ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2025:45
Datum uitspraak: 20-11-2025
Datum publicatie: 17-04-2026
Zaaknummer(s): C/05/454099 KL RK 25-106
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/454099 / KL RK 25-106

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[naam klager],

wonende te [plaats],

klager

tegen

[naam notaris],

notaris te [plaats].

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Klager heeft op 22 oktober 2024 een klacht, met bijlagen, ingediend.

1.2. Bij brief van 16 december 2024, met een op 23 december 2024 ingekomen bijlage, heeft de notaris verweer gevoerd.

1.3 Bij beslissing van 4 februari 2025 met kenmerk C/05/442923 / KL RK 24-153 heeft de voorzitter van de kamer klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tegen deze beslissing heeft klager op 24 februari 2025 verzet aangetekend.

1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de kamer van 14 april 2025. Klager was daarbij aanwezig.

1.5 Bij beslissing van 23 juni 2025 met kenmerk C/05/448014 / KL RK 25-27 heeft de kamer het verzet gegrond verklaard, omdat de faillissementsstatus van klager niet wegneemt dat hij belang kan hebben bij het indienen van een klacht.

1.6 Klager heeft op 26 september 2025 nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn door de kamer geaccepteerd.

1.7 De klachtzaak is ter zitting van 3 oktober 2025 geheel opnieuw behandeld, waarbij zijn verschenen klager enerzijds en de notaris anderzijds.

2. De feiten

2.1 Op 27 april 2024 is de heer [naam erflater] (hierna: erflater) overleden. Klager is de zoon en een van de erfgenamen van erflater.

2.2 Op 20 maart 2018 is klager bij vonnis van de rechtbank failliet verklaard. In het faillissement van klager is [naam curator] benoemd tot curator (hierna: de curator).

2.3 Door de notaris is een verklaring van erfrecht opgesteld in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater.

2.4 De broer van klager, de heer [naam broer klager], is door erflater benoemd tot executeur in zijn nalatenschap (hierna: de executeur).

2.5 De nalatenschap van erflater omvatte onder meer een woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning).

2.6 Op 25 augustus 2024 is binnen het protocol van [B], notaris te [plaats], de leveringsakte gepasseerd waarbij de woning is overgedragen door de erfgenamen aan derden. Klager werd daarbij vertegenwoordigd door de curator.

2.7 Het saldo van de verkoop van de woning is na de levering overgemaakt naar de kwaliteitsrekening van het kantoor van de notaris.

3. De klacht en het verweer

3.1 Klager verwijt de notaris in strijd met zijn wettelijke informatie- en zorgplicht te hebben gehandeld. Zijn klacht valt uiteen in de volgende klachtonderdelen:

I. de notaris heeft klager niet geïnformeerd over de ontvangst van de verkoopopbrengst van de woning op zijn derdengeldenrekening. Klager heeft van de notaris geen enkele inzage gekregen in de financiële en juridische afwikkeling van de verkoop, ondanks herhaaldelijke verzoeken om informatie;

II. de notaris heeft geweigerd aan klager informatie te verstrekken over (de details van) de verkoop van de woning en klager onterecht doorverwezen naar de executeur en de curator, in strijd met zijn verplichting om alle betrokkenen tijdig en volledig te informeren.

3.2 De notaris heeft volgens klager zijn belangen genegeerd. Klager kon daardoor zijn rechten niet uitoefenen en de verkoop van de woning niet tegengaan of de voorwaarden van de verkoop van de woning herzien.

3.3 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4. De beoordeling

4.1 Op grond van artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

4.2 Gelet op de onderlinge samenhang zullen de klachtonderdelen hierna gezamenlijk worden behandeld.

4.3 De notaris heeft gesteld dat klager geen partij is in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De kamer volgt dit verweer en merkt daarbij op dat de curator richting de notaris heeft aangegeven dat de communicatie met klager via hem diende te lopen. De kamer overweegt dat – los van het feit dat op de notaris geen verplichting rustte om klager te informeren – de notaris erop mocht vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager.

4.4 Daarnaast geldt dat de afwikkeling van de nalatenschap van erflater in handen was van de executeur. In zijn hoedanigheid van executeur was de executeur verantwoordelijk voor de communicatie met de erfgenamen.

4.5 Gelet op het voorgaande heeft de notaris terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De kamer verklaart de klachtonderdelen dan ook ongegrond.

4.6 Ten overvloede merkt de kamer nog op dat (het kantoor van) de notaris niet betrokken is geweest bij de verkoop van de woning, zodat de notaris klager ook niet kon informeren over (de details van) de verkoop van de woning.

4.7 Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.

 

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. D. Vergunst, voorzitter, mr. L.T. de Jonge, mr. M.M.M. Oors, mr. H.R. Grievink en mr V. Oostra, leden, en in tegenwoordigheid van mr. E.W.A Nabbe, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.

De secretaris

 

De voorzitter

     
 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.