ECLI:NL:TACAKN:2026:27 Accountantskamer Zwolle 25/2188 Wtra PE

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2026:27
Datum uitspraak: 23-04-2026
Datum publicatie: 23-04-2026
Zaaknummer(s): 25/2188 Wtra PE
Onderwerp:
Beslissingen: Klacht gegrond met geldboete
Inhoudsindicatie: Geldboete: Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van geldboete opgelegd. Betrokkene heeft voor het jaar 2024 geen PE-portfolio opgesteld.

ACCOUNTANTSKAMER

UITSPRAAK van 23 april 2026 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 8 augustus 2025 ontvangen klacht met nummer 25/2188 Wtra PE van

KONINKLIJKE NEDERLANDSE BEROEPSORGANISATIE VAN ACCOUNTANTS (NBA)

gevestigd te Hoofddorp

K L A A G S T E R  

gemachtigde: [A] LLB  

t e g e n

Y

voorheen accountant-administratieconsulent

wonende te [plaats1]

B E T R O K K E N E

1.             De procedure

1.1.        De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het klaagschrift met bijlagen.

1.2.        De klacht is behandeld op de openbare zitting van 9 februari 2026. Namens de NBA zijn verschenen mr. [B] en drs. [C]. Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder kennisgeving niet verschenen op de zitting en heeft zich evenmin laten vertegenwoordigen. 

2.             De feiten

2.1.        Betrokkene stond sinds 2009 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Met ingang van 1 juli 2025 is de inschrijving in dit register doorgehaald.

2.2.        Op 8 oktober 2024 heeft de NBA een klacht tegen betrokkene ingediend, omdat betrokkene heeft nagelaten een PE-portfolio voor het jaar 2023 op te stellen. De Accountantskamer heeft deze klacht bij uitspraak van 17 april 2025 gegrond verklaard en betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.

2.3.        De NBA heeft betrokkene door middel van NBA-nieuws eraan herinnerd dat uiterlijk op 31 januari 2025 de verklaring moet worden ingediend dat voor het kalenderjaar 2024 is voldaan aan de verplichting om een PE-portfolio op te stellen. 

2.4.        Omdat betrokkene de verklaring niet tijdig heeft ingediend, heeft de NBA betrokkene op 17 februari 2025, 26 februari 2025, 24 maart 2025, 3 april 2025 en 10 april 2025 per e-mail geïnformeerd over dit verzuim en heeft betrokkene nadere termijnen gekregen om deze verklaring alsnog in te dienen.

2.5.        Omdat betrokkene ook binnen deze termijnen de verklaring niet heeft ingediend, heeft de NBA betrokkene op 22 april 2025 een brief gestuurd en een termijn geboden tot 7 mei 2025 voor het indienen van de verklaring. In de e-mail van 30 april 2025 heeft de NBA betrokkene herinnerd aan deze brief en de geboden termijn.

2.6.        Betrokkene heeft binnen deze termijn geen verklaring afgegeven. De NBA heeft op 22 mei 2025 een aangetekende brief naar betrokkene gestuurd, waarin een laatste termijn tot 5 juni 2025 is geboden. Betrokkene is daarnaast de mogelijkheid geboden om onvoorziene omstandigheden kenbaar te maken.

2.7.        Ook binnen deze laatste termijn heeft betrokkene geen verklaring afgegeven of onvoorziene omstandigheden kenbaar gemaakt. De NBA heeft betrokkene daarna bij brief van 2 juni 2025 verzocht om uiterlijk op 16 juni 2025 het PE-portfolio te verstrekken of om onvoorziene omstandigheden kenbaar te maken.

2.8.        Betrokkene heeft geen PE-portfolio aan het bestuur van de NBA verstrekt of onvoorziene omstandigheden naar voren gebracht.

2.9.        Op verzoek van betrokkene is zijn inschrijving in het accountantsregister met ingang van 1 juli 2025 doorgehaald.

3.            De klacht

3.1.        Betrokkene heeft volgens de NBA gehandeld in strijd met de geldende gedrags- en beroepsregels. De NBA verwijt betrokkene het volgende:

a. betrokkene heeft nagelaten een PE-portfolio voor het jaar 2024 op te stellen, hetgeen de NBA concludeert uit het nalaten van betrokkene om een PE-portfolio over het jaar 2024 over te leggen in weerwil van een verzoek van het bestuur.

3.2.        Mocht blijken dat betrokkene wel een PE-portfolio voor het jaar 2024 heeft opgesteld, dan verwijt de NBA betrokkene het volgende:

b. betrokkene heeft nagelaten een PE-portfolio over te leggen in weerwil van een verzoek van het bestuur.   

4.            De beoordeling

4.1.        De Accountantskamer toetst de klacht aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en de Nadere voorschriften permanente educatie 2019 (NVPE).

4.2.        De accountant moet per kalenderjaar in een PE-portfolio vastleggen op welke wijze hij zijn vakbekwaamheid in het desbetreffende kalenderjaar bijhoudt[1]. De accountant moet in dit PE-portfolio (vóór 1 april van het desbetreffende jaar) een plan van aanpak opnemen. In het plan van aanpak moet in elk geval worden vermeld welke werkzaamheden leiden tot het behalen van een leerdoel, de resultaten die deze werkzaamheden moeten opleveren, de leerdoelen per werkzaamheid en de voorgenomen PE-activiteiten[2].

4.3.        Uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar moet de accountant in het PE-portfolio vastleggen op welke wijze hij uitvoering heeft gegeven aan de PE-activiteiten die hij voornemens was te verrichten en welke leerresultaten zijn behaald[3]. Bij de vastlegging van de leerresultaten moet de accountant overwegingen vastleggen ten aanzien van verkregen vaktechnische kennis, vaardigheid of houding alsmede de concrete toepassing daarvan in de beroepsuitoefening en de waardering van de toepasbaarheid[4]

4.4.        De accountant moet daarnaast uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar verklaren dat hij heeft voldaan aan de verplichtingen uit artikel 3 NVPE[5].

4.5.        Het bestuur van de NBA kan het PE-portfolio beoordelen[6]. De accountant dient desgevraagd de gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor deze beoordeling aan het bestuur te verstrekken[7].

4.6.        Het bestuur van de NBA kan op verzoek een gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van -onder andere- de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 3 NVPE. Betrokkene heeft geen verzoek tot vrijstelling of ontheffing ingediend.

4.7.        De Accountantskamer overweegt dat de uitschrijving van betrokkene uit het accountantsregister niet betekent dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De gedragingen van betrokkene waarop de klacht betrekking heeft, hebben namelijk plaatsgevonden gedurende de tijd dat betrokkene nog wel als accountant stond ingeschreven. Hierdoor is betrokkene ook nu nog voor die gedragingen onderworpen aan tuchtrechtspraak.

4.8.        Omdat betrokkene niet op de zitting is verschenen en ook niet op andere wijze heeft gereageerd, is niet bekend waarom betrokkene geen PE-portfolio aan het bestuur van de NBA heeft verstrekt. Daarom kan de Accountantskamer niet anders concluderen dan dat betrokkene voor het jaar 2024 geen PE-portfolio heeft opgesteld en dat daarvoor geen aanvaardbare reden is. Ook is niet gebleken dat betrokkene in 2024 wel PE-activiteiten heeft verricht. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Het klachtonderdeel a is daarom gegrond.

4.9.        Klachtonderdeel b is ingesteld onder de voorwaarde dat is gebleken dat betrokkene wel een PE-portfolio voor het jaar 2024 heeft opgesteld. Omdat niet is voldaan aan deze voorwaarde, komt de Accountantskamer niet toe aan de behandeling van dit klachtonderdeel.

5.            De maatregel

5.1.        Omdat de klacht gegrond is, kan een tuchtrechtelijke maatregel worden opgelegd. De maatregel van geldboete is passend en geboden.

5.2.        De Accountantskamer heeft bij de beslissing tot het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van de fouten van betrokkene.Daarbij is in aanmerking genomen dat de NVPE de kwaliteit van de beroepsuitoefening van accountants beoogt te bewaken. Het voortdurend op peil houden van de vakbekwaamheid is immers één van de essentiële vereisten voor een goede beroepsuitoefening. Betrokkene heeft, ondanks veelvuldige aanmaningen en zonder goede reden, voor het jaar 2024 niet voldaan aan de PE-verplichtingen uit de NVPE. Dit duidt op een gebrek aan besef van het belang dat het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft voor een adequate, professionele dienstverlening en het publieke vertrouwen in een goede uitoefening van het accountantsberoep. Daarnaast is meegewogen dat betrokkene ook voor het jaar 2023 niet heeft voldaan aan de PE-verplichtingen en dat betrokkene in verband daarmee een tuchtmaatregel is  opgelegd. Deze eerdere tuchtklacht en de opgelegde maatregel waren een zeer duidelijk signaal dat betrokkene voor 2024 wel de PE-verplichtingen moest nakomen. Betrokkene heeft dat niet gedaan en heeft ook geen gebruik gemaakt van de vele herstelmogelijkheden die de NBA heeft geboden. Hieruit ontstaat het beeld dat betrokkene zich niets gelegen laat liggen aan de PE-verplichtingen uit de NVPE en ook niet aan de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel. Dit wordt betrokkene zwaar aangerekend, mede gelet op het maatschappelijke belang dat met naleving van de NVPE is gemoeid.

5.3.        Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete heeft de Accountantskamer rekening gehouden met de hiervoor omschreven ernst van de overtreding en het feit dat betrokkene vergeleken met collega-accountants, die wel een PE-portfolio hebben opgesteld, een tijdsbesparing heeft gerealiseerd. Dit tezamen maakt dat een geldboete van € 2.500 gerechtvaardigd is. Dat betrokkene inmiddels is uitgeschreven uit het accountantsregister geeft geen aanleiding voor een andere of lichtere maatregel, omdat het bij herhaling niet voldoen aan de PE-verplichtingen niet zonder merkbare gevolgen voor betrokkene kan blijven.

6.             De beslissing

De Accountantskamer:

  • verklaart de klacht gegrond op de wijze zoals hiervoor is omschreven;
  • legt aan betrokkene op de maatregel van

- geldboete van € 2.500 (tweeduizendvijfhonderd euro), die binnen een maand na het door de voorzitter van de Accountantskamer uitvaardigen van een last tot ten uitvoerlegging dient te worden betaald door overmaking van voormeld bedrag op IBAN NL 58 INGB 0705 0032 21 (BIC/SWIFT-code: INGBNL2A) ten name van het FIN-Financieel Dienstencentrum te Den Haag onder vermelding van het zaaknummer 25/2188 Wtra PE;

  • verstaat dat de AFM en de voorzitter van de NBA na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven.

Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter en mr. P. van der Stroom (rechterlijk lid) en A.M.H. Homminga AA (accountantslid), in aanwezigheid van mr. E.N.M. van de Beld, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.

_________                                                                                                                       __________

secretaris                                                                                                                           voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA  Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.

[1] Artikel 3 lid 1 NVPE

[2] Artikel 3 lid 2 sub a NVPE

[3] Artikel 3 lid 2 sub b NVPE

[4] Artikel 3 lid 3 NVPE

[5] Artikel 4 lid 3 NVPE

[6] Artikel 5 NVPE

[7] Artikel 4 lid 2 NVPE 9