Zoekresultaten 20901-20950 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:160 Raad van Discipline Amsterdam 18-032/A/A 18-033/A/A

    Klacht over advocaten wederpartij in alle onderdelen ongegrond. Anders dan klagers stellen zijn verweerders niet direct gebonden aan de richtlijnen die gelden voor de betrokken verzekeraar (de cliënte van verweerders) en de verzekerde.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:165 Raad van Discipline Amsterdam 18-088/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:166 Raad van Discipline Amsterdam 18-298/A/A

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Het kan verweerder in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verweten worden dat hij de ten behoeve van klager ontvangen derdengelden (nog) niet aan klager heeft doorbetaald. Het is verder aan de civiele rechter om hierover te oordelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/031

    Klaagster dient een klacht in tegen verweerder, omdat hij medische en psychologische diagnoses heeft gesteld zonder medisch contact te hebben gehad. Deze verklaringen zijn ingediend als verklaring in een officiële echtscheidingsprocedure. Tevens verwijt ze verweerder dat hij heeft meegewerkt aan een ontvoering van haar zoon door haar ex-echtgenoot. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/085

    Klaagster dient een klacht in tegen de drie zorgverleners die hebben meegewerkt aan een rapportage over haar geestelijk welzijn, naar aanleiding van een aangifte. Klaagster verwijt de psychiater dat hij klaagster niet geïnformeerd over de inhoud van de aangifte, terwijl hij dit wel stelt in de rapportage. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/086

    Klaagster dient een klacht in tegen de drie zorgverleners die hebben meegewerkt aan een rapportage over haar geestelijk welzijn, naar aanleiding van een aangifte. Klaagster verwijt de psychiater dat hij klaagster niet geïnformeerd over de inhoud van de aangifte, terwijl hij dit wel stelt in de rapportage. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/090GZP

    Klaagster dient een klacht in tegen de drie zorgverleners die hebben meegewerkt aan een rapportage over haar geestelijk welzijn, naar aanleiding van een aangifte. Klaagster verwijt de GZ-psycholoog dat zij een onjuist advies heeft gegeven. Tevens heeft zij klaagster niet geïnformeerd over de inhoud van de aangifte, terwijl zij dit wel stelt in haar rapportage. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/28

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij in een periode van twee jaren diverse diagnoses heeft gemist en medisch onjuist en/of onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook verwijt klager verweerster dat zij hem niet actief vervolgd heeft om eventueel nadere diagnostiek te verrichten. Verweerster heeft de klachtonderdelen gemotiveerd betwist. Haar weergave van de gebeurtenissen vindt, voor zover die onverenigbaar is met die van klager, steun in het medisch dossier. Het college concludeert voorts dat de verwijten met betrekking tot medisch handelen onterecht zijn. Wat het niet actief vervolgen van een patiënt betreft, is het college van oordeel dat dat onder de gegeven omstandigheden evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klacht wordt geheel ongegrond verklaard. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerk G2018/27 en G2018/29.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-104/DB/OB

    Klacht terecht door voorzitter niet-ontvankelijk verklaard. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/27

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij in een periode van twee jaren diverse diagnoses heeft gemist en medisch onjuist en/of onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook heeft zij hem met tegenzin op zijn verzoek verwezen naar een specialist, dan wel zonder eerst zelf medisch onderzoek te doen. Voorts verwijt klager verweerster dat zij hem niet actief vervolgd heeft om eventueel nadere diagnostiek te verrichten. Verweerster heeft de klachtonderdelen gemotiveerd betwist. Haar weergave van de gebeurtenissen vindt, voor zover die onverenigbaar is met die van klager, steun in het medisch dossier. Het college concludeert voorts dat de verwijten met betrekking tot medisch handelen onterecht zijn. Wat het niet actief vervolgen van een patiënt betreft, is het college van oordeel dat dat onder de gegeven omstandigheden evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De klacht wordt geheel ongegrond verklaard. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerk G2018/28 en G2018/29.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-005

    Deels gegronde klacht tegen een klinisch psycholoog. De klinisch psycholoog heeft erkend dat voor klager niet duidelijk is geweest dat hij zich beperkte tot diagnostiek en hij had klager gerichter moeten verwijzen voor hulp bij de alcoholverslaving. De klinisch psycholoog heeft als hoofdbehandelaar onvoldoende de regie genomen en geen duidelijkheid gegeven over zijn rol. Het door de klinisch psycholoog bijgehouden dossier voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Ook de overdracht na het vertrek van de klinisch psycholoog was niet voldoende. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1043/DB/LI

    Voorzitter heeft terecht geoordeeld dat klacht kennelijk ongegrond is omdat verweerder niet gehouden was om een procedure aanhangig te maken en de vrijheid had zich terug te trekken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/29

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij hem onheus bejegend heeft, dat zij onvoldoende medische kennis heeft en onhygiënisch handelt door onder meer geen handschoenen te dragen tijdens het verrichten van medische handelingen. Wat betreft de onheuse bejegening geldt dat de lezingen van partijen uiteen lopen en het college niet kan vaststellen welke de juiste is. Voor het verwijt dat verweerster onvoldoende medische kennis heeft geldt dat dit evenmin is komen vast te staan. Het niet dragen van handschoenen tijdens het verrichten van bepaalde medische handelingen is echter niet in lijn met de huidige inzichten op het gebied van een verantwoorde infectiepreventie en kan verweerster tuchtrechtelijk verweten worden. De klacht is gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerk G2018/27 en G2018/28.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-023

    Ongegronde klacht tegen een (destijds) verpleegkundige. Klager is niet-ontvankelijk in twee klachtonderdelen, daar het College daarover reeds een onherroepelijke beslissing heeft genomen. Negatieve uitlatingen van de verpleegkundige tegen de psychiater over patiënt komen niet vast te staan. Onduidelijk is gebleven of de negatieve uitlating door de verpleegkundige over een behandelaar daadwerkelijk de behandelrelatie met patiënt in nadelige zin heeft beïnvloed. Klager deels niet-ontvankelijk, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-400/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerster druk heeft uitgeoefend, noch dat zij zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-334/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerder met een truc heeft geprobeerd om toestemming voor lang uitstel te ontfutselen. Niet gebleken dat verweerder onwaarheden of zelf gefabriceerde stellingen heeft geponeerd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-064a

    Deels gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klagers zijn de ouders van een patiënte in behandeling bij de psychotherapeut. De psychotherapeut heeft gebruikt gemaakt van een beschrijvende diagnose en behandelmethode volgens de normen binnen de beroepsgroep. Zij heeft redelijkerwijs kunnen menen dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor de diagnose autismespectrumstoornis. Voor het versturen van een brief had gerichte instemming van de ouders moeten zijn, hierop is de klacht deels gegrond. Niet gebleken dat onterecht gevoelige informatie is verstrekt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-203/DB/OB

    Advocaat heeft geciteerd uit confraternele correspondentie (email van 26 januari 2017) en mededeling gedaan over de inhoud van een schikkingsvoorstel, wat de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen (gedragsregels 12 en 13). Dat de advocaat op 6 juli 2017 aan de deken om advies heeft gevraagd om de email van klager van 26 januari 2017 in het geding te brengen en hiervan na een negatief advies van de deken achterwege heeft afgezien, maakt dit niet anders, nu de advocaat in de memorie van antwoord reeds uit die brief had geciteerd. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-965/DB/OB

    Dat verweerster zonder overleg met klaagster processtukken heeft ingediend is niet gebleken. Het behoort in dat verband tot de beleidsvrijheid van de advocaat om te bepalen welke stukken wel en welke stukken niet in het geding worden gebracht. Niet gebleken dat verweerster het dossier onvolledig of te laat heeft overgedragen, noch dat zij zonder toestemming van klaagster met derden heeft gecommuniceerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-998/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerster de rechtbank willens en wetens onjuist heeft geïnformeerd, noch dat zij in strijd met Gedragsregel 7 heeft gehandeld. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:161 Raad van Discipline Amsterdam 18-452/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond. Nergens blijkt uit dat verweerster op de hoogte was van de wens van klager haar als raadsvrouw in te schakelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:155 Raad van Discipline Amsterdam 18-085/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-106/DB/OB

    Klager verwijt verweerster dat zij niet heeft gehandeld c.q. opgetreden, waar zij dat wel had moeten doen en vindt dat verweerster ondeskundig heeft gehandeld door de civiele weg in te slaan in plaats van klager naar een strafrechtadvocaat te verwijzen. Verweerster heeft als advocaat van klager een grote mate van vrijheid om de belangen van klager te behandelen op de wijze die haar goed dunkt. Verweerster is binnen die vrijheid gebleven en heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-012/DB/OB

    Klagers hebben in privé geklaagd en hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij door het optreden van verweerster rechtstreeks in hun belangen zijn geschaad of konden worden geschaad. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:162 Raad van Discipline Amsterdam 18-454/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van deken kennelijk ongegrond. Dat verweerder mededelingen heeft gedaan die onjuist zijn is zeer ongelukkig, maar in de gegeven omstandigheden onvoldoende om tot het oordeel te komen dat verweerder daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1040/DB/OB

    Verzetzaak. Klager verwijt verweerster dat zijn zaak heeft aangenomen tegen deurwaarderskantoor van haar vader, zonder hem te vertellen dat dat kantoor van haar vader was. Verweerster ontkent de zaak te hebben aangenomen. Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt niet dat verweerster een zaak tegen het deurwaarderskantoor van haar vader zou hebben aangenomen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-216/DB/ZWB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:163 Raad van Discipline Amsterdam 18-451/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft aan klager uitgelegd waarom hij persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden. Dat verweerder klager heeft geïntimideerd door dreigementen is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:59 Accountantskamer Zwolle 18/500 Wtra AK

    Betrokkene wordt verweten in een eerdere klachtprocedure bewust onjuiste informatie aan de Accountantskamer te hebben verschaft. Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer kan het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als het accountantsberoep in diskrediet brengend. Deze maatstaf geldt ook voor het door een accountant innemen van standpunten in een tegen hem aanhangig gemaakte klachtprocedure. De klacht is, als al ontvankelijk, in casu ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-049/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerder klager onvoldoende op de hoogte heeft gehouden, noch dat hij excessief heeft gedeclareerd en geen urenspecificatie heeft verstrekt. Opdracht niet deugdelijk schriftelijk vastgelegd. Deels gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:164 Raad van Discipline Amsterdam 18-478/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat partner van klager kennelijk ongegrond. Er was geen sprake van een lening van klager aan verweerder, maar van een garantstelling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:158 Raad van Discipline Amsterdam 18-108/A/A en 18-109/A/A/D

    Klacht over eigen advocaat + dekenbezwaar grotendeels gegrond. Verweerster is tekortgeschoten in haar informatieplicht jegens klager door hem niet te informeren over de goede en kwade kansen van de verschillende door haar aanhangig gemaakte procedures. Daarnaast heeft verweerster stelselmatig te laat stukken bij de rechtbank en/of het hof ingediend en heeft zij processtukken en zittingen niet met klager voorbesproken. Voorts heeft verweerster meerdere brieven van de deken onbeantwoord gelaten en had zij haar praktijk niet op orde. Eén maatregel voor beide zaken. Berisping + één proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-048/DB/OB

    Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld vanwege verzuim een deugdelijk schriftelijk advies aan klaagster uit te brengen over haar (gewijzigde) rechtspositie. Niet gebleken dat klaagster ten gevolge van advies van verweerster onwettig heeft gehandeld. Deels gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:159 Raad van Discipline Amsterdam 18-240/A/NH/D

    Dekenbezwaar. Bezwaar betreft onder meer het parkeren van gelden van een cliënt op de derdenrekening van verweerder, zonder dat dit een redelijk doel diende, het niet verrichten van cliëntenonderzoek en bevestigen van financiële afspraken. Dit deel van het bezwaar is gegrond. Aan verweerder wordt hiervoor een berisping opgelegd. Tevens is onderdeel van het bezwaar dat verweerder artikel 16 Wwft zou hebben overtreden, omdat hij een transactie niet heeft gemeld. Verweerder beschikte door eigen kennis en waarneming over uitgebreide informatie omtrent zowel de persoon van de belanghebbende als over de herkomst van de gelden, zodat verweerder redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat voldoende vast stond dat geen sprake was van betrokkenheid bij witwassen of financiering van terrorisme. Dit onderdeel van het bezwaar is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-143/DB/LI

    Verzetzaak. Klager verwijt verweerder dat hij op onrechtmatige wijze de dienstverlening heeft beëindigd door kort voor het verstrijken van de appeltermijn te laten weten dat hij niet voor klager op zou treden. Door tijdens zijn vakantie een standaard mail te sturen en niet te laten weten dat hij niet voor klager zou optreden in hoger beroep, heeft verweerder onduidelijkheid laten bestaan. Dit is echter niet zo ernstig dat sprake is van een tuchtrechtelijk verwijt. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-204/DB/ZWB

    Advocaat heeft klaagster eenzijdig bericht dat zij, gelet op het gezamenlijk inkomen en vermogen van klaagster en haar echtgenoot, niet langer in aanmerking kwam voor een toevoeging, en heeft nagelaten klaagster te informeren over de financiële gevolgen van die intrekking. Advocaat is er aan voorbijgegaan dat de inkomens- en vermogenstoets door de Raad voor Rechtsbijstand dient plaats te vinden en dat de beslissing of deze toets, rekening houdend met alle omstandigheden, dient te leiden tot intrekking van de toevoeging is voorbehouden aan de Raad voor Rechtsbijstand. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/082

    Klager verwijt verweerder dat hij informatie achterhoudt door geen rapportage op maken van letsel en behandeling klager, ten onrechte politie heeft toegelaten in de behandelkamer, klager heeft ontslagen, terwijl zijn gezondheidstoestand dit niet toeliet, niet de belangen van klager heeft behartigd. niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-902/DB/LI 17-903/DB/LI

    Klager verwijt verweerders dat zij zich als advocaat van zijn dochter hebben teruggetrokken, niet goed hebben gecommuniceerd en hem hebben geschoffeerd tijdens de interne klachtenbehandeling. Gelet op het ontbreken van voldoende vertrouwen mocht de behandeling van de zaak worden stopgezet. Alhoewel verweerder als verantwoordelijk advocaat zich meer had moeten inspannen om de ontstane impasse te doorbreken, is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake. De klachten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/114

    Klaagster is arbeidsongeschikt geraakt. Verweerder heeft als bedrijfsarts de arbeidsongeschiktheid van klaagster beoordeeld. Klaagster verwijt verweerder (onder andere) dat hij het verslag van het consult alleen naar de werkgever van klaagster heeft gestuurd en niet (ondanks herhaald verzoek) naar klaagster. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:58 Accountantskamer Zwolle 17/874, 17/875 en 17/876 Wtra AK

    Klacht over controle jaarrekening van vermogensbeheerder. Accountants hadden moeten onderkennen dat op vermogensbeheerder een feitelijke verplichting rustte om zogenaamde retrocessies die zij ontving van fonds(beheerder) uit hoofde van beleggingen die zij ten behoeve van haar cliënten deed, aan die cliënten door te betalen. Gezien een aantal in de uitspraak omschreven omstandigheden (waaronder informatie op de website van de vermogensbeheerder waarvan de accountants kennis hadden moeten nemen) hebben de accountants ten onrechte nagelaten bij de vermogensbeheerder navraag moeten doen naar het bestaan van een naar buiten toe kenbaar gemaakte gedragslijn om dergelijke retrocessies door te betalen. Dat accountants eraan hebben meegewerkt dat een opdracht die feitelijk is gegeven door de Raad van Commissarissen van de vermogensbeheerder formeel werd verstrekt door het kantoor van de advocaat van de vermogensbeheerder om zodoende de uitkomst van de werkzaamheden onder de vlag van het verschoningsrecht van de advocaat te brengen en het strafrechtelijk onderzoek naar de vermogensbeheerder te frustreren is niet aannemelijk geworden. Klacht dat een van de betrokken accountants tijdens zijn verhoor in het kader van het strafrechtelijk onderzoek door FIOD-ambtenaren heeft gelogen is niet aannemelijk gemaakt. Wel had de betrokken accountant niet zonder meer antwoord moeten geven op een vraag maar eerst uiting moeten geven aan zijn twijfel en navraag moeten doen naar de bedoeling van de vraag. Dat heeft hij niet gedaan en daarmee heeft hij gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Aan twee accountants wordt de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:215 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.019

    Klacht tegen huisarts. Twee klagers hebben beiden een klacht ingediend tegen verweerder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft over de beide klachten in één beslissing uitspraak gedaan. In deze zaak verwijt klager verweerder dat hij op verzoek van zijn ex-echtgenote onwaarheden in het dossier van zijn dochter heeft vermeld, dat er geen sprake was van een normale dokter-patiëntrelatie en dat hij zonder toestemming van klager informatie heeft verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het laatste klachtonderdeel gegrond verklaard. Ook in de zaak van de andere klager verklaart het Regionaal Tuchtcollege een klachtonderdeel gegrond en deze beide gegrondverklaringen tezamen leiden tot het opleggen aan verweerder van een waarschuwing. De huisarts komt in beide zaken tegen de gegrondverklaring in beroep. Het Centraal Tuchtcollege heeft de zaken in beroep afzonderlijk behandeld en verwerpt in deze zaak het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/115

    Klaagster is arbeidsongeschikt geraakt. VEen bedrijfsarts heeft de arbeidsongeschiktheid van klaagster beoordeeld. Verweerder was de supervisor van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij het verslag van de bedrijfsarts heeft geaccordeerd terwijl dat verslag niet voldeed aan de gestelde eisen en verweerder niet op de hoogte was van de juisten feiten en omstandigheden. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:156 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180016

    Overschrijding termijn verzet tegen voorzittersbeslissing (56b lid 1 Advocatenwet). Niet verschoonbaar, omdat de oorzaak van de termijnoverschrijding in de risicosfeer van klager ligt. Niet-ontvankelijk in verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:231 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.023

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is sinds 1996 als patiënt ingeschreven in de huisartsenpraktijk. In januari 2015 heeft klaagster urine voor onderzoek ingeleverd vanwege pijnklachten bij plassen en vanwege pijn in haar buik. De urine van klaagster is vervolgens onderzocht. De nitriettest en de dipsticktest waren negatief. In november 2015 is opnieuw urineonderzoek verricht en toen bleek dat sprake was van een urineweginfectie. De klacht houdt in dat verweerster onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld door na het urineonderzoek in januari 2015 niet aan klaagster te vragen om na een paar dagen opnieuw urine voor onderzoek in te leveren. Verweerster heeft daarmee de klachten van klaagster niet serieus genomen en klaagster onnodig een lange tijd met haar klachten laten doorlopen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster in het beroep deels niet-ontvankelijk, omdat een nieuw klachtonderdeel voor het eerst in beroep aan de orde is gesteld, en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:232 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.062

    Klacht tegen huisarts over het verstrekken van informatie aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht dat de huisarts informatie over de dochter van klagers heeft verstrekt ongegrond verklaard. De klacht dat de huisarts informatie over klagers heeft verstrekt is wel gegrond verklaard, zonder oplegging van een maatregel. Klagers stellen alleen beroep in tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel. Omdat geen beroep kan worden ingesteld tegen gegrond verklaarde klachtonderdelen, worden klagers door het Centraal Tuchtcollege in het door hen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.494

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de waarnemend huisarts dat zij heeft nagelaten (tijdig) medische informatie betreffende klaagster op te vragen, dat zij vooringenomen was ten aanzien van de oorzaak van de klachten van klaagster, dat zij klaagster een consult bij een andere huisarts heeft ontzegd en dat klaagster geen reactie heeft ontvangen op de klachten die zij heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.495

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij heeft nagelaten (tijdig) medische informatie betreffende klaagster op te vragen, dat zij klaagster onheus heeft bejegend, dat zij klaagster een consult bij een andere huisarts heeft ontzegd en dat klaagster geen reactie heeft ontvangen op de klachten die zij heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:230 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.525

    Klacht tegen psychiater in opleiding. Klager heeft in de privésfeer een conflict met de arts. Toets aan de tweede tuchtnorm. Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Ook het Centraal Tuchtcollege acht klager niet-ontvankelijk in zijn klachten. Overwegingen over toetsing aan de tweede tuchtnorm indien klachten bestaan over handelingen van een arts die in privésfeer plaatsvinden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:154 Raad van Discipline Amsterdam 18-320/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Anders dan klaagster kennelijk meent, kan een advocaat niet worden verplicht iemand bij te staan in een zaak die hij niet kansrijk acht. Verweerder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen procedure op te starten. Het stond verweerder voorts vrij om de werkzaamheden te beëindigen. In het algemeen geldt dat een advocaat zijn of haar cliënt niet hoeft te helpen bij het vinden van een opvolgende advocaat, klaagster heeft onvoldoende onderbouwd waarom dat in dit geval anders zou zijn. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-296d

    Ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft de pijnklachten van klager niet genegeerd. Het voorschrijven van metofrmine in plaats van metformax was een geëigende behandeling, omdat metformax niet geregistreerd is in Nederland. Klacht afgewezen.