ECLI:NL:TGZCTG:2026:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2994

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:87
Datum uitspraak: 29-04-2026
Datum publicatie: 29-04-2026
Zaaknummer(s): C2025/2994
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met de huisarts die op dat moment als waarnemer werkte. Klaagster en haar echtgenoot (klager) verwijten de huisarts onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het Regionaal Tuchtcollege in ‘s-Hertogenbosch heeft klager in drie klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klagers verwerpen.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2994 van:

A., wonende te B.,

appellante, klaagster in eerste aanleg,

hierna: klaagster,

en

C, wonende te B.,

appellant, klager in eerste aanleg,

hierna: klager,

tegen

D., huisarts,

(destijds) werkzaam te E.,

verweerster in beide instanties,

hierna: de huisarts,

gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, werkzaam te Utrecht.           

1.         De kern van de zaak

1.1       Klaagster had op 2 november 2020 een dubbelconsult bij de huisarts. De huisarts werkte destijds als waarnemer in de praktijk van de eigen huisarts van klaagster. Klaagster uitte meerdere klachten. Een familielid, dermatoloog, had haar uitgelegd dat zij vanwege die klachten moest worden doorverwezen naar een KNO-arts en naar een neuroloog. De huisarts verwees haar alleen naar een KNO-arts. Klaagster was daar boos over, want zij wenste twee doorverwijzingen, en verliet de spreekkamer. De echtgenoot van klaagster (klager) heeft naar aanleiding van dit consult telefonisch contact opgenomen met de praktijk, omdat hij de huisarts wilde spreken over (onder andere) het feit dat zij klaagster niet ook naar een neuroloog door wilde verwijzen. In het telefoongesprek van diezelfde dag met klager legde de huisarts haar beleid nogmaals uit. Volgens klagers heeft de huisarts klaagster onheus en gejaagd bejegend, heeft zij onvoldoende onderzoek verricht en een verkeerde diagnose gesteld en heeft ze klaagster onterecht niet ook verwezen naar een neuroloog. In de verwijsbrief aan de KNO-arts heeft de huisarts bovendien smadelijke gegevens over klagers opgenomen en daarmee onder meer haar beroepsgeheim geschonden. Tot slot heeft de huisarts ook de privacy van klagers geschonden door onbevoegd gebruik te maken van de UZI-pas van een collega-waarneemster, die daardoor toegang had tot het dossier van klaagster.    

1.2       Het Regionaal Tuchtcollege in ‘s-Hertogenbosch heeft op 27 augustus 2025 klager niet-ontvankelijk verklaard in de klachtonderdelen a, b en f, en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klagers verwerpen.

2.         Verloop van de procedure in beroep

2.1       Klagers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in ‘s-Hertogenbosch van 27 augustus 2025 met nummer H2024/7373  (ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99).

2.2       Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de inhoud van het dossier bij het Regionaal Tuchtcollege, van het beroepschrift en het verweerschrift in beroep.

2.3       De zaak is op de zitting van het Centraal Tuchtcollege van 25 maart 2026 behandeld. Partijen zijn op de zitting verschenen. De huisarts werd bijgestaan door mr. Muntinga. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen die klager daarbij heeft gebruikt, zijn aan het dossier toegevoegd.

3.         De feiten

3.1       Het Centraal Tuchtcollege gaat net als het Regionaal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.

3.2       De huisarts heeft als waarnemer klaagster op 2 november 2020 in een uitgesteld (dubbel)consult gesproken.

3.3       In het dossier staat daarover het volgende genoteerd [letterlijk citaat]:

CONTACT:

Referentie nummer: 31

Lokale code: 03 consult ( WCIA14V3 – NHG )

Datum: 02-11-2020

01 47 Subjectief Ongeclassificeerd       [naam huisarts]: geagiteerde patiente met een lijst aanklachten en eist twee verwijzingen naar de KNoarts en naar de neuroloog maar weet niet naar welke. Heeft een arts geraadpleegd in het

[naam ziekenhuis] Dr [naam arts] een professor die zegt dat ze naar allebei de specialismen tegelijk moet. Heeft lang gewacht met komen naar de Ha vanwege angst voor covid. ziektebeloop: september bulten nek

en hoofd. oktoberhard geluid continue in het linkeroor. Verteltook dat ze in 2019 draaiduizelig is geweest met verlammingen.

Referentie: 19

01 48 Objectief     Ongeclassificeerd    RR 180/100 mm Hg ( boos) KNO ADs gave

TvHZglobaal intact, pupilreacties op licht

isocoorconsensueel; coordinatie, kracht ,gevoel

,ganggeen afw; Barree ook geen afwijkingen.

Referentie: 19

01 50 Plan            Ongeclassificeerd    Dd tinnitus, hoofdpijn, geen manueel

                                                           therapiegedaan, neusspray continue gebruikt,

                                                           eerste vwbKNO arts maken patiente belt door naar welkziekenhuis ze wilt gaan, verlaat de spreekkamer zeer boos op mij omdat ik de verwijsbrieveneen voor een maak, ik denk dat het meer zin heeft de specialisten een voor een dan tegelijkertijd raad te plegen, en wanneer dat toch medisch noodzakelijk mocht zijn kan de kno arts ook interndoorverwijzen. nu geen medische indicatie voorspoed consultatie neuroloog

                                                           gevonden

Referentie: 19

01 49 Evaluatie Diagnose tinnitus

Referentie: 19

            --------

            Diagnose: H03.00 Oorsuizen/tinnitus ( ICPC1V02 - NHG )

            --------

CONTACT:

Referentie nummer: 32

Lokale code: 03 consult ( WCIA14V3 – NHG )

Datum: 02-11-2020

01 51 Subjectief    Ongeclassificeerd    [naam huisarts] : tc ( DA: echtgenoot terugbellen[telefoonnummer]); teruggebeld met de echtgenoot, alles uitgelegd waarom dit zo gelopem is, dat er een verwijzing is naar de KNo arts en geen

Indicastie voor een spoedverwijzing naar de

neuroloog zoals patiente en echtgenoot wensen.

Echtgenoot concludeert dat ze niet content zijn en dat hier mogelijk een klacht van komt.

Referentie: 19

CONTACT:

Referentie nummer: 33

Lokale code: 05 telefonisch conta ( WCIA14V3 - NHG )

Datum: 02-11-2020

01 52 Subjectief    Ongeclassificeerd    echtgenoot:wil een verwijzing naar kno-arts in[naam ziekenhuis], dr. [naam arts]. Hoe krijgen

                                                           ze de verwijsbrief? Hoe horen ze iets over de afspraak?Al aan de huisarts doorgegeven om

`                                                         terug gebeld te worden?

Referentie: 19

01 53 Plan            Ongeclassificeerd    uitleg dat de verwijzing digitaal gaat via

                                               Een beveiligde site. Vanuit [plaatsnaam] komt er dan bericht of ze haar kunnen helpen en wanneer. Toegezegd om een kopie van het zorgdomein nummernaar hun toe te mailen.

                                               Gevraagd of er vanuit de zorgverzekering

                                               toestemming is om hiernaar toe te gaan -> mevr. moet hierheen en zal dit dan verder met de verzekering regelen. Huisarts nog niet terug gezien maar ik zal het doorgeven.

Referentie: 19

CONTACT:

Referentie nummer: 34

Lokale code: 05 telefonisch conta ( WCIA14V3 - NHG )

Datum: 02-11-2020

01 54 Subjectief    Ongeclassificeerd    echtgenoot eist teruggebeld te worden door de huisarts. Gaat haar anders helemaal door de mangeltrekken. Hun zijn de klant.

Referentie: 19”

3.4       In de verwijsbrief aan de KNO-arts van diezelfde datum staat onder meer vermeld [letterlijk citaat, lay-out aangepast]:

Kerndeel

02-11-2020 17:01

Geachte collega,

Reden van verwijzing,vraagstelling

al langer tinnitus klachten linkeroor, gebruikt chronisch neusspray zonder effect, alsof er een trein door het oor raast, non stop en hoofdpijn, gehoor goed, neurol global zonder afw, graag uw verdere diagnostiek

Journaal Overige journaalinformatie zie journaal

(S) – [naam huisarts]: patiente komt met een lijst aan klachten en eist twee verwijzingen naar de KNo arts en naar de neuroloog maar weet niet naar welke. Heeft een arts geraadpleegd in het [naam ziekenhuis] Dr [naam arts] een professor die zegt dat ze naar allebei de specialismen tegelijk moet. Heeft lang gewacht met komen naar de Ha vanwege angst voor covid. ziekte beloop: september bulten nek en hoofd. oktober hard geluid continue in het linkeroor. Vertelt ook dat ze in 2019 draaiduizelig is geweest met verlammingen.

deelcontact 02-11-2020

(0) - Rr 180/100 mm Hg ( boos) KNo ADs gave Tv HZ lobaal intact coordinatie kracht gevoel gang geen afw

(E) - tinnitus

(P) - Dd tinnitus, hoofdpijn, geen manueel therapie gedaan, neusspray continue gebruikt, eerste vwb KNo arts maken patiente belt door naar welk ziekenhuis ze wilt gaan, verlaat de spreekkamer zeer boos op mij omdat ik de verwijsbrieven liever een voor een maak, ik denk dat het meer zin heeft de specialisten een voor een dan tegelijkertijd raad te plegen

deelcontact 02-11-2020

(S) – [naam huisarts] : tc ( DA: echtgenoot terugbellen [telefoonnummer])

deelcontact 02-11-2020

(S) echtgenoot:wil een verwijzing naar kno-arts in [naam ziekenhuis, dr. [naam arts]. Hoe krijgen ze de verwijsbrief? Hoe horen ze iets over de afspraak? Al aan de huisarts doorgegeven om terug gebeld te worden?

(P) - uitleg dat de verwijzing digitaal gaat via een beveiligde site. Vanuit [plaatsnaam] komt er dan bericht of ze haar kunnen helpen en wanneer. Toegezegd om een kopie van het zorgdomein nummer naar hun toe te mailen. Gevraagd of er vanuit de zorgverzekering toestemming is om hiernaar toe te gaan -> mevr. moet hierheen en zal dit dan verder met de verzekering regelen. Huisarts nog niet terug gezien maar ik zal het doorgeven.

deelcontact 02-11-2020

(S) - echtgenoot eist teruggebeld te worden door de huisarts. Gaat haar anders helemaal door de mangel trekken. Hun zijn de klant.

(….)

Procedurevoorstel                                Verdere diagnostiek

Contra-indicaties m.b.t medicatie         DEPRESSIE
(…)

3.5       Op 5 november 2020 werd klaagster gezien door de KNO-arts die zijn bevindingen

op 11 november 2020 aan de vaste huisarts van klaagster heeft teruggekoppeld. In zijn brief staat onder meer:

“(…) Bovengenoemde patiënte werd op 05-11-2020 gezien op de Polikliniek keel-, neus- en oorheelkunde vanwege oorsuizen links. Van een bevriend arts had zij het advies gekregen om een KNO-arts en een neuroloog te bezoeken en om een scan te vragen.

(…)

Beleid

Patiënte kreeg uitleg over tinnitus. De relatie met stress en vermoeidheid werd besproken. Er zijn in het geheel geen aanwijzingen dat er een maligniteit in het spel is; patiënte en haar

echtgenoot werden op dit punt gerustgesteld. Ik zie geen indicatie voor een scan, evenmin

voor een consult neuroloog. De mogelijkheid van intake bij onze tinnitus-psycholoog werd

besproken, maar daar wil zij nog over nadenken. Het lijkt mij raadzaam om de nekklachten te laten beoordelen door een fysiotherapeut. Mocht deze daartoe aanleiding zien, dan is een

consult neuroloog te overwegen.

Vanwege de neusverstopping werd patiënte aangeraden de neus te spoelen met fysiologisch

zout water. Bij terugkerende klachten is een allergietest geïndiceerd.(…)”

3.6       De huisarts heeft klaagster na 2 november 2020 niet meer op consult gehad. Ook zijn er sindsdien geen contacten meer geweest met klager.

4.         De klacht

4.1       Klagers verwijten de huisarts:

  1. handelen in strijd met de zorgplicht;
  2. ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgend zorgverlener;
  3. schending van het beroepsgeheim;
  4. schending van de privacy;
  5. het plegen van smaad en laster;
  6. ongeoorloofd systeemgebruik.

5.         Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over

5.1       Klagers zijn het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van de arts heeft tot doel dat klager alsnog ontvankelijk wordt verklaard in klachtonderdelen a, b en f en dat de klacht in zijn geheel gegrond wordt verklaard.

5.2       De huisarts heeft verweer gevoerd en verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klagers te verwerpen.

Ontvankelijkheid klager

5.3       Net als het Regionaal Tuchtcollege moet het Centraal Tuchtcollege eerst beoordelen of klager in de klacht kan worden ontvangen. In artikel 65 lid 1 sub a Wet BIG is bepaald dat een klacht aanhangig kan worden gemaakt door een rechtstreeks belanghebbende. Om als rechtstreeks belanghebbende te kunnen worden aangemerkt, dient sprake te zijn van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met het Regionaal Tuchtcollege dat klager niet-ontvankelijk is in de klachtonderdelen a, b en f omdat deze klachtonderdelen betrekking hebben op de zorgverlening aan klaagster en niet aan klager. Dat klager sinds het onaangename telefoonverkeer de huisartsenpraktijk heeft gemeden zoals klagers in het beroepschrift naar voren brengen, maakt de beoordeling van de ontvankelijkheid van klager in de klacht niet anders. Bij die beoordeling wordt namelijk gekeken naar het verweten handelen of nalaten en niet naar de gevolgen daarvan. Wat betreft de overige klachtonderdelen kan klager wel worden ontvangen in de klacht.

Toetsingskader

5.4       Die vraag die ook het Centraal Tuchtcollege moet beantwoorden is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is die van een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

Inhoudelijke beoordeling

5.5       Het Centraal Tuchtcollege komt op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht in alle onderdelen terecht ongegrond heeft verklaard.

5.6       Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgene wat het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen onder ‘5. De overwegingen van het college’ hier integraal over. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze overwegingen en sluit zich aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het beroepschrift en de toelichting van partijen op de zitting geven het Centraal Tuchtcollege wel aanleiding tot enkele aanvullende opmerkingen.

5.7       Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat ten tijde van het consult sprake was van een uitbraak van het coronavirus met de daarbij behorende beperkende maatregelen en bijzondere afspraken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht overwogen dat één van de afspraken binnen de zorg betrof dat met terughoudendheid moest worden doorverwezen naar de specialist en dat tenminste een noodzaak moest bestaan voor de doorverwijzing.
Klagers uiten in het klaagschrift en het beroepschrift kritiek op het handelen van de huisarts op een groot aantal detailpunten die noch individueel noch in onderlinge samenhang bezien leiden tot gegronde klachten. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld door uit de klachten van klaagster twee hoofdklachten te destilleren en van daar uit stapsgewijs beleid in te zetten. Zij heeft na (neurologisch) onderzoek kunnen oordelen dat op dat moment een verwijzing naar de KNO-arts volstond. Mocht de KNO-arts klaagster niet verder kunnen helpen, dan was het mogelijk geweest om klaagster door te verwijzen naar de neuroloog. In tegenstelling tot hetgeen klagers in beroep stellen heeft de huisarts de mogelijkheid om klaagster op een later moment -na onderzoek door de KNO-arts- naar een neuroloog te verwijzen uitdrukkelijk open gehouden. Nu ook de KNO-arts geen reden tot verwijzing zag is die verwijzing er uiteindelijk niet gekomen.

Conclusie

5.8       Het voorgaande betekent dat het beroep van klagers zal worden verworpen.

6.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is genomen door: R.C.A.M. Philippart, voorzitter, R.A. Boon en T. Dompeling, leden-juristen, en J. van Krimpen en D. van Sleeuwen, leden-beroepsgenoten en bijgestaan door E. van der Linde, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 april 2026.

            Voorzitter w.g.                                                                        Secretaris  w.g.