ECLI:NL:TGDKG:2026:47 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777047 / DW RK 25/389 KM/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:47
Datum uitspraak: 29-04-2026
Datum publicatie: 29-04-2026
Zaaknummer(s): C/13/777047 / DW RK 25/389 KM/WdJ
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet niet-ontvankelijk, want niet tijdig ingediend.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 29 april 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 23 september 2025 met zaaknummer C/13/771471 / DW RK 25/216 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/777047 / DW RK 25/389 KM/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klaagster,

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde,

gemachtigde: [  ].

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij e-mail, ingekomen op 25 juni 2025, heeft klaagster een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 14 augustus 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij e-mails van 16 en 21 augustus 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder het verweerschrift aangevuld. Klaagster heeft haar klacht aangevuld bij e-mail van

26 augustus 2025. Bij beslissing van 23 september 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klaagster toegezonden. Bij e-mail, ingekomen op 9 oktober 2025, heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Bij e-mail, ingekomen op 5 december 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op het verzet gereageerd. Klaagster heeft haar verzet aangevuld bij e-mail met bijlage, ingekomen op 7 maart 2026. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025 alwaar klaagster is verschenen. De gerechtsdeurwaarder is, met kennisgeving, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 april 2026.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

2.1 Het verzet dient op grond van de wet[1] te worden ingediend binnen veertien dagen na verzending van de brief met de beslissing van de voorzitter. De beslissing is verzonden op 23 september 2025. De termijn voor het indienen van verzet startte daarmee op 24 september 2025 en eindigde op 7 oktober 2025. Klaagster heeft verzet ingesteld bij e-mail van 9 oktober 2025, dus na afloop van de termijn van veertien dagen. Niet is gebleken van omstandigheden die deze termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De door klaagster ter zitting aangevoerde omstandigheden dat zij griep had en meer tijd nodig had om haar verzet te onderbouwen, is hiertoe niet voldoende. Klaagster kan dan ook niet in haar verzet worden ontvangen.

2.2 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, mr. B. Brokkaar en mr. A.W. Veth, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 april 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.

[1] Artikel 39 lid 2 Gerechtsdeurwaarderswet