ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8738

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82
Datum uitspraak: 17-04-2026
Datum publicatie: 17-04-2026
Zaaknummer(s): A2025/8738
Onderwerp: Grensoverschrijdend gedrag
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht van operatie-assistente tegen plastisch chirurg. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens een operatie tegen haar is uitgevaren en haar daarbij ezel heeft genoemd. Tweede tuchtnorm van toepassing. De uitingen zijn niet alleen gedaan tegen de achtergrond van de arts-patiëntrelatie, maar hebben ook direct invloed op de (sociale) veiligheid van de werkomgeving waarbinnen deze zorg wordt verleend. Geen rechtvaardiging voor het gedrag van de plastisch chirurg. De plastisch chirurg is als operateur ook verantwoordelijk voor een veilige werksfeer. Een veilig werkklimaat is essentieel voor een goede patiëntenzorg. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de plastisch chirurg in staat is tot een grondige reflectie op zijn gedrag. Berisping met publicatie opgelegd.

A2025/8738
Beslissing van 17 april 2026

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Beslissing van 17 april 2026 op de klacht van:


A,
wonende in B,
klaagster,
gemachtigde: mr. R.G.E. de Vries, werkzaam in Amsterdam,


tegen


C,
plastisch chirurg,
werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de plastisch chirurg,
gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam in Utrecht.


1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is als operatie-assistente werkzaam bij de kliniek waar de plastisch chirurg cosmetische operaties uitvoert. Tijdens een liposuctiebehandeling heeft klaagster de plastisch chirurg geassisteerd als zogenoemde omloop. Op enig moment tijdens de operatie is de plastisch chirurg uitgevaren tegen klaagster en heeft hij klaagster daarbij ezel genoemd. De anesthesie-assistent die bij de operatie aanwezig was heeft een audio-opname gemaakt van een deel van het voorval. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij zich grensoverschrijdend heeft gedragen door haar onheus te bejegenen en respectloos te behandelen en dat hij daardoor een onveilige werksfeer heeft veroorzaakt die invloed heeft (gehad) op de kwaliteit van de patiëntenzorg.

1.2 De plastisch chirurg heeft erkend dat hij is uitgevaren tegen klaagster en haar daarbij ezel heeft genoemd. Hij heeft daarvoor excuses aangeboden en stelt zich op het standpunt dat het slechts om een incident ging zonder gevolgen voor de patiëntenzorg. De plastisch chirurg is van mening dat klaagster over het voorval niet kan klagen bij het tuchtcollege, omdat het zuiver om een kwestie in de werkrelatie gaat die niets te maken heeft met de (kwaliteit van de) patiëntenzorg. De plastisch chirurg heeft daarom in eerste instantie betoogd dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. Indien het college tot het oordeel komt dat klaagster in haar klacht kan worden ontvangen verzoekt de plastisch chirurg het college om de klacht af te wijzen. 1.3 Het college komt tot het oordeel dat klaagster ontvankelijk is en dat de klacht gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.


2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met als bijlage een audio-opname van een deel van het incident met de plastisch chirurg, binnengekomen op 16 juli 2025;
- de brief van klaagster van 13 augustus 2025 met een transcript van de eerder overgelegde audio-opname;
- het verweerschrift met in de bijlage een videofragment van een deel van de desbetreffende operatie;
- de e-mail van klaagster van 5 november 2025, met als bijlage de verklaring van de anesthesiemedewerker die tijdens de operatie aanwezig was;
- het proces-verbaal van het op 17 november 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de brief van de gemachtigde van de plastisch chirurg van 20 februari 2026, binnengekomen op 24 februari 2026, met als bijlage een certificaat van de “Driftkikkertraining” die de plastisch chirurg in september 2025 heeft gevolgd;
- de e-mail van klaagster van 26 februari 2026, waarin zij kenbaar maakt de anesthesiemedewerker als getuige te willen meebrengen bij de zitting 6 maart 2026.

2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 6 maart 2026. De partijen zijn verschenen en werden bijgestaan door hun gemachtigden. Op verzoek van klaagster is ter zitting onder ede als getuige gehoord de heer D, die als anesthesiemedewerker werkzaam was bij E en thans gepensioneerd is. De getuige was aanwezig bij de operatie waar het incident tussen de plastisch chirurg en klaagster plaatsvond. De partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.


3. Wat is er gebeurd?
3.1 Verweerder is sinds 2018 plastisch chirurg en sinds 2020, uitgezonderd een periode tussen 2022 en 2024, werkzaam als zelfstandig plastisch chirurg bij E te B, hierna de kliniek.

3.2 Klaagster is sinds 2005 werkzaam als operatie-assistente waarvan de laatste vijf jaren bij de kliniek.

3.3 Op 8 juli 2025 in de ochtend van 8:00u tot 9:30u stond bij een patiënt een liposuctie-behandeling van de buikregio gepland.
De plastisch chirurg voerde de operatie uit en werd daarbij ondersteund door een anesthesiemedewerker, een operatie-assistente en klaagster die daarbij als zogenoemde omloop fungeerde.

3.4 Ongeveer een half uur voor het geplande einde van de operatie heeft klaagster aan de plastisch chirurg gevraagd of zij moest bellen dat de operatie zou uitlopen. De volgende operatie stond gepland om 9:30u. De plastisch chirurg vond dat niet nodig, maar klaagster wilde dit wel doen.

3.5 Op de overgelegde videobeelden, waarbij geen geluid te horen is, is te zien dat zij om 9:09u belt vanuit de operatiekamer (OK). Hierna is te zien dat de plastisch chirurg boos naar klaagster komt toegelopen, zij zat op dat moment op een stoel bij de telefoon. Op de beelden is te zien dat de plastisch chirurg vervolgens met zijn voet de deur die leidt naar de gang, niet naar de steriele sluis, heeft geopend en driftig in de ontstane opening wijst. Klaagster is vlak hierna om 9:12u via de sluis de operatiekamer uitgegaan.

3.6 De anesthesiemedewerker heeft van een deel van het voorval een audio-opname gemaakt met zijn telefoon. Op de audio-opname is te horen dat de plastisch chirurg schreeuwend blijft herhalen dat klaagster zijn OK moet verlaten. Daarbij is door de plastisch chirurg gezegd:” Kan je uit mijn OK gaan (naam klaagster), ik heb het tien keer gevraagd, je bent toch geen ezel?”.

3.7 De anesthesiemedewerker heeft over hetgeen is voorgevallen ter zitting onder ede verklaard dat hij erg geschrokken was van de verbale agressie van de plastisch chirurg en stond te trillen op zijn benen. Hij verklaarde ook dat de plastisch chirurg na de vraag van klaagster om te bellen dat de operatie wat uitliep verbaal agressief werd en op dreigende wijze op klaagster afkwam. Op dat moment heeft de anesthesiemedewerker de audio-opname gestart.

3.8 De anesthesiemedewerker heeft in zijn getuigenverklaring gezegd dat zijn lijf strak stond van de adrenaline door dit voorval en dat dit niet de eerste keer was dat de plastisch chirurg dit gedrag liet zien. Niemand van het ondersteunende personeel wilde daarom volgens hem assisteren bij deze plastisch chirurg. De kliniek gaf weinig ruimte om hierover te praten en nam geen maatregelen.

3.9 Direct na het voorval heeft het team van het assisterende personeel, waaronder de anesthesiemedewerker en klaagster een gesprek gehad van ongeveer vijf minuten met de teamleider en een medewerker van HR. De uitkomst was dat men hierna weer aan het werk moest. Dat kon, omdat de daarop geplande operaties uitgevoerd werden door andere operateurs. De anesthesiemedewerker heeft ter zitting verklaard dat hij minder alert en minder aardig naar opvolgende patiënten was door het voorval.

3.10 De anesthesiemedewerker en klaagster hebben zich ziekgemeld.

3.11 De kliniek heeft na het voorval onderzoek laten doen door een onafhankelijk adviesbureau. In dat kader zijn klaagster en de plastisch chirurg gehoord.

3.12 De plastisch chirurg heeft als onderdeel van de uitkomst van het onderzoek een zogenoemde Driftkikkertraining gevolgd, waarbij hij handvatten heeft gekregen om zijn verbale agressie beter onder controle te krijgen. In september 2025 is deze training afgerond met een certificaat, waarop de handtekening van de chirurg ontbreekt.

3.13 De plastisch chirurg heeft ter zitting verklaard dat hij in zijn tijd bij de kliniek, maximaal vijf keer eerder dit soort uitbarstingen heeft gehad naar ondersteunend personeel.

3.14 Klaagster is thans in onderhandeling met de kliniek over het einde van haar dienstverband.


4. De klacht en de reactie van de plastisch chirurg
4.1 Volgens klaagster heeft de plastisch chirurg onjuist gehandeld, omdat hij zich tijdens de operatie op 8 juli 2025 grensoverschrijdend heeft gedragen door zonder enige aanleiding uit te varen tegen klaagster en haar uit te schelden voor ezel. Klaagster is zo geschrokken van het voorval dat zij nog altijd ziek thuiszit. De plastisch chirurg heeft met zijn grensoverschrijdende gedrag een onveilige werksfeer gecreëerd die ook invloed heeft (gehad) op de kwaliteit van de patiëntenzorg.

4.2 De plastisch chirurg heeft het college verzocht de klager niet-ontvankelijk te verklaren en de klacht dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel inhoudelijk zou gaan beoordelen, heeft de plastisch chirurg het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Hoewel de plastisch chirurg heeft erkend dat hij klaagster onheus heeft bejegend, was dit voorval een reactie op opeengestapelde irritaties vanwege het gedrag van klaagster, zoals het niet willen opvolgen van instructies. Ook betwist de chirurg in zijn verweerschrift dat er sprake is van een gedragspatroon in die zin dat de chirurg bekend zou zijn met verbaal agressief gedrag naar ondersteunend personeel.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.


5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 Om een tuchtklacht ter beoordeling aan het college voor te kunnen leggen moet klaagster aan te merken zijn als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 sub a van de Wet op de beroepen in de Gezondheidszorg (Wet BIG). Het belang moet een concreet eigen belang inhouden dat verband houdt met de individuele gezondheidszorg. Daarbij moet het handelen waarover wordt geklaagd vallen onder een van de twee
tuchtnormen. Er moet sprake zijn van onzorgvuldig handelen of nalaten in de behandelrelatie ten opzichte van de patiënt of diens naaste betrekking (de eerste tuchtnorm, art. 46 lid 1 sub a Wet BIG) of het moet gaan om ander handelen of nalaten, in strijd met datgene dat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt (de tweede tuchtnorm, art. 46 lid 1 sub b Wet BIG), waarbij deze norm wordt begrensd tot die gevallen waarin dat handelen voldoende weerslag heeft op de kwaliteit van de individuele gezondheidzorg. Het tuchtrecht voor de gezondheidszorg is immers bedoeld als instrument om de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg te bevorderen en te bewaken. Dit alles betekent concreet als het gaat om klachten die worden ingediend door collega-zorgverleners dat er in beginsel in het tuchtrecht geen plaats is voor klachten die gaan over oncollegiaal gedrag. Dat is volgens vaste jurisprudentie alleen anders wanneer het oncollegiale gedrag tot gevolg heeft dat er risico’s ontstaan voor de kwaliteit van patiëntenzorg (CTG 26 mei 2025, ECLI:NL:TGZCTG:2025:89). Het college is van oordeel dat hiervan in deze zaak sprake is.

5.2 Het college overweegt daartoe het volgende. De gedragingen van verweerder zijn rechtstreeks gericht tegen klaagster en de uitingen zijn niet alleen gedaan tegen de achtergrond van de arts-patiëntrelatie, namelijk tijdens een operatie, maar hebben ook direct invloed op de (sociale) veiligheid van de werkomgeving waarbinnen deze zorg wordt verleend. Het college kan de anesthesiemedewerker en klaagster daarom goed volgen als zij verklaren dat het voorval met de plastisch chirurg hun handelen heeft beïnvloed tijdens de operatie en in ieder geval heeft doorgewerkt in de wijze waarop zij zorg hebben verleend tijdens de opvolgende operaties die dag. Daarbij is op de videobeelden te zien dat de plastisch chirurg tijdens de uitbarsting tegen klaagster de deur naar de niet-steriele gang heeft geopend om klaagster aan te moedigen de OK te verlaten, zulks in strijd met het hiervoor geldende protocol. Dat één en ander waarschijnlijk zonder gevolgen is gebleven voor de desbetreffende patiënten maakt dit niet anders. Daar komt bij dat dit gedrag zoals ter zitting is gebleken, anders dan in het verweerschrift is vermeld niet eenmaal, maar veel vaker is voorgekomen waardoor geen sprake meer is van een eenmalige faux pas, maar van een gedragspatroon. Het college is daarom van oordeel dat klaagster kan worden ontvangen in haar klacht, omdat zij gezien het voorgaande kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en het handelen waarover wordt geklaagd onder de tweede tuchtnorm kan worden gebracht.

Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.3 De vraag is of de plastisch chirurg heeft gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Grensoverschrijdend gedrag en een onveilig werkklimaat
5.4 Het college is van oordeel dat voor de wijze waarop de plastisch chirurg is uitgevaren naar klaagster geen enkele rechtvaardiging bestaat. Als operateur is de plastisch chirurg eindverantwoordelijk voor de patiënt tijdens de operatie, maar is hij ook verantwoordelijk voor een veilige werksfeer met zijn directe en ondergeschikte collega’s. Een veilig
werkklimaat is essentieel voor een goede patiëntenzorg. Het college verwijst in dit verband ook naar de KNMG gedragscode voor artsen waarin in regel 10 is neergelegd:” Als arts ga je respectvol om met je collega’s. Je adviseert, begeleidt en steunt hen en werkt met hen samen. Je onthoudt je van ongewenst grensoverschrijdend of ontwrichtend gedrag.” In de toelichting bij deze gedragsregel wordt het belang van respectvol omgaan met collega’s benadrukt, met speciale aandacht voor collega’s met wie er een machtsverhouding bestaat. Dit alles niet alleen voor een gezond en veilig werk- en leerklimaat, maar ook in het belang van de kwaliteit van zorg en het vertrouwen van de patiënt in de gezondheidszorg. Indien een zorgverlener wordt aangesproken op dit soort gedrag wordt volgens de gedragsregel een open opstelling verwacht.

5.5 Het verweer van de plastisch chirurg dat klaagster een groot aandeel zou hebben gehad in het ontstaan van de irritatie die heeft geleid tot de woede-uitbarsting van de plastisch chirurg acht het college gezien het bovenstaande niet relevant. Er bestaat geen rechtvaardiging voor het gedrag dat de plastisch chirurg heeft laten zien. Bovendien is van het niet willen uitvoeren van instructies door klaagster het college niet gebleken en had klaagster in haar functie als omloop de taak om het tijdspad van de operatie te bewaken. De wijze waarop de plastisch chirurg ter zitting uitleg heeft gegeven over de gevolgde Driftkikkercursus maakt dat het college zich afvraagt of hij hieruit wel voldoende lering heeft getrokken om tot een gedragsverandering te komen. Ter zitting heeft de plastisch chirurg de getuigenverklaring van de anesthesiemedewerker afgedaan als leugens. Ook werd de suggestie gewekt dat bij klaagster en de anesthesiemedewerker sprake zou zijn van wrok jegens de kliniek. Dit alles laat vooral zien dat de plastisch chirurg de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag buiten zichzelf legt. Ook vraagt het college zich af of de plastisch chirurg wel voldoende doordrongen is van de schadelijke gevolgen van zijn gedrag, niet alleen voor de personen met wie hij samenwerkt, maar ook mogelijk voor zijn patiënten, omdat een onveilige werkomgeving kan leiden tot het maken van fouten of het niet open bespreken hiervan. Het college is gezien het voorgaande er niet van overtuigd geraakt dat de plastisch chirurg voldoende in staat is om grondig op zijn handelen te reflecteren en een gedragsverandering bij zichzelf te bewerkstelligen.

Slotsom
5.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is.

Maatregel
5.7 Het college zal de maatregel van berisping opleggen wegens grensoverschrijdend gedrag jegens een collega. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de plastisch chirurg in staat is tot een grondige reflectie op zijn gedrag, terwijl dit gedrag een patroon is gebleken en van invloed is op de veiligheid van de werkomgeving en derhalve op de kwaliteit van de patiëntenzorg. Omdat verweerder nog niet eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen heeft het college besloten om geen voorwaardelijke schorsing op te leggen, en het bij een berisping te laten. Wel zal het college bepalen dat deze beslissing in het belang van de individuele gezondheidszorg op de voet van artikel 48 lid 11 van de Wet BIG wordt bekendgemaakt in het register. Publicatie 5.8 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.


6. De beslissing
Het college:
- verklaart klaagster ontvankelijk;
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de plastisch chirurg de maatregel op van berisping met publicatie in het register op grond van artikel 48 lid 11 van de Wet BIG;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact.


Deze beslissing is gegeven door E.A. Messer, voorzitter, W.R. Kastelein, lid-jurist,
G.K. van Drunen, N.A.S. Posch en J.F.M. Heuff-Macaré van Maurik, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door A. Tingen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.