ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:5
Datum uitspraak: 15-04-2026
Datum publicatie: 29-04-2026
Zaaknummer(s): 26-9 en (eerder) 25-56
Onderwerp:
  • Registergoed, subonderwerp: leveringsakte
  • Ondernemingsrecht, subonderwerp: BV/NV
Beslissingen: Verzet ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 15 april 2026 op het verzet onder nummer 26-9 tegen de afwijzende beslissing d.d. 30 december 2025 van de voorzitter van de kamer als bedoeld in artikel 99 lid 15 van de Wet op het notarisambt inzake klacht onder nummer 25-56, welk verzet is ingesteld door:

P.J. Leggett, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het vermogen van Phoenix Global DMCC,

en

Phoenix Global DMCC, in liquidatie,

hierna ook te noemen: klagers,

gemachtigden: mrs. E.C. Netten, F.A. van de Wakker en J.E.S. Hamster, advocaten te Amsterdam,

tegen

mr. [naam notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: de notaris,

gemachtigden: mrs. F.T. Serraris en M.A.G. Bosman, advocaten te Amsterdam.

De procedure

Het verzetschrift is ingekomen op 29 januari 2026.

De mondelinge behandeling van het verzet heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij was namens klagers mr. Hamster aanwezig. Namens de notaris was mr. Bosman aanwezig. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt. Namens klagers zijn pleitnotities overgelegd.

Het verzet

Klagers zijn het niet eens met het oordeel van de voorzitter dat de vervaltermijn is aangevangen op het moment van het passeren van de akte van levering op 24 april 2020, waarbij Phoenix Global DMCC (hierna: Phoenix) de aandelen in Swiss Sustainable Agri Holdings B.V. heeft overgedragen aan Ancile Securities Company Limited (hierna: Ancile). De voorzitter miskent dat de klacht niet ziet op het passeren van de akte, maar op de wijze waarop de notaris de verplichtingen rondom het passeren van de akte is nagekomen. Het gaat om het moment waarop klagers als vereffenaar bekend zijn geworden met het handelen en of nalaten van de notaris.

Van belang zijn het moment waarop de vereffenaar bekend werd met het feit dat de notaris

-           had nagelaten de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger van Phoenix adequaat te controleren;

-           had nagelaten de fundamentele koerswijziging van “overdracht ten titel van zekerheid” naar “overdracht ten titel van koop” af te stemmen met de bestuurders of andere vertegenwoordigers van Phoenix;

-           had geadviseerd om van de overeenkomst tot zekerheid een koop/verkoop te maken;

-           had nagelaten een verhoogde waakzaamheid te betrachten rondom de transactie vanwege de vele red flags.

Deze momenten vallen niet samen met het delen van de akte van levering. Uit de tekst van de akte van levering blijkt niet dat er mogelijk sprake was van verwijtbaar handelen of nalaten van de notaris. Pas tijdens de door de vereffenaar geëntameerde procedure tot vernietiging van de aandelenoverdracht op grond van het fiduciaverbod raakte hij ervan op de hoogte dat er mogelijk sprake was van verwijtbaar handelen of nalaten van de notaris. Bij de conclusie van antwoord van Ancile werden op 14 februari 2023 de volgende stukken overgelegd:

-           de volmacht van [X]. Hieruit heeft de vereffenaar kunnen opmerken dat een toereikende volmacht ontbrak en dat de notaris heeft nagelaten dit adequaat te controleren;

-           een e-mail van [Y] aan de notaris van 23 april 2020. Hierin wordt plotseling voorgesteld de aankoopprijs te verrekenen tegen een vordering van een andere Ancile entiteit;

-           een e-mail van [Z] aan [Y] van 22 april 2020. Hierin wordt aangegeven dat de onderneming onmiddellijk zal worden verhangen.

Tijdens de zitting op 4 september 2023 van de fiducia-procedure werden diverse getuigen gehoord, waaronder de notaris. Voor deze getuigenverhoren was de vereffenaar niet op de hoogte van het nalatig handelen van de notaris. Aan eerdere verzoeken van klagers om relevante informatie werd door de notaris vanwege een beroep op de geheimhouding niet voldaan.

De vereffenaar kan geen stilzitten worden verweten. De notaris mocht niet rechtmatig in de veronderstelling verkeren dat zijn handelen geen onderwerp van onderzoek zou worden. In maart 2023 werd hem daar expliciet naar gevraagd en op 18 augustus 2023 werd hij opgeroepen te getuigen. Op 3 februari 2024 kwamen de vereffenaar en de notaris een verlenging overeen van de contractuele vervaltermijn voor het instellen van een schadevergoedingsvordering uit hoofde van aansprakelijkheid, met behoud van alle aan de notaris toekomende verweren.

Klagers hebben pas op 15 januari 2026 een afschrift ontvangen van de voorzittersbeslissing. Door overmacht hebben klagers niet tijdig een verzetschrift kunnen indienen.

De beoordeling van het verzet

Het verzetschrift is op 29 januari 2026 door klagers ingediend. Zij hebben aangetoond dat zij pas op 15 januari 2026 per post een afschrift van de voorzittersbeslissing hebben ontvangen. Hoewel de verzettermijn van veertien dagen na de dag van verzending van de beslissing op 30 december 2025 is verstreken, is de kamer van oordeel dat onder deze bijzondere omstandigheden het verzet tijdig is ingesteld.

De kamer verwijst voor de feiten en de inhoud van de klacht naar hetgeen in de beslissing van 30 december 2025 is overwogen.

In artikel 99 lid 21 van de Wet op het notarisambt (Wna) staat dat een klacht kan worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven kennis heeft genomen.

Net als de voorzitter komt de kamer tot het oordeel dat de klacht in al haar onderdelen ziet op (het passeren van) de akte van levering van 24 april 2020 en de gang van zaken daaraan voorafgaand. Aan de vier door klagers genoemde momenten komt geen zelfstandige betekenis toe in het kader van de klachttermijn. Het komt immers neer op de vraag of de notaris klachtwaardig heeft gehandeld door deze akte te passeren. Klagers kunnen de klachttermijn daarom niet oprekken door andere gedragingen van de notaris die geleid hebben tot die akte als onderwerp van de klacht te nemen. Met de inhoud van de akte, het passeren ervan en de gang van zaken eraan voorafgaand was Phoenix bekend op 24 april 2020. Zij was immers partij bij de akte.

De kamer volgt de voorzitter in zijn oordeel dat het moment van wetenschap van Phoenix eveneens geldt voor de vereffenaar en dat voor hem geen eigen klachttermijn gaat lopen. Een vereffenaar is immers een door de algemene vergadering van aandeelhouders van Phoenix zelf benoemde functionaris en daarmee een orgaan van Phoenix. Haar kennis wordt derhalve aan de vereffenaar toegerekend. De vereffenaar is bovendien belast met de vereffening van de vennootschap, waaronder het inventariseren van de activa en passiva, het voldoen van de schulden, het afwikkelen van lopende verplichtingen en, voor zover mogelijk, het verdelen van het batig saldo onder de aandeelhouders, teneinde de vennootschap rechtsgeldig te ontbinden. Hij dient daarmee de belangen van de vennootschap en heeft geen zelfstandig belang.

Daarbij komt nog dat de vereffenaar op 31 mei 2022 een verklaring voor recht heeft gevorderd dat de transactie van 24 april 2020 nietig is. Kennelijk was de vereffenaar op dat moment (al enige tijd) bekend met de inhoud van de akte van levering die door de notaris was gepasseerd op 24 april 2020 en moet hebben begrepen dat daaraan handelen of nalaten van de notaris vooraf was gegaan. Als voor hem een eigen klachttermijn zou gelden, dan heeft ook de vereffenaar meer dan drie jaar gewacht met het indienen van de klacht.

De kamer is van oordeel dat het verzet ongegrond is.

De beslissing

De kamer voor het notariaat voormeld verklaart het verzet ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. F.A.M. Veraart, voorzitter, S.L.M. Staals, en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, secretaris, in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Op grond van artikel 99 lid 19 Wna staat tegen de beslissing van de kamer tot niet-ontvankelijkverklaring of ongegrondverklaring van het verzet geen rechtsmiddel open.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 30 december 2025 van de voorzitter van de kamer als bedoeld in artikel 99, elfde lid, van de Wet op het notarisambt inzake de klacht onder nummer 25-56 van:

P.J. Leggett, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het vermogen van Phoenix Global DMCC,

en

Phoenix Global DMCC, in liquidation,

hierna ook te noemen: klagers,

gemachtigden: mrs. E.C. Netten, F.A. van de Wakker en J.E.S. Hamster, advocaten te Amsterdam,

tegen

mr. [naam notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

hierna ook te noemen: de notaris,

gemachtigden: mrs. F.T. Serraris en M.A.G. Bosman, advocaten te Amsterdam.

De procedure

De voorzitter heeft kennisgenomen van:

  • het klaagschrift, met bijlagen, ingekomen op 12 augustus 2025,
  • het verweerschrift, met bijlagen.

De feiten

De Phoenix Group is een internationaal opererend concern dat zich bezighoudt met de handel in agrarische producten en grondstoffen. Onderdeel van deze groep is Phoenix Global DMCC (hierna: Phoenix DMCC), een van de primaire werkmaatschappijen binnen de Phoenix Group.

Op 1 juni 2016 is Swiss Sustainable Agri Holdings B.V. (hierna: de vennootschap) opgericht, waarin Phoenix DMCC 100% van de aandelen hield (hierna: de aandelen). Bij oprichting had de vennootschap de naam Phoenix Green Farms B.V.

De externe financiers van de Phoenix Group zijn onder andere Ancile Investment en Ancile Securities (hierna tezamen aangeduid als: de Ancile entiteiten). De Ancile entiteiten zijn nauw verbonden met de Phoenix Group.

Op 11 maart 2020 sluiten de Ancile entiteiten met Phoenix DMCC een suretyship agreement (hierna: de overeenkomst).

Op 24 april 2020 heeft de notaris de akte van levering gepasseerd, waarbij de aandelen in de vennootschap door Phoenix DMCC aan Ancile Securities zijn geleverd.

Op 9 juni 2020 zijn P.J. Leggett (hierna: de vereffenaar) en M.D. Smith benoemd als gemeenschappelijk vereffenaar van Phoenix DMCC. Op 31 maart 2021 heeft Smith zich als vereffenaar teruggetrokken.

Op 31 mei 2022 heeft de vereffenaar een procedure geëntameerd waarmee hij beoogde de aandelenoverdracht te vernietigen op grond van het fiduciaverbod.

De klacht en het verweer van de notaris

Klagers verwijten de notaris het volgende:

1.      de notaris heeft nagelaten de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger van de verkoper adequaat te controleren en daarmee een transactie tot stand gebracht die buiten de verleende volmacht ging;

2.      als er al een toereikende volmacht was, dan had de notaris de fundamentele koerswijziging moeten afstemmen met de bestuurders of andere vertegenwoordigers van Phoenix DMCC en niet enkel op basis van deze volmacht kunnen passeren;

3.      het advies van de notaris om van de overeenkomst tot zekerheid een koop/verkoop te maken was onzorgvuldig jegens Phoenix DMCC;

4.      er waren andere aspecten aan de transactie waar de notaris mee bekend was en die een verhoogde waakzaamheid met zich mee brachten.

De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat hierna - voor zover nodig  - zal worden besproken.

De beoordeling

Volgens artikel 99 lid 21 Wna een klacht worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven kennis heeft genomen. Indien de klacht daarna wordt ingediend, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard, tenzij de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor indiening één jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.

Uit jurisprudentie volgt dat niet is vereist dat de klager ook bekend is met de juridische (of tuchtrechtelijke) beoordeling van het handelen of nalaten: de termijn begint niet pas te lopen op het moment dat klager zich realiseert dat de notaris mogelijk iets niet goed heeft gedaan. De objectieve kennis van het handelen of nalaten is bepalend. Voor aanvang van deze termijn is niet bepalend op welk moment de klager zich subjectief bewust was van de gevolgen waarover hij klaagt; bepalend is wat op enig moment redelijkerwijs bekend was over deze gevolgen en om die reden bij klager bekend verondersteld mocht worden.

Het stellen van deze termijn is onder meer ingegeven vanuit de gedachte dat de notaris niet tot in de lengte van jaren moet kunnen worden achtervolgd met onderzoeken naar zijn handelen.

De klacht ziet in al haar onderdelen op (het passeren van) de akte van levering van 24 april 2020 en de gang van zaken daaraan voorafgaand.

Vast staat dat de notaris op 24 april 2020 de gewraakte akte van levering heeft gepasseerd. Bekendheid met het verweten handelen wordt vanaf dit moment verondersteld. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat die bekendheid er niet was; het concept van de leveringsakte is op 22 april 2020 gedeeld met [W] en op 23 april 2020 met [X], respectievelijk vertegenwoordiger en gevolmachtigde van Phoenix DMCC. Het moment van wetenschap van Phoenix DMCC geldt eveneens voor haar vereffenaar. Voor hem gaat niet een eigen klachttermijn lopen.

Ten overvloede overweegt de voorzitter dat ook een eigen klachttermijn de vereffenaar niet zou hebben gebaat. In het feitenrelaas, productie 2 bij de klacht, staat vermeld dat hij op 31 mei 2022 een procedure entameerde om de aandelenoverdracht te vernietigen. Ook komt uit de stukken in het dossier naar voren dat hij eerder al de bewuste akte van levering verstrekt kreeg.

De klacht is meer dan drie jaar na 24 april 2020 (en ook meer dan drie jaar na 31 mei 2022) binnengekomen.

De klacht is reeds daarom niet-ontvankelijk. Redenen om de niet-ontvankelijkverklaring achterwege te laten zijn er niet.

De beslissing

De voorzitter van genoemde Kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. G.H.M. Smelt, fgd. voorzitter, op 30 december 2025.

Kopie van deze beslissing wordt aan partijen gezonden, aan klagers bij aangetekende brief.

Klagers kunnen, indien zij daartoe aanleiding vinden, binnen veertien dagen na de dag van verzending van de kopie van deze beslissing schriftelijk verzet doen bij de kamer voor het notariaat. In geval van verzet dienen klagers gemotiveerd aan te geven met welke overwegingen van de voorzitter zij zich niet kunnen verenigen en kunnen klagers daarbij vragen over hun verzet te worden gehoord.