitvoeren. De huisarts is als medisch adviseur aan die bedrijven verbonden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij in het kader van de DNA-vaderschapstest op alle fronten in gebreke is gebleven. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het handelen van de huisarts niet kan worden getoetst aan de in artikel 47 lid 1 WET BIG vastgelegde tuchtnormen. Tussen de huisarts en klaagster was geen sprake van een directe zorgrelatie en het handelen van de arts heeft niet het belang van een goede uitoefening de individuele gezondheidszorg geraakt. De beslissing, waarvan beroep, wordt vernietigd en klaagster wordt alsnog in haar klacht niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17211a
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 16-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:53
Verwijt aan huisarts (justitieel geneeskundige) dat hij klager voor zijn slaapproblemen wegens een vergrote huig niet heeft doorverwezen naar een KNO-arts. Bij verdenking op OSAS kan verwezen worden naar een longarts of een KNO arts. Gezien de bij klager aanwezige astma heeft verweerder de voorkeur gegeven aan de longarts. Verweerder heeft zorgvuldig en adequaat gehandeld en klager naar de juiste specialist verwezen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.366
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:132
Klaagster is langdurig arbeidsongeschikt geraakt en heeft in dat kader verweerder, bedrijfsarts, op het arbeidsomstandighedenspreekuur bezocht, waarna verschillende spreekuren hebben plaatsgevonden met verweerder en twee collega’s van verweerder in het kader van verzuimbegeleiding. Na een mislukte re-integratiepoging is klaagster volledig ziek gemeld en volledig arbeidsongeschikt verklaard. Klaagster heeft 15 klachtonderdelen geformuleerd en verwijt verweerder samengevat dat hij 1) niet zorgvuldig heeft gehandeld jegens klaagster, 2) niet zorgvuldig is omgegaan met het beroepsgeheim, 3) in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg, en 4) niet onafhankelijk heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.420
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:126
Klacht van TBS-kliniek tegen gz-psycholoog. Gz-psycholoog werkzaam in TBS-kliniek is zes maanden na de formele beëindiging van de behandelrelatie een (persoonlijke en nadien seksuele) niet-professionele relatie aangegaan met een ex-patiënt. De tbs-kliniek verwijt de gz-psycholoog dat zij 1) tijdens de behandelrelatie met een (ex-) patiënt de grenzen heeft doen vervagen tussen professioneel en niet-professioneel handelen en 2) na het beëindigen van de behandelrelatie geen melding heeft gedaan van haar contacten met de (ex-)patiënt en aan deze contacten een vervolg heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster in het eerste klachtonderdeel niet ontvankelijk verklaard omdat de gz-psycholoog toen nog geen BIG-registratie had en heeft het tweede klachtonderdeel gegrond verklaard en de gz-psycholoog daarvoor berispt. De gz-psycholoog is in beroep gekomen van het tweede klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege heeft de zorgvuldigheidseisen geformuleerd voor het aangaan van een niet-professionele relatie na beëindiging van de professionele relatie. Voorts is geoordeeld dat de gz-psycholoog niet aan deze vereisten heeft voldaan en dus onzorgvuldig heeft gehandeld. Gelet op de ernst van dit verwijt en met inachtneming van diverse omstandigheden is aan de gz-psycholoog de lichtere maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.471
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:139
Klager heeft de Amerikaanse nationaliteit en verbleef in Nederland waar hij in zijn hotelkamer is gezien door de arts, huisarts, in verband met pijnklachten aan zijn linkerbeen. De arts heeft klager Prednisolon, Oxycodon en een maagbeschermer voorgeschreven. Klager verwijt de arts dat hij 1) klager tijdens het consult onvoldoende (lichamelijk) heeft onderzocht, 2) Prednisolon heeft voorgeschreven, klager niet heeft gewaarschuwd voor de bijwerkingen en risico’s van deze medicatie en geen afbouwschema heeft gehanteerd met betrekking tot deze medicatie, 3) onvoldoende aantekeningen van het consult heeft gemaakt, en 4) onvoldoende nazorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan de arts te dier zake de maatregel van berisping opgelegd. De arts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing, waarna klager incidenteel beroep heeft ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart één van de klachtonderdelen alsnog ongegrond en vernietigd de uitspraak in eerste aanleg in zoverre. Voor het overige wordt het principaal beroep verworpen, met instandhouding van de maatregel van berisping. Het incidenteel beroep wordt eveneens verworpen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1816
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 16-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:54
Tandarts. Mond- kaak- en aangezichtschirurg. Klacht: 1) onzorgvuldig gehandeld door afbreken naald niet te merken, 2) fouten niet durven toe te geven en 3) klager aan het lijntje gehouden met onderzoek naaldpunt. College: ongegrond. Tandheelkundige wegwerpnaalden zijn zeer buigbaar. Als naald afbreekt, treedt breuk op bij overgang mantel-naald. Daarnaast is uit onderzoek van de naaldpunt gebleken dat deze niet afkomstig is van naald uit kliniek verweerder. Noch komen vast te staan, noch aannemelijk geworden dat naaldpunt die op de SEH uit de kaak klager is verwijderd, is afgebroken tijdens behandeling door verweerder.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1038 DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 14-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:70
Gehandeld in strijd met H4 Voda door te weinig opleidingspunten te behalen en in strijd met gedragsregel 1 door met de deken gemaakte afspraken over inhalen tekort niet na te komen. Dekenbezwaar gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.238
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:120
Regionaal Tuchtcollege heeft klachten tegen gz-psycholoog gegrond verklaard over een tekort schietende zorgverlening en het ontbreken van een behandelplan c.q. therapieplan. Overige klachten zijn ongegrond verklaard. Aan de gz-psycholoog is een waarschuwing opgelegd. Klager komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van zijn overige klachten: het ondanks verzoek van klager niet (voldoende) aanpassen van de rapportage, het medisch dossier en de ontslagbrief, het onnodig en voortijdig stoppen van de cognitieve gedragstherapie, het niet serieus nemen van de klachten en depressiviteit en het niet willen stellen van een deugdelijke diagnose. De gz-psycholoog gaat eveneens in beroep. Hij vindt dat hij niet tuchtrechtelijk onjuist heeft gehandeld en hem ten onrechte een waarschuwing is opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt zowel het principaal als het incidenteel beroep en bekrachtigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege met verbetering van de motivering oplegging maatregel: op onderdelen had de gz-psycholoog betere zorg kunnen en moeten bieden. Er is sprake geweest van onvoldoende regievoering vanuit zijn verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar. Nu de gz-psycholoog lering heeft getrokken uit het voorgevallene en er op zich sprake is geweest van goede bedoelingen, kan volstaan worden met een waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 418
- Pagina: 419
- Pagina: 420
- ...
- Pagina: 950
- Volgende pagina zoekresultaten