ECLI:NL:TGZRSHE:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8319
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:74 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-04-2026 |
| Datum publicatie: | 22-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8319 |
| Onderwerp: | Onzorgvuldige dossiervorming |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Huisarts was niet gehouden om wederhoor toe te passen na consult met partner van klager en niet gebleken dat er onjuiste informatie is opgenomen in dossier van partner van klager. Gezien acute situatie met betrekking tot veiligheid van partner en minderjarige kinderen van klager is onthouden van informatie die in verband gebracht zou kunnen worden met hun verblijfplaats niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet gebleken dat de huisarts heeft geadviseerd om klager onjuiste informatie te verstrekken. De huisarts is alleen verantwoordelijk voor persoonlijk handelen, onjuiste informatie in dossiernotitie is haar niet aan te rekenen. De huisarts heeft zich ingezet voor de belangen van de kinderen conform de geldende richtlijnen en gecommuniceerd met klager zoals een goede huisarts betaamt. Verwijt dat huisarts geen oog heeft gehad voor impact van handelen kan niet slagen, aangezien het tuchtrecht niet gaat over de (mogelijke) gevolgen van handelen. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 22 april 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
huisarts, werkzaam in [B],
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: L. Greebe, werkzaam in Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is gehuwd en heeft twee kinderen. Verweerster was de huisarts van het
gezin. De partner
van klager had op 19 februari 2024 een consult bij verweerster waarna verweerster
noteerde in het
medisch dossier van de partner dat er sprake zou zijn van mishandeling/seksueel
misbruik door
partner. De partner van klager is daarna met de kinderen in een blijf-van-mijn-lijfhuis
terechtgekomen. Daarna zijn de partner en de kinderen als passanten ingeschreven
bij een andere
praktijk (in een andere plaats). Daar zijn de kinderen ook een aantal keer gezien
voor kleine
medische aandoeningen. Klager is van mening dat verweerster geen wederhoor heeft
toegepast ten
aanzien van de notitie dat klager zijn partner zou hebben mishandeld, en zou hierbij
dit ook
verkeerd hebben geregistreerd in het medisch dossier. Klager verwijt verweerster
verder dat zij
actief heeft meegewerkt aan het onthouden van informatie aan klager, de nieuwe huisarts
zou hebben
geadviseerd om klager te misleiden, een onjuiste verklaring heeft afgelegd, de rechten
van klager
als gezaghebbende ouder heeft geschonden, het belang van de kinderen niet voorop
heeft gesteld bij
haar handelen, onprofessioneel heeft gecommuniceerd en een negatieve impact heeft
gehad op klagers
relatie met zijn kinderen.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 26 maart 2025;
- het verweerschrift, ontvangen per mail op 18 juni 2025 en per post op 20 juni
2025;
- de brief van 8 juli 2025 van de secretaris aan de gemachtigde van verweerster;
- de brief van 15 juli 2025 met bijlage van de gemachtigde van verweerster, ten
aanzien waarvan een
geslaagd beroep op artikel 67 lid 3 Wet BIG is gedaan.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager is patiënt bij de huisartsenpraktijk waar verweerster werkzaam is.
Ook klagers partner
en zijn twee minderjarige kinderen waren patiënt bij deze praktijk. Klager heeft
ouderlijk gezag
over de kinderen.
3.2 De partner van klager had op 19 februari 2024 een consult met verweerster. In
haar dossier is
door verweerster genoteerd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“(…) Geen uitwendig letsel
Z12.02 Mishandeling/seksueel misbruik door partner (…)”
3.3 De partner van klager heeft op 21 februari 2024, onder politiebegeleiding, samen
met de
kinderen de woning verlaten. Zij zijn geplaatst in een blijf-van-mijn-lijfhuis.
3.4 Op 2 april 2024 neemt een huisarts, waarbij de partner van klager zich wil aanmelden
telefonisch contact op met verweerster. Door verweerster wordt het volgende genoteerd:
” (…) situatie complex met kinderen, moet toestemming aan vader vragen om dossier
door te sturen.
Vader mag niet weten dat kinderen nu in [plaatsnaam] zijn. kinderen als passant
inschrijven. Als
vader belt over inschrijftarief doorgeven dat dit een fout is kinderen hier niet
ingeschreven”
3.5 Op 25 juli 2024 stuurt verweerster het volgende bericht aan klager:
“(…) Bij deze zoals gevraagd mijn schriftelijke reactie op uw vragen:
Onlangs heb ik van de huisarts in [plaatsnaam] vernomen dat er vanuit uw praktijk
een verzoek is
gedaan om de kinderen als passant bij de huisarts in [plaatsnaam] in te schrijven.
Ik heb enkele
vragen hierover:
1. Waarom heeft uw praktijk dit verzoek gedaan?
Wij hebben geen verzoek gedaan om de kinderen als passant in te schrijven Een inschrijvingsverzoek
komt nooit vanuit een andere huisarts maar vanuit de patient (of in het geval
van kinderen diens vertegenwoordigers) zelf. Moeder heeft mij gevraagd de kinderen
uit te schrijven
uit onze praktijk, waarop ik heb aangegeven dat ik dat niet kan doen zonder uw toestemming
in deze.
Zij heeft toen besloten hen ingeschreven te houden in onze praktijk, aangezien er
geen wijziging in
inschrijving optrad hoefden wij u niet hierover in te lichten.
Zoals u weet verbleef uw echtgenote en kinderen ten tijde van dit verzoek in een
voor u geheime
locatie nadat zij door politie daarheen waren overgebracht. Dit betrof helaas een
uitzonderlijke
veiligheidssituatie waarin VeiligThuis en de betrokken instanties bepaalden welke
beperkingen er
waren in het op de hoogte stellen van u als vader over de verblijfslocatie van uw
kinderen.
2. Waarom is dit verzoek gedaan zonder mij, als gezaghebbende ouder, hierover in
te lichten? 3.
Waarom is dit verzoek gedaan zonder mijn toestemming?
Waarschijnlijk is een en ander al duidelijk uit bovenstaande.
Verder zou ik graag willen weten of uw praktijk (…) op de hoogte wordt gehouden
van het welzijn en
de consulten van mijn kinderen door de huisarts in [plaatsnaam].
Nee wij worden niet op de hoogte gehouden door andere huisartsen. Dat is overigens
geen
uitzonderingssituatie. In andere passantengevallen informeren huisartsen elkaar
ook niet onderling
hierover. (…)”
3.6 Klager reageerde daarop als volgt:
“Dank voor uw schriftelijke reactie op mijn vragen. Graag wil ik enkele punten nader
toelichten en
mijn bezorgdheden opnieuw onder uw aandacht brengen:
Geen Interesse in Verblijfadres:
Ik wil uitdrukkelijk benadrukken dat ik geen interesse had en heb in het verblijfadres
van mijn
kinderen. Dit stelt u onterecht. Mijn bezorgdheid richt zich uitsluitend op de medische
zorg en de
communicatie daaromtrent. En het gebrek daar aan. Een en ander is
uiteraard ook te verwijten aan mijn vrouw, die weigert met mij te communiceren.
Geen advies van
Veilig Thuis, Team Jeugd, politie en andere betrokken instanties: Veilig Thuis,
Team Jeugd en de
politie hebben mijn vrouw nooit geadviseerd om te vertrekken. Dit is schriftelijk
en uitdrukkelijk
door hen bevestigd. Het ontbreken van
wederhoor, zoals ik destijds mondeling aan u heb aangegeven, vind ik zorgwekkend.
Het lijkt erop
dat u, evenals andere betrokken partijen, de beweringen van mijn vrouw zonder verificatie
hebt
aangenomen. De rechtbank heeft deze beweringen van mijn vrouw echter verworpen,
waardoor alle
veiligheidsclaims niet langer van toepassing zijn en niet meer kunnen worden ingeroepen.
Ingeschreven blijven bij uw praktijk:
U geeft aan dat mijn vrouw heeft besloten de kinderen ingeschreven te houden in
uw praktijk en dat
er geen wijziging in de inschrijving heeft plaatsgevonden. Hoewel u aangeeft dat
u mij hierover
niet hoefde te informeren, had het wellicht gepast geweest om mij hiervan op de
hoogte te stellen.
Dit zou veel misverstanden en zorgen hebben kunnen voorkomen.
Dat dit niet is gebeurd, vind ik heel jammer.
Informatievoorziening door [andere huisartsenpraktijk]:
Kunt u [andere huisartsenpraktijk] verzoeken om de benodigde informatie te verstrekken,
zodat uw
praktijk ook op de hoogte blijft van de gezondheidstoestand van de kinderen? Ik
heb vernomen dat de
kinderen met schurftklachten op consult zijn geweest. Dit vind ik erg zorgelijk
en het is van groot
belang dat alle betrokken zorgverleners volledig geïnformeerd zijn om de best mogelijke
zorg te
kunnen bieden.
Ik vertrouw erop dat u mijn bezorgdheden begrijpt en hoop dat wij gezamenlijk tot
een oplossing
kunnen komen die het welzijn van [namen kinderen] waarborgt. Uw medewerking en begrip
in deze
kwestie worden zeer gewaardeerd. (…)”
3.7 Op 28 augustus 2024 stuurt klager verweerster een bericht omdat hij dan nog
geen reactie
heeft ontvangen op zijn bericht.
3.8 Op 4 september 2024 stuurt verweerster klager een reactie:
“(…) mijn excuses voor de vertraging. Ik ben inderdaad 4 weken met vakantie geweest,
vervelend dat
dit niet naar u gecommuniceerd is dat had mogelijk wat teleurstelling voorkomen.
Zojuist heb ik
geprobeerd u te bellen om uw vraag nog eens goed helder te krijgen, maar u drukte
het gesprek weg,
Waarschijnlijk bent u aan het werk. Van passanten wordt nooit een bericht naar de
eigen huisarts
gestuurd, wel kunnen patienten een uitdraai van het consult krijgen om mee te nemen
naar hun eigen
huisarts. Mocht u dat in het geval van uw kinderen graag anders zien dan wil ik
voor u graag
navraag doen bij juridische zaken over de mogelijkheden. Hiervoor zal ik dan nog
wat informatie van
de instanties nodig hebben over eventuele procedures die momenteel nog lopen. Maak
gerust een
dubbele afspraak op mijn spreekuur zodat we het er in alle rust over kunnen hebben.
(…)”
3.9 Klager reageerde hier op 6 september 2024 op:
“Dank voor uw reactie. Gezien de aard van deze situatie, acht ik het noodzakelijk
dat er een
duidelijke papieren vastlegging is van onze
correspondentie.
De verwijzingen naar "instanties" en de noodzaak van informatie over eventuele lopende
procedures
komen onduidelijk en ongepast over. Het lijkt erop dat u daarmee meer inzicht wenst
te verkrijgen
in privéaangelegenheden van ons als ouders, hetgeen buiten de scope van de medische
zorg voor de
kinderen valt. Mijn focus ligt op de medische zorg van mijn kinderen en de informatieverstrekking
van en coordinatie tussen de betrokken zorgverleners.
De huisarts van [andere huisartspraktijk] heeft aangegeven dat mijn kinderen als passant
bij
[andere huisartsenpraktijk] zijn ingeschreven op verzoek van de huisarts in [B].
De verklaring
luidt als volgt: "Ik ga even kijken hoe ze hierin geschreven zijn. Nee, de huisarts
heeft gevraagd
om ze hier als passant in te schrijven." Deze verklaring staat in schril contrast
met uw bewering
dat er geen verzoek is gedaan om de kinderen als passant in te schrijven. Dit roept
vragen op over de consistentie van de informatie die wordt
verstrekt. Graag ontvang ik een nadere toelichting over deze situatie, zodat eventuele
misverstanden kunnen worden opgelost.
(…)”
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts dat zij:
1. geen wederhoor heeft toegepast;
2. actief heeft meegewerkt aan het onthouden van informatie;
3. heeft geadviseerd om klager onjuiste informatie te verstrekken;
4. een onjuiste verklaring heeft afgelegd;
5. de rechten van klager als gezaghebbende ouder heeft geschonden;
6. onjuiste informatie in het dossier (van de ex-partner van klager) heeft opgenomen;
7. het belang van de kinderen niet voorop heeft gesteld;
8. op onprofessionele wijze met klager heeft gecommuniceerd;
9. geen oog heeft gehad voor de impact van haar handelen.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerster als huisarts de zorg heeft verleend die van haar
verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts.
Bij de
beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen
en andere
professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen
is niet altijd
genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
5.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdelen 1) en 6) geen wederhoor toegepast en onjuiste informatie opgenomen
in dossier
partner
5.3 Het college is van oordeel dat deze klachtonderdelen zich lenen voor een gezamenlijke
bespreking en oordeelt dat beide klachtonderdelen ongegrond zijn. Wat betreft de
klacht van klager
over het niet toepassen van wederhoor na het consult van 19 februari 2024, is het
college van
oordeel dat verweerster daar niet aan gehouden was. Verweerster heeft de partner
van klager die dag
gezien en genoteerd wat zij heeft verteld. Het gaat hierbij niet om oordeelsvorming,
maar het
vastleggen van informatie die de patiënt geeft. Verweerster heeft in haar verweer
ook toegelicht
dat de betreffende informatie onder de S-regel (waarbij ‘S’ staat voor suggestief
en is bedoeld
voor persoonlijke waarnemingen, gevoelens en klachten van de patiënt) is genoteerd,
wat bevestigt
dat het ging om het verhaal van de partner en niet om een oordeel of conclusie van
verweerster. Uit
de stukken die de gemachtigde van verweerster heeft ingestuurd, waarbij een geslaagd
beroep is gedaan op
artikel 67 lid 3 van de Wet BIG, heeft het college verder ook niet kunnen vaststellen
dat er
onjuiste informatie is opgenomen in het dossier van de partner, die schadelijk zou
zijn voor
klager.
Klachtonderdeel 2) actief meegewerkt aan onthouden van informatie
5.4 Dit klachtonderdeel ziet op het handelen van verweerster op 2 april 2024,
waarbij verweerster
volgens klager verwijtbaar heeft gehandeld, door te willen voorkomen dat klager
te weten zou komen
waar de kinderen medische zorg kregen. Verweerster geeft echter aan dat er sprake
was van een acute
situatie, aangemerkt als ‘code rood’, waarbij verweerster genoodzaakt was de veiligheid
van de
kinderen voorop te stellen en daarom geen informatie kon geven die zou kunnen duiden
op de
verblijfplaats. Het college volgt verweerster in haar afweging en is van oordeel
dat verweerster
zorgvuldig heeft gehandeld in het belang van de kinderen. Dit klachtonderdeel is
ongegrond.
Klachtonderdeel 3) geadviseerd om klager onjuiste informatie te verstrekken
5.5 Met dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij de nieuwe huisartsenpraktijk
zou
hebben geadviseerd om onjuiste informatie te verstrekken aan klager en klager daarmee
te misleiden.
Door verweerster wordt dit uitdrukkelijk betwist. Het college heeft in de stukken
geen enkel
aanknopingspunt gevonden voor de - overigens onvoldoende onderbouwde- stelling van
klager dat
sprake zou zijn geweest van adviseren tot misleiding van klager. Het college verklaart
dit
klachtonderdeel daarom ongegrond.
Klachtonderdeel 4) onjuiste verklaring afgelegd
5.6 Klager verwijt verweerster dat zij een onjuiste verklaring heeft afgelegd
omdat zij heeft
aangegeven niet te hebben verzocht om de kinderen als passant in te schrijven bij
de nieuwe
huisartsenpraktijk. Klager stelt dat uit de dossiernotitie van 2 april 2024 blijkt
dat verweerster
dit verzoek wel heeft gedaan. Verweerster betwist dat zij dit verzoek heeft gedaan
en voert ook aan
dat zij deze bevoegdheid niet heeft als huisarts. Het college oordeelt dat, al zou
het een en ander
onjuist zijn genoteerd in het dossier, dit verweerster niet is aan te rekenen omdat
zij daarbij
niet betrokken was. In het tuchtrecht is persoonlijke verwijtbaarheid het uitgangspunt
en
zorgverleners zijn daarom alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor hun eigen
handelen. Dit
klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 5) rechten van klager als gezaghebbende ouder geschonden
5.7 Klager stelt dat hij als gezaghebbende ouder recht heeft op informatie over
de kinderen en
dient in te stemmen met medische behandelingen die zij ondergaan. Gezien de uitzonderlijke
situatie
die was ontstaan nadat de partner de woning had verlaten en het feit dat er sprake
was van een
risicoscreening ‘code rood’, ziet het college niet wat verweerster in deze situatie
verweten kan
worden. Verweerster heeft zich ingezet voor de belangen van de kinderen en hierbij
conform de
geldende richtlijnen gehandeld. Voor het overige heeft klager dit klachtonderdeel
niet deugdelijk
onderbouwd. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 7) belang van kinderen niet voorop gesteld
5.8 Klager verwijt verweerster met dit klachtonderdeel dat zij het belang van
de kinderen niet
voorop heeft gesteld bij haar handelen. Het college oordeelt als volgt. Verweerster
heeft het
belang van de kinderen juist voorop gesteld, gezien het gelet op de omstandigheden
nodig was om een
ouder (klager) te onthouden van informatie. De partner en de kinderen verbleven
in een beveiligde
opvanglocatie en het was juist niet in het belang van de kinderen geweest dat klager
te weten zou
komen waar zij verbleven. Dit klachtonderdeel is daarmee
ongegrond.
Klachtonderdeel 8) op onprofessionele wijze met klager heeft gecommuniceerd
5.9 Verweerster heeft volgens klager niet adequaat en tijdig gereageerd op zijn
verzoeken om
informatie en daarmee op onprofessionele wijze met hem gecommuniceerd. Uit de stukken
die klager
heeft ingediend valt op te maken dat klager verweerster op 25 juli 2024 gevraagd
heeft een aantal
vragen te beantwoorden. Verweerster heeft daar dezelfde dag nog op gereageerd. Klager
heeft
dezelfde dag opnieuw een bericht gestuurd aan verweerster, waar zij op 4 september
2024 op heeft
gereageerd. Verweerster heeft aangegeven dat zij vier weken vakantie had en excuses
gemaakt voor de
opgelopen vertraging. Ook heeft zij klager voorgesteld navraag te doen bij juridische
zaken. Het
college kan derhalve niet tot de conclusie komen dat verweerster op onprofessionele
wijze met
klager zou hebben gecommuniceerd. Integendeel, verweerster heeft juist gecommuniceerd
zoals een
goede huisarts betaamt. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 9) geen oog gehad voor impact van handelen
5.10 Het handelen van verweerster zou ernstige gevolgen hebben gehad voor de relatie
van klager
met zijn kinderen. Verweerster zou daar geen oog voor hebben gehad, aldus klager.
Omdat het
tuchtrecht ziet op de eventuele verwijtbaarheid van handelen c.q. nalaten van een
zorgverlener, en
niet gaat over de mogelijke gevolgen daarvan, faalt ook dit klachtonderdeel.
Slotsom
5.11 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht
kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door J. Iding, voorzitter, E. Jansen en N.B. van der Maas,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris, en in het openbaar
uitgesproken op 22 april 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk.