ECLI:NL:TACAKN:2026:43 Accountantskamer Zwolle 25/2182 Wtra PE
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2026:43 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 23-04-2026 |
| Datum publicatie: | 23-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25/2182 Wtra PE |
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Waarschuwing: Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel waarschuwing opgelegd. PE-zaak met betrekking tot het kalenderjaar 2024. |
ACCOUNTANTSKAMER
UITSPRAAK van 23 april 2026 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 8 augustus 2025 ontvangen klacht met nummer 25/2182 Wtra PE van
KONINKLIJKE NEDERLANDSE BEROEPSORGANISATIE VAN ACCOUNTANTS (NBA)
gevestigd te Hoofddorp
K L A A G S T E R
gemachtigde: [A] LLB
t e g e n
Y
voorheen registeraccountant
wonende te [plaats1]
B E T R O K K E N E
1. De procedure
1.1. De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met bijlagen
- het verweerschrift met bijlagen.
1.2. De klacht is behandeld op de openbare zitting van 9 februari 2026. Namens de NBA zijn verschenen mr. [B] en drs. [C]. Betrokkene is niet verschenen.
2. De feiten
2.1. Betrokkene is sinds 2005 ingeschreven in het accountantsregister van de Nba. Met ingang van 1 september 2025 is de inschrijving in dit register op verzoek van betrokkene doorgehaald.
2.2. De NBA heeft betrokkene door middel van NBA-nieuws eraan herinnerd dat uiterlijk op 31 januari 2025 de verklaring moet worden ingediend dat voor het kalenderjaar 2024 is voldaan aan de verplichting om een PE-portfolio op te stellen.
2.3. Omdat betrokkene de verklaring niet tijdig heeft ingediend, heeft de NBA betrokkene op 17 februari 2025, 26 februari 2025, 17 maart 2025, 3 april 2025 en 10 april 2025 per e-mail geïnformeerd over dit verzuim en heeft betrokkene nadere termijnen gekregen om deze verklaring alsnog in te dienen.
2.4. Omdat betrokkene ook binnen deze termijnen de verklaring niet heeft ingediend, heeft de NBA betrokkene op 22 april 2025 een brief gestuurd en een termijn geboden tot 7 mei 2025 voor het indienen van de verklaring. In de e-mail van 30 april 2025 heeft de NBA betrokkene herinnerd aan deze brief en de geboden termijn.
2.5. Betrokkene heeft binnen deze termijn geen verklaring afgegeven. De NBA heeft op 15 mei 2025 een aangetekende brief naar betrokkene gestuurd, waarin een laatste termijn tot en met 28 mei 2025 is geboden. Betrokkene is daarnaast de mogelijkheid geboden om onvoorziene omstandigheden kenbaar te maken.
2.6. Ook binnen deze laatste termijn heeft betrokkene geen verklaring afgegeven of onvoorziene omstandigheden kenbaar gemaakt. De NBA heeft betrokkene daarna bij brief van 2 juni 2025 verzocht om uiterlijk op 16 juni 2025 het PE-portfolio te verstrekken of om onvoorziene omstandigheden kenbaar te maken.
2.7. Betrokkene heeft geen PE-portfolio aan het bestuur van de NBA verstrekt of onvoorziene omstandigheden naar voren gebracht.
3. De klacht
3.1. Betrokkene heeft volgens de NBA gehandeld in strijd met de geldende gedrags- en beroepsregels. De NBA verwijt betrokkene het volgende:
a. betrokkene heeft nagelaten een PE-portfolio voor het jaar 2024 op te stellen, hetgeen de NBA concludeert uit het nalaten van betrokkene om een PE-portfolio over het jaar 2024 over te leggen in weerwil van een verzoek van het bestuur.
3.2. Mocht blijken dat betrokkene wel een PE-portfolio voor het jaar 2024 heeft opgesteld, dan verwijt de NBA betrokkene het volgende:
b. betrokkene heeft nagelaten een PE-portfolio over te leggen in weerwil van een verzoek van het bestuur.
4. De beoordeling
4.1. De Accountantskamer toetst de klacht aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) en de Nadere voorschriften permanente educatie 2019 (NVPE).
4.2. De accountant moet per kalenderjaar in een PE-portfolio vastleggen op welke wijze hij zijn vakbekwaamheid in het desbetreffende kalenderjaar bijhoudt[1]. De accountant moet in dit PE-portfolio (vóór 1 april van het desbetreffende jaar) een plan van aanpak opnemen. In het plan van aanpak moet in elk geval worden vermeld welke werkzaamheden leiden tot het behalen van een leerdoel, de resultaten die deze werkzaamheden moeten opleveren, de leerdoelen per werkzaamheid en de voorgenomen PE-activiteiten[2].
4.3. Uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar moet de accountant in het PE-portfolio vastleggen op welke wijze hij uitvoering heeft gegeven aan de PE-activiteiten die hij voornemens was te verrichten en welke leerresultaten zijn behaald[3]. Bij de vastlegging van de leerresultaten moet de accountant overwegingen vastleggen ten aanzien van verkregen vaktechnische kennis, vaardigheid of houding alsmede de concrete toepassing daarvan in de beroepsuitoefening en de waardering van de toepasbaarheid[4].
4.4. De accountant moet daarnaast uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar verklaren dat hij heeft voldaan aan de verplichtingen uit artikel 3 NVPE[5].
4.5. Het bestuur van de NBA kan het PE-portfolio beoordelen[6]. De accountant dient desgevraagd de gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor deze beoordeling aan het bestuur te verstrekken[7].
4.6. Het bestuur van de NBA kan op verzoek een gehele of gedeeltelijke ontheffing verlenen van -onder andere- de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 3 NVPE. Betrokkene heeft geen verzoek tot vrijstelling of ontheffing ingediend.
4.7. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat zij in 2024 voor zichzelf is begonnen en dat zij geen gelegenheid heeft gehad voor het opstellen van een PE-portfolio. Daarbij heeft zij erop gewezen dat zij in de jaren daarvoor dat altijd keurig en tijdig heeft gedaan. Verder heeft betrokkene aangevoerd dat zij geen compliance verklaring kon afgegeven, omdat zij niet beschikte over een toereikend PE-dossier. Omdat betrokkene vanwege onvoldoende tijd niet kon voldoen aan de richtlijnen, heeft zij besloten dat zij zich wilde laten uitschrijven uit het accountantsregister. Dit besluit heeft zij op 1 maart 2025 en 26 mei 2025 per e-mail aan de NBA doorgegeven. Omdat dit niet juiste procedure was, heeft betrokkene op 13 augustus 2025 alsnog een schrijftelijk verzoek tot uitschrijving ingediend bij de NBA.
4.8. De Accountantskamer overweegt dat de uitschrijving van betrokkene uit het accountantsregister niet betekent dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De gedragingen van betrokkene waarop de klacht betrekking heeft, hebben namelijk plaatsgevonden gedurende de tijd dat betrokkene nog wel als accountant stond ingeschreven. Hierdoor is betrokkene ook nu nog voor die gedragingen onderworpen aan tuchtrechtspraak.
4.9. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene heeft erkend dat zij geen PE-portfolio heeft opgesteld. In de door betrokkene aangevoerde omstandigheden ziet de Accountantskamer geen aanvaarbare reden voor het niet voldoen aan deze verplichting. Het is immers de verantwoordelijkheid van betrokkene om voldoende tijd vrij te maken voor het opstellen van haar portfolio. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Klachtonderdeel a is daarom gegrond.
4.10. Klachtonderdeel b is ingesteld onder de voorwaarde dat is gebleken dat betrokkene wel een PE-portfolio voor het jaar 2024 heeft opgesteld. Omdat niet is voldaan aan deze voorwaarde, komt de Accountantskamer niet toe aan de behandeling van dit klachtonderdeel.
5. De maatregel
5.1. Omdat de klacht gegrond is, kan een tuchtrechtelijke maatregel worden opgelegd. De maatregel van waarschuwing is passend en geboden.
5.2. De Accountantskamer heeft bij de beslissing tot het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van de fouten van betrokkene.Daarbij is in aanmerking genomen dat de NVPE de kwaliteit van de beroepsuitoefening van accountants beoogt te bewaken. Het voortdurend op peil houden van de vakbekwaamheid is immers één van de essentiële vereisten voor een goede beroepsuitoefening. Betrokkene heeft in haar verweerschrift uitleg gegeven over haar handelen. Zij heeft op haar handelen gereflecteerd en is tot de conclusie gekomen dat zij zich wilde laten uitschrijven als accountant. Dit besluit heeft zij op 1 maart 2025 en 26 mei 2025 per e-mail aan de NBA doorgegeven. De NBA heeft de inschrijving van betrokkene echter niet doorgehaald, omdat het verzoek per e-mail en niet schriftelijk was ingediend. Het schriftelijke verzoek tot doorhaling heeft betrokkene vervolgens op 13 augustus 2025 bij de NBA ingediend. Dit schriftelijke verzoek en onderhavige tuchtklacht hebben elkaar gekruist. Betrokkene heeft haar schriftelijke verzoek tot uitschrijving namelijk gedaan voordat de Accountantskamer de tuchtklacht naar haar had doorgestuurd. Daarom wordt volstaan met het opleggen van de maatregel van waarschuwing.
6. De beslissing
De Accountantskamer:
- verklaart de klacht gegrond op de wijze zoals hiervoor is omschreven;
- legt aan betrokkene op de maatregel van
- waarschuwing;
- verstaat dat de AFM en de voorzitter van de Nba na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven.
Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter en mr. P. van der Stroom (rechterlijk lid) en A.M.H. Homminga AA (accountantslid), in aanwezigheid van mr. E.N.M. van de Beld, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.
_________ __________
secretaris voorzitter
Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________
Op grond van artikel 43 Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld door middel van het indienen van een beroepschrift bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.
[1] Artikel 3 lid 1 NVPE
[2] Artikel 3 lid 2 sub a NVPE
[3] Artikel 3 lid 2 sub b NVPE
[4] Artikel 3 lid 3 NVPE
[5] Artikel 4 lid 3 NVPE
[6] Artikel 5 NVPE
[7] Artikel 4 lid 2 NVPE 9