Zoekresultaten 19351-19400 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:136 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632696 / DW RK 17/738
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:136
Beslissing op verzet. Voortzetten executie niet tuchtrechtelijk laakbaar. Niet gebleken dat kosten nodeloos zijn gemaakt dan wel dat onjuiste tarieven zijn gehanteerd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:4 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-191
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:4
Klacht tegen eigen advocaat gegrond nu verweerster de toevoegingsmogelijkheden voor klager onvoldoende heeft onderzocht en haar werkzaamheden ontijdig heeft neergelegd. De raad rekent verweerster ernstig aan dat zij haar eigen financiële belang bij het verlenen van rechtsbijstand op betalende basis heeft laten prevaleren boven het belang van klager bij gefinancierde rechtsbijstand. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:213 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180191 en 180192
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 30-11-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:213
Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft als curator opgetreden tegen een BV, waarvan klager voor de helft aandeelhouder is. Later heeft hij deze BV bijgestaan als advocaat in een geschil met klagers. Hierdoor treedt verweerder niet op tegen een voormalig cliënt, waardoor geen sprake is van belangenverstrengeling. Het vervolgoptreden van een curator tegen gerelateerde partijen mag alleen na zorgvuldige afweging plaatsvinden. Hiervan is in deze zaak sprake, mede door overleg met de rechter-commissaris. Klacht ongegrond. Vernietiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-118
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:18
Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Niet gebleken dat klaagster onvoldoende is onderzocht. Ook is niet gebleken dat de chirurg inadequaat heeft gehandeld bij opgetreden complicaties en dat zij complicaties niet heeft onderkend. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:250 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-214
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 13-08-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:250
Voorzittersbeslissing; klacht tegen eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet komen vast te staan dat verweerster tekort is geschoten in de kwaliteit van de dienstverlening jegens klaagster.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:130 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/629160 / DW RK 17/524
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:130
In artikel 475g lid 3 Rv is bepaald dat een gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, bevoegd is aan degene van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. De stelling van klager dat hij in een sollicitatieprocedure zat is gelet op de bevestiging van de werkgever niet juist. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:137 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/622071 / DW RK 17/38
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:137
Dwangbevel is op juiste wijze betekend. Dat op het betreffende adres veel post kwijtraakt komt voor eigen rekening en risico. Gelet op de afspraak met klaagster is niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door af te zien van het overbetekenen van het gelegde beslag. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-165c
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:19
Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Het dossier biedt onvoldoende steun voor de stellingen van klager dat hij niet is geïnformeerd over de operatie en dat hij er geen toestemming voor heeft gegeven. In het dossier is meermalen genoteerd dat dit wel is gebeurd. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:131 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627915 DW RK 17/455
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:131
De tuchtrechter is niet bevoegd te oordelen over de vraag of er al dan geen rechtsgeldige overgang van de rechtsvordering (akte van cessie) heeft plaatsgevonden. Het antwoord op de vraag of de inbeslaggenomen auto van klager kan worden aangemerkt als behorend tot ‘de gereedschappen van ambachtslieden en werklieden’ als bedoeld in artikel 447 Rv kan alleen door de burgerlijke rechter worden gegeven. De kamer is van oordeel dat het, gelet op de discussie over de cessie en het opschorten van de verkoop van de bestelbus, op de weg van de gerechtsdeurwaarder had gelegen om de gerechtelijke bewaring in overleg met zijn opdrachtgever te heroverwegen. Aan de gerechtelijke bewaring van inbeslaggenomen zaken kunnen immers aanzienlijke kosten zijn verbonden. De belangen van de bij deze executiehandeling(en) betrokken partijen en zeker die van de schuldenaar – klager – zijn naar het oordeel van de kamer onvoldoende gewogen. Klacht gedeeltelijk gegrond. De kamer legt de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:138 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/643382 / DW RK 18/86
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:138
Vonnis is op juiste manier betekend. De hoogte van de beslagvrije voet is niet aan tuchtrechter om te beoordelen. Er is een fout gemaakt in proceskosten en ten onrechte is tweemaal explootkosten in rekening gebracht. Tevens is niet op alle e-mails van klager gereageerd. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van berisping, veroordeling proceskosten en kosten behandeling klacht.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-113a
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:20
Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht tegen klachtenfunctionaris van een huisartsenpraktijk die geregistreerd staat als fysiotherapeut. De klachtenfunctionaris heeft niet gehandeld in haar hoedanigheid van fysiotherapeut. Klaagster niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:132 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627957 DW RK 17/460
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:132
Enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de aan de gerechtsdeurwaarders ter hand gestelde executoriale titel en de verdere tenuitvoerlegging daarvan is niet gebleken. Omdat beantwoording van e-mails is uitgebleven, is dit onderdeel van de klacht terecht voorgesteld. Klacht gedeeltelijk gegrond, er zijn geen termen aanwezig om tot het opleggen van een maatregel over te gaan.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:139 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/622300 / DW RK 17/55
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:139
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.546
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:7
Klaagster beschuldigt een ambulant team van een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg en een manager van een ambulant team ervan opdracht te hebben gegeven tot het intimideren en aanranden van klaagster. Het vragen om hulp door klaagster is volgens haar ten onrechte uitgelegd als stalking en bedreiging. Zij stelt voorts dat haar als hulpbehoevende medische zorg wordt onthouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, nu niet is gebleken dat de mentor van klaagster haar klacht steunt kan klaagster niet als klachtgerechtigd worden aangemerkt en artikel 453 lid 1 BW. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep nu het beroepschrift niet aan de daaraan gestelde eisen voldoet en klaagster dit verzuim niet binnen de haar daartoe gestelde termijn hersteld heeft. Ten overvloede overweegt het Centraal Tuchtcollege dat het Regionaal Tuchtcollege klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat niet is gebleken dat de mentor van klaagster haar klacht steunt.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:133 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/628093 / DW RK 17/464
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:133
Niet in geschil is dat de gerechtsdeurwaarder niet meer heeft gereageerd op de e-mail van klager van 24 februari 2017 en de e-mail van mr. [b] van 4 april 2017. De gerechtsdeurwaarder had de vragen in de e-mails van 24 februari 2017 en 4 april 2017 weliswaar reeds eerder beantwoord, maar dit is geen rechtvaardiging om in het geheel niet meer te reageren. Van de gerechtsdeurwaarder had mogen worden verwacht dat hij voordat hij niet meer reageerde, had aangekondigd dat hij in het vervolg op verdere correspondentie niet meer zou reageren. Dat hij niet meer inhoudelijk inging op de correspondentie is gelet op zijn eerdere berichten evenwel begrijpelijk. De klacht is gegrond. De kamer acht geen termen aanwezig om tot het opleggen van een maatregel over te gaan.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-190
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:15
Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Omdat de lezingen van partijen verschillen over de spinale anesthesie, kan het College niet vaststellen hoe dit precies is verlopen. Geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat de uitvoering hiervan onzorgvuldig is geweest. Een paresthesie kan ook bij een correct uitgevoerde spinale anesthesie voorkomen. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:247 Raad van Discipline Amsterdam 18-601/A/A 18-602/A/A 18-603/A/A 18-604/A/A
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 20-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:247
Klacht van zorginstelling over vier advocaten van hetzelfde kantoor betreffende regel 7 lid 4 van de Gedragsregels 1992 en het ontbreken van een kantoorklachtenregeling. Klacht over managing partner van het kantoor (verweerder sub 1) niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van voldoende rechtstreeks belang. Klacht over het ontbreken van een kantoorklachtenregeling ongegrond. Het kantoor beschikte destijds weliswaar niet over een kantoorklachtenregeling die aan de eisen voldeed, maar dat is van onvoldoende gewicht om verweerders sub 2, 3 en 4 daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken nu het kantoor inmiddels wel over een regeling beschikt en de klacht van klaagster uiteindelijk ook conform die regeling is afgehandeld. Klacht over gedragsregel 7 lid 4 gegrond, nu sprake is van een terzake doend verband tussen de kwesties ten aanzien waarvan het kantoor van verweerders klaagster hebben bijgestaan en de kwesties waarin verweerders sub 2, 3 en 4 tegen klaagster zijn opgetreden. Verweerder sub 2 krijgt hiervoor een waarschuwing. Verweerders sub 3 en 4 krijgen geen maatregel omdat zij destijds advocaat-stagiair waren op het kantoor van verweerders.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:140 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/622303 / DW RK 17/58
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:140
Niet is onderbouwd dat er eerder een toezegging is gedaan dat klager geen post meer zou ontvangen betreffende de debiteur. Klager heeft na het indienen van de onderhavige klacht geen post meer voor de betreffende debiteur ontvangen. Hieruit kan worden afgeleid dat klagers adres niet meer aan de betreffende debiteur is gekoppeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.547
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:8
Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster beschuldigt verweerder o.m. van dood door schuld, belaging, mishandeling, bedreiging, intimidatie, aanranding en dat haar als hulpbehoevende medische zorg wordt onthouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, nu niet is gebleken dat de mentor van klaagster haar klacht steunt kan klaagster niet als klachtgerechtigd worden aangemerkt en artikel 453 lid 1 BW. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep nu het beroepschrift niet aan de daaraan gestelde eisen voldoet en klaagster dit verzuim niet binnen de haar daartoe gestelde termijn hersteld heeft. Ten overvloede overweegt het Centraal Tuchtcollege dat het Regionaal Tuchtcollege klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat niet is gebleken dat de mentor van klaagster haar klacht steunt.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:134 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/629480 / DW RK 17/547
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:134
Een exploot van dagvaarding is een authentieke akte. Met de stelling van klaagster dat de rekening niet klopt, voor zover het gaat om de oorspronkelijke hoofdsom, zal klaagster zich moeten wenden tot de gewone rechter. Niet gebleken is dat de kosten niet zijn berekend conform de daarvoor geldende regelingen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-804
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:2
Essentie: klager is ex artikel 46g lid 1 sub a ontvankelijk in zijn klacht, aangezien na indiening van zijn bemiddelingsverzoek bij de deken, redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat hij eerder de klacht zou indienen dan hij heeft gedaan, terwijl ook is gebleken van een in tijd voortdurend (beweerd) klachtwaardig handelen of nalaten door verweerder. Verweerder heeft na overdracht van een zaak met de toevoeging aan hem niet binnen een redelijke termijn op verzoeken van klager om een verrekeningsvoorstel te doen, gereageerd. Pas jaren later, nadat klager een bemiddelingsverzoek bij de deken heeft ingediend, heeft verweerder voor het eerst inhoudelijk gereageerd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zich op deze manier niet welwillend jegens klager gedragen en aldus niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 17 (oud). Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-172
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:16
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de wonden van de zoon van klaagster na een aanval door een hond zelf te behandelen en te hechten. De huisarts heeft hierbij in overweging genomen dat de dichtstbijzijnde SEH van een ziekenhuis met plastische chirurgie op een uur afstand rijden was. Het voorschrijven van medicatie had zorgvuldiger gekund, maar niet voldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:128 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/616280 / DW RK 16/1065
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-12-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:128
Beslissing op verzet. Met de stelling van klager dat hij de brief van de gerechtsdeurwaarder van 2 maart 2016 eerst op 8 maart 2016 heeft ontvangen, kan niet worden vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Met de gegeven termijn van vijf dagen om te reageren heeft de gerechtsdeurwaarder evenmin tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. De kamer constateert dat klager enkel nieuwe klachten in verzet heeft aangevoerd. Klager kan daarin niet worden ontvangen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.551
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 15-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:9
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:135 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625476 / DW RK 17/277
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 04-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:135
Beslissing op verzet. Klager mocht er gelet op de e-mail van de schuldeiser van 15 juni 2015 vanuit gaan dat er geen vordering meer op hem bestond. Indien de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een executoriale titel op een ander overgaat, kan de executie eerst worden voortgezet na betekening van deze overgang aan de geëxecuteerde, aldus art. 431a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Eerst bij exploot van 21 juli 2016 is klager van de cessie, die overigens niet gedateerd is, op de hoogte gebracht. Verzet en klacht gegrond. Gerechtsdeurwaarder sub 1 wordt de maatregel van berisping opgelegd. Omdat aan gerechtsdeurwaarder sub 2 eerder in een andere klacht van gelijke strekking de maatregel van berisping is opgelegd, ziet de kamer aanleiding om deze gerechtsdeurwaarder thans een geldboete op te leggen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-181
- Datum publicatie: 15-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:3
Verweerster is op ernstige wijze tekortgeschoten in de zorg voor klaagster ex artikel 46 Aw door vanaf medio 2015 gedurende twee jaar, ondanks herhaalde toezeggingen, niets voor klaagster te doen in haar echtscheidingsprocedure en daarover bovendien bij voortduring te liegen. De raad rekent verweerster ook aan dat zij, nadat zij haar fouten jegens klaagster noodgedwongen heeft toegegeven eind maart 2017, daarna bij de dossieroverdracht en bij de schadeafhandeling bij de verzekeraar ook niet met de nodige voortvarendheid heeft opgetreden en daarmee geen inzicht heeft getoond in het door haar toedoen veroorzaakte ernstige financiële en emotionele leed bij klaagster. De raad is gebleken dat verweerster inmiddels hulp heeft gezocht bij professionele derden en heeft ingestemd met tijdelijke begeleiding van een door de deken voorgedragen coach, in principe tot eind 2018. Vanwege de instabiele en zorgelijke (persoonlijke) situatie krijgt verweerster als bijzondere voorwaarde opgelegd dat zij gedurende een jaar telkens tweemaandelijks dient te rapporteren aan de deken over door haar in onderhanden dossiers verrichte werkzaamheden. Indien verweerster daarin volgens de deken tekortschiet, dan wel binnen de proeftijd van twee jaar anderszins in strijd handelt met artikel 46 Aw, zal de voorwaardelijke schorsing van 12 weken worden omgezet in een onvoorwaardelijke schorsing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 199/2018
- Datum publicatie: 14-01-2019
- Datum uitspraak: 14-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:7
Klacht tegen een huisarts omdat hij voor zijn patiënte een verklaring heeft opgesteld die zij in een procedure over alimentatie heeft gebruikt. Waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 134/2018
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:6
Klacht tegen chirurg over het aan een chirurg in opleiding overlaten van een (galblaas-)operatie. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/217
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:5
Klacht tegen plastisch chirurg die klaagster heeft beoordeeld in het kader van een second opinion. Klaagster voelt zich onheus bejegend en stelt dat verweerster de risico's voor de door haar gewenste operatie heeft overdreven. Deels gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:3 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-643/DB/ZWB
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:3
Advocaat heeft voormalig cliënt van kantoorgenoot bijgestaan. Verzekeringszaak waarin die advocaat de rechtsbijstandsverzekeraar van de voormalige cliënt van zijn kantoorgenoot tegen die voormalige cliënt bijstond vloeide direct voort uit de arbeidsrechtelijke zaak waarin zijn kantoorgenoot de voormalige cliënt had bijgestaan. Advocaat heeft in appel in twijfel gebracht of de voormalige cliënt van zijn kantoorgenoot aan de advocaat wel opdracht had verstrekt om een procedure tegen de rechtsbijstandsverzekeraar van die cliënt aanhangig te maken. De stelling van de advocaat was feitelijk onjuist en nodeloos grievend. Beroep op ervaring uit voormalig decanaat is tuchtrechtelijk niet verwijtbaar. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:24 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/65
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 31-05-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:24
Dienstdoend dierenarts wordt verweten dat hij, toen hij in de avond werd gebeld met de mededeling dat de hond van klager een epileptische aanval had gehad, het dier niet naar de praktijk heeft laten komen. In de hierop volgende nacht heeft een tweede telefooncontact plaatsgevonden en is klager met de hond naar de praktijk gekomen, echter is het verwijt van klager dat hij onnodig lang buiten de praktijk op beklaagde heeft moeten wachten en dat vervolgens tijdens het nachtelijk consult, behalve over euthanasie, geen andere behandelopties zouden zijn besproken c.q. aangeboden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/155
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:6
Klaagster verwijt verweerster (chirurg) een onheuse bejegening en het verzaken van de zorgplicht. Klaagster heeft het gevoel dat verweerster een persoonlijke hetze tegen haar is gestart. Ongegrond
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:25 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/69
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 31-05-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:25
Dierenarts wordt verweten een buikpalpatie bij een kat hardhandig en ruw te hebben uitgevoerd, zodanig dat het dier in een noodsituatie is komen te verkeren, waardoor klaagster werd genoodzaakt te verzoeken om de kat te euthanaseren. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:198 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-560/DB/LI
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:198
Het enkele feit dat de gewraakte uitlating van klager niet in het proces-verbaal is vermeld, kan niet strekken tot het bewijs dat die uitlating niet is gedaan, nu een proces-verbaal geen woordelijk transcript van een zitting is. Nu niet is gebleken dat klager de gewraakte uitlating niet heeft gedaan, kan niet worden gezegd dat in de namens verweerder ter zitting van 27 november 2016 voorgedragen pleitnota een onwaarheid was vermeld. Ongegrond
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:4 Accountantskamer Zwolle 17/2728 Wtra AK
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:4
Schaderapport(en) van een partijdeskundige, bedoeld om het standpunt van de cliënt in een civiele procedure te ondersteunen, ontberen een deugdelijke grondslag. Onvoldoende voorbehouden, nu bij het opstellen alleen van de standpunten van de cliënt is uitgegaan. Onjuiste uitgangspunten bij de schadeberekening. Ten onrechte geen hoor en wederhoor toegepast. Onvoldoende verificatie standpunten van cliënt. Overtreding van de beginselen van vakbekwaamheid, objectiviteit en professionaliteit. Maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van 2 maanden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/427
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:12
Een voorganger van verweerder had de opdracht gekregen advies uit te brengen op basis van de medische gegevens die klaagsters belangenbehartiger aan de medische afdeling van de verzekeraar waar verweerder werkzaam is gestuurd. Die gegeven werden in een gesloten envelop, gericht aan de medisch adviseur, met het verzoek die medische gegevens niet in handen te laten komen van personen aan wie geen verschoningsrecht toekomt. Daarbij werd – onder andere - de voorwaarden gesteld dat de medische gegevens eigendom bleven van degene op wie zij betrekking hadden – in dit geval klaagster – en op klaagsters eerste verzoek aan haar teruggezonden moesten worden zonder het achterhouden van kopieën. Door het vertrek van verweerders voorganger bij de verzekeraar heeft verweerder diens werkzaamheden overgenomen. Ter aanvulling op de eerder toegezonden medische gegevens, heeft klaagster belangenbehartiger aanvullende informatie toegestuurd. Ook deze informatie werd in een gesloten envelop toegezonden met dezelfde voorwaarden als hiervoor omschreven. Verweerder heeft klaagsters dossier, inclusief de later toegezonden medische informatie bestudeerd en zijn advies uitgebracht aan de verzekeraar. Klaagster verwijt verweerder a). kennis te hebben genomen van medische informatie met betrekking tot klaagster terwijl hij wist, althans behoorde te weten, dat hij niet gerechtigd was tot deze informatie, b). niet heeft voldaan aan zijn verplichting om op verzoek van klaagster het medisch dossier zonder achterhouding van kopieën terug te zenden en c). ook andere personen, dan personen aan wie het medisch beroepsgeheim en het daaraan verbonden verschoningsrecht toekomt, kennis heeft laten nemen van de medische informatie. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam heeft de klachten als ongegrond afgewezen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:26 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/87
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 31-05-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:26
Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een hond qua onderzoek en diagnostiek tekort te zijn geschoten , naast dat hij het dier niet heeft gevaccineerd tegen kennelhoest. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/426
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:13
Verweerder heeft de opdracht gekregen advies uit te brengen op basis van de medische gegevens die klaagsters belangenbehartiger aan de medische afdeling van de verzekeraar waar verweerder werkzaam is gestuurd. Die gegeven werden in een gesloten envelop, gericht aan de medisch adviseur, met het verzoek die medische gegevens niet in handen te laten komen van personen aan wie geen verschoningsrecht toekomt. Daarbij werd – onder andere - de voorwaarden gesteld dat de medische gegevens eigendom bleven van degene op wie zij betrekking hadden – in dit geval klaagster – en op klaagsters eerste verzoek aan haar teruggezonden moesten worden zonder het achterhouden van kopieën. Klaagster verwijt verweerder a). geen zorg te hebben gedragen dat de medische gegevens in overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens zijn behandeld, b). er geen zorg voor heeft gedragen dat op een eerste verzoek van klaagster het medisch dossier werd teruggezonden en c). ook andere personen, dan personen aan wie het medisch beroepsgeheim en het daaraan verbonden verschoningsrecht toekomt, kennis heeft laten nemen van de medische informatie. Het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam heeft de klachten als ongegrond afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:1 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-802
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:1
Dekenklacht. Na toewijzing van het verzoek van de deken in 2015 tot benoeming van een rapporteur ex art 60c Advocatenwet, is verweerder ex artikel 60b Advocatenwet op 25 januari 2016 voor onbepaalde tijd geschorst en heeft bij wijze van voorziening in verband met de afwikkeling van diens advocatenpraktijk de rapporteur tot afwikkelaar van de praktijk benoemd. De raad is gebleken dat verweerder aan deze afwikkelaar geen enkele relevante medewerking heeft verleend en zich niet aan gemaakte afspraken heeft gehouden. Daarnaast staat vast dat verweerder tijdens zijn artikel 60b-schorsing in strijd met artikel 48 lid 7 Aw als advocaat heeft doorgewerkt. Verweerder heeft evenmin de door de deken verzochte informatie gegeven of op verzoeken van de deken tijdig gereageerd waarmee hij tevens in strijd met gedragsregel 37 (oud) heeft gehandeld. Door zijn handelwijze in de afgelopen jaren heeft verweerder naar het oordeel van de raad ook de kernwaarden van de advocatuur en met name de integriteit veronachtzaamd en daarmee tast hij het aanzien van de advocatuur aan. Bovendien heeft verweerder geen inzicht getoond in zijn tekortkomingen. Tevens betrekt de raad bij het oordeel over de op te leggen maatregel het feit dat verweerder de laatste jaren met veel tuchtrechtelijke veroordelingen is geconfronteerd van in ernst toenemende aard. De raad komt dan ook tot de conclusie dat verweerder niet in de advocatuur thuishoort. Schrapping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/215
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:3
Klacht tegen plastisch chirurg. Volgens klaagster is er o.a. onvoldoende informatie verstrekt voorafgaande aan de operatie, was er geen sprake van informed consent en is de operatie niet goed uitgevoerd. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 132/2018
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:5
Klacht tegen chirurg in opleiding (aios) met betrekking tot het zelfstandig uitvoeren van een (galblaas-)operatie. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/337
- Datum publicatie: 11-01-2019
- Datum uitspraak: 11-01-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:4
Klacht tegen de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts, kort samengevat, dat zij 1) klaagster medisch en menselijk gezien niet goed heeft behandeld, waardoor klaagster in een depressie terecht is gekomen, 2) te laat medische gegevens heeft opgevraagd en voorts brieven van behandelaars naast zich neer heeft gelegd, waardoor ze niet de juiste conclusie heeft kunnen trekken, 3) alleen maar naar de werkgever heeft geluisterd en klaagster onder druk heeft gezet om weer te gaan werken 4) aan klaagster heeft gevraagd of zij geen uitzaaiingen heeft, want dan zou zij een IVA uitkering kunnen aanvragen, 5) geen actie heeft ondernomen op de loonstop, 6) klaagster verboden heeft om contact met haar op te nemen. deels gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.520
- Datum publicatie: 10-01-2019
- Datum uitspraak: 10-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:3
Klacht tegen arts. De klacht heeft betrekking op de overleden partner van klager, hierna patiënte. Patiënte was opgenomen op de IC van het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is vanwege aanhoudende misselijkheid, braken en diarree. Patiënte is behandeld voor uitdroging en na enkele dagen uit het ziekenhuis ontslagen. Op de dag van ontslag is patiënte in de avond door de huisarts weer naar de SEH verwezen. Daar is zij gezien door verweerster, werkzaam als arts niet in opleiding tot specialist. In overleg met de supervisors van verweerster is patiënte die avond niet opgenomen. Korte tijd later is patiënte met verergerde klachten opnieuw opgenomen in een ander ziekenhuis, waar een tumor is vastgesteld waaraan patiënte diezelfde dag is geopereerd. Twee weken nadien is patiënte overleden. Klager verwijt verweerster dat zij patiënte niet opnieuw heeft opgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.016
- Datum publicatie: 10-01-2019
- Datum uitspraak: 10-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:4
Klacht tegen MDL-arts. Klaagster is door de huisarts verwezen in verband met maandenlange buikpijn waarvoor geen duidelijke oorzaak was gevonden. Klaagster verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij in 2008 en 2012 de reeds aanwezige tumor niet heeft opgemerkt en heeft nagelaten nader onderzoek te doen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.144
- Datum publicatie: 10-01-2019
- Datum uitspraak: 10-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:5
Klacht tegen huisarts. Klaagster en verweerder zijn broer en zus. Hun ouders zijn overleden. Verweerder was huisarts van de moeder. Volgens klaagster is verweerder bij zijn beroepsmatig handelen ten aanzien van de moeder niet gebleven binnen de grenzen van de door voor hem geldende redelijk bekwame beroepsuitoefening. Volgens klaagster heeft verweerder niet die zorg betracht die hij in zijn hoedanigheid van zorgverlener jegens de moeder in acht had dienen te nemen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in de klacht, omdat het ervoor moet worden gehouden dat klaagster met het voeren van deze tuchtprocedure niet de wil van de overleden moeder vertegenwoordigt, zodat zij geen van de wil van de moeder afgeleid klachtrecht heeft. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.264
- Datum publicatie: 10-01-2019
- Datum uitspraak: 10-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:6
Verweerster, huisarts, is bevriend met de voormalige echtgenote van klaagster. Zij heeft geen behandelrelatie met klaagster. Na een ruzie heeft verweerster de toenmalige echtelijke woning bezocht. Klaagster heeft bij de ruzie een bijtwond van 1,5 centimeter in haar oor opgelopen en is behandeld op een huisartsenpost. Klaagster en haar voormalige echtgenote zijn nadien een echtscheidingsprocedure gestart. Klaagster verwijt verweerster: 1) dat zij op de datum van het handgemeen niet de noodzakelijke hulp aan klaagster heeft gegeven, 2) dat zij zich heeft gemengd in een privékwestie door een verklaring af te leggen in de echtscheidingsprocedure tussen klaagster en haar voormalige echtgenote, en 3) dat zij een ‘vertaling’ heeft gemaakt van op klaagster betrekking hebbende medische stukken en die medische stukken ook heeft voorgelegd aan andere medici, die geen recht op inzage hadden in de medische gegevens van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster ten aanzien van de klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk verklaard, klachtonderdeel 3 gegrond verklaard en heeft de arts ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd. De arts heeft tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege beroep ingesteld, voor zover de klacht gegrond is verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:1 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.447
- Datum publicatie: 10-01-2019
- Datum uitspraak: 10-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:1
Klacht tegen MDL-arts. Verweerder heeft in de periode van 2007 tot 2012 vanwege klachten van zuurbranden tweemaal een recept voor Proton Pump Inhibitors (PPI’s) aan klager (zelf arts) uitgeschreven. De overige medicatie in die periode is door klager zelf of door zijn huisarts voorgeschreven. Klager verwijt verweerder in de kern dat hij gedurende lange tijd PPI’s heeft voorgeschreven waardoor klager onherstelbare gezondheidsschade heeft opgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.519
- Datum publicatie: 10-01-2019
- Datum uitspraak: 10-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:2
Klacht tegen internist. De klacht heeft betrekking op de overleden partner van klager, hierna patiënte. Patiënte was opgenomen op de IC van het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is vanwege aanhoudende misselijkheid, braken en diarree. Zij is behandeld voor uitdroging en na enkele dagen uit het ziekenhuis ontslagen. Korte tijd later is patiënte met verergerde klachten opnieuw opgenomen in een ander ziekenhuis, waar een tumor is vastgesteld waaraan patiënte diezelfde dag is geopereerd. Twee weken nadien is patiënte overleden. Klager verwijt verweerder dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, onvoldoende onderzoek heeft verricht en patiënte uit het ziekenhuis heeft ontslagen terwijl dit niet verantwoord was.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:2 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-382/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 07-01-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:2
Advocaat had arbeidsovereenkomst met haar toenmalige kantoor beëindigd. En van dat kantoor de uitdrukkelijke instructie de cliënten niet te informeren. De advocaat mocht er onder die omstandigheden op vertrouwen dat haar voormalige kantoor voor een adequate vervanging zou zorgdragen en de cliënt daarover zou informeren. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:196 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-876/DB/OB
- Datum publicatie: 09-01-2019
- Datum uitspraak: 18-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:196
NIet gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden, waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen. Kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 387
- Pagina: 388
- Pagina: 389
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten