ECLI:NL:TGDKG:2026:48 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/774460 / DW RK 25/310 KM/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:48
Datum uitspraak: 29-04-2026
Datum publicatie: 29-04-2026
Zaaknummer(s): C/13/774460 / DW RK 25/310 KM/WdJ
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 29 april 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 5 augustus 2025 met zaaknummer C/13/768228 / DW RK 25/140 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/774460 / DW RK 25/310 KM/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klager,

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde.

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 22 april 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 12 juni 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd. Bij beslissing van 5 augustus 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op 21 augustus 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De gerechtsdeurwaarder heeft bij e-mail, ingekomen op 20 februari 2026, op het verzet gereageerd. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025 alwaar partijen, met kennisgeving, niet zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op

29 april 2026.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

2.1 Het verzet dient op grond van de wet[1] te worden ingediend binnen veertien dagen na verzending van de brief met de beslissing van de voorzitter. De beslissing is verzonden op 5 augustus 2025. De termijn voor het indienen van verzet startte daarmee op 6 augustus 2025 en eindigde op 19 augustus 2025. Bij brief, ter post bezorgd op 20 augustus 2025 en ingekomen op 21 augustus 2025, heeft klager verzet ingesteld. Dit is na afloop van de termijn van veertien dagen. Niet is gebleken van omstandigheden die deze termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager kan dan ook niet in zijn verzet worden ontvangen.

2.2 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, mr. B. Brokkaar en mr. A.W. Veth, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

29 april 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.

[1] Artikel 39 lid 2 Gerechtsdeurwaarderswet