ECLI:NL:TGDKG:2026:45 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769351 / DW RK 25/164 KM/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:45 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-04-2026 |
| Datum publicatie: | 29-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/769351 / DW RK 25/164 KM/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. De gerechtsdeurwaarder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt voor het te laat en niet volledig reageren. Dat de gerechtsdeurwaarder gebruik maakt van twee verschillende e-mailadressen is niet tuchtrechtelijk laakbaar. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 29 april 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/769351 / DW RK 25/164 KM/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij brief met bijlagen, ingekomen op 16 mei 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 7 juli 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.
Klager heeft zijn klacht aangevuld bij e-mails met bijlagen, ingekomen op
2 en 6 maart 2026. De gerechtsdeurwaarder heeft zijn verweer aangevuld bij e-mail, ingekomen op 11 maart 2026. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025 alwaar klager is verschenen. De gerechtsdeurwaarder is, met kennisgeving, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 april 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij brief van 18 februari 2025 is klager gesommeerd tot betaling van de openstaande vordering betreffende dossiernummer 60463704 over te gaan.
- Op 20 februari 2025 heeft klager via het contactformulier op de website van de gerechtsdeurwaarder verzocht om een specificatie van de gestelde huurachterstand.
- Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 7 maart 2025 gereageerd.
- Bij e-mail van 8 maart 2025 heeft klager verzocht om een overzicht met daarin wat per maand is gebeurd, vanaf de eerste gebeurtenis die mogelijk invloed kan hebben gehad op de geldende huurprijs/voorschot servicekosten. Klager heeft hierbij tevens verzocht om overzichten van dossiernummers PL090349 en PL090587.
- Op 10 maart 2025 heeft klager als aanvulling op zijn e-mail van 8 maart 2025 nog verzocht om een beschrijving van de vordering die voldoet aan de geldende wetgeving.
- Op 11 maart 2025 heeft klager (nogmaals) verzocht om inzage in dossiernummer PL090349. Klager heeft zijn verzoek bij e-mail van
19 maart 2025 herhaald.
- Bij e-mail van 11 maart 2025 heeft klager een klacht bij de gerechtsdeurwaarder ingediend over de onzorgvuldige werkwijze met betrekking tot dossiernummers PL0903049 en PL090587 en de aanmaning van dossiernummer 60463704. Op 15 maart 2025 heeft klager zijn klacht herhaald en aangevuld.
- Bij e-mail van 13 maart 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klager een overzicht van de opbouw van de huurachterstand in dossiernummer 60463704 verstrekt met het verzoek aan klager om dat te controleren.
- Op 14 maart 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder (nogmaals) verzocht de vordering te controleren.
- Bij e-mail van 15 maart 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder gevraagd of hij dossiernummer 60463704 nog steeds in behandeling heeft, namens de verhuurder optreedt, welk bedrag de gerechtsdeurwaarder namens de verhuurder incasseert en op basis van welke wettelijke of contractuele grondslag.
- Bij e-mail van 8 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht van klager gereageerd.
- Bij e-mail van 29 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd dat het dossier van klager wordt gesloten.
- Op 29 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd over de sluiting van het dossier.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat:
a: de gerechtsdeurwaarder de klacht van klager nooit formeel heeft bevestigd en niet binnen twee weken inhoudelijk op de klacht van klager heeft gereageerd;
b: de gerechtsdeurwaarder weigert of verzuimt een gespecificeerd overzicht te geven waaruit blijkt waarom een huurverhoging is toegepast zonder rechtsgeldig voorstel en hoe de servicekosten zijn berekend;
c: de gerechtsdeurwaarder geen duidelijk antwoord heeft gegeven op de vraag van klager of hij in dossiernummer 60463704 nog gegevens namens de verhuurder incasseert;
d: de gerechtsdeurwaarder twee verschillende e-mailadressen hanteert en weigert dit te corrigeren;
e: de gerechtsdeurwaarder weigert acht te slaan op de door klager aangehaalde uitspraak van de Huurcommissie;
f: in de aanmaning van 18 februari 2025 niet expliciet vermeld staat dat klager bezwaar kan maken tegen de vordering zelf.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet (Gdw) aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet, de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening of in strijd met wat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 Gdw oplevert.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdelen a en c wordt het volgende overwogen. Van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij e-mails met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn, te weten ongeveer twee weken, beantwoordt. Uit de overgelegde producties blijkt dat klager op
11 maart 2025 een klacht bij de gerechtsdeurwaarder heeft ingediend. Klager heeft zijn klacht aangevuld op 15 maart 2025 via het contactformulier op de website van het gerechtsdeurwaarderskantoor. Tevens heeft klager bij aparte e-mail van 15 maart 2025 verzocht om nadere informatie met betrekking tot dossiernummer 60463704. Pas op 8 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht van klager en de
e-mail van klager van 15 maart 2025 gereageerd. Nu ruim na twee weken op de klacht van klager en het verzoek om nadere informatie is gereageerd, is dit klachtonderdeel terecht voorgesteld.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer dat uit de overgelegde producties blijkt dat klager de gerechtsdeurwaarder op 8 maart 2025 heeft verzocht om een maandoverzicht, omdat hij van mening is dat een huurachterstand direct op
1 juli 2024 nooit kan kloppen. Ook heeft klager verzocht om overzichten van twee dossiers, omdat erg veel variatie in de bedragen zit en dit niet strookt met de verklaring van de opdrachtgever. Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder klager weliswaar op 13 maart 2025 een overzicht van de opbouw van de huurachterstand vanaf 1 juli 2024 verstrekt, maar niet alle door klager verzochte informatie. Hoewel het begrijpelijk is dat het voor de gerechtsdeurwaarder misschien niet helemaal duidelijk was welke informatie klager precies wilde hebben, had het wel op zijn weg gelegen om te reageren op wat klager naar voren had gebracht. Nu de gerechtsdeurwaarder niet op alles is ingegaan waar klager om heeft verzocht, is dit klachtonderdeel terecht voorgesteld.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel d overweegt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt door gebruik te maken van twee verschillende e-mailadressen. Niet valt in te zien op welke wijze klager daarmee in zijn belangen wordt geschaad. Dit klachtonderdeel stuit hierop af.
5.5 Ten aanzien van klachtonderdeel e heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn e-mail van 8 april 2025 aangegeven dat de opdrachtgever niet bekend is met de door klager aangehaalde uitspraak van de Huurcommissie en deze uitspraak ook niet kan terugvinden bij de Huurcommissie. De gerechtsdeurwaarder heeft daarom aan klager verzocht hem de uitspraak toe te zenden. Dat de gerechtsdeurwaarder hiermee zou weigeren acht te slaan op de uitspraak, is dan ook niet gebleken.
5.6 Ten aanzien van klachtonderdeel f overweegt de kamer dat in de aanmaning van 18 februari 2025 weliswaar niet expliciet staat vermeld dat klager bezwaar kan maken tegen de vordering, maar dat uit de overgelegde producties blijkt dat de gerechtsdeurwaarder klager voorafgaand aan het versturen van aanmaningen een zogenaamde “profitletter” heeft gestuurd waarin wordt aangegeven dat klager bij bezwaar tegen de vordering contact kan opnemen met de opdrachtgever. Er kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt op dit klachtonderdeel.
5.7 Ten aanzien van de verzoeken van klager om de gerechtsdeurwaarder op te dragen binnen twee weken stukken te overleggen waaruit blijkt dat hij voldoende onderzoek heeft gedaan om over te kunnen gaan tot incasseren, de klachtenregeling en website aan te passen en om voortaan de mogelijkheid tot bezwaar duidelijk te vermelden in incassobrieven, overweegt de kamer dat dit geen kwesties zijn die in dit geval ter beoordeling aan de tuchtrechter kunnen worden voorgelegd.
5.8 De kamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond voor wat betreft het te laat (onderdelen a en c) en niet volledig (onderdeel b) reageren door de gerechtsdeurwaarder. De kamer acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. De kamer betrekt hierbij dat klager veel elkaar snel opvolgende e-mailberichten en contactformulieren via de website van de gerechtsdeurwaarder aan de gerechtsdeurwaarder heeft gestuurd en daarbij gebruik heeft gemaakt van verschillende e-mailadressen, waarbij ook niet altijd duidelijk was welke informatie klager wilde hebben. Bij deze stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten van de kamer voor de behandeling van de klacht. Omdat de klacht (gedeeltelijk) gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel het betaalde griffierecht aan klager te vergoeden, alsmede de door klager gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.
5.9 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart klachtonderdelen a, b en c gegrond;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- legt aan de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, begroot op
€ 50, te betalen nadat de beslissing onherroepelijk is geworden; - bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht
ad € 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, mr. B. Brokkaar en mr. A.W. Veth, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 april 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.