ECLI:NL:TADRAMS:2026:90 Raad van Discipline Amsterdam 25-812/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:90 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-04-2026 |
| Datum publicatie: | 24-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-812/A/A |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Financiën |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Klaagster is het niet eens met de hoogte van de declaratie van verweerster. De raad oordeelt echter dat verweerster heeft gehandeld conform de aan haar gegeven opdracht. Verweerster heeft een uurtarief gehanteerd dat zij met klaagster was overeengekomen. Verweerster heeft gewerkt volgens de opdracht en de gewerkte uren bij klaagster in rekening gebracht conform de tussen hen gemaakte afspraken. De klacht wordt ongegrond verklaard. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 20 april 2026
in de zaak 25-812/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over
verweerster
gemachtigde: mr. V.M. Besters
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 11 december 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 21 november 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2394217/EvR/AS
van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 6 maart 2026. Daarbij
waren klaagster en verweerster met haar gemachtigde aanwezig. Van de behandeling is
proces-verbaal opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 4.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klaagster is verwikkeld (geweest) in een echtscheidingsprocedure en daarmee
samenhangende kwesties. Klaagster werd aanvankelijk bijgestaan door mr. S. Mr. S heeft
namens klaagster in de echtscheidingsprocedure op 28 juni 2024 een verweerschrift
met zelfstandige verzoeken ingediend naar aanleiding van het verzoekschrift tot echtscheiding
van de man. Op 26 juli 2024 is namens de man een verweerschrift ingediend op de zelfstandige
verzoeken. Op 23 augustus 2024 is de zaak op de rol gezet voor het plannen van een
zitting.
2.3 Nu klaagster niet tevreden was over de juridische bijstand door mr. S, heeft
zij verweerster benaderd voor juridische bijstand. Bij e-mail van 24 september 2024
heeft verweerster aan klaagster haar opdracht bevestigd en daarin onder meer het volgende
geschreven:
“In 2010 bent u in Portugal getrouwd. Thans loopt er een echtscheidingsprocedure
in Nederland waarin u door Mr [S] wordt bijgestaan. Omdat u over haar bijstand niet
tevreden bent, heeft u zich tot mij gewend. Wij hebben daarover ook op 16 en 20 september
jl. telefonisch met elkaar gesproken. U heeft aangegeven dat er een koopwoning te
Amstelveen is die zou worden verkocht. Voorts zou uw man ook in woning in Portugal
in eigendom hebben. U had nog niet aan Mr [S] doorgegeven dat er ook een woning te
Portugal is, dus u wenst advies over de vraag of de woning te Portugal nog in de echtscheidingsprocedure
kan worden betrokken. Tevens wenst u mijn bijstand in de echtscheidingsprocedure.
Zodoende bespraken wij dat ik een overnameverzoek aan Mr [S] zal toesturen. Dit concept
overnameverzoek zal ik u in een separate e-mail doen toekomen.”
2.4 Diezelfde dag heeft verweerster aan klaagster een voorschotfactuur van €
1.815,- (incl. 21 % BTW) gestuurd. Eveneens diezelfde dag heeft klaagster haar akkoord
gegeven op de opdracht en betaling.
2.5 Bij e-mail van 25 september 2024 heeft verweerster aan klaagster de ingediende
(proces)stukken uit de echtscheidingsprocedure toegestuurd die zij had ontvangen van
mr. S. Ook heeft zij klaagster gevraagd of de verhinderdata al waren ingediend en
haar uitgenodigd voor een bespreking op kantoor.
2.6 De bespreking op kantoor heeft plaatsgevonden op 26 september 2024. Bij e-mail
van 30 september 2024 heeft verweerster aan klaagster een terugkoppeling gegeven van
de bespreking en onder meer bevestigd dat zij aan klaagster een advies zou uitbrengen
ten aanzien het toepasselijke recht op haar huwelijksvermogen en het huwelijksgoederenregime
waarna kon worden bepaald welke goederen er allemaal dienden te worden verdeeld.
2.7 Bij e-mail van 1 oktober 2024 heeft klaagster op de e-mail van verweerster
gereageerd en nadere stukken toegestuurd. Bij e-mail van 2 oktober 2024 heeft verweerster
aan klaagster laten weten dat zij de stukken zou gaan bestuderen en zich zou stellen
als haar advocaat in de echtscheidingsprocedure. Vervolgens heeft klaagster aan verweerster
nog meerdere e-mails gestuurd met nadere informatie.
2.8 Op 2 oktober 2024 heeft verweerster aan klaagster een eerste factuur met
urenspecificatie toegestuurd van € 0,- omdat op deze factuur het reeds betaalde voorschot
in mindering is gebracht.
2.9 Bij e-mail van 11 oktober 2024 heeft verweerster aan klaagster het advies
toegezonden over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in de echtscheidingsprocedure,
het toepasselijk recht op de echtscheiding, het huwelijksvermogen en het huwelijksgoederenregime.
2.10 Bij e-mail van 14 oktober 2024 heeft klaagster gereageerd op het ontvangen
advies. Ook heeft zij aan verweerster gevraagd wanneer de zitting zou worden gepland
en haar laten weten dat zij nog zelfstandige verzoeken aan de rechtbank wil sturen.
2.11 Bij e-mail van 15 oktober 2024 heeft verweerster aan klaagster laten weten
dat de zittingsdatum nog niet bekend was en zij bezig was om de stukken te bestuderen
teneinde het aanvullend verweerschrift met zelfstandige verzoeken te kunnen opstellen.
Ook heeft verweerster om een aantal ontbrekende stukken verzocht.
2.12 Op 18 oktober 2024 heeft verweerster opnieuw een factuur verzonden aan klaagster,
dit keer voor € 616,74 (incl. 21% BTW), die door klaagster is voldaan.
2.13 Op 22 oktober 2024 heeft klaagster aan verweerster een e-mail gestuurd met
nadere vragen en gevraagd om een bespreking om alle onderwerpen te bespreken.
2.14 Op 23 oktober 2024 heeft klaagster aan verweerster een e-mail gestuurd met
nadere stukken. Diezelfde dag heeft verweerster aan klaagster laten weten dat zij
de stukken zou gaan bekijken en daar later op terug zou komen.
2.15 Bij e-mail van 29 oktober 2024 heeft klaagster bij verweerster geïnformeerd
naar de stand van zaken en gevraagd of het aanvullend verweerschrift diezelfde week
naar de wederpartij kon worden gestuurd. Bij e-mail van 30 oktober 2024 heeft verweerster
aan klaagster onder meer laten weten dat zij bezig is met de zaak en het bestuderen
van de stukken. Ook heeft verweerster aan klaagster laten weten dat er nog voldoende
tijd is voor het opstellen en indienen van het aanvullend verweerschrift aangezien
er door de rechtbank nog geen brief was verstuurd voor het opvragen van de verhinderdata.
2.16 Bij e-mail van 1 november 2024 heeft klaagster nog een aantal aanvullende
stukken toegestuurd. Bij e-mail van 5 november 2024 heeft verweerster klaagster uitgenodigd
voor een bespreking op 14 november 2024.
2.17 Bij e-mail van 13 november 2024 heeft klaagster aan verweerster bericht
geen afspraak te willen, maar eerst het aanvullend verweerschrift met de zelfstandige
verzoeken te willen ontvangen.
2.18 Op 16 november 2024 heeft verweerster aan klaagster een factuur van € 922,38
(incl. 21% BTW) verzonden die op 21 november 2024 is voldaan.
2.19 Bij e-mail van 19 november 2024 heeft verweerster aan klaagster bericht
dat ze eerst vele stukken moet bestuderen om het aanvullend verweerschrift op te stellen
en er nog genoeg tijd was. Ook heeft zij aan klager gezegd dat ze tenminste nog 6-8
uur nodig zou hebben voor het opstellen van het aanvullend verweerschrift. Bij e-mail
van 22 november 2025 heeft verweerster opnieuw aan klaagster bericht dat het opstellen
van het aanvullend verweerschrift de nodige tijd zou kosten.
2.20 Bij e-mail van 22 november 2024 heeft klaagster een klacht ingediend bij
het kantoor van verweerster op basis van de interne kantoorklachtenregeling. Bij e-mail
van 25 november 2024 heeft verweerster gereageerd op de klacht.
2.21 Bij e-mail van 26 november 2024 heeft klaagster aan verweerster laten weten
de opdracht te beëindigen. De zaak is overgenomen door een nieuwe advocaat en verweerster
heeft zich op 9 december 2024 onttrokken.
2.22 Klaagster is vervolgens overgegaan tot het indienen van onderhavige klacht.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster is van
mening is dat verweerster klachtwaardig heeft gehandeld door een bedrag van € 3.354,12
in rekening te brengen zonder voor dat bedrag een verweerschrift op te stellen in
het kader van de echtscheiding.
3.2 Klaagster stelt dat dat zij het niet eens is met de hoogte van de declaratie
van verweerster, aangezien verweerster voor dat bedrag uitsluitend maandenlang stukken
heeft bestudeerd. Klaagster had haar gevraagd een verweerschrift op te stellen, maar
dat is na maanden nog steeds niet gelukt. Klaagster moet heel lang wachten en veel
geld betalen, maar zij krijgt er niets voor terug. Volgens klaagster blijkt hieruit
dat verweerster geen ervaring heeft. Ook blijkt hieruit dat het kantoor van verweerster
misbruik maakt van kwetsbare mensen.
3.3 De raad zal hierna op de klacht ingaan.
4 VERWEER
4.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd.
4.2 Volgens verweerster volgt uit de opdrachtbevestiging van 24 september 2024
en haar e- mail van 30 september 2024 dat zij met klaagster is overeengekomen dat
zij haar in de echtscheidingsprocedure zou bijstaan. De werkzaamheden van verweerster
zouden niet enkel zien op het opstellen van een aanvullend verweerschrift. Daarmee
is onjuist dat klaagster niets voor haar geld zou hebben teruggekregen. Verweerster
heeft in haar e-mail van 30 september 2024 duidelijk uiteengezet dat zij klaagster
van advies zou voorzien over het toepasselijke recht op haar huwelijksvermogen en
het huwelijksgoederenregime. Vervolgens zou verweerster alle stukken bestuderen, haar
daarover van advies voorzien, de ingediende processtukken gaan bestuderen en tot slot
adviseren of het reeds ingediende verweerschrift nog dient te worden aangevuld (met
bijv. aanvullende verzoeken).
4.3 Verweerster heeft allerlei werkzaamheden verricht die waren overeengekomen
en gericht waren op het opstellen van een allesomvattend aanvullend verweerschrift
en tevens houdende zelfstandige verzoeken. Verweerster zou eerst alle processtukken
bestuderen, hetgeen natuurlijk noodzakelijk was om de verdere inhoud van het aanvullend
verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken te bepalen en vorm te geven.
Verweerster was reeds aangevangen met opstellen van het aanvullend verweerschrift.
Naar verwachting zou dit ook een omvangrijk processtuk worden, omdat de zaak in die
zin ook niet eenvoudig was. Onjuist is dat verweerster zou hebben geweigerd het aanvullend
verweerschrift op te stellen.
4.4 Aan de werkzaamheden t/m oktober 2024 heeft verweerster in totaal (incl.
correspondentie per e-mail en per telefoon) 13,6 uur besteed, waarvan 12 uur is gefactureerd
aan klaagster. De verrichte werkzaamheden van 2,8 uur in de periode van 1 t/m 26 november
2024 heeft verweerster niet meer in rekening gebracht. Volgens verweerster staan de
gefactureerde uren zodoende in verhouding met de verrichte werkzaamheden en is geen
sprake van excessief declareren.
5 BEOORDELING
5.1 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat.
Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk
onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de
vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij of zij een zaak behandelt.
Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling
van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt
begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als
algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van
een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht. Het
optreden van verweerster zal aan de hand van deze maatstaf worden beoordeeld.
5.2 Volgens de opdrachtbevestiging die verweerster op 24 september 2024 aan klaagster
zond, bestond de opdracht van klaagster aan verweerster uit meerdere elementen. Zo
ging het om een adviesvraag met betrekking tot een koopwoning in Amstelveen, een woning
in Portugal en (in zijn algemeenheid) bijstand in de echtscheidingsprocedure. Uit
de door partijen in deze procedure overgelegde stukken is naar het oordeel van de
raad gebleken dat verweerster heeft gehandeld conform de opdracht. De opdracht, die
zoals gezegd uit meerdere elementen bestond, rechtvaardigde enige studie door verweerster.
Verweerster is een uurtarief overeengekomen met klaagster wat zij ook heeft gehanteerd.
Het voorschot van € 1.500,00 (exclusief btw) is door klaagster bevestigd en betaald.
Verweerster heeft gewerkt volgens de opdracht en de gewerkte uren bij klaagster in
rekening gebracht conform de tussen hen gemaakte afspraken.
5.3 Dit leidt tot de conclusie dat de klacht ongegrond zal worden verklaard.
5.4 Voor zover klaagster zich op het standpunt stelt dat zij te veel aan verweerster
heeft betaald, omdat geen verweerschrift is ingediend, leidt dat gelet op hetgeen
hiervoor is overwogen evenmin tot gegrondverklaring van de klacht.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. C.S. Schoorl, voorzitter, mrs. F.J.J. Baars en M.J.E. van den Bergh, leden, bijgestaan door mr. K.J. Verschueren als griffier en uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 20 april 2026