Zoekresultaten 2651-2700 van de 48107 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-420/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder (1) geen kennis had van de zaak, (2) dat hij een slecht en slordig verweerschrift heeft opgesteld en het definitieve verweerschrift pas laat gereed had, waardoor extra kosten moesten worden gemaakt om het verweerschrift tijdig – per koerier – bij de rechtbank te krijgen (3) op het moment dat hij klaagsters zaak aannam al wist dat hij de zaak zou gaan neerleggen en de zaak ook heeft neergelegd, met extra kosten voor klaagster tot gevolg en (4) dat hij (telefonisch) niet bereikbaar was voor klaagster. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757934 DW RK 24/361 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd ondanks dat aan de betalingsregeling werd voldaan door klaagster. Klaagster heeft niet uiterlijk op de daarvoor afgesproken datum (van 1 oktober 2024) de betaling verricht. Klaagster heeft daartoe onvoldoende gesteld dat er een afspraak bestond om op een later moment de betaling te verrichten. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-896/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een vastgoed/omgevingsrechtelijke procedure. Klacht over de aanwezigheid van beveiligingscamera’s in de spreekruimte ongegrond. Verweerder mocht verder een afwijkend standpunt innemen namens zijn cliënten, dat ook niet evident onpleitbaar is. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klaagster of jegens haar ondoelmatig heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de hoogte van de vordering die voortvloeit uit het betreffende vonnis. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter op de inhoudelijke beoordeling van (de hoogte van) de vordering in te gaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-004/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Diverse procedurele bezwaren van klager verworpen. Verweerster heeft een brief verstuurd aan de wederpartij van klager, terwijl daarin inhoudelijke wijzigingen waren opgenomen ten opzichte van het eerder verstuurde concept die niet (kenbaar) nader met klager waren besproken. Ook heeft zij voor onduidelijkheid gezorgd over de financiële kant van de zaak. Gelet op de relatief geringe ernst van de verweten gedragingen en het feit dat verweerster niet eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen, acht de raad alleen een waarschuwing op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/743295 DW RK 23/448 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De situatie als omschreven in het door de gerechtsdeurwaarder betekende exploot is geen juiste weergave geweest van de feitelijke situatie ter plaatse. De gerechtsdeurwaarder heeft in het betreffende exploot melding gemaakt van handelingen tijdens de beslaglegging alsof deze aan het kantooradres hebben plaatsgevonden, terwijl de betekening heeft plaatsgevonden aan het adres van de bestuurder. Het argument van de gerechtsdeurwaarder dat zij zich met deze vergissing niet schuldig heeft gemaakt aan een handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk laakbaar is wordt niet gevolgd door de kamer. De kamer overweegt daartoe dat de gestelde vergissing een ambtshandeling betreft en dat de door de gerechtsdeurwaarder aangehaalde criterium past bij een bagatelfout. Niet bij fouten of vergissingen die zien op de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder. De omstandigheden dat de gerechtsdeurwaarder direct heeft toegegeven dat het relaas in het beslagexploot onjuist is, getracht heeft een oplossing te bieden en de fout niet materieel is geweest voor het met het exploot beoogde rechtsgevolg, maakt dat in dit geval kan worden volstaan met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-049/DH/RO

    Klacht over de advocaat van de wederpartij bij een kort geding. Klaagster verwijt verweerder dat het kort geding is doorgegaan en dat er bij het plannen van de zitting geen rekening is gehouden met haar verhinderdata. Klachten ongegrond. Er is gecorrespondeerd over het voorkomen van het kort geding. In de laatste e-mail heeft verweerder laten weten dat de zitting zou doorgaan. Klaagster had er dan ook van uit moeten gaan dat het kort geding zou doorgaan. Dat er geen rekening is gehouden met klaagsters verhinderdata, kan niet aan verweerder verweten worden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754426 DW RK 24/264 MK/SM

    Klacht (deels) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft, zonder (summier) te hebben vastgesteld of de opdrachtgever in dit geval rechthebbende van de vorderingen was en dus bevoegd was om de vonnissen ten uitvoer te laten leggen, beslag gelegd. De kamer komt tot het oordeel dat het in ernstige mate tuchtrechtelijk laakbaar is om vorderingen met een groot aantal cedenten als in deze zaak wel te incasseren maar op verzoek geen aktes daarvan over te (kunnen) leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-267/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de wederpartij in een civiel geschil. Het verwijt dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten over één van de klagers is gegrond. Verweerder heeft in een telefoongesprek met die klager gezegd dat klager rijp is voor de psychiater. Ook verweerders verdere opstelling in het gesprek is onbehoorlijk en onvoldoende zakelijk geweest. De raad legt daarvoor een waarschuwing. De klachten zijn voor het overige niet-ontvankelijk en ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756138 DW RK 24/318 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder is onvoldoende (inhoudelijk) ingegaan op vragen van klaagster over het verschil in betalingen en hoe deze bezien moeten worden. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder de klacht van klaagster over dit onderwerp onbeantwoord gelaten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-117/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingsprocedure. Verweerder heeft zich in een familiezaak waarbij kinderen betrokken waren onvoldoende terughoudend en de-escalerend opgesteld, door klager te (dis)kwalificeren als onder meer labiel, neurotisch en obsessief en dit standpunt te onderbouwen met een fikse lijst (van meerdere pagina’s) aan citaten uit gevoerde WhatsApp-correspondentie. Verweerder had voor minder escalerende bewoordingen kunnen en moeten kiezen. Verweerders stellingname heeft de onderlinge verhoudingen onnodig op scherp gezet. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7975

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het college oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757286 DW RK 24/344 MK/SM

    Klacht (deels) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft met betrekking tot de tweede betekening een bedrag gerekend dat in overeenstemming is met betekening en niet met het doen van een los (hernieuwd) bevel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-157/DH/RO 25-158/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klachten tegen een advocaat wederpartij over kennisname van vertrouwelijke stukken. Verweerster heeft van de RDI het dossier ontvangen. Daar zaten door een fout van de RDI ook vertrouwelijke stukken bij. Niet gebleken is dat verweerster wist dat het om vertrouwelijke stukken ging. Zij dat dat in de gegeven omstandigheden ook niet moeten weten. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7373

    Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met een waarnemend arts. Zij en haar echtgenoot (klager) verwijten haar onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het college oordeelt dat klager in een aantal klachtonderdelen niet kan worden ontvangen omdat hij daarbij geen direct belang heeft. Behandeling en doorverwijzing zijn volgens de regels. Het college acht de informatie in de verwijsbrief aan de KNO-arts, met uitzondering van een per vergissing opgenomen notitie van een telefoongesprek met klager, relevant en noodzakelijk. De klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7757

    Onder supervisie van een bedrijfsarts werkende arts heeft klager tweemaal op een consult ontvangen tijdens een eerder door het college opgelegde schorsing. Van deze consulten heeft hij ook een terugkoppeling gegeven aan de werkgever. Klacht gegrond. Verweerder heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen. Maatregel doorhaling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2653

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van de arts tegen die beslissing slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b alsnog ongegrond, hetgeen meebrengt dat de in eerste aanleg oplegde maatregel komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7157

    Klaagster klaagt tegen de eerdere huisarts van haar tweelingzus omdat deze medische gegevens over haar, die per abuis in het dossier van haar tweelingzus zijn opgenomen, zonder haar toestemming uit dit dossier heeft verwijderd en in een apart dossier heeft geplaatst. Ook klaagt zij erover dat hij geen contact met haar heeft opgenomen en niet heeft gereageerd op een mail van haar. Het college oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat het verweerder is die de gegevens heeft verwijderd en een nieuw dossier heeft aangemaakt. Ook is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder geen contact opnam of niet reageerde op de e-mail, aangezien hij geen behandelaar van klaagster was en de behandelrelatie met haar zus al was beëindigd en er geen medische noodzaak bestond op de e-mail te reageren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2691

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7779

    Klacht tegen arts in opleiding tot longarts. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2654

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de klachtonderdelen a, c en d. Het beroep heeft tot doel dat die klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7541

    Klacht tegen specialist longgeneeskunde. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2648

    Kopje: Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De orthopedagoog-generalist heeft een psychodiagnostisch onderzoek uitgevoerd bij de dochter van klaagster. Na het afronden van het psychodiagnostisch onderzoek is de begeleiding van de dochter voortgezet door een collega van de orthopedagoog-generalist terwijl de orthopedagoog-generalist gesprekken met de ouders voerde. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij onprofessioneel heeft gehandeld, onvoldoende regie heeft gehouden en onterecht een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de orthopedagoog-generalist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is – anders dan het Regionaal Tuchtcollege – van oordeel dat de orthopedagoog-generalist in dit geval de stappen uit de ‘Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ niet voldoende zorgvuldig heeft doorlopen, alvorens de melding bij Veilig Thuis te doen. Stap 3: ‘Gesprek met de betrokkenen’ is door de orthopedagoog-generalist overgeslagen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de orthopedagoog-generalist een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657

    Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2867

    Wrakingsverzoek gericht tegen twee leden-beroepsgenoten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8013

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater was ten tijde van de gedragingen die tot deze klacht leidden, werkzaam als geneesheer-directeur/psychiater. In 2022 vroeg de psychiater een collega een medische verklaring op te stellen voor zijn zoon. Hiermee wilde hij voorkomen dat de zoon hoge opleidingskosten moest betalen. In 2024 stelde de psychiater – ook om onder diezelfde hoge opleidingskosten uit te komen – zelf op briefpapier van zijn werkgever een valse medische verklaring op voor zijn zoon. Hierbij heeft hij de naam en handtekening van de eerder betrokken collega – zonder haar medeweten of toestemming – onder de verklaring gezet. De psychiater heeft de collega kort daarna gevraagd om – indien nodig – tegenover de schuldeisende instantie te bevestigen dat zij de medische verklaring had opgesteld. De psychiater heeft de klacht volledig onderkend. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt een schorsing op van één jaar, waarvan 9 maanden voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7889

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft klaagster op 1 augustus 2019 gesproken en geconcludeerd dat er bij klaagster vermoedelijk sprake was van een manisch toestandsbeeld, waarvoor hij medicatie heeft voorgeschreven. Klaagster verwijt de psychiater dat hij zijn conclusie op een verkeerde basis heeft getrokken en ze is het niet eens met (de dosering van) de voorgeschreven medicatie. Het college oordeelt dat de psychiater het vermoeden van een manische episode op basis van de juiste informatie heeft kunnen stellen en daarvoor de juiste medicatie met een adequate dosering heeft voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-435/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt verweerder niet integer te hebben gehandeld door te dreigen met een dagvaarding maar dat vervolgens toch niet te doen. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder geen termijn van dagvaarding gegeven en genoegzaam toegelicht dat hij op grond van instructies van zijn cliënt vanwege de situatie op dat moment met klaagster nog niet tot dagvaarding is overgegaan. Dat klaagster de wijze van handelen van verweerder naar eigen zeggen als zeer dreigend en niet-integer heeft ervaren, maakt niet dat dit naar objectieve maatstaven ook zo geduid kan worden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7890

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts heeft klaagster in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van de procedure om een inbewaringstelling te verkrijgen. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd was de geneeskundige verklaring op te stellen en dat deze bovendien onzorgvuldig was. Het college oordeelt dat de arts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van zijn oordeelsvorming en dat hij de geneeskundige verklaring had kunnen afgeven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft zich te laat beklaagd over de door verweerder verrichte werkzaamheden en is in zoverre niet-ontvankelijk. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht over de wijze van interne klachtafhandeling door de klachtenfunctionaris en over de weigering tot toezending van gevraagde informatie door het kantoor. Dat verweerder niet bij het overleg met de klachtenfunctionaris was, is onvoldoende om hem dat tuchtrechtelijk te verwijten. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadeprocedure. Verweerder heeft klaagster na ieder gesprek met de verzekeraar uitvoerig geïnformeerd over wat er is besproken. Verweerder heeft daarbij steeds uitgelegd wat zijn inschatting is van de procedure en heeft dat ook gemotiveerd uitgelegd aan de van de beschikbare medische informatie. Daarmee heeft verweerder gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en handelend advocaat mag worden verwacht. Geen aanleiding om te twijfelen aan klaagsters handelingsbekwaamheid. Verweerder had niet moeten inzien dat klaagster een derde voorstel niet meer zou durven afwijzen. Daarnaast heeft verweerder inzichtelijk gemaakt hoe zijn kosten zouden worden betaald en was hij niet gehouden om het reeds afgesloten dossier ongevraagd aan de gemachtigde van klaagster te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7891

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is in de nacht van 6 op 7 augustus 2019 beoordeeld in het kader van een procedure tot verkrijgen van een inbewaringstelling. Enkele dagen daarvoor was zij door een psychiater in het kader van een crisisbeoordeling gediagnostiseerd met een vermoeden van een manisch toestandsbeeld. De arts heeft op 9 augustus 2019 inlichtingen gegeven aan de rechtbank en vragen beantwoord, toen het verzoek tot voortzetting van de machtiging werd behandeld. Klaagster verwijt de arts dat hij onbevoegd psychiatrisch onderzoek heeft gedaan en daarbij onzorgvuldige oordeelsvorming. De arts heeft aangegeven dat hij klaagster niet heeft beoordeeld en bij de rechtbank is afgegaan op de informatie uit de overdracht. Het college oordeelt dat de arts bij het geven van de inlichtingen aan de rechtbank correct heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-451/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster tijdens een bespreking met klager de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Verweerster heeft klager toen een viergesprek afgeraden. De uitlatingen en houding van klager daarna hebben ertoe geleid dat verweerster zich als advocaat terug trok wegens het ontbreken van een vertrouwensbasis. Dat mocht zij zo doen. Verweerster hoefde de concept-berekening daarna niet aan klager af te geven, ook niet omdat zij daarvoor niets in rekening heeft gebracht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7546

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Eind 2023 wilde de officier van justitie een verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging indienen bij de rechter. De psychiater werd aangewezen als beoogd zorgverantwoordelijke. Met het oog op het in te dienen verzoekschrift heeft de psychiater klaagster gesproken. Naar aanleiding daarvan vermoedde zij dat sprake was van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat zij haar niet heeft onderzocht, ziektes heeft verzonnen, haar heeft geïntimideerd en heeft gelogen voor de rechtbank. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7791

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. In 2014 en 2015 verbleef klager, nadat hij in 2012 een subarachnoïdale bloeding kreeg, in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Klager kreeg eind 2014 in toenemende mate fysieke klachten en verwijt de psychiater dat deze zijn veroorzaakt doordat de psychiater hem zonder zijn medeweten medicatie zou hebben toegediend. Daarnaast zou de psychiater klager nooit lichamelijk hebben onderzocht en zich jegens hem niet respectvol hebben gedragen. Het college komt tot het oordeel de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-339/AL/NN

    Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij. Dat verweerder ongefundeerde beschuldigingen in stukken of op andere momenten over klager heeft gedaan en klakkeloos informatie van zijn cliënte heeft overgenomen, is niet komen vast te staan. Het kan verweerder niet worden verweten dat de dochter van klager, die tijdens de echtscheidingsprocedure meerderjarig werd, een eigen verzoek tot vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud wilde indienen om die bijdrage in rechte te laten vaststellen. De dochter heeft haar moeder, die door verweerder werd bijgestaan, daarvoor gemachtigd. Niet is gebleken dat verweerder de dochter bij haar keuzes onder druk heeft gezet. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:57 Accountantskamer Zwolle 24/4273 Wtra AK 24/4274 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkenen krijgen de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Betrokkenen hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek ingesteld en daarover gerapporteerd. Dat rapport, door hen een rapport van feitelijke bevindingen genoemd, heeft geleid tot beslaglegging en een civielrechtelijke procedure. De zorgverleenster, die in deze klacht als klaagster optreedt en tegen wie het onderzoek zich richtte, stelt onder meer dat het rapport geen rapport van feitelijke bevindingen is maar een persoonsgericht onderzoek, dat betrokkenen niet de juiste deskundigen hebben ingeschakeld om een onderzoek te verrichten en onvoldoende hoor en wederhoor hebben toegepast en dat het rapport een deugdelijke grondslag mist. De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond. Betrokkenen hebben in ernstige mate de fundamentele beginselen geschonden en hebben geen maatregelen genomen toen zij eenmaal wisten of behoorden te weten dat hun onderzoek en rapport niet voldeden.

  • ECLI:NL:TSCTS:2025:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2025-05 (2025.V4-VB SEAL)

    Op zondagnacht, 23 februari 2025, voer de havensleepboot VB Seal vanuit het Beerkanaal langs de “groene” kant richting de “Maas 5” boei. Het was mistig en de snelheid van de VB Seal was ongeveer 5,5 knopen over de grond. Het plan was om bij de “Maas 5” boei te wachten. Nabij de “Maas 5” boei is een gebruikelijke plaats voor havenslepers om te wachten op binnenkomende schepen. De VB Seal zou samen met een andere sleepboot (VB Schelde) het binnenkomende containerschip Maersk Iowa assisteren. Voor de Maersk Iowa uit voer de olietanker Gulholmen in ballast, zij was bestemd voor de 7e Petroleumhaven.Nabij de “Maas 5” boei haalde de betrokkene de vaart van de VB Seal eraf. De vaart over de grond nam af tot ongeveer 1,5 knoop terwijl de VB Seal wat bakboord uit kwam. Vervolgens kwam deVB Seal achteruit de noord in met een toenemende snelheid tot 2,9 knopen over de grond. Om 01.49 uur lokale tijd werd de VB Seal aan stuurboord voor geraakt door de Gulholmen. Al snel was duidelijk dat de VB Seal water maakte. De betrokkene heeft haar toen aan de oostzijde van de Ertskade op het stenen talud gezet, om zinken te voorkomen. Andere sleep- en havendienstboten schoten te hulp en brachten bergingspompen aan boord van de VB Seal. Door de dieseldampen van de eigen pomp, die binnen stond te draaien, werden bemanningsleden onwel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8014

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De behandelend neuroloog van klager heeft klager verwezen naar verweerder met de vraag of klager in aanmerking zou komen voor behandeling in zijn ziekenhuis. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en klager terugverwezen. Klager stelt dat verweerder door deze afwijzing onterecht ervoor heeft gezorgd dat er geen behandelrelatie met hem is aangegaan door het ziekenhuis. Klager is ontvankelijk, dit valt onder de tweede tuchtnorm. De neuroloog heeft slechts kennis kunnen nemen van de informatie in de verwijsbrief en daarin stond als reden enkel de geografische voorkeur van klager. Andere redenen van belang voor klager waren de neuroloog toen nog niet bekend. De neuroloog hoefde klager niet toe te laten voor een consult in het ziekenhuis. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8109

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft een fietsongeval gehad en in verband met de afwikkeling van de aansprakelijkheid van de hierbij betrokken bestuurder heeft de arts een deskundigenonderzoek gedaan en een rapport opgesteld. Onheuse bejegening tijdens het onderzoek kan niet worden vastgesteld. De conceptrapporten en het definitieve rapport voldoen aan de criteria en de arts heeft de van toepassing zijnde richtlijnen in acht genomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7990

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog is door het A verzocht een neurologisch expertise te verrichten bij klaagster. Het komt niet vast te staan dat de neuroloog ongewenst of grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond door klaagster zich te laten ontkleden voor neurologisch onderzoek, nu dit onderzoek noodzakelijk en gepast was ten aanzien van de lichamelijke klachten van klaagster. Verder komt niet vast te staan dat klaagster niet serieus is genomen of dat het onderzoek van onvoldoende kwaliteit is. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 756224 / NT 24-33 756225 / NT 24-34

    Het kennelijke verwijt van klaagster dat de kandidaat-notarissen hadden moeten waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het verzoek om toestemming aan de gemeente is naar het oordeel van de kamer ongegrond. Dat de gemeente een onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het adres [adres 3] (welk gebruik mogelijk niet in overeenstemming was met de bestemming) is niet een voorzienbaar gevolg van het vragen van de wettelijk vereiste toestemming aan de gemeente geweest. Ook het gevolg, dat klaagster in december 2022 een besluit van de gemeente heeft ontvangen waarin de bestemming van [adres 3] is gewijzigd naar bedrijfsmatige bestemming, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is een omstandigheid die niet was te voorzien en evenmin de kandidaat-notarissen kan worden verweten. Niet gebleken is dat de kandidaat-notarissen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht jegens klaagster. De kandidaat-notarissen hebben zich professioneel richting klaagster gedragen. De kandidaat-notarissen hebben gedaan wat zij bij de uitvoering van hun opdracht behoorden te doen en daarbij klaagster bij herhaling op correcte wijze geïnformeerd over het dossierverloop. Ook hebben zij klaagster uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, waar zij overigens niet op in is gegaan.Gelet op het vorenstaande acht de kamer de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760313 / NT 24-47

    Van een (kandidaat-)notaris die een opdracht tot het indienen van een (eenvoudige) aangifte erfbelasting ontvangt, mag worden verwacht dat hij deze aangifte op juiste wijze invult en indient en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgaande volgt dat de kandidaat-notaris aan een en ander niet heeft voldaan. Nergens blijkt dat de kandidaat-notaris een complete aangifte heeft ingediend en klager ook adequaat heeft geïnformeerd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de kandidaat-notaris heeft deze bij voortduring geschonden. De kamer neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de kandidaat-notaris sinds mei 2022 faalt in de dienstverlening richting klager. De kandidaat-notaris heeft klager gedurende bijna drie jaar in het ongewisse gelaten door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie en/of telefoontjes van klager en de aangifte erfbelasting op zijn beloop te laten. (...) De incomplete en niet tijdige aangifte kan aanmerkelijke financiële consequenties voor erflaters hebben. De kamer acht daarom - mede gelet op het feit dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verleden heeft - de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7173

    Klacht tegen psychiater ongegrond. Patiënte verwijt de psychiater ernstig nalatig handelen, schending van de privacy en het boycotten van de overdracht naar een collega. Het college: dat de psychiater de afspraak was vergeten, is in dit geval van onvoldoende gewicht om van een tuchtrechtelijk verwijt te kunnen spreken. Niet blijkt dat de psychiater klaagster onvoldoende heeft begeleid. Het beroepsgeheim mocht hij doorbreken. Er zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de psychiater meer (medische) gegevens over de patiënte heeft verstrekt dan noodzakelijk was. Dat de psychiater de overdracht heeft geboycot door foutieve informatie te verstrekken, staat niet vast.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7616

    Een patiënt met een bipolaire I-stoornis dient een klacht in tegen zijn psychiater over de behandeling in 2022 en 2024. Hij klaagt onder meer over verkeerde diagnoses, gebrekkige communicatie met de huisarts, foutieve medicatie, privacyschending en onjuiste dossierinformatie. Volgens het tuchtcollege zijn de diagnoses op goede gronden gesteld, was de medicatiekeuze verantwoord en was er geen sprake van schending van privacy of onjuiste informatievoorziening. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7772

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling, schending van inspanningsverplichting, informatieplicht en registratieplicht. Psychiater was als waarnemer van de hoofdbehandelaar niet betrokken bij de diagnostiek noch bij de keuze van de behandelvormen. Evenmin was de psychiater betrokken bij de informatie over en de nazorg van de ECT behandeling, noch bij de registraties van deze behandeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6853

    Het college oordeelt dat het de huisarts van klager, die in een PI verblijft, niet te verwijten valt dat klager voor ieder consult een briefje moet invullen en daarnaast dat het feit dat een belastend onderzoek moest ondergaan ook niet verwijtbaar is. De huisarts heeft in het dossier genoteerd dat klager toestemming gaf en de aanwezigheid van de bewakers vloeit voort uit het regime waarin klager verbleef. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7

    Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6869

    Het college oordeelt dat de huisarts van klager, die in een PI verblijft, geen onjuiste diagnose heeft gesteld en dat de huisarts een aan klager gerichte brief niet heeft geopend. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/6720

    Klager klaagt erover dat de huisarts naproxen naast diclofenac heeft voorgeschreven zonder klager daarover te informeren. Klacht kennelijk ongegrond, omdat uit het aan de huisarts ter beschikking staande medisch dossier bleek dat de medicatie van diclofenac was gestopt, terwijl – naar later bleek - die beëindiging niet was doorgevoerd. Adequate reactie na ontdekking.