Zoekresultaten 401-450 van de 46428 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:211 Raad van Discipline Amsterdam 25-681/A/A
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:211
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht over verweerder ziet op gedragingen van verweerder op het moment dat hij nog geen advocaat was. Dit betekent dat het advocatentuchtrecht toen niet op hem van toepassing was.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:164 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-637/DB/OB
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:164
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond en raad deels kennelijk onbevoegd. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:116 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755589 DW RK 24/298 HE/SM
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:116
Klacht ongegrond. De gerechtsdeurwaarder wordt verweten klager en zijn echtgenote te tergen met het bewust laten oplopen van de kosten door het leggen van bankbeslagen op zowel de rekening van klager als die van zijn echtgenote. Ingevolge het huwelijksgoederenregister heeft de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door beslag te leggen op het inkomen van klager en de bankrekening van de echtgenote. Gesteld noch gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder buiten de beperkingen van de Wet Incassokosten en het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarder is getreden. Van het feit dat de kosten zijn opgelopen, kan de gerechtsdeurwaarder geen verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2504
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:190
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had dienst op de huisartsenpost. Het dochtertje van klaagster, had hoge koorts. Klaagster nam contact op met de huisartsenpost. De triagiste heeft de huisarts gevraagd om via de beeldbellen te beoordelen of er bij het dochtertje sprake was van sufheid. De huisarts vond dat er sprake was van een ziek meisje, maar dat er geen sprake was van sufheid bij een ernstig ziek kind. De triagiste heeft daarop de urgentie van U3 (er is een reële kans op lichamelijke schade op korte termijn, patiënt binnen enkele uren laten beoordelen) naar U5 (er is geen kans op schade op korte termijn, beoordeling door een arts is niet nodig of kan wachten) gebracht. Het dochtertje is drie dagen later overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar dochtertje niet adequaat heeft beoordeeld en behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat dat de beoordeling door de huisarts via beeldbellen, waarbij alleen kortstondig een beeld van het kind te zien is, de informatie die de triagiste in het triagegesprek van klaagster had gekregen en die door de huisarts was gelezen, niet had mogen overrulen. Het kortstondig kijken naar het beeld had er aldus niet toe mogen leiden dat de urgentie werd afgeschaald van U3 naar U5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:110 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759841 / DW RK 24/400 BB/WdJ
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:110
Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder de vordering niet heeft geverifieerd en niet heeft gereageerd op zijn brieven. De klacht is gedeeltelijke gegrond vanwege de manier van corresponderen met klager. De klacht is voor het overige ongegrond. De gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:111 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751240 / DW RK 24/209 HE/SM
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:111
Beslissing op verzet gegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping. De kamer stelt vast dat zich onzorgvuldigheden hebben voorgedaan die enkel en alleen naar voren zijn gekomen dankzij een volhardende houding van klager. Dat de rentestop is komen te vervallen (en het vorderen van lopende rente dus is hervat) als gevolg van de overgang naar de nieuwe dossierapplicatie is slordig, aangezien een rentestop een specifiek doel vervult in specifieke gevallen. Dat klager de gerechtsdeurwaarders daar meermaals op heeft moeten wijzen is tot daar aan toe. Maar als de gerechtsdeurwaarders de fout inzien en vervolgens met een onjuiste boekingscode het opgelopen (rente)bedrag boeken op de executiekosten waardoor datzelfde bedrag weer ten laste van klager in het dossiersaldo wordt geboekt, slaat slordigheid naar het oordeel van de kamer om in onzorgvuldigheid. Hiermee is dan ook sprake van een tuchtrechtelijk laakbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:112 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760624 / DW RK 24/421 HE/SM
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:112
Beslissing op verzet. Klagers beklagen zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder bij de berekening van de beslagvrije voet ongemotiveerd het fiscaal inkomen van klager heeft betrokken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7464
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:155
Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Maatregel: berisping. Klager en zijn ex-vrouw hebben twee kinderen. Op enig moment is de – op dat moment 15-jarige – dochter van klager in behandeling gekomen bij verweerster. Gedurende de behandeling heeft verweerster, vanwege zorgen over de situatie van de dochter in de thuissituatie bij klagers (vader en zijn nieuwe partner), een melding bij Veilig Thuis gedaan. De klacht heeft onder meer betrekking op de behandeling van klagers (stief)dochter en de Veilig Thuis melding. Het college komt tot het oordeel dat klagers deels ontvankelijk zijn in hun klacht en voor dat gedeelte de klacht gegrond is. Voor het overige worden klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Het college oordeelt dat verweerster door de wijze waarop en de aard van de gegronde verwijten ernstig is tekortgeschoten in haar verplichtingen als zorgverlener. Daarbij heeft het college de indruk gekregen dat verweerster zich niet voldoende bewust is geweest van de vereiste afwegingen en stappen en te snel – hoe goed bedoeld mogelijk ook – is overgegaan tot het doen van een VT-melding. Ook werden in het behandelplan op een gegeven moment andere doelen opgenomen, waar niet over is gecommuniceerd en klager onvoldoende bij werd betrokken. Berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:113 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761094 / DW RK 24/431 HE/SM
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:113
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klaagster beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder ondanks de toezegging de inboedel en alle huisraad niet heeft opgeslagen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:162 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-453/DB/LI
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:162
Raadsbeslissing. Klacht van een advocaat over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft het Woo-verzoek mogen indienen bij de gemeente en niet bij klager (de advocaat van de gemeente). Evenmin had verweerder klager om goedkeuring hiervoor moeten vragen. Wel had verweerder klager moeten informeren over het Woo-verzoek. Geen inbreuk op de vertrouwelijke correspondentie tussen klager en zijn cliënte als de gemeente de correspondentie via de Woo openbaar had moeten maken. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:107 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771852 / DW RK 25/229 BB/WdJ
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:107
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:114 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748064 DW RK 24/119 HE/SM
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:114
Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft ten onrechte bevel gedaan van een bedrag van € 3.100,-. Aan de opgelegde maatregel ligt ten grondslag dat het opstellen en uitbrengen van exploten tot de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder behoort. Deze bevoegdheid is exclusief toevertrouwd aan de gerechtsdeurwaarder en verlangt om die reden een hoge mate van zorgvuldigheid. Dat geldt bovenal bij de beoordeling van een executoriale titel en de vaststelling voor welke bedragen bevel kan worden gedaan. Dat een vergissing gemaakt wordt is weliswaar niet uit te sluiten, maar als klager daar gemotiveerd op wijst mag het niet zo zijn dat pas na een maand inhoudelijk wordt gereageerd. Te meer omdat de constatering van klager ziet op een wezenlijk afwijking in het door de gerechtsdeurwaarder gedane bevel en de daaraan ten grondslag liggende titel.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-489/DB/LI
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:163
Raadsbeslissing. Klacht van een voormalig medewerker tegen de eigenaar van een advocatenkantoor. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij de deken een afspraak te maken en deze vervolgens niet na te komen. Berisping.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:108 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757372 / DW RK 24/346 BB/WdJ
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:108
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren en heeft voldoende en inhoudelijk met klager gecommuniceerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:236 Hof van Discipline 's Gravenhage 240244
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:236
Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat als faillissementscurator. Klagers hebben vier klachten ingediend. Ten eerste heeft verweerder volgens klagers in strijd gehandeld met de kernwaarden van de pilot van de rechtbank Gelderland, team Insolventies, locatie Zutphen. Ten tweede heeft verweerder volgens klagers ten onrechte geen inlichtingen over de pilot aan klagers verstrekt. Ten derde verwijten klagers verweerder niet tijdig te reageren en ten vierde heeft verweerder volgens klagers in een gesprek met de rechter-commissaris op 21 november 2023 in strijd met de waarheid verklaard. De raad heeft klager 1 niet-ontvankelijk verklaard en de vier klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers komen hiertegen in beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2961 VZ
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:189
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verblijft in een TBS-kliniek. De klacht gaat over de behandeling van klager in deze kliniek. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat klager al twee klachten tegen dezelfde zorgverlener heeft ingediend en hij niet duidelijk heeft gemaakt waarin de nieuwe klacht van de eerdere klachten verschilt. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:115 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751015 DW RK 24/202 HE/SM
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:115
Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft niet binnen een redelijke termijn geantwoord op correspondentie van klager.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:109 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761686 / DW RK 24/440 BB/WdJ
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:109
Klaagster beklaagt zich over het niet verstrekken van een derdenverklaring, de beslagvrije voet, onjuiste adresgegevens en bedragen in een exploot, privacy schending, dat zij niet voldoende is geïnformeerd over de beslagprocedure, er geen poging is ondernomen om een betalingsregeling te treffen, er niet is gereageerd op haar bezwaren en dat betalingen en inhoudingen niet correct zijn verwerkt. Gerechtsdeurwaarder sub 1 kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt dat hij een onjuist bedrag aan proceskosten in een exploot heeft opgenomen. De klacht is voor het overige ongegrond.De kamer legt aan gerechtsdeurwaarder sub 1 voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:237 Hof van Discipline 's Gravenhage 240245
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:237
Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat van de faillissementscurator. Klagers hebben twee klachten ingediend. Verweerster heeft volgens klagers gehandeld in strijd met de kernwaarden van de pilot van de rechtbank Gelderland, team Insolventies, locatie Zutphen. Ten tweede heeft verweerster volgens klagers ten onrechte geen inlichtingen over de pilot aan klagers verstrekt. De raad heeft klager 1 niet-ontvankelijk verklaard en de klacht in beide onderdelen ongegrond verklaard. Klagers komen hiertegen in beroep.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:275 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8349
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:275
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager klaagt namens zichtzelf en zijn inmiddels overleden vrouw die aan de ziekte van Alzheimer leed. Het college oordeelt dat de tandarts niet het verwijt kan worden gemaakt dat zij het welzijn van de patiënte uit het oog heeft verloren door het niet plaatsen van de kroon. Er is tijdig en adequaat gereageerd op de zorgvraag. Het beleid van de nieuwe tandarts afwachten was een verantwoord advies, temeer omdat informed consent voor de door de tandarts voorgestelde behandeling ontbrak. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat klager buitenspel is gezet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:276 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8351
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:276
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager klaagt namens zichtzelf en zijn inmiddels overleden vrouw die aan de ziekte van Alzheimer leed. Het college oordeelt dat de tandarts niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij het welzijn van de patiënte uit het oog heeft verloren door het niet plaatsen van de kroon. Er is tijdig en adequaat gereageerd op de zorgvraag. Een afwachtend beleid was verantwoord. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat klager buitenspel is gezet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2025:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/03
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TDIVBC:2025:10
Beroep van dierverloskundige tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een door de klachtambtenaar ingediende klacht. Het verwijt betreft het onbevoegd uitvoeren van bepaalde diergeneeskundige handelingen (uitvoeren keizersneden bij runderen en de toediening/afgifte van bepaalde medicijnen). Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dierverloskundige een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van één jaar met een proeftijd van drie jaar.
-
ECLI:NL:TSCTS:2025:6 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2025-06 (2025.V5-CONFIDENCE)
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TSCTS:2025:6
Op 17 mei 2025 voer het schip bij daglicht vanaf de Noordzee door het zeegat van Terschelling het zeehavengebied Den Helder–Harlingen–Terschelling binnen. De wind kwam uit het noorden en was kracht 4 tot 5 Bft. Met een maximale diepgang van drie meter en een sterk opkomend tij was het schip op weg naar Harlingen. Betrokkene stond alleen op de brug. Er was geen loods aan boord. Vanaf de Vliestroom draaide betrokkene bakboord uit de Blauwe Slenk in. Door de sterke stroming in combinatie met de noordenwind is het schip over de scheidingston BS 3/IN 2 heengevaren en vervolgens een stukje verderop aan de grond gelopen. Betrokkene is voor het schip in bezit van een “Tijdelijke PEC Kleine zeeschepen” (Pilotage Exemption Certificate) voor genoemd zeehavengebied.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 768880 / NT 25-16
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 06-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:20
Het eerste klachtonderdeel ziet op het partijdig handelen van de notaris door (opnieuw) een verklaring af te leggen ten gunste van de zuster van klagers. Er speelt tussen klagers en hun zuster een discussie over de onroerende zaak ten aanzien van het punt of deze gesplitst of in delen kan worden verkocht, of als één geheel. De notaris heeft zich in deze discussie gemengd en, op verzoek van mr. [P], in zijn e-mail van 7 april 2025 een verklaring afgelegd ten gunste van de zuster van klagers (en ten nadele van klagers).Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers. Klagers menen dat zij, ondanks het eerdere oordeel van de kamer op dit punt (ECLI:NL:TNORAMS:2024:13), ontvankelijk zijn in dit klachtonderdeel. (...) De gedragingen waar het om gaat vonden plaats tijdens de zitting bij de kantonrechter toen de notaris stelde dat de gemachtigde van klagers ‘constant aan het liegen en bedriegen’ is. Hij heeft deze grievende uitlating later herhaald.De kamer is van oordeel dat deze verklaring niet zodanig afwijkt van hetgeen in het proces-verbaal van de zitting bij het hof is opgenomen, dat gezegd kan worden dat de verklaring onjuist is en/of dat sprake is van partijdig handelen van de notaris. (...)Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers tijdens de zitting bij de kantonrechter. Het gaat daarbij om de uitlating van de notaris dat de gemachtigde ‘constant aan het liegen en bedriegen is’. De kamer neemt aan dat deze bewoordingen door de notaris zijn gebezigd met uitzondering van het woord ‘constant’, een en ander gelet op de inhoud van het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter. De kamer is van oordeel dat de notaris de gemachtigde daarmee op ongepaste wijze heeft bejegend. Het gebruik van dergelijke diffamerende bewoordingen is niet passend voor een notaris. De kamer acht het tweede klachtonderdeel dan ook gegrond, zij het dat de kamer voor oplegging van een maatregel geen aanleiding ziet.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 767519 / NT 25-13 767521 / NT 25-14
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:21
Klager meent dat de kandidaat-notaris geen afschrift van het testament van erflaatster had mogen afgeven ten behoeve van de broer en zus van klager. Het testament geeft namelijk onvoldoende duidelijkheid om vast te stellen dat de persoon of personen die een kopie van het testament opvragen ook erfgenamen zijn. Daarnaast is het afgegeven afschrift van het testament een manipulatie, aldus klager. Klager verwijt bovengenoemd handelen ook de notaris omdat de kandidaat-notaris onder zijn verantwoordelijkheid valt en hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd. De kamer acht beide klachtonderdelen ongegrond. De notarissen zijn niet verplicht aan klager verantwoording af te leggen over hun handelwijze. De notarissen wijzen er terecht op dat zij op grond van artikel 49 Wna verplicht zijn een afschrift van een testament te verstrekken aan degenen die een recht aan de akte kunnen ontlenen. De notarissen hebben daarbij toegelicht dat nooit zomaar een afschrift van een testament wordt afgegeven. Als een dergelijk verzoek wordt gedaan, wordt altijd gecontroleerd of de persoon die zich meldt recht heeft op een afschrift, waarna deze persoon wordt geïdentificeerd. De klacht dat het door de kandidaat-notaris afgegeven afschrift een manipulatie betreft berust op een misvatting van klager. De kandidaat-notaris heeft het afschrift volgens de geldende wetgeving afgegeven en niet klachtwaardig gehandeld. Omdat de kandidaat-notaris geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 763518 / NT 25-3 766112 / NT 25-7 769709 / NT 25-18
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 06-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:22
Klager heeft zeven klachten ingediend: klacht 1 ziet op de gang van zaken na het overlijden van erflaatster, klacht 2 op de wilsbekwaamheid van erflaatster ten tijde van het opstellen van het testament in 2018, klacht 3 op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater in 2014, klacht 4 op het opstellen van de (oudere) testamenten van erflater en erflaatster in 2008, klacht 5 op de partijdigheid van de notaris, klacht 6 betreft schending van het beroepsgeheim en klacht 7 betreft een algemene klacht over de notaris. De kamer voor het notariaat verklaart de klachtonderdelen 3 en 4 niet-ontvankelijk en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:274 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8264
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:274
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De vulling die door de tandarts is gezet, is volgens het college niet volgens de professionele standaard uitgevoerd. Daarnaast was zij ten onrechte niet aangesloten bij een klachtenregeling op grond van de Wkkgz. Zij heeft voorts onvoldoende blijk gegeven van zelfinzicht. Klacht grotendeels gegrond verklaard, berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8284
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:152
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager verwijt de arts in de penitentiaire inrichting dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen. Het college is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld conform de professionele standaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2764
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:184
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8281
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153
Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verwijt de tandarts in de penitentiaire inrichting (PI) dat zij klagers pijnklachten niet serieus neemt, een doorverwijzing naar zijn eigen tandarts heeft afgewezen en geen structurele oplossing voor zijn gebitsproblemen biedt. Het college overweegt dat de tandarts adequaat heeft gereageerd op de hulpvraag van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2765
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:185
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2766
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:186
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7677
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149
Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Geen maatregel. Verweerster was als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klaagsters psychische klachten die waren ontstaan na de geboorte van de zoon van klagers. Hierbij is onder meer gesproken over de spanningen tussen klagers. Uiteindelijk is de behandeling op verzoek van klaagster gestopt. Vlak na beëindiging van de behandeling heeft verweerster een melding gemaakt bij Veilig Thuis in verband met zorgen over de veiligheid van hun zoon. Klagers maken verweerster diverse verwijten over de melding. Het college besluit geen maatregel op te leggen ondanks het deels gegrond verklaren van een klachtonderdeel. Het feit dat verweerster alvorens het doen van de melding bij VT niet eerst contact heeft gezocht met klager en hem heeft uitgenodigd voor een gesprek is in deze zaak van onvoldoende gewicht om tot oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel over te gaan. Het gaat om een relatief geringe tekortkoming bij een overigens verder (inhoudelijk) zorgvuldige doorlopen procedure. Daarbij komt dat het afhouden van contact door klagers de situatie extra lastig maakte.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2767
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:187
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2768
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:188
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van hem verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7769
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:150
Ongegronde klacht tegen de chirurg die betrokken was bij de zorg aan de overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2504
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:182
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had dienst op de huisartsenpost. Het dochtertje van klaagster, had hoge koorts. Klaagster nam contact op met de huisartsenpost. De triagiste heeft de huisarts gevraagd om via de beeldbellen te beoordelen of er bij het dochtertje sprake was van sufheid. De huisarts vond dat er sprake was van een ziek meisje, maar dat er geen sprake was van sufheid bij een ernstig ziek kind. De triagiste heeft daarop de urgentie van U3 (er is een reële kans op lichamelijke schade op korte termijn, patiënt binnen enkele uren laten beoordelen) naar U5 (er is geen kans op schade op korte termijn, beoordeling door een arts is niet nodig of kan wachten) gebracht. Het dochtertje is drie dagen later overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar dochtertje niet adequaat heeft beoordeeld en behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat dat de beoordeling door de huisarts via beeldbellen, waarbij alleen kortstondig een beeld van het kind te zien is, de informatie die de triagiste in het triagegesprek van klaagster had gekregen en die door de huisarts was gelezen, niet had mogen overrulen. Het kortstondig kijken naar het beeld had er aldus niet toe mogen leiden dat de urgentie werd afgeschaald van U3 naar U5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8400
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:151
Klacht tegen een vaatchirurg kennelijk ongegrond. Klager kwam op de Spoedeisende Hulp in verband met pijn in zijn linkervoet. Klager had reeds diverse medische klachten, en de wond herstelde onvoldoende. Uiteindelijk werd besloten tot een onderbeenamputatie. Klager verwijt de vaatchirurg, samengevat, dat hij ten onrechte zijn gehele onderbeen heeft geamputeerd. Het college oordeelt, samengevat, dat de vaatchirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en ook niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de definitieve plaats waar de amputatie uiteindelijk door de operateur is bepaald.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2665 en C2024/2666
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:183
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg is directeur-eigenaar van een kliniek. Klaagster heeft zich in deze kliniek door een collega van de plastisch chirurg laten opereren aan de hals- en kaaklijn. Klaagster was niet tevreden over het resultaat van deze ingreep, waarna een tweede operatie is ingepland. Een dag voor deze tweede operatie heeft een gesprek tussen klaagster en de plastisch chirurg plaatsgevonden, waarbij de eerder voorgestelde (tweede) behandeling is aangepast. De volgende dag is de operatie uitgevoerd door de collega-plastisch chirurg. Klaagster maakt de plastisch chirurg verschillende verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel over het niet geven van bedenktijd gegrond verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster en het door de plastisch chirurg ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-209/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 10-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:225
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Diverse verwijten allen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-591/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 05-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:219
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerder mag een ander juridisch standpunt innemen dan klager. Niet gebleken van dreigementen of intimidatie. Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn hoedanigheid van advocaat. Ook was hij niet verplicht zijn brief naar de FNV-vertegenwoordiger van klager te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7699
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:132
Een patiënte klaagt erover dat haar huisarts haar hulpvraag niet beantwoordde en zonder toestemming medische informatie met een collega deelde. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het gesprek kon door het gedrag van de patiënte niet goed verlopen en het delen van informatie met een collega binnen een praktijk met wie een vervolgconsult is gepland, is toegestaan.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-620/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:232
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een echtscheidingszaak. Verweerster heeft, onder verwijzing naar haar e-mails aan klaagster en de betekeningsexploten van de deurwaarder, toegelicht wat zij heeft ondernomen. Klaagster heeft vervolgens erkend dat zij de e-mails met bijlagen van verweerster in haar e-mailhistorie heeft gevonden, maar zij heeft deze kennelijk over het hoofd gezien. Wat hier ook verder van zij, vast staat dat verweerster daarnaast -zoals juridisch staat voorgeschreven- het verzoekschrift via de deurwaarder heeft laten betekenen. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-587/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:213
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij een in een burengeschil deels niet-ontvankelijk vanwege tijdverloop. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond omdat de juistheid van de klacht niet is vast te stellen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024-7587
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:126
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om van de reeds gestelde diagnose af te wijken. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-397/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 10-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:226
Klacht van psychologen(praktijk) die als hulpverleners betrokken zijn geweest bij het gezin van verweerder. De klacht van de maatschap is niet-ontvankelijk, omdat niet is gebleken van een rechtstreeks belang. De klacht van klaagster 2 is grotendeels niet-ontvankelijk vanwege misbruik van procesrecht, omdat zij eerder een tuchtklacht heeft ingediend tegen verweerder en deze heeft ingetrokken. De klacht van klaagster 3 is grotendeels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover de klachten van klaagsters 2 en 3 wel ontvankelijk zijn, zijn die ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-594/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 05-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:220
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat de mededelingen die verweerster gedaan heeft betrekking hebben op schikkingsonderhandelingen. Evenmin gebleken dat zij de rechter onjuist heeft geïnformeerd. Van het overleggen van vertrouwelijke confaternele correspondentie is geen sprake.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7585
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:133
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om van de reeds gestelde diagnose af te wijken. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-312/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:233
Raadsbeslissing. Klacht over aangewezen advocaat, die positief over de zaak zou hebben geadviseerd. Kantoorgenoot heeft vervolgens aan klager laten weten dat het starten van een kort geding onvoldoende kansrijk achtte. Niet gebleken is dat het advies van de kantoorgenoot onjuist was. Voor zover de klacht ook ziet op het door verweerder inschakelen van zijn kantoorgenoot, is de klacht eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:214
Voorzittersbeslissing. Klacht over cassatieadvocaat. De klacht is voor een deel niet-ontvankelijk, omdat klaagster ruimschoots na afloop van de klachttermijn van drie jaar over verweerder heeft geklaagd. De klacht is voor een deel kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder bij het doorsturen van de aansprakelijkstelling aan zijn assurantietussenpersoon niet is gebleken.