ECLI:NL:TGZRSHE:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8714
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:73 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-04-2026 |
| Datum publicatie: | 22-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025-8714 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klager is terecht verwezen naar GGZ. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts niet goed heeft geluisterd naar klager of zaken niet goed heeft uitgelegd. Ook is niet gebleken dat de huisarts informatie heeft achtergehouden en niet alle mogelijkheden heeft besproken met klager. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 22 april 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
huisarts, werkzaam in [B],
verweerder, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. A.W. Hielkema, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager heeft last van paniekaanvallen en gebruikte hier al voordat hij patiënt
werd bij de
huisarts medicatie (antidepressiva) voor. Omdat klager last bleef houden van paniekaanvallen
is
meerdere keren geprobeerd om te switchen van medicatie. Klager ervoer daarbij veel
last van
bijwerkingen. De huisarts was van mening dat klager specialistische hulp nodig had
en verwees hem
naar een psycholoog. Klager wilde hiervan geen gebruik maken. Klager verwijt de
huisarts dat hij
niet naar hem heeft geluisterd, hem geen goede uitleg heeft gegeven en informatie
heeft
achtergehouden en niet alle mogelijkheden met hem heeft besproken.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot dit
oordeel is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 11 juli 2025;
- het verweerschrift, per mail ontvangen 18 september 2025, per post ontvangen op
22 september 2025;
- het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek, gehouden op 4 november 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager is sinds 1999 patiënt bij dezelfde huisartsenpraktijk. De huisarts
heeft de praktijk
op 1 oktober 2014 overgenomen en sindsdien is klager patiënt bij hem.
3.2 Volgens het dossier van klager gebruikt hij sinds 1999 medicatie (Seroxat) voor
paniekaanvallen. Ook gebruikte klager paroxetine, de generieke variant van Seroxat.
3.3 Vanwege bijwerkingen is er meerdere malen geprobeerd de medicatie te stoppen
en te minderen.
3.4 Op 18 juni 2025 werd de huisartsenpraktijk, naar aanleiding van een 112 melding
door klager,
gebeld door de ambulancedienst. Klager had veel last van paniek.
3.5 Op 23 juni 2025 zag de huisarts klager op het spreekuur. De huisarts noteerde
in het dossier
van klager (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“wil paroxetine stoppen omdat denkt dat moe wordt van medicatie en andere antidepressiva
gebruiken,
Angststoornis/angsttoestand
Verwezen naar [gegevens psychologiepraktijk] uitleg vaker geprobeerd niet succes,
toch paroxetine
blijven innemen eb ipv ochtend avond innemen , naar psycholoog”.
3.6 Op 7 juli 2025 stuurde klager het volgende bericht naar de huisarts:
“ik heb contact gehad met u assistent en heb haar de situatie uitgelegd
de paroxetine werkt niet het maakt mij alleen maar suff en verstoord mijn slaap.
kortom paroxetine
en werkt niet meer.
ik heb tevens zelf onderzoek gedaan en het schijnt zelf zo te zijn dat indien paroxetine
of
sertraline niet werkt ook eventueel gekeken kan worden naar fluoxetine citalopram
of escitalopram
ook is er een mogelijkheid om een zogenaamde cross taper toe te passen waarbij de
paroxetine
verlaagd word en een lage dosis van het te vervangen medicatie bvb fluoxetine word
ingenomen.
u gaf aan dat u niets anders te bieden heeft dat schijnt dus niet zo te zijn zoals
ik boven aangeef
of u bent mijn aan het negeren of u neemt mijn klachten niet serieus.
ik heb dagelijkse klachten en het is erg moeilijk zo een normaal leven te leven
geen eetlust suf en
moeite met wakker blijven zorgen voor onrust en paniek ze zou mij terugbellen over
mijn medicatie maar ik heb niets meer gehoord. Ik wacht nog steeds op duidelijkheid.
Kunt u vandaag nog contact opnemen of een alternatief bieden?”
3.7 Op 7 juli 2025 werd in het dossier van klager genoteerd:
“Paniekaanvallen blijven doorgaan , heeft hele dag daar last van. Vraagt of hij
niet beter kan
overstappen op sertralinbe. Gebruikt nu paroxetine en denkt daar zoveel last van
te hebben. Hele
dag stress / paniek / moe. Gebruikt paroxetine nu al 26 jaar, maar laatste maanden
constant paniek.
2 mnd wachttijd bij psy , heeft nog geen afspraak. “ (…)
Aan pt doorgegeven, maar is het er niet mee eens.
Wil crossstepper (?) (afbouwen en tegelijkertijd iets anders opbouwen) . Snapt niet
dat hij met
paroxetine door moet gaan als hij er zoveel last van heeft. Zo veel alternatieven
mogelijkheden
(fluoxetine / escitalopram?).
Nee, iom [initialen huisarts]. Antwoord blijft hetzelfde. Paar jaar geleden ook
geprobeerd.
Het blijft zoals het is.”
3.8 De huisarts stuurde klager op 8 juli 2025 het volgende bericht:
(…) Zo als ik u aan het spreekuur verteld. klachten van u kan niet alleen door medicatie
geholpen
worden. In verleden heeft ook ervaring daarover gehad met switchen van medicatie
en u had meer
problemen gehad en met veel problemen uiteindelijk terug gegaan naar paroxetine.
Ik ben niet
voorstander van medicatie switch, en ik ga niet doen. En ik ga bij beleid door herhaaldelijk
vragen
van u kant niet veranderen. Mijn advies was en blijft gesprek met psycholoog die
helaas wachttijd
heeft. (…)”
3.9 Op 23 juli 2025 werd klager verwezen naar de GGZ in zijn woonplaats. In de verwijsbrief
vermeldde de huisarts:
“(…) Patiënt al jaren bekend met angst stoornissen en volgens mij persoonlijkheid
problematiek,
Slikt al jaren paroxetine en weigert naar de psycholoog te gaan. de afgelopen jaren
medicatie
switch was een ramp en veel ellende daarom is bij Paroxetine gebleven.
Afgelopen maanden zijn door omstandigheden zijn angsten toegenomen en hij wil nog
steeds niet naar
psycholoog wel andere medicatie, Gaarne uw beoordeling. (…)”
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts dat hij:
a) niet goed luistert;
b) niet goed uitlegt;
c) informatie achterhoudt en niet alle mogelijkheden bespreekt.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Dat
een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een
tuchtrechtelijk
verwijt.
5.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdelen a) niet goed geluisterd, b) niet goed uitgelegd en c) informatie
achtergehouden en
niet alle mogelijkheden besproken
5.3 Klager stelt dat de huisarts niet goed naar hem luistert. Volgens klager heeft
hij niet
geluisterd naar zijn wens om klagers medicatie aan te passen. De huisarts voert
aan dat hij de
hulpvraag van klager heeft gehoord, maar vanwege negatieve ervaringen in het verleden
klager
opnieuw heeft doorverwezen in plaats van wederom een medicatieswitch toe te passen.
De huisarts
voert ook aan dat hij de richtlijnen heeft gevolgd die hierbij relevant zijn en
dit ook heeft
besproken met klager. Uit het medisch dossier van klager blijkt dat de huisarts
zijn afwegingen met
klager heeft besproken. Hij heeft geluisterd naar de wens van klager en uitgelegd
dat alleen
aanpassing van medicatie klager niet zou helpen, maar gespecialiseerde zorg vanuit
de GGZ
aangewezen was.
5.4 Het college acht de keuze van de huisarts om klager door te verwijzen terecht
en kan niet
vaststellen dat de huisarts niet naar klager heeft geluisterd of hem geen uitleg
heeft gegeven. De
huisarts heeft de mogelijkheden die er waren wel besproken met klager. Het college
is van oordeel
dat, gezien de voorgeschiedenis waarbij wijziging van de medicatie heeft gezorgd
voor problemen, de
weg die de huisarts heeft gekozen de beste optie was. Dat de huisarts hierbij informatie
zou hebben
achtergehouden voor klager heeft het college uit de stukken niet kunnen vaststellen.
Hiermee zijn
de klachtonderdelen a, b en c ongegrond.
5.5 Overigens heeft het college begrip voor het feit dat het voor klager vervelend
moet zijn
(geweest) dat er sprake was/is van lange wachttijden bij de GGZ, maar is van oordeel
dat dit de
huisarts niet kan worden aangerekend.
Slotsom
5.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond
zijn.
6. Beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door J. Iding, voorzitter, M.C.E. van den Heuvel en
N.B. van der Maas, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris,
en in het
openbaar uitgesproken op 22 april 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk.