ECLI:NL:TGDKG:2026:43 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778639 / DW RK 25/465 KM/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:43
Datum uitspraak: 15-04-2026
Datum publicatie: 17-04-2026
Zaaknummer(s): C/13/778639 / DW RK 25/465 KM/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Herstelbeslissing

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Herstelbeslissing van 15 april 2026 van de op 11 maart 2026 gewezen beslissing zoals bedoeld in artikel 39 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/778639 / DW RK 25/465 KM/SM van:

[   ],

wonende te [   ],

klager,

tegen:

[   ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Op 11 maart 2026 is in deze zaak door de kamer een beslissing gegeven. Bij e-mail van 20 maart 2026 heeft de gerechtsdeurwaarder de kamer erop gewezen dat in het dictum is opgenomen dat het verzet gegrond is verklaard alsook de oorspronkelijke klacht. Dit is volgens de gerechtsdeurwaarder niet (geheel) juist. De gerechtsdeurwaarder verwijst daartoe naar overweging 7.1 van de beslissing, waarin een tuchtrechtelijk verwijt wordt gemaakt ten aanzien van de geldigheid van het legitimatiebewijs. Voor het overige (deel van het klachtonderdeel) overweegt de kamer in genoemde overweging dat de executie legitiem en correct is geweest. Onder 7.2 overweegt de kamer in lijn hiermee dat de klacht gedeeltelijk gegrond is.

Dat vervolgens in de beslissing is opgenomen dat de oorspronkelijke klacht gegrond is wekt verwarring naar partijen zodat een toelichting of aanpassing gewenst is, aldus de gerechtsdeurwaarder.

Bij e-mail van 23 maart 2026 heeft de kamer klager van dit verzoek op de hoogte gebracht en is klager verzocht om binnen 14 dagen kenbaar te maken of er bezwaren zijn tegen het herstel van de beslissing. Klager heeft niet gereageerd op het verzoek.

Overweging

In het civiele recht kan de rechter op verzoek van partijen of ambtshalve kennelijke fouten verbeteren (artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Hoewel in de Gerechtsdeurwaarderswet een dergelijke regeling niet is opgenomen past de kamer deze regeling in de praktijk toe.

De kamer is van oordeel dat sprake is van een kennelijke verschrijving. Het niet nadrukkelijk opnemen van het  woord ‘gedeeltelijk’ in de beslissing (het ‘dictum’), wat wel volgt uit hetgeen onder 7.1 is opgenomen, kan voor verwarring zorgen. De kamer ziet aanleiding deze kennelijke fout te verbeteren en beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

bepaalt, ten aanzien van het dictum, dat waar staat vermeld:

  • verklaart de oorspronkelijke klacht gegrond;

moet worden gelezen:

  • verklaart de oorspronkelijke klacht gedeeltelijk gegrond, voor het deel dat ziet op het voeren van een op dat moment niet geldig legitimatiebewijs.

Aldus gegeven op de in de aanhef vermelde datum door mr. A.K. Mireku, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. M.L.S. Kalff en R. Elshof, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.

mr A.K. Mireku is buiten staat te tekenen. De

beslissing is ondertekend door mr. M.L.S Kalff