ECLI:NL:TGZCTG:2026:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3190 en C2026/3191
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:85 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-04-2026 |
| Datum publicatie: | 23-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2026/3190 en C2026/3191 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klager verblijft in een instelling waar de gz-psycholoog werkzaam is en verblijft daar op basis van TBS met dwang verpleging. Klager klaagt over zijn verlofregeling en de tijdsduur van zijn verjaardagsfeest. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af. In het tuchtrecht geldt het beginsel van persoonlijke verwijtbaarheid. De gz-psycholoog heeft geen betrokkenheid gehad bij de verlofregeling van klager of het besluit over het verjaardagsfeest. |
D E V O O R Z I T T E R V A N H E T C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaken onder nummers C2026/3190 en C2026/3191 van:
A., verblijvende te B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C., gz-psycholoog, werkzaam te B., verweerster in beide instanties, hierna: de gz-psycholoog.
1. De kern van de zaken
1.1 Klager heeft op 2 mei 2026 en 26 mei 2025, en op 1 juli 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege te ’s-Hertogenbosch twee klachten ingediend tegen de gz-psycholoog. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft in beide zaken geoordeeld dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht omdat de klachten geen betrekking hebben op een handelen of nalaten op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 47 lid 1 Wet BIG.
1.2 De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege zal het beroep afwijzen omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege. De voorzitter stelt vast dat de gz-psycholoog bij geen van de verweten gedragingen persoonlijk betrokken is geweest en dat klager alleen al daarom niet kan worden ontvangen in zijn klachten.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klager heeft op tijd beroep ingesteld tegen de gevoegde beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege in ’s-Hertogenbosch van 18 februari 2026 met nummers H2025/9064 en H2025/9367 (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:38).
2.2 De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de inhoud van de dossiers bij het Regionaal Tuchtcollege en van de beroepschriften.
2.3 Vanwege de samenhang heeft de voorzitter de zaken ambtshalve gevoegd en volgt er één beslissing met twee dossiernummers.
3. Beoordeling van het beroep
3.1 Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij a) met twee begeleiders op verlof moet in plaats van met één begeleider, en dat hij b) zijn verjaardag niet heeft kunnen vieren op de wijze die hij zelf graag had gewild. Hij kreeg namelijk toestemming voor het gebruik van een ruimte voor drie uur in plaats van de gewenste vijf uur.
3.2 Met klachtonderdeel a) klaagt klager over de invulling van de verlofregeling.
De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht overwogen dat deze invulling
geen beslissing van de gz-psycholoog is. Het betreft de door de Minister gestelde
voorwaarde(n) waaronder de verlofmachtiging is verleend.
Op grond van artikel 47 Wet BIG kan alleen het eigen handelen van een zorgverlener
worden beoordeeld. Dit betekent dat om inhoudelijk naar een klacht te kunnen kijken,
de zorgverlener zelf betrokken moet zijn geweest bij het handelen waarover wordt geklaagd.
De voorzitter is van oordeel dat uit de stukken blijkt dat de gz-psycholoog niet verantwoordelijk
is voor de invulling van de voorwaarden die aan de verlofmachtiging verbonden worden.
Zij had hierin geen rol. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager
dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
3.3 Wat betreft klachtonderdeel b) is de voorzitter van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft overwogen dat de gz-psycholoog ook geen rol heeft gespeeld bij het besluit om klager toestemming te geven om een ruimte drie uur te gebruiken voor zijn verjaardagsfeest. Alleen al daarom is klager niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het besluit om de gemeenschappelijke ruimte drie uur vrij te houden is een besluit van de zorgmanager van de afdeling. De beslissing die is genomen in het kader van het verjaardagsfeest, is bovendien evident geen handelen als bedoeld in artikel 47 lid 1 Wet BIG.
3.4 De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is op basis van het bovenstaande van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege van 18 februari 2026. Zij zal het beroep daarom afwijzen.
4. Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
wijst het beroep af.
Deze beslissing is genomen op 20 april 2026 door: Z.J. Oosting, voorzitter, en bijgestaan door E. van der Linde, secretaris.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.