ECLI:NL:TACAKN:2026:44 Accountantskamer Zwolle 25/2168 Wtra PE

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2026:44
Datum uitspraak: 23-04-2026
Datum publicatie: 23-04-2026
Zaaknummer(s): 25/2168 Wtra PE
Onderwerp:
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie: Waarschuwing: Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel waarschuwing opgelegd. PE-zaak met betrekking tot het kalenderjaar 2024.

ACCOUNTANTSKAMER

UITSPRAAK van 23 april 2026 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 8 augustus 2025 ontvangen klacht met nummer 25/2168 Wtra PE van

KONINKLIJKE NEDERLANDSE BEROEPSORGANISATIE VAN ACCOUNTANTS (NBA)

gevestigd te Hoofddorp

K L A A G S T E R 

gemachtigde: [A] LLB

t e g e n

Y MSc

voorheen registeraccountant

wonende te [plaats1]

B E T R O K K E N E

1.             De procedure

1.1.        De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het klaagschrift met bijlagen
  • het verweerschrift.

1.2.        De klacht is behandeld op de openbare zitting van 9 februari 2026. Namens de NBA zijn verschenen mr. [B] en drs. [C]. Betrokkene is ook verschenen.

2.             De feiten

2.1.        Betrokkene stond sinds 2018 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA, laatstelijk als accountant in business. Met ingang van 1 november 2025 is de inschrijving in dit register doorgehaald.

2.2.        De NBA heeft betrokkene door middel van NBA-nieuws eraan herinnerd dat uiterlijk op 31 januari 2025 de verklaring moet worden ingediend dat voor het kalenderjaar 2024 is voldaan aan de verplichting om een PE-portfolio op te stellen. 

2.3.        Omdat betrokkene de verklaring niet tijdig heeft ingediend, heeft de NBA betrokkene op 17 februari 2025, 26 februari 2025, 24 maart 2025, 3 april 2025 en 10 april 2025 per e-mail geïnformeerd over dit verzuim en heeft betrokkene nadere termijnen gekregen om deze verklaring alsnog in te dienen.

2.4.        Omdat betrokkene ook binnen deze termijnen de verklaring niet heeft ingediend, heeft de NBA betrokkene op 22 april 2025 een brief gestuurd en een termijn geboden tot 7 mei 2025 voor het indienen van de verklaring. In de e-mail van 30 april 2025 heeft de NBA betrokkene herinnerd aan deze brief en de geboden termijn.

2.5.        Betrokkene heeft binnen deze termijn geen verklaring afgegeven. De NBA heeft op 15 mei 2025 een aangetekende brief naar betrokkene gestuurd, waarin een laatste termijn tot en met 28 mei 2025 is geboden. Betrokkene is daarnaast de mogelijkheid geboden om onvoorziene omstandigheden kenbaar te maken.

2.6.        Ook binnen deze laatste termijn heeft betrokkene geen verklaring afgegeven of onvoorziene omstandigheden kenbaar gemaakt. De NBA heeft betrokkene daarna bij brief van 2 juni 2025 verzocht om uiterlijk op 16 juni 2025 het PE-portfolio te verstrekken of om onvoorziene omstandigheden kenbaar te maken.

2.7.        Betrokkene heeft geen PE-portfolio aan het bestuur van de NBA verstrekt of onvoorziene omstandigheden naar voren gebracht.

2.8.        Op verzoek van betrokkene is zijn inschrijving in het accountantsregister met ingang van 1 juli 2025 doorgehaald.

3.            De klacht

3.1.        Betrokkene heeft volgens de NBA gehandeld in strijd met de geldende gedrags- en beroepsregels. De NBA verwijt betrokkene het volgende:

a. betrokkene heeft nagelaten een PE-portfolio voor het jaar 2024 op te stellen, hetgeen de NBA concludeert uit het nalaten van betrokkene om een PE-portfolio over het jaar 2024 over te leggen in weerwil van een verzoek van het bestuur.

3.2.        Mocht blijken dat betrokkene wel een PE-portfolio voor het jaar 2024 heeft opgesteld, dan verwijt de NBA betrokkene het volgende:

b. betrokkene heeft nagelaten een PE-portfolio over te leggen in weerwil van een verzoek van het bestuur.  

4.            De beoordeling

4.1.        De Accountantskamer toetst de klacht aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en de Nadere voorschriften permanente educatie 2019 (NVPE).

4.2.        De accountant moet per kalenderjaar in een PE-portfolio vastleggen op welke wijze hij zijn vakbekwaamheid in het desbetreffende kalenderjaar bijhoudt[1]. De accountant moet in dit PE-portfolio (vóór 1 april van het desbetreffende jaar) een plan van aanpak opnemen. In het plan van aanpak moet in elk geval worden vermeld welke werkzaamheden leiden tot het behalen van een leerdoel, de resultaten die deze werkzaamheden moeten opleveren, de leerdoelen per werkzaamheid en de voorgenomen PE-activiteiten[2].

4.3.        Uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar moet de accountant in het PE-portfolio vastleggen op welke wijze hij uitvoering heeft gegeven aan de PE-activiteiten die hij voornemens was te verrichten en welke leerresultaten zijn behaald[3]. Bij de vastlegging van de leerresultaten moet de accountant overwegingen vastleggen ten aanzien van verkregen vaktechnische kennis, vaardigheid of houding alsmede de concrete toepassing daarvan in de beroepsuitoefening en de waardering van de toepasbaarheid[4]

4.4.        De accountant moet daarnaast uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar verklaren dat hij heeft voldaan aan de verplichtingen uit artikel 3 NVPE[5].

4.5.        Het bestuur van de NBA kan het PE-portfolio beoordelen[6]. De accountant dient desgevraagd de gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor deze beoordeling aan het bestuur te verstrekken[7].

4.6.        Het bestuur van de NBA kan op verzoek een gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van -onder andere- de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 3 NVPE. Betrokkene heeft geen verzoek tot vrijstelling of ontheffing ingediend.

4.7.        De Accountantskamer overweegt dat de uitschrijving van betrokkene uit het accountantsregister niet betekent dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De gedragingen van betrokkene waarop de klacht betrekking heeft, hebben namelijk plaatsgevonden gedurende de tijd dat betrokkene nog wel als accountant stond ingeschreven. Hierdoor is betrokkene ook nu nog voor die gedragingen onderworpen aan tuchtrechtspraak.

4.8.        Betrokkene heeft als verweer aangevoerd dat hij is verhuisd en is vergeten zijn nieuwe adres aan de NBA door te geven waardoor de brieven van de NBA hem niet hebben bereikt. Ook heeft hij zich gefocust op activiteiten voor zijn bedrijf en zijn gezin. Hij heeft in 2024 wel PE-activiteiten verricht en een portfolio opgesteld.

4.9.        De Accountantskamer kan in dit stadium van de procedure niet beoordelen of betrokkene in 2024 daadwerkelijk een PE-portfolio heeft opgesteld. Wel staat vast dat betrokkene heeft nagelaten zijn PE-portfolio aan de NBA over te leggen. Dat de correspondentie van de NBA daarover betrokkene niet heeft bereikt, komt voor zijn rekening en risico. Betrokkene had zijn adreswijziging aan de beroepsorganisatie moeten doorgeven, wat hij heeft verzuimd. Betrokkene heeft in zoverre gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Het klachtonderdeel b is daarom gegrond.

5.            De maatregel

5.1.        Omdat de klacht gegrond is, kan een tuchtrechtelijke maatregel worden opgelegd. De maatregel van waarschuwing is passend en geboden.

5.2.        De Accountantskamer heeft bij de beslissing tot het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van de fouten van betrokkene.Daarbij is in aanmerking genomen dat de NVPE de kwaliteit van de beroepsuitoefening van accountants beoogt te bewaken. Het voortdurend op peil houden van de vakbekwaamheid is immers één van de essentiële vereisten voor een goede beroepsuitoefening. Betrokkene heeft ter zitting uitleg gegeven over zijn handelen. Hij heeft daarop gereflecteerd en onderschrijft het belang dat het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft voor een adequate, professionele dienstverlening en het publieke vertrouwen in een goede uitoefening van het accountantsberoep. Gelet echter op de focus die zijn bedrijf nodig heeft waarvoor betrokkene de RA-titel niet benodigd, heeft hij ervoor gekozen om zich uit te schrijven uit het accountantsregister. Betrokkene komt schuldbewust op de Accountantskamer over. De Accountantskamer volstaat dan ook met de oplegging van de maatregel van waarschuwing.

6.             De beslissing

De Accountantskamer:

  • verklaart de klacht gegrond op de wijze zoals hiervoor is omschreven;
  • legt aan betrokkene op de maatregel van

- waarschuwing;

  • verstaat dat de AFM en de voorzitter van de Nba na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven.

Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter en mr. P. van der Stroom (rechterlijk lid) en A.M.H. Homminga AA (accountantslid), in aanwezigheid van mr. E.N.M. van de Beld, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.

_________                                                                                                                       __________

secretaris                                                                                                                           voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA  Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.

[1] Artikel 3 lid 1 NVPE

[2] Artikel 3 lid 2 sub a NVPE

[3] Artikel 3 lid 2 sub b NVPE

[4] Artikel 3 lid 3 NVPE

[5] Artikel 4 lid 3 NVPE

[6] Artikel 5 NVPE

[7] Artikel 4 lid 2 NVPE 9