We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 151-200 van de 47882 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:193 Hof van Discipline 's Gravenhage 260071

    Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Het hof stelt vast dat de termijn voor het indienen van hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter is verstreken. Klaagster heeft geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:136 Raad van Discipline Amsterdam 26-375/A/A

    Voorzittersbeslissing; verweerder heeft bij de vervulling van zijn taak als curator het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8762

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. De praktijk van verweerster is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager. Klager verwijt verweerster dat zij een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets heeft laten opmeten, dat zij niet althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en dat zij diverse laesies heeft gemist. Het opmeten van de PPS-score door de preventieassistente onder verantwoordelijkheid van de tandarts is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. De laatste tandsteenreiniging is mogelijk niet optimaal uitgevoerd, maar dit is onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Op het beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die had moeten behandelen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/459357 KL RK 25-159

    Klacht is te laat ingediend, ook al gaat het maar om 5 dagen. De vervaltermijn is een harde grens. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8961

    Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster lijdt aan multiple sclerose en is door haar behandelaar verwezen naar de neuroloog met de vraag of er sprake was van secundaire progressie van haar ziekte en of er alternatieve behandeling (stamceltransplantatie) mogelijk was. Stamceltherapie komt in Nederland alleen onder zeer strikte voorwaarden in aanmerking. De beslissing dat klaagster niet aan de voorwaarden voldeed is in overeenstemming met de professionele standaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8577

    Klacht tegen een gezondheidszorg-psycholoog kennelijk ongegrond. De gz-psycholoog heeft in civielrechtelijk kader een forensisch onderzoek gedaan, wat heeft geleid tot onder andere een deelrapport over klagers minderjarige zoon. Klager is het, samengevat, niet eens met de inhoud en totstandkoming van dit rapport. Het college oordeelt dat de gz-psycholoog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2025:53 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2024/53

    Hond. Dierenarts wordt verweten dat zij heeft nagelaten op adequate wijze te handelen naar aanleiding van hetgeen klaagster telefonisch over de toestand van haar hond had gemeld. [Klacht gegrond, volgt een waarschuwing].

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:130 Raad van Discipline Amsterdam 25-735/A/NH/D 25-738/A/NH/D 25-739/A/NH/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar. Niet toegestaan samenwerkingsverband. Verweerders hebben ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een niet toegestaan samenwerkingsverband aan te gaan met E B.V., een bedrijf dat een platform biedt voor allerlei diensten, waaronder juridische diensten die raken aan de diensten die verweerders als advocaten ook aanbieden. Niet alleen hebben verweerders hiermee de regels van de Voda geschonden, maar hebben zij ook in strijd gehandeld met de voor de advocatuur belangrijke kernwaarde onafhankelijkheid. Verweerders 1 en 2 hebben daarnaast ook nog gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit. De aard en ernst hiervan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Bij de oplegging van een maatregel ziet de raad aanleiding om aan verweerder 1 een zwaardere maatregel op te leggen dan aan verweerders 2 en 3, omdat verweerder 1 met zijn ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Voorwaardelijke schorsing voor verweerder 1, berisping voor verweerder 2 en waarschuwing voor verweerder 3.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:188 Hof van Discipline 's Gravenhage 260058

    Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Klager heeft toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen en heeft geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om zijn klacht schriftelijk toe te lichten. Daarom staat tegen de beslissing niet de mogelijkheid van verzet open.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 260089

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klaagster ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die zij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waarom de deken heeft verzocht, te verstrekken. Dat heeft klaagster niet gedaan. Het hof heeft uit de stukken niet kunnen afleiden wat het geschil is waarvoor klaagster een advocaat nodig heeft. Het hof is daarom met de deken van oordeel dat klaagster haar verzoek niet voldoende heeft onderbouwd. Het is het hof voorts niet gebleken dat de deken de inspanningsverplichting om zelf een advocaat te vinden verkeerd heeft uitgelegd. Uit het dossier blijkt niet dat klaagster voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. De aanwijzingsbevoegdheid van de deken is een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:190 Hof van Discipline 's Gravenhage 260069

    Verzet ongegrond. In verzet heeft klager de gronden die hij aan de klacht ten grondslag heeft gelegd herhaald. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat een klacht tegen een deken niet is bedoeld om de inhoud van een dekenvisie ter discussie te stellen of een andere procedurele beslissing van de deken (niet-doorzending van de klacht) aan te vechten. Door het klachtrecht daarvoor in te zetten wordt op een oneigenlijke wijze gebruik gemaakt van het klachtrecht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:230 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:127 Raad van Discipline Amsterdam 25-378/A/A

    Raadsbeslissing; klager die jarenlang gedetineerd was in de Verenigde Staten en onlangs naar Nederland is overgebracht heeft een klacht ingediend over verweerder die geadviseerd heeft over zijn terugkeer naar Nederland. Dit is niet de eerste klacht die klager over verweerder heeft ingediend. In een eerdere klachtprocedure heeft klager verweerder verweten dat hij zich schuldig had gemaakt aan belangenverstrengeling door eerst betrokken te zijn bij de zaak van klager en later het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) te adviseren. Over deze klacht heeft de raad in zijn beslissing van 11 december 2023, ECLI:NL:TADRAMS:2023:233, geoordeeld dat klager en BuZa hetzelfde, gemeenschappelijke belang hadden, namelijk het terughalen van klager naar Nederland en verweerder daarom met zijn advisering aan klager en BuZa geen tegenstrijdige belangen had gediend. Het Hof van Discipline heeft de beslissing van de raad op 27 september 2024 bekrachtigd (ECLI:NL:TAHVD:2024:249). In onderhavige klachtprocedure is de advisering van verweerder aan klager en daarna aan BuZa opnieuw aan de orde gesteld. Na een Woo-procedure zijn volgens klager documenten vrijgekomen die een ander licht werpen op de zaak. De raad is van oordeel dat de door klager naar voren gebrachte omstandigheden geen hernieuwde beoordeling van de aan verweerder verweten belangenverstrengeling rechtvaardigen. De klacht hierover is daarom niet-ontvankelijk. Verder is het de raad niet gebleken dat verweerder in de vorige klachtprocedure bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over zijn bijstand aan klager. De klacht hierover is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/50

    Afwikkeling nalatenschap. De klager is executeur-afwikkelingsbewindvoerder en bevoegd om de verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen. Zijn broer en zus – die allebei in het buitenland wonen – waren het ermee eens dat de nagelaten woning aan de klager werd toegedeeld. De kandidaat-notaris wilde eerst controleren of de broer en de zus bevoegd waren om de nalatenschap te aanvaarden, voordat zij de akte van verdeling wilde passeren. Daarom heeft zij een volmacht aan de broer en de zus gestuurd, maar volgens de klager was dat niet nodig. Klacht gedeeltelijk gegrond (zonder oplegging van een maatregel) omdat de kandidaat-notaris duidelijker met de klager had moeten communiceren. Overige klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2827 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat de klacht geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond. De samenstelling van het college onder het dictum is bij beslissing van 19 mei 2026 hersteld. Deze herstelbeslissing is opgenomen achter de beslissing op het verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8716

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij ten onrechte heeft gekozen voor een halve knieprothese, tijdens de operatie door moeheid slordig heeft gewerkt, niet aanspreekbaar was op het tegenvallende resultaat en zijn fouten niet heeft erkend. Het college oordeelt dat de keuze voor een halve knieprothese navolgbaar was. Er zijn geen aanwijzingen dat de prothese onjuist is geplaatst of dat verweerder door vermoeidheid onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook heeft verweerder de klachten van klaagster serieus genomen door vervolgonderzoek en een second opinion te organiseren. Dat later elders een gehele knieprothese is geplaatst, maakt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9438

    Klacht tegen een chirurg kennelijk ongegrond. Klager zijn onderbeen werd geamputeerd. Klager verwijt de chirurg, die operateur was, dat tegen zijn zin in een te groot deel van zijn onderbeen is geamputeerd waardoor hij nu ernstige klachten heeft. Het college oordeelt dat de chirurg conform de richtlijn heeft gehandeld en niet een te groot deel van het onderbeen heeft geamputeerd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8580

    Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft de zoon van klaagster gezien vanwege klachten die zij geduid heeft als sinusitis. De zoon van klaagster is twee dagen nadat de huisarts hem voor het laatst zag opgenomen in het ziekenhuis.Daar is hij enige tijd later overleden aan de gevolgen van een doorgebroken sinusitis die heeft geleid tot intracerebrale abcessen en uiteindelijk een uitgebreid beeld van cerebritis. Het college begrijpt goed dat klaagster met de kennis van nu het gevoel heeft dat zij en haar zoon ten tijde van het consult door de huisarts niet serieus genomen zijn. Maar het college moet het handelen van verweerster beoordelen op basis van de informatie die toen beschikbaar was. Verweerster naar het oordeel van het college voldoende onderzoek gedaan en zij kon op basis van haar bevindingen tot haar diagnose en beleid komen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8715

    Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een anesthesioloog. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar een ruggenprik wilde opdringen in plaats van de door haar gewenste algehele anesthesie

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:56 Accountantskamer Zwolle 24/4360 en 25/2229 Wtra AK

    Betrokkene is accountant geweest van een onderneming (een recreatiepark), die bestaat uit verschillende vennootschappen. Hij had de opdracht om (onder andere) de jaarrekeningen samen te stellen en de belastingaangiften te verzorgen. Klagers verwijten betrokkene dat hij fouten heeft gemaakt bij de bevestiging van de opdracht, het samenstellen en deponeren van de jaarrekeningen en de belastingaangiften. Betrokkene heeft zich ook bemoeid met aanvragen en procedures met betrekking tot coronasteunmaatregelen. Volgens klagers zijn daarbij eveneens fouten door betrokkene gemaakt. De Accountantskamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, betrokkene krijgt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9185

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een physician assistant (PA). De PA was regiebehandelaar van een patiënt met dementie (de vader van klager). Klager en zijn zus zijn beiden mentor. Klager verwijt de PA dat de paracetamol is gestopt zonder hem hierover te informeren, waardoor de patiënt volgens hem onnodig pijn heeft geleden. Volgens de PA is klager niet-ontvankelijk, omdat hij tweede contactpersoon was. Het college oordeelt dat klager wel bevoegd is een klacht in te dienen, aangezien hij en zijn zus mentor zijn en de patiënt wilsonbekwaam is. Het college stelt vast dat zorgvuldig is beoordeeld of de pijnmedicatie kon worden gestopt en dat de pijnklachten voldoende zijn geëvalueerd. Het informeren over de stopdatum lag bij de dienstdoende arts, niet bij de PA. De PA heeft aan haar zorgplicht voldaan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z20256/9524

    kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts over het niet/onvoldoende verlenen van zorg aan patiënte met wondroos. Patiënte is overleden. Zij heeft voor haar overlijden een kennis gemachtigd. Nu er zich geen nabestaande heeft gemeld die de klacht wil voortzetten, staakt het college de behandeling van de klacht’.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:57 Accountantskamer Zwolle 26/121 Wtra AK

    Mondelinge uitspraak van de Accountantskamer. De klacht over de kantoorhertoetsing is gegrond, ook omdat betrokkene er geen inhoudelijk verweer tegen heeft gevoerd. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van 18 maanden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-353/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over een contractuele boete. Hoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat verweerders cliënt in strijd met artikel 21 Rv heeft gehandeld, betekent dit niet automatisch dat verweerder daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken is dat verweerder bewust en opzettelijk informatie heeft achtergehouden om de belangen van klaagster te schaden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2939

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is in 2023 onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Brabant (JBB) en uit huis geplaatst. De orthopedagoog-generalist is werkzaam bij JBB in de functie van gedragswetenschapper. Zij heeft in de maanden februari, maart, april en mei 2024 in een multidisciplinair overleg (MDO) adviezen gegeven aan de jeugdbeschermers, die betrekking hebben op de omgang tussen klaagster en haar dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij adviezen heeft gegeven op basis van de informatie van de gezinsvoogd, dat zij klaagster heeft verboden Russisch met haar dochter te spreken en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door alleen op grond van informatie van de jeugdbeschermers te adviseren over de omgangsregeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3005 en C2025/3011

    Klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut in de kern dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en daarmee bij klager een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Verder zou het dossier ook onjuistheden bevatten. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van berisping opgelegd en bepaald dat deze maatregel, zodra deze onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Ook het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, zij het in mindere mate dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de fysiotherapeut een lichtere maatregel op, te weten een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3105

    Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster verwijt de arts a) schending van het informed consent, b) niet tijdig reageren op hulpverzoeken, c) onzorgvuldige uitvoering van de behandeling en d) vermelden van onjuiste informatie op de website van zijn huidige kliniek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. De klachtonderdelen c) en d) zijn in eerste aanleg ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel d) alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een zwaardere maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk zover het beroep zich richt tegen de zwaarte van de in eerste aanleg opgelegde maatregel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-501/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-359/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-586/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9393

    Gegronde klacht tegen een arts. De klacht is ingediend door de IGJ. De arts is als SCEN-arts betrokken geweest bij een door een huisarts (A2025/9392) uitgevoerde euthanasie bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college oordeelt dat de arts bij het verlenen van de SCEN-consultatie bij een euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden, niet de grote behoedzaamheid in acht heeft genomen die op grond van de wet en de beroepsnormen aangewezen was. Het verslag van de arts is onvoldoende onderbouwd. Ook heeft hij de huisarts er niet op terecht gewezen dat de verstrekte informatie onvoldoende was om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven. Het was naar het oordeel van het college ook aangewezen om in ieder geval overleg te hebben met een SCEN-arts die tevens psychiater is. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de arts zich heeft laten bijscholen en dat hij inmiddels met pensioen is. Klacht gegrond verklaard, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/457736 KL RK 25-134 en C/05/457737 KL RK 25-135

    De vraag speelt of en aan wie de bankgarantie moet worden uitgekeerd bij ontbinding van de koop van een woning. Klager vindt dat de (kandidaat-)notaris het bedrag aan hem als verkopende partij had moeten uitkeren. De kamer overweegt dat in de koopovereenkomst tussen klager en de koopovereenkomst is opgenomen dat de bankgarantie niet wordt uitgekeerd zonder dat sprake is van een eensluidende betalingsopdracht van partijen. De (kandidaat-)notaris heeft aan die bepaling voldaan, hem valt dus geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9392

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De klacht is ingediend door de IGJ. De huisarts heeft euthanasie uitgevoerd bij een patiënte vanwege psychisch lijden. Deze euthanasie is door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als onzorgvuldig beoordeeld. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld door niet zorg te dragen voor het raadplegen van voldoende psychiatrische expertise en genoegen heeft genomen met een ondermaats SCEN-verslag, waardoor zij niet de grote behoedzaamheid heeft betracht die bij het verlenen van euthanasie bij een patiënt op grond van louter psychisch lijden aangewezen was. Het college weegt in het bepalen van de maatregel mee dat de huisarts op eigen initiatief nascholing en een intensief supervisietraject heeft gevolgd. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8668

    Klacht tegen een sportarts gegrond. Maatregel: berisping met openbaarmaking in het BIG-register. Klager is gedurende een periode van twee jaar behandeld door de sportarts totdat de behandelingsovereenkomst door de sportarts werd opgezegd. Klager maakt de sportarts verschillende verwijten. Zo vindt hij dat de behandelrelatie ten onrechte is beëindigd, hij onvoldoende is geïnformeerd over de kosten van de behandeling, er sprake is van onjuiste declaraties, en de sportarts buitensporige giften waaronder €100.000,- contant heeft aangenomen. Het college oordeelt dat de klachtonderdelen betreffende niet-transparante behandelkosten en ontijdige/onjuiste declaraties gegrond zijn. Ook heeft de sportarts bij de beëindiging van de behandelingsovereenkomst de sportarts niet voldaan aan de door hem in acht te nemen zorgvuldigheidsregels. Daarnaast oordeelt het college dat het aannemen van de tas met contant geld, drie betalingen via PayPal en Formule 1 tickets in strijd is met de voor de sportarts geldende beroepsnormen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8966

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een verzoek tot vernietiging van een deel van zijn medisch dossier gedaan. De huisarts heeft binnen een maand na het verzoek contact opgenomen en na de zomersluiting van de praktijk heeft een fysieke afspraak plaatsgevonden om het verzoek te bespreken en uit te voeren. Hiermee heeft de huisarts voldoende zorgvuldig gehandeld. De huisarts kan niet worden verweten dat een notitie, die op verzoek van klager is vernietigd, nu niet meer in het dossier zit. Overige klacht ook ongegrond. Klacht kennelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:146 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-244/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een advocaat in een andere hoedanigheid kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-402/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Het stond verweerster vrij op te treden tegen een (voormalige) cliënt van het kantoor. Aan de cumulatieve voorwaarden uit gedragsregel 15 lid 3 is voldaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:147 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-345/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-394/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft mogen uitgaan van de juistheid van de informatie die zij via haar cliënt heeft gekregen. Dat geldt des te meer wanneer het gaat om informatie die van een (aan tuchtrecht onderworpen) accountant afkomstig is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-360/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Een klacht over een executeur wordt deels niet-ontvankelijk (wegens overschrijding van de klachttermijn) en deels kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:124 Raad van Discipline Amsterdam 26-340/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een incasso/faillissementskwestie in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-225/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in alle onderdelen ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerster tekort is geschoten.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3211 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht in verband met een eerdere klacht van klaagster tegen de verzekeringsarts met eenzelfde inhoud en strekking.Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:125 Raad van Discipline Amsterdam 26-341/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening en over de onttrekking van verweerder kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:76 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-085/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De klacht dat verweerster professioneel tekort is geschoten, incompetent is en nalatig is geweest, juridisch inzicht mist en hierdoor heeft gehandeld in strijd met de Advocateneed, de kernwaarden voor de advocatuur en de gedragsregels is deels vanwege tijdsverloop niet-ontvankelijk en deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:119 Raad van Discipline Amsterdam 26-432/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Voor zover de klacht (ook) is ingediend door de advocaat van klaagster, is de klacht (grotendeels) kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtsreeks eigen belang.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3223 VZ

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van de broer van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat zij mede door zijn toedoen gedwongen is opgenomen.De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissingdan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:55 Accountantskamer Zwolle 25/2663 Wtra AK

    Betrokkene heeft een rapportage opgesteld over de eindafrekening van de bedragen die door een groep vennootschappen zijn betaald in relatie tot een overeenkomst van opdracht met klagers. Deze rapportage is gebruikt in een gerechtelijke procedure. Volgens klagers had de rapportage geen deugdelijke grondslag en heeft betrokkene niet voorkomen dat de rapportage zou worden gebruikt als accountantsrapport met goedkeurend oordeel. De klacht is ongegrond.