Zoekresultaten 101-150 van de 47374 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-894/AL/OV
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:109
Klacht over eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klaagster, zijn cliënte, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al (meermaals) eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:128 Hof van Discipline 's Gravenhage 250346D
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:128
Dekenbezwaar betreffende een praktijkvoering in strijd met de kernwaarden kwaliteit (deskundigheid) en integriteit. Naast het dekenbezwaar zijn bij de raad en het hof gelijktijdig twee klachten van oud-cliënten behandeld (250343 en 250344). De raad heeft de klachten en het dekenbezwaar gegrond verklaard en verweerder de maatregel van schrapping van het tableau opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9061
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:64
Voorzittersbeslissing: Verwijt aan een arts dat deze samen met een andere arts een geneeskundige verklaring heeft afgegeven over de patiënt, te weten de vader van klager. Verweerder stelt dat klager niet-ontvankelijk is. Het document (volgens verweerder geen medische verklaring) is ingebracht in een civielrechtelijke procedure, maar dat maakt nog niet dat klager een rechtstreeks belanghebbende is in de zin van artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter oordeelt dat klager een financieel belang in de civielrechtelijke procedure heeft, maar dit kan niet worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg, zoals uit de Wet BIG voortvloeit. Kennelijk Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8523
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:99
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster werkt als arts in hetzelfde ziekenhuis als de anesthesioloog. Klaagster is geopereerd aan een breuk in haar rechterelleboog. De anesthesioloog heeft daarbij de plaatselijke verdoving uitgevoerd. Sindsdien heeft klaagster ernstige klachten aan haar rechterarm. Klaagster verwijt de anesthesioloog onder meer onjuiste dan wel onvolledige verslaglegging. Dat klachtonderdeel is gegrond; tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen maatregel op: éénmalig tekortschieten, niet meer als anesthesioloog werkzaam, toetsbaar opgesteld, handelen vond bijna tien jaar geleden plaats.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9016
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:65
“Kennelijk ongegronde klacht van nabestaande over de behandeling van een patiënt door verweerder. Patiënt werd twee maal gezien wegens pijn op de borst en overleed enkele maanden later aan de gevolgen van een hartstilstand. Geen aanwijzingen dat bloeddrukmeting onzorgvuldig is geweest. Spoedverwijzing lag niet in de rede.”
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8626
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:66
Klaagster verwijt de radioloog dat hij de röntgenfoto van de bekken en de heupen van haar moeder (patiënte) verkeerd heeft beoordeeld, omdat hij een duidelijk zichtbare metastase heeft gemist waardoor kostbare tijd in haar behandeling verloren is gegaan en een immuuntherapie niet meer mogelijk was. Gelet op de (beperkte) informatie die de radioloog had en de beperkte zichtbaarheid van de afwijking van het botweefsel in de rechterheup, acht het college het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de radioloog die niet heeft waargenomen. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 250427
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:124
Deze zaak betreft een klacht van een advocaat tegen een andere advocaat. Volgens klager was verweerster zijn advocaat en heeft zij haar geheimhoudingsplicht geschonden door in een procedure tussen klager en de deken informatie aan de deken te verstrekken. Daarnaast zou verweerster een belofte niet zijn nagekomen, zich onnodig grievend over klager hebben uitgelaten en hebben gehandeld in strijd met gedragsregel 15 lid 1 onder b. Het hof verklaart -net als de raad- de klacht op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:125
De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:126 Hof van Discipline 's Gravenhage 260145
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:126
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in de behandeling van het verzoek van klager om aanwijzing van een advocaat. Klager zal de behandeling van zijn verzoek door de deken dienen af te wachten. Het klachtrecht is evenmin bedoeld om te klagen over een procedurele beslissing van de deken waarmee men het niet eens is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9498
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100
Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klagers hebben de klachten niet concreet toegelicht of onderbouwd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:127 Hof van Discipline 's Gravenhage 260126
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:127
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Verkort dekenonderzoek in verband met herhaalde klachten en niet betalen griffierecht is een procedurele beslissing die in de (verdere) klachtprocedure aan de orde kan worden gesteld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:105 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-188/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:105
Voorzittersbeslissing. Klaagster is via DAS bij verweerder gekomen voor rechtsbijstand in een geschil met haar buren over een erfdienstbaarheid (van uitweg). Na onderzoek heeft verweerder besloten de zaak verder niet in behandeling te nemen omdat sprake van een kansloze zaak was. Die beslissing stond hem vrij. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8363
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79
Ongegrond klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater hem onvoldoende te hebben voorgelicht over bijwerkingen van diverse medicijnen en het gebruik van medicijnen niet goed te hebben afgebouwd. Dat klager wel voldoende is voorgelicht blijkt uit het geheel van contacten en het medisch dossier. De medicatie is daarnaast voldoende afgebouwd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2994
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:87
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met de huisarts die op dat moment als waarnemer werkte. Klaagster en haar echtgenoot (klager) verwijten de huisarts onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het Regionaal Tuchtcollege in ‘s-Hertogenbosch heeft klager in drie klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klagers verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-682/DH/RO
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:87
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft onvoldoende distantie betracht ten opzichte van haar cliënte door namens haar bij klager aan te dringen op het versturen van een toestemmingsformulier, terwijl dat niet vereist was volgens het door de rechtbank bekrachtigde ouderschapsplan. Door desalniettemin te stellen dat klager het formulier moest hebben en het formulier ook als voorwaarde te stellen voor instemming met de vakantie, heeft verweerster de belangen van klager onnodig geschaad. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:106 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-772/AL/NN
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:106
Klaagster is een vereniging van eigenaren waarvan verweerder jarenlang de advocaat was. Uit de stukken is de raad niet gebleken dat verweerder onvoldoende voortvarend of ondeskundig heeft opgetreden. Verweerder is naar het oordeel van de raad wel tekortgeschoten in zijn communicatie met (het nieuwe bestuur van) klaagster. Vast staat dat verweerder over de naleving van het kort geding vonnis door de wederpartij en inning van de verbeurde dwangsommen met het oud-bestuur van de VvE heeft gecorrespondeerd en afspraken heeft gemaakt. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerder en het nieuwe bestuur langs elkaar heen hebben gecommuniceerd, in het bijzonder over de vraag over welke dwangsommen het ging. Alhoewel verweerder inhoudelijk op de vragen namens het nieuwe bestuur heeft gereageerd, bleek uit hun reacties dat zijn antwoorden tot nog meer onbegrip en irritatie leidden. Die situatie had naar het oordeel van de raad toen voor verweerder aanleiding moeten zijn om de regie te nemen en een verhelderend gesprek met het nieuwe bestuur te regelen, zeker gelet op de juridische complexe materie. Verweerder heeft de voor het nieuwe bestuur ontbrekende informatie, de door hem ontvangen e-mails van jaren geleden van het oud-bestuur van de VvE, ook pas voor het eerst bij zijn verweerschrift bij de deken gevoegd. Het nieuwe bestuur heeft daarvan toen pas kennis kunnen nemen terwijl daarover door het bestuur al bijna een jaar eerder meermaals vragen aan verweerder waren gesteld. Tijdens de zitting bij de raad heeft verweerder verklaard dat de indringende en eisende toonzetting in de e-mails van het nieuwe bestuur ertoe hebben geleid dat hij zijn cliënt meer zag als zijn wederpartij dan als zijn eigen cliënt en zich daarom zo heeft opgesteld. Dat is voor een deskundig advocaat met voldoende professionele afstand geen rechtvaardiging voor zijn handelen. Dit alles leidt tot de maatregel van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2883
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:88
Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. In het kader van de voorbereiding van een crisismaatregel heeft de psychiater een medische verklaring opgesteld. Klager verwijt de psychiater dat zij hem niet serieus heeft genomen, een onjuiste diagnose heeft gesteld en ten onrechte een crisismaatregel heeft opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8352
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:80
Verweerster heeft klager op verzoek van de medisch adviseur onderzocht in het kader van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van klager. Het college oordeelt dat het rapport niet voldoet aan de criteria die daar volgens vaste jurisprudentie van het CTG voor gelden. Het is niet inzichtelijk en consistent, omdat de omschrijving “matige coöperatie” niet wordt onderbouwd door de omschreven gang van zaken. Ook de panieklichten en sombere stemming van klager zijn onvoldoende uitgevraagd. Het klachtonderdeel dat de psychiater geen opheldering heeft gegevens over haar BIG-registratie is ongegrond. Klager had hierover geen concrete vragen aan de psychiater gesteld. Overigens is zij niet gehouden meer gegevens te verstrekken dan uit het algemeen toegankelijk BIG-register blijkt. Klacht deels gegrond, maatregel waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:88 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-818/DH/DH
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:88
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerder heeft nagelaten om bij aanvang een kosteninschatting te geven aan klager en hem op de hoogte te houden van zijn tijdsbesteding. Niet voldaan aan gedragsregel 17. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:44 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768843 / DW RK 25/156 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:44
Klacht (gedeeltelijk) gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in de proceskosten. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het niet voortvarend handelen bij de geplande ontruiming en het niet professioneel corresponderen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2891
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:89
Gegronde klacht tegen een arts. De arts is om een consult gevraagd voor een arrestant op een politiebureau (hierna: de patiënt). De patiënt klaagde over hevige pijn in zijn bovenbeen die was ontstaan bij zijn arrestatie. De arts heeft hem pijnstilling in de vorm van paracetamol en methadon verstrekt. De Inspectie verwijt de arts dat hij op onzorgvuldige wijze off-label methadon heeft verstrekt aan de patiënt en dat hij geen zorg heeft gedragen voor een zorgvuldige en volledige dossiervorming van de zorg die hij aan de patiënt heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaren opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van de arts verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:101
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8279
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:81
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater met het voorschrijven van CBD-olie als pijnbestrijding te zijn gestopt. Het college oordeelt dat de psychiater tot dit besluit heeft kunnen komen, omdat de werking van deze medicatie naar zijn mening niet de meest aangewezen was, hij klager alternatieven heeft geboden en meerdere urine controles onverklaarbaar waren waardoor het vermoeden ontstond dat klager het gebruik van CBD-olie gebruikte om zijn heimelijk gebruik van cannabis te verhullen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-896/DH/DH/D
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:89
Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend niet te hebben voldaan aan zijn informatie- en opleidingsverplichtingen en dat zijn kantoororganisatie niet op orde is. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken met als bijzondere voorwaarde het doorlopen van een (reeds ingezet) coachingstraject.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:45 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769351 / DW RK 25/164 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:45
Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het te laat en niet volledig reageren. Dat de gerechtsdeurwaarder gebruik maakt van twee verschillende e-mailadressen is niet tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-456/AL/NN
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:102
De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-563/DB/LI
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:53
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator. Vast staat dat zowel de rechter-commissaris als de civiele rechter zich reeds over het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van curator hebben gebogen. Beiden zijn niet tot het oordeel gekomen dat de curator handelingen heeft verricht die hij niet had behoren te verrichten. De raad overweegt voorts dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het (opnieuw) voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten die partijen in het civielrechtelijke geschil verdeeld houden en die zij over en weer in de civielrechtelijke procedure naar voren hebben gebracht. Indien en voor zover klager zich in de door verweerder verwoorde standpunten niet kon vinden, konden klager en zijn advocaat dit in de civiele procedure naar voren brengen. Het was vervolgens aan de civiele rechter, en niet thans aan de tuchtrechter, om daarover een oordeel te geven. Het feit dat de curator in zijn procedure tegen klager in het ongelijk is gesteld maakt niet dat daarmee klachtwaardig handelen is komen vast te staan. In de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht heeft de raad overigens geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat door verweerders optreden het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De raad zal de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 4 daarom ongegrond verklaren. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij geen inhoudelijke reactie heeft gegeven op de klacht. Dit klachtonderdeel mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774049 / DW RK 25/294 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:46
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8048
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:76
Klager verwijt verweerder in brede zin nalatig en onprofessioneel handelen, onder meer vanwege gebrekkige ondersteuning richting de gemeente, onvoldoende opvolging van verwijzingen, onjuiste advisering en communicatie en onjuistheden in het medisch dossier. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld. Zo heeft hij een feitelijke medische brief voor de gemeente opgesteld, de gevraagde verwijzingen verzorgd en passend medisch advies gegeven. Voor zover feiten niet kunnen worden vastgesteld, kan door het college geen tuchtrechtelijk verwijt worden aangenomen. Daarnaast zijn verschillende klachtonderdelen onvoldoende onderbouwd of feitelijk onjuist gebleken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:90 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2892
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:90
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een uroloog. De echtgenote van klager was onder behandeling bij de uroloog. Klager verwijt de uroloog dat er sprake is van verspilling van medicatie en het onnodig op kosten jagen. Tevens klaagt hij erover dat hij aan het lijntje is gehouden door patiëntenbelang, dat hij van het kastje naar de muur werd gestuurd toen zijn echtgenote incontinentiemateriaal nodig had en dat hij voor paal stond bij de apotheek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte kennelijk niet ontvankelijk in de klacht verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-716/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:103
Klager maakt als eigenaar van een appartement in een complex deel uit van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klager verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klager - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klager de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:54 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-637/DB/OB
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:54
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777047 / DW RK 25/389 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:47
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8238
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:77
Klaagster had een geschil met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen over de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Verweerder is verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV. Hij heeft een herbeoordeling verricht in bezwaar, beroep en hoger beroep. In hoger beroep heeft verweerder uiteindelijk zijn standpunt herzien, hetgeen leidde tot de toekenning van een uitkering. Klaagster maakt verweerder uiteenlopende verwijten, onder meer over het ten onrechte volharden in zijn eerder ingenomen standpunt met betrekking tot de diagnose ME/CVS in 2019 en de weigering om direct daarna de behandelaren van klaagster te raadplegen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2885
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:91
Ongegrond klacht tegen een psychiater. Klager was onder ambulante behandeling bij de crisisdienst van een GGZ-instelling. De psychiater was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de psychiater hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld en medicatie is voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-314/DH/DH
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:85
Raadsbeslissing. Klacht over de (voormalige) eigen advocaat. Verweerder heeft opgetreden voor de maatschap van drie broers, waaronder klager. Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, heeft hij direct opgetreden voor hun afzonderlijke belangen. Nadat er tussen de broers verschil van inzicht is ontstaan over het al dan niet accepteren van een schikkingsvoorstel, kon verweerder de twee andere broers niet meer bijstaan zonder tegen de belangen van klager in te gaan. Schending van gedragsregel 15 lid 1 en 2. Verweerder heeft daarbij wel oog gehad voor klagers belangen omdat hij een beter financieel resultaat wilde bereiken. Klager mag echter zelf bepalen wat zijn daadwerkelijke belang is. Verweerder heeft onvoldoende afstand bewaard tot de zaak, hoewel hij integere intenties heeft gehad. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-107/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:104
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:48 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774460 / DW RK 25/310 KM/WdJ
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:48
Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7714
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:78
Klagers verwijten de huisarts onder meer dat hij hen onjuist en zonder toestemming heeft doorverwezen naar de specialistische GGZ, hun integriteit heeft geschonden, onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het medisch dossier gebreken vertoont. De klachten vinden hun oorsprong in onvrede over eerdere verwijzingen naar en afwijzingen door een psychologenpraktijk. Het college oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld en zich juist heeft ingespannen om passende hulp voor klagers te organiseren. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt dat de huisarts steeds in overleg met klager heeft gehandeld, hem voldoende heeft geïnformeerd en diens instemming heeft verkregen voor de verwijzing naar de specialistische GGZ. Van een verwijzing buiten klager om of van tegenstrijdige verklaringen is geen sprake. Ook het medisch dossier is adequaat bijgehouden en voldoet aan de wettelijke eisen. Voor zover klachten zien op handelen van andere zorgverleners binnen de praktijk, geldt dat de huisarts daarvoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:5
Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2884
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:86
Ongegrond klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klager was opgenomen op de high intensive care van een GGZ-instelling. De verpleegkundig specialist was zijn regiebehandelaar. Klager is van mening dat de verpleegkundig specialist hem niet serieus heeft genomen en dat daardoor ten onrechte de diagnose waanstoornis is gesteld, medicatie is voorgeschreven en een crisismaatregel is opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:86 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:86
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-873/DB/ZWB
- Datum publicatie: 28-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:51
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij heeft nagelaten tijdig voorafgaand aan de betekening door de deurwaarder een afschrift van de dagvaarding aan klaagsters advocaat te sturen. In de uitspraak van het Hof van Discipline van 13 februari 2026 heeft het Hof in de omstandigheid dat lang onduidelijkheid heeft bestaan over het al dan niet moeten toesturen van de concept dagvaarding aan de advocaat van de wederpartij, aanleiding gezien om geen maatregel op te leggen. Omdat verweerder in deze zaak echter zijn expliciete toezegging, om de dagvaarding te doen betekenen aan het kantooradres van klaagsters advocaat, niet is nagekomen, acht de raad een waarschuwing toch een passende maatregel.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-003/DB/LI/D
- Datum publicatie: 28-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:52
Dekenbezwaar. Afhechtingsadvocaat. Verweerster heeft in de jaren 2023 en 2024 bij de behandeling van een zeer groot aantal echtscheidingszaken gehandeld in strijd met (A) de kernwaarden integriteit, partijdigheid en deskundigheid , (B) het bepaalde in de artikelen 7.1, 7.5 en 7.11 Voda en (C) de gedragsregels 1, 2, 12, 13 lid 2, 14, 16, 17 en 18. Verweerster heeft namelijk: (1) de opdracht niet of niet deugdelijk schriftelijk vastgelegd, (2) de identiteit van de cliënten niet of niet deugdelijk vastgesteld, (3) het contact met haar cliënten beperkt tot het voeren van een telefoongesprek, waarvan de inhoud niet of onvoldoende schriftelijk is vastgelegd, (4) haar cliënten niet of onvoldoende geïnformeerd over de te verwachten kosten en de mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp, (5) zich onvoldoende rekenschap gegeven van en onvoldoende invulling gegeven aan de verzwaarde zorgplicht die op haar rust als gemeenschappelijk echtscheidingsadvocaat, doordat zij zich er niet (voldoende) van heeft vergewist dat beide partijen de inhoud en de juridische consequenties van de overeengekomen regeling begrijpen; (6) teveel geleund op de mediators en de inhoud van de door de mediators vervaardigde stukken onvoldoende gecontroleerd en, waar nodig, gecorrigeerd. Gegrond. Schorsing voor de duur van 20 weken, waarvan 18 voorwaardelijk
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:121 Hof van Discipline 's Gravenhage 230307
- Datum publicatie: 28-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:121
Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat die klagers heeft bijgestaan in een procedure die tot doel had dat de bestuursleden van een vereniging in het handelsregister werden ingeschreven. Het hof is net als de raad van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken en bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:122 Hof van Discipline 's Gravenhage 250242
- Datum publicatie: 28-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:122
Beklag artikel 13 ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:123 Hof van Discipline 's Gravenhage 250251
- Datum publicatie: 28-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:123
Beklag artikel 13 ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:85 Raad van Discipline Amsterdam 26-036/A/A
- Datum publicatie: 24-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:85
Raadsbeslissing; klacht gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft zijn declaraties rechtstreeks bij DAS ingediend zonder deze eerst aan klager voor te leggen. Met zijn handelwijze miskent verweerder dat, hoewel de kosten door DAS worden gedragen, zijn opdrachtgever niet DAS is, maar klager, als de verzekerde. Het had op de weg van verweerder gelegen om klager een opdrachtbevestiging te sturen met (onder meer) duidelijke prijsafspraken ter zake van zijn werkzaamheden en klager periodiek declaraties te sturen waaruit klager de kosten en het uurtarief had kunnen afleiden. Door dit na te laten heeft verweerder niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Voor dit verwijt acht de raad een waarschuwing passend.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8687
- Datum publicatie: 24-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:95
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Onder supervisie van een verzekeringsarts (verweerder in zaak A2025/8689) heeft de AIOS medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster verwijt de AIOS dat zij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de AIOS op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8656
- Datum publicatie: 24-04-2026
- Datum uitspraak: 23-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61
Kennelijk ongegronde klacht van een nabestaande tegen een verpleegkundige. De (wijk)verpleegkundige is in de nacht voorafgaand aan het overlijden bij patiënte geweest op verzoek van klager, wegens buikpijn. De verpleegkundige is kort bij patiënte geweest en is weer weggegaan. Klager verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij geen adequate controles heeft gedaan en de situatie niet goed heeft ingeschat.