ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2025:44 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-11-2025 |
| Datum publicatie: | 17-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/05/453530 KL RK 25-101 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/453530 / KL RK 25-101
beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
op de klacht van
[naam klager],
wonende te [plaats],
klager
tegen
[naam notaris],
notaris te [plaats],
gemachtigde: mr. J.L.J.J. Nelissen.
Partijen worden hierna respectievelijk klager en de notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Klager heeft op 22 oktober 2024 een klacht, met bijlagen, ingediend.
1.2 Bij brief van 25 november 2024, met bijlagen, heeft de notaris verweer gevoerd.
1.3 Bij beslissing van 4 februari 2025 met kenmerk C/05/442918 / KL RK 24-152 heeft de voorzitter van de kamer de klachtonderdelen I tot en met III kennelijk niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond en klachtonderdeel IV kennelijk ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klager op 24 februari 2025 verzet aangetekend.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de kamer van 14 april 2025. Klager was daarbij aanwezig.
1.5 Bij beslissing van 23 juni 2025 met kenmerk C/05/448007 / KL RK 25-26 heeft de kamer het verzet deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Het verzet is deels gegrond verklaard, omdat de faillissementsstatus van klager niet wegneemt dat hij belang kan hebben bij het indienen van een klacht.
1.6 Klager heeft op 26 september 2025 nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn door de kamer geaccepteerd.
1.7 De klachtzaak is ter zitting van gedeeltelijk opnieuw 3 oktober 2025 behandeld. Daarbij is klager verschenen. De notaris was afwezig in verband met gezondheidsredenen en liet zich door zijn gemachtigde vertegenwoordigen. De gemachtigde van de notaris heeft het verweer van de notaris mede toegelicht aan de hand van een pleitnotitie welke aan de kamer is overhandigd.
2. De feiten
2.1 Op 27 april 2024 is de heer [naam erflater] (hierna: erflater) overleden. Klager is de zoon en een van de erfgenamen van erflater.
2.2 Op 20 maart 2018 is klager bij vonnis van de rechtbank failliet verklaard. In het faillissement van klager is [naam curator] benoemd tot curator (hierna: de curator).
2.3 Door mr. [A], notaris te [plaats] (hierna: notaris [A]), zijn verklaringen van erfrecht opgesteld in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van erflater.
2.4 De broer van klager, de heer [naam broer klager], is door erflater benoemd tot executeur in zijn nalatenschap.
2.5 De nalatenschap van erflater omvatte onder meer een woning aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning).
2.6 Op 25 augustus 2024 is door de toegevoegd notaris verbonden aan het protocol van de notaris de leveringsakte gepasseerd waarbij de woning is overgedragen door de erfgenamen aan derden. Klager werd daarbij vertegenwoordigd door de curator.
2.7 Het saldo van de verkoop van de woning is na de levering door het kantoor van de notaris overgemaakt naar de kwaliteitsrekening van het kantoor van notaris [A].
3. De klacht en het verweer
3.1 Gelet op de beslissing van de kamer van 23 juni 2025 liggen nu nog de volgende klachtonderdelen ter beoordeling voor. Klager verwijt de notaris in strijd met zijn wettelijke informatie- en zorgplicht te hebben gehandeld. Zijn klacht valt uiteen in de volgende klachtonderdelen:
I. de notaris heeft nagelaten om instemming van klager als erfgenaam te verkrijgen bij de verkoop van de woning;
II. de notaris heeft klager niet (althans niet tijdig en volledig) op de hoogte gesteld van cruciale ontwikkelingen in de afwikkeling van de nalatenschap, zoals ontwikkelingen rondom de verkoop van de woning;
III. de notaris heeft de informatieplicht ten opzichte van klager ten onrechte overgedragen aan de curator, terwijl de notaris zelf verantwoordelijk was voor de directe communicatie met klager en de andere erfgenamen. De notaris heeft daarbij niet adequaat rekening gehouden met de tegenstrijdigheid tussen de persoonlijke rechten en belangen van klager en de vermogensrechtelijke belangen die de curator behartigt;
IV. de notaris heeft, door klager niet adequaat te informeren en te handelen zonder zijn instemming, in strijd gehandeld met artikel 21 Wet op het notarisambt (hierna: Wna).
3.2 Door klager niet adequaat te informeren en te handelen zonder zijn instemming bij de verkoop van de woning heeft de notaris klager de mogelijkheid ontnomen om bezwaar te maken tegen de verkoop van de woning, daartegen rechtsmiddelen in te zetten of de verkoopvoorwaarden te controleren. Klager is hierdoor ernstig benadeeld.
3.3 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
4.1 Op grond van artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De tuchtrechter toetst of hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en de andere toepasselijke bepalingen. Ook kan de tuchtrechter toetsen of zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.
4.2 Gelet op de onderlinge samenhang zullen de klachtonderdelen I tot en met III hierna gezamenlijk worden behandeld.
Klachtonderdelen I tot en met III
4.3 De notaris heeft gesteld dat klager niet langer beschikkingsbevoegd is sinds de uitspraak van zijn persoonlijke faillissement. De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is daarom niet vereist. De curator treedt in de plaats van klager en is namens hem beschikkingsbevoegd. Voor de communicatie over de door hem verrichte handelingen is de curator verantwoordelijk.
4.4 De kamer volgt het verweer van de notaris en merkt daarbij op dat het kantoor van de notaris herhaaldelijk contact met de curator heeft gehad. Tijdens dat contact is de curator verzocht om klager te informeren. Daarnaast heeft de curator bij de notaris aangegeven dat alle communicatie met klager via hem diende te lopen. De kamer overweegt dat – los van het feit dat op de notaris geen verplichting rustte om klager te informeren – de notaris erop mocht vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De kamer verklaart de klachtonderdelen I tot en met III dan ook ongegrond.
4.5 Ten overvloede merkt de kamer nog op dat (het kantoor van) de notaris niet betrokken is geweest bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater en eveneens niet bij de verkoop van de woning. De betrokkenheid van de notaris beperkte zich tot het opstellen van de leveringsakte ten behoeve van de overdracht van de woning. De kopers van de woning, en dus niet de curator, hadden hem daartoe opdracht gegeven. Deze leveringsakte is gepasseerd door de toegevoegd notaris verbonden aan het protocol van de notaris.
Klachtonderdeel IV
4.6 Ten aanzien van klachtonderdeel IV overweegt de kamer als volgt. Nog los van het feit dat de informatie- en zorgplicht van notarissen niet in artikel 21 Wna wordt benoemd, geldt dat de klacht betreffende het niet voldoen van de notaris aan zijn informatie- en zorgplicht voldoende is weerlegd met het bovenstaande. De kamer verklaart klachtonderdeel IV dan ook ongegrond.
4.7 Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
- verklaart de klacht ongegrond.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. D. Vergunst, voorzitter, mr. L.T. de Jonge, mr. M.M.M. Oors, mr. H.R. Grievink en mr. V. Oostra, leden, en in tegenwoordigheid van mr. E.W.A Nabbe, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025. | ||
|
De secretaris |
De voorzitter | |
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||