Zoekresultaten 19351-19400 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.352

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/353

    Verweerster was de behandelaar van de ex-partner van klager. Bij het beëindigen van die behandelrelatie heeft verweerster een overdrachtsbrief gestuurd aan de huisarts van de ex-partner. Klager verwijt verweerster dat zij in die brief waardeoordelen heeft over klager als persoon en als vader. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329304 / KL RK 17-185

    De klacht betreft het hebben van een negatieve kantoorsolvabiliteit en een negatieve privésolvabiliteit, waardoor de notaris redelijkerwijs moet verwachten dat dit ertoe kan leiden dat hij (te eniger tijd) niet zal kunnen voldoen aan zijn financiële verplichtingen. De kamer overweegt dat vanwege de geconstateerde negatieve solvabiliteit in de periode waar de klacht op ziet naar het oordeel van de kamer de vrees dat daardoor de notariële onafhankelijkheid verloren ging geenszins denkbeeldig was. Er was sprake van een situatie waarin in redelijkheid kon worden verwacht dat de notaris op enig moment niet aan zijn financiële verplichtingen had kunnen voldoen en een faillissement niet kon worden uitgesloten. De kamer overweegt verder dat vanwege het feit dat de Rabobank coulant is geweest en een hoge vordering heeft kwijtgescholden, het financiële tij is gekeerd en ergere financiële problemen zijn voorkomen. Zonder afbreuk te willen doen aan de inspanningen van de notaris om de financiële situatie alsnog ten goede te keren, verwijt de kamer de notaris dat hij onverantwoorde risico’s heeft genomen. De notaris moet te allen tijde voorzichtig zijn met geleend geld, ook in goede marktomstandigheden. Door dit niet te doen, heeft de notaris zichzelf in een zeer kwetsbare positie gebracht en is er langdurig sprake van een negatieve solvabiliteit. Dit acht de kamer verwijtbaar. De klacht is derhalve gegrond. Gelet op de ernst en verwijtbaarheid enerzijds en de door de notaris getroffen inspanningen om zijn positie te verbeteren anderzijds, acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:58 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338433 KL RK 18 - 76

    In een eerdere beslissing tussen partijen heeft de kamer geoordeeld dat de notaris op grond van artikel 55 Wna gehouden is een urenspecificatie te overleggen. In onderhavige zaak beklaagt klaagster zich over het feit dat de notaris, ondanks de eerdere kamerbeslissing, nog steeds geen urenspecificatie wenst over te leggen. Ook reageert de notaris niet op e-mails en heeft hij de gemachtigde van klaagsters telefonisch onheus te woord gestaan. De kamer is van oordeel dat het, gezien de beslissing van de kamer van 8 mei 2018 en de verzoeken van klager van 1 juni 2018 en 8 juni 2018, op de weg van de notaris had gelegen om zo spoedig mogelijk de specificatie als bedoeld in artikel 55 Wna aan de gemachtigde van klager te verstrekken. Door dit na te laten, althans ontwijkend te antwoorden op bedoelde verzoeken van klager om een urenspecificatie en om naleving van de beslissing van de kamer, heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld. De kamer weegt daarbij mee dat de notaris pas na de aanmaning van de advocaat van de gemachtigde van klaagster een specificatie heeft verstrekt. Deze specificatie van werkzaamheden heeft de notaris bovendien niet rechtstreeks aan klaagster, maar aan de kamer verstrekt. Van belang is verder dat de notaris niet heeft toegelicht hoeveel tijd hij aan welke werkzaamheid heeft besteed. Hij heeft ten onrechte volstaan met een opgave van het tot aan aantal aan de zaak bestede uren. Blijkens het overzicht heeft hij daarbij ook nog eens de tijd in rekening gebracht voor de behandeling van de eerdere klacht van klaagster. Deze tijd komt echter, gelet op de vaste rechtspraak en naar bij de notaris bekend mag worden verondersteld, niet in aanmerking voor declaratie bij klaagster. De kamer is daarom van oordeel dat de klacht op al haar onderdelen gegrond is en dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De kamer legt de notaris de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339157 / KL RK 18 - 85

    Klager verwijt de notaris allereerst dat sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie. Verder verwijt klager de notaris dat hij zich tijdens zijn schorsing niet heeft gedragen zoals van een geschorst notaris verwacht mag worden. Tot slot heeft klager bij de notaris op kantoor vijf akten aangetroffen die zijn gepasseerd maar niet waren ingeschreven in het repertorium, niet ter registratie waren aangeboden, niet waren ingebonden en ook niet waren opgeslagen in de kantoorkluis. De kamer heeft klachtonderdeel een en twee ongegrond verklaard. Het derde klachtonderdeel is door de kamer gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/336214 / KL RK 18 - 56

    Klager stelt dat de notaris, gelet op artikel 138 lid 2 BW, niet had mogen meewerken aan de verkoop van de woning door de voorwaardelijke erfgenamen. Door dit toch te doen heeft de notaris het aanzien van de beroepsgroep geschaad. Verder verwijt klager de notaris dat hij met zijn handelen klager in een kwaad daglicht heeft gezet, aangezien klager als notaris zelf eerder zijn medewerking aan de verkoop weigerde vanwege de voorwaardelijke positie van de aspirant verkopers. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335580 / KL RK 18 - 45

    Tussen klagers en X bestond een samenwerkingsverband. In het kader van die samenwerking heeft de (oud)notaris diverse akten opgesteld. Klagers verwijten de (oud)notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld, waarbij de klacht is onderverdeeld in verschillende klachtonderdelen. De kamer verklaart de klacht grotendeels niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de klachttermijn. Voor het overige heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339924 / KL RK 18-95

    De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen: - Overtredingen van de risicoprofilering, cliëntmonitoring en het verscherpt cliëntenonderzoek ex artikel 3 jo 8 WWft - Schending van de onderzoeksplicht ex artikel 17 Wna - Schending van de weigeringsplicht ex artikel 21 Wna - Overtreding van de meldingsplicht ex artikel 16 Wwft. - Ontbreken van procedures Wwft en niet voldoen aan opleidingsverplichting ex artikel 35 Wwft. De oud-notaris heeft zowel in zijn verweerschrift als tijdens de zitting de verwijten van klager erkend. De kamer stelt vast dat de oud-notaris onvoldoende heeft voldaan aan de eisen die aan hem werden gesteld, zowel op grond van de Wwft als de Wna. De oud-notaris heeft door onvoldoende onderzoek te doen, de dienstverlening niet op te schorten en onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen op grond van de Wwft, zijn poortwachtersrol niet waargemaakt. Een notaris dient te allen tijde en ongeacht de omstandigheden, waarin hij en/of zijn notariskantoor zich bevinden, de op hem rustende wettelijke verplichtingen na te komen. Nu de oud-notaris dit heeft nagelaten, acht de kamer dit tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daarom heeft de kamer de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard. De oud-notaris heeft laakbaar gehandeld. De gegronde klachtonderdelen raken de kern van het notariaat. Daarbij komt dat ze niet zien op één akte, maar op tien akten van aandelenoverdrachten. De conclusie is gerechtvaardigd dat de oud-notaris de ondernemingsrechtelijke afdeling van zijn kantoor onvoldoende onder controle had. Zowel in aard als in aantal betreffen het ernstige kwesties, die in de notariële praktijk niet mogen voorkomen. Gelet op de ernst van de gemaakte verwijten zou in beginsel een schorsing van enige duur op zijn plaats zijn. De oud-notaris heeft aangevoerd dat tussen de start van het onderzoek door klager in mei 2016 en het indienen van de klacht zesentwintig maanden zijn verstreken. Tussen het afronden van het onderzoek door klager en het indienen van de klacht zijn elf maanden verstreken. De oud-notaris heeft de kamer verzocht om bij de beoordeling van de klacht en bij het eventueel bepalen van de strafmaatregel rekening te houden met deze lange duur. De kamer gaat aan dit verzoek voorbij omdat klager de klacht binnen de geldende klachttermijn van artikel 99 lid 21 Wna heeft ingediend. De oud-notaris heeft verder in zijn verweerschrift aangevoerd dat hij naar aanleiding van het onderzoek van klager het kantoorbeleid heeft bijgewerkt en aangescherpt. Ook hebben de oud-notaris en zijn medewerkers verschillende opleidingen op het gebied van de Wwft gevolgd. Hieruit blijkt naar het oordeel van de kamer dat de oud-notaris zich heeft ingespannen om herhaling van deze kwalijke kwesties te voorkomen. Voorts houdt de kamer rekening met het feit dat aan de oud-notaris nog niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Gelet op de aard en de ernst van de onzorgvuldigheid enerzijds en het feit dat de oud-notaris thans geen notarispraktijk meer voert en ook geen notariële werkzaamheden meer verricht als kandidaat-notaris anderzijds, acht de kamer de maatregel van berisping in combinatie met een geldboete van € 15.000,- passend en geboden.

  • Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende voortvarend en onvoldoende zorgvuldig hebben gehandeld en gecommuniceerd. Voor zover de klachten zijn gericht tegen de notaris, overweegt de kamer dat in de periode waar het hier om gaat de notaris in de uitoefening van zijn werkzaamheden was geschorst. De notaris heeft met dit dossier geen persoonlijke bemoeienis gehad. Voor zover de klacht is gericht tegen de notaris wordt deze daarom bij gebrek aan feitelijke grondslag ongegrond verklaard. Ten aanzien van het handelen van de kandidaat-notaris overweegt de kamer dat het op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen klaagster destijds (duidelijker) te informeren over de voorgenomen aanpak van de zaak en het te verwachten (tijds)verloop daarvan. Op dit punt is naar het oordeel van de kamer sprake van een tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortschieten van de kandidaat-notaris. Verder is de kamer van oordeel dat de kandidaat-notaris klaagster op de hoogte had behoren te stellen van het feit dat zij gedurende de behandeling van het dossier niet of nauwelijks telefonisch bereikbaar zou zijn. Ook op dit punt wordt de klacht gegrond verklaard. Voor het overige heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard. Gezien de aard en de ernst van de geconstateerde tekortkomingen en de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid daarvan heeft de kamer de kandidaat-notaris de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-074/DB/LI

    Grenzen van aan advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid niet overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:42 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-618/DB/OB

    Verweerder heeft, als kantoordirecteur, de behandeld advocaat van klagers opdracht gegeven zijn werkzaamheden te beëindigen in verband met een forse betalingsachterstand. Niet gebleken van de door klagers gestelde afspraak nu de rechtbank de vorderingen van het kantoor van verweerder in de incassoprocedure tegen klagers heeft toegewezen. Gelet op de hoogte van de betalingsachterstand mocht verweerder zijn kantoorgenoot opdragen diens werkzaamheden te beëindigen. Beëindiging was niet onzorgvuldig. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/548

    Klaagster verwijt de reumatoloog dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, waardoor een delay in de behandeling van - naar later bleek - uitgezaaide bot- en leverkanker is ontstaan. In haar medische voorgeschiedenis was er bij klaagster ruim tien jaar eerder sprake geweest van borstkanker. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:43 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-652/DB/OB

    Verweerder Niet gebleken van de door klagers gestelde afspraak nu de rechtbank de vorderingen van het kantoor van verweerder in de incassoprocedure tegen klagers heeft toegewezen. Gelet op de hoogte van de betalingsachterstand mocht verweerder zijn werkzaamheden voor klagers beëindigen. Beëindiging was niet onzorgvuldig want tijdig besproken en duidelijk aangegeven welke werkzaamheden de opvolgend advocaat zou moeten verrichte. Geen ongeoorloofde druk uitgeoefend om meer betaling te krijgen en niet gebleken dat verweerder klagers uit de weg zou zijn gegaan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/547

    Klaagster was door haar huisarts verwezen naar de reumatoloog. Klaagster verwijt de reumatoloog dat hij een onjuiste diagnose (reumatoïde artritis) heeft gesteld, waardoor een delay in de behandeling van - naar later bleek - uitgezaaide bot- en leverkanker is ontstaan. In haar medische voorgeschiedenis was er bij klaagster ruim tien jaar eerder sprake geweest van borstkanker. deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TNORSHE:2019:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/45 en 46

    Klacht van BFT tegen twee notarissen van hetzelfde kantoor. Niet naleven van verplichtingen voortvloeiende uit de specifieke leidraad naleving Wwft voor (kandidaat-)notarissen. Kantoor beschikte niet over vastgelegde kantoorprocedures en kantoorbeleid voor de acceptatie van nieuwe cliënten en het beoordelen van mogelijke (witwas)risico’s, terwijl binnen de ondernemingspraktijk ook geen gebruik werd gemaakt van een werkprogramma of checklist. Klacht gegrond met opleggen van maatregel van berisping aan beide notarissen. Hoofdelijke veroordeling van beide notarissen tot betaling van totaalbedrag aan proceskosten van € 3.500,-.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:44 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-422/DB/OB

    Verweerder heeft diverse toevoegingen voor klager aangevraagd en gedeclareerd. Verweerder heeft ook een oude toevoeging (afgegeven aan de vorige advocaat) laten muteren en ter declaratie ingediend. Deze toevoeging is door de raad voor rechtsbijstand ingetrokken in verband met het behaalde resultaat. Onduidelijk is welke toevoegingen nu precies voor welke werkzaamheden waren gebruikt en of de oude toevoeging door verweerder mocht worden benut. Deze onduidelijk valt verweerder te verwijten. Verweerder had klager meer uitleg moeten geven. Niet gebleken dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan de ernstige verwijten over strafbare gedragingen die klager hem maakt. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/546

    Klaagster verwijt de waarnemend huisarts dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld. Klaagster bleek later uitgezaaide bot- en leverkanker te hebben. In haar medische voorgeschiedenis was er bij klaagster eerder sprake geweest van borstkanker. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/545

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij tweemaal een verkeerde diagnose heeft gesteld. Zo heeft de huisarts de diagnose 'reuma' - hiervoor werd klaagster doorverwezen naar de reumatoloog - en de diagnose 'kneuzing van een rib' gesteld, maar bleek het later te gaan om uitgezaaide bot- en leverkanker. In haar medische voorgeschiedenis was er bij klaagster ruim tien jaar eerder sprake geweest van borstkanker. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/92 en G2018/93

    Klager verwijt twee huisartsen dat zij hem in 2009 ondanks een contra-indicatie hebben gevaccineerd tegen de Mexicaanse griep, met ernstige gevolgen. Voorts verwijt hij hen schending van de dossierplicht, de communicatieplicht en de meldingsplicht met betrekking tot een calamiteit. Klager verwijt hen eveneens dat zij hem te lang – en deels verkeerde – medicatie hebben voorgeschreven. Gecombineerde uitspraak, klachten beide geheel ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-169b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft niet toegelicht hoe de verpleegkundige hem niet serieus heeft genomen, ook niet dat hij hem medicatie zou hebben voorgeschreven. Klacht afgewezen

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:16 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/644106 / DW RK 18/115

    Beslissing op verzet. Klager stelt dat hij nooit een aangetekend dwangbevel heeft ontvangen. Ook is nooit met hem overeengekomen dat zijn vakantiegeld zou worden ingehouden. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340543 / KL RK 18 - 106

    De kamer overweegt dat partijen niet van mening verschillen over de relevante feiten in deze zaak, zodat daarvan als vaststaand kan worden uitgegaan. Daarbij komt dat de kandidaat-notaris heeft erkend dat in het licht van de Wwft haar aanpak van het hierboven genoemde niet voldoende zorgvuldig is geweest. Ook hiervan wordt bij de beoordeling van deze zaak als vaststaand gegeven uitgegaan. Blijft over de vraag of en in hoeverre de kandidaat-notaris om genoemde feiten een tuchtrechtelijk een verwijt gemaakt moet worden. Daarbij is naar het oordeel van de kamer het volgende van belang. De Wwft-onderzoeks- en meldingsplicht voorziet de notaris van een concreet instrument ter vervulling van de rol van poortwachter van het rechtssysteem en raakt daarmee een kerntaak van het notariaat. Verwaarlozing van deze verplichting is daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar en zal in het algemeen ook aanleiding vormen tot het opleggen van een zware maatregel. Dit geldt in de voorliggende zaken des te meer, aangezien het gaat om het passeren van akten van levering aandelen, met andere woorden om de uitoefening van een bevoegdheid die naar Nederlands recht uitsluitend de notaris toekomt. Verwacht mag en moet worden dat ook een kandidaat-notaris deze exclusieve ambtsbevoegdheid zorgvuldig uitoefent. De enkele omstandigheid dat de kandidaat-notaris bij haar werkzaamheden rekening moet houden met de lijn die het kantoor volgt, ontslaat de kandidaat-notaris niet van haar verplichtingen op de hierboven genoemde punten. Als verzachtende omstandigheid heeft de kandidaat-notaris weliswaar aangevoerd dat zij door het stellen van kritische vragen aan de notaris wel degelijk, maar tevergeefs heeft geprobeerd het beleid van haar toenmalige kantoor ter discussie te stellen, maar de kandidaat-notaris kan dit niet nader onderbouwen vanwege haar beperkte toegangsmogelijkheid tot en contact met haar oude kantoor waar de dossiers kennelijk beperkt gearchiveerd zijn. Het moet er daarom voor gehouden worden dat de kandidaat-notaris op dit punt onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen. Wel is het de kamer duidelijk dat de kandidaat-notaris haar inzichten en vaardigheden voor wat betreft de naleving van de Wwft heeft aangescherpt en ontwikkeld en daarvoor op haar huidige kantoor ook de nodige beleidsruimte vindt. De kamer komt daarom al met al tot de conclusie dat het handelen en nalaten van de kandidaat-notaris in de voorliggen de zaken tuchtrechtelijk veroordeeld moet worden, maar de op te leggen maatregel zal, ook omdat het de eerste keer is dat de kandidaat-notaris met het tuchtrecht in aanraking komt, tot een berisping beperkt worden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1011/DH/DH/W

    Wrakingsverzoek ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646063 / DW RK 18/184

    Beslissing op verzet. Klager betwist dat hij gehuwd is. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-275

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft onvoldoende controle op de verstrekking van medicatie uitgeoefend, zodat aan klaagster te veel medicatie is verstrekt. De verpleegkundige had dit niet eerder aan de betrokken arts kunnen melden, gelet op de afronding van het onderzoek. Geen maatregel opgelegd, omdat het doel van het tuchtrecht, het bevorderen en het bewaken van de kwaliteit in de gezondheidszorg, is bereikt: het medicatiedeelsysteem is vernieuwd, er is een onafhankelijke kwaliteitsmedewerker aangesteld, er zijn nieuwe protocollen gemaakt en er is uitleg aan klaagster gegeven. De verpleegkundige betreurt dat hij zijn controleparaaf heeft gezet zonder daadwerkelijk de controle uit te voeren. Gegrond zonder oplegging van een maatregel, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-044/DH/DH

    Raadkamerbeslissingen. Klachten ingetrokken en raad ziet geen redenen aan algemeen belang ontleend om klachten voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:18 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633032 / DW RK 17/762

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig en adequaat op de brief van klaagster van 8 juni 2017 gereageerd. Indien hij dit wel had gedaan had hij kunnen constateren dat het derdenbeslag niet zinvol was. Klacht gegrond, maatregel van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-200

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Uit de door de verpleegkundige aangeboden hartmedicatie is niet gebleken dat hij klager probeerde te drogeren. Ook niet dat hij zich aan klager als arts heeft gepresenteerd. Er is geen diagnose depressie gesteld, de verpleegkundige heeft slechts de werkdiagnose depressie aangeklikt in het medische systeem toen het anti-depressivum door klager werd geweigerd. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/340674 / KL RK 18-108

    Het is niet ongebruikelijk dat bij een bespreking over een wijziging van een testament tevens wordt besproken of een samenlevingscontract nog moet worden aangepast. Indien het toedelingsbeding in het samenlevingscontract wel was gehandhaafd, had na overlijden van erflater onduidelijkheid kunnen ontstaan omdat de regeling in dat geval op twee plekken vastgelegd zou zijn. Daarnaast was de reden voor het opnemen van het toedelingsbeding in 2003 inmiddels komen te vervallen. In deze context bezien, acht de kamer het niet onzorgvuldig dat de notaris heeft voorgesteld om het toedelingsbeding te schrappen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:6 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-263/DH/RO

    Raadkamerbeslissingen. Klachten ingetrokken en raad ziet geen redenen aan algemeen belang ontleend om klachten voort te zetten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:19 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633707 / DW RK 17/797

    Klaagster beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder weigert de juiste beslagvrije voet toe te passen en de teveel ingehouden zorgtoeslag terug te storten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:10 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-124/DH/RO-b

    Verweerders zijn advocaten van de wederpartij. Klacht deels gegrond. Verweerders hebben het gerechtshof onvolledig geïnformeerd, doordat in de memorie van antwoord ten onrechte is gesuggereerd dat de mogelijkheid was geboden stukken in te zien zonder dat daar een voorwaarde aan was verbonden. Als het gerechtshof volledig zou zijn geïnformeerd had ook vermeld moeten worden dat het voorstel tot inzage voorwaardelijk was, namelijk onder de voorwaarde dat het voorgestelde geldbedrag zouden worden geaccepteerd. Een en ander is in de e-mail van 6 april 2017 door verweerder geëxpliciteerd. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden van verweerders, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-278

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft onvoldoende controle op de verstrekking van medicatie uitgeoefend, zodat aan klaagster te veel medicatie (opiaten) is verstrekt. De verpleegkundige had dit niet eerder aan de betrokken arts kunnen melden, gelet op de afronding van het onderzoek. Geen maatregel opgelegd, omdat het doel van het tuchtrecht, het bevorderen en het bewaken van de kwaliteit in de gezondheidszorg, is bereikt: het medicatiedeelsysteem is vernieuwd, er is een onafhankelijke kwaliteitsmedewerker aangesteld, er zijn nieuwe protocollen gemaakt en er is uitleg aan klaagster gegeven. De verpleegkundige betreurt dat hij de voorgeschreven opiaten beter had moeten controleren aan de hand van de mediatiedeellijst en de tabletten die aan klaagster verstrekt werden. Gegrond zonder oplegging van een maatregel, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:20 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/649560 / DW RK 18/324

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich erover dat er onaangekondigd bankbeslag is gelegd. Verder stelt hij dat de gerechtsdeurwaarder niet reageert op zijn verzoeken om informatie. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/657892 / DW RK 18/606

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de aankondiging en verkoop van zijn roerende zaken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:8 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-768/DH/RO

    Raadkamerbeslissingen. Klachten ingetrokken en raad ziet geen redenen aan algemeen belang ontleend om klachten voort te zetten.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/341128 / KL RK 18-111

    De kamer is met de notaris van oordeel dat zij voor zowel de snelheid als de inhoud van de informatieverstrekking afhankelijk was van de executeur en ook de vader. Dat zij mede door ziekte de informatie soms traag aan de notaris aanleverden, kan de notaris niet worden aangerekend. De notaris heeft naar het oordeel van de kamer klaagsters telkens adequaat geantwoord daar waar de executeur haar daartoe de mogelijkheid bood.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-290

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft onvoldoende controle op de verstrekking van medicatie uitgeoefend, zodat aan klaagster te veel medicatie (opiaten) is verstrekt. De verpleegkundige had dit niet eerder aan de betrokken arts kunnen melden, gelet op de afronding van het onderzoek. Geen maatregel opgelegd, omdat het doel van het tuchtrecht, het bevorderen en het bewaken van de kwaliteit in de gezondheidszorg, is bereikt: het medicatiedeelsysteem is vernieuwd, er is een onafhankelijke kwaliteitsmedewerker aangesteld, er zijn nieuwe protocollen gemaakt en er is uitleg aan klaagster gegeven. Daarnaast zat de verpleegkundige nog in haar inwerkperiode (derde werkdag). Gegrond zonder oplegging van een maatregel, klacht voor het overige afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:15 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/634514 / DW RK 17/864

    Beslissing op verzet. Klager betwist de ontvangst van het beslagexploot. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:9 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-124/DH/RO-a

    Verweerders zijn advocaten van de wederpartij. Klacht deels gegrond. Verweerders hebben het gerechtshof onvolledig geïnformeerd, doordat in de memorie van antwoord ten onrechte is gesuggereerd dat de mogelijkheid was geboden stukken in te zien zonder dat daar een voorwaarde aan was verbonden. Als het gerechtshof volledig zou zijn geïnformeerd had ook vermeld moeten worden dat het voorstel tot inzage voorwaardelijk was, namelijk onder de voorwaarde dat het voorgestelde geldbedrag zouden worden geaccepteerd. Een en ander is in de e-mail van 6 april 2017 door verweerder geëxpliciteerd. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden van verweerders, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/339499 KL RK 18-86

    Klager verwijt de notaris ongeoorloofde verrekening van zijn declaratie met een ten behoeve van de verkoper/failliet ten onrechte op de kwaliteitsrekening betaald bedrag. De kamer oordeelt dat de vraag of artikel 53 Faillissementswet (Fw) hier van toepassing is, is voorbehouden aan de civiele rechter. Klager heeft ter zitting ook met zoveel woorden toegegeven dat de motieven voor indiening van deze tuchtklacht niet zuiver tuchtrechtelijk van aard zijn. Dit neemt echter niet weg dat de notaris, gelet op de vaste tuchtrechtspraak, voor het verrekenen van zijn declaratie met gelden op de kwaliteitsrekening in het algemeen toestemming nodig heeft van de cliënt dan wel rechthebbende. Feiten of omstandigheden op grond waarvan dit in deze zaak anders zou zijn, zijn niet gesteld en niet gebleken. In het licht van het zorgvuldigheidsgebod van artikel 17 Wna volgt uit het voorgaande dat het in deze zaak op de weg van de notaris had gelegen ervoor te zorgen dat ofwel de toestemming van de verkoper/failliet voor de verrekening van de declaratie schriftelijk in het dossier aanwezig was ofwel een schriftelijke bevestiging van de notaris aan de verkoper/failliet van de gegeven toestemming. De eigen aantekening van de notaris betreffende de mondelinge toestemming van de verkoper/failliet volstaat daarom niet. Naar het oordeel van de kamer is het tuchtrechtelijk verwijt dat de notaris hiervan, gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak, gemaakt moet worden niet zodanig zwaar dat dit tot oplegging van een maatregel zou moeten leiden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/470

    Klacht tegen huisarts wegens het niet stellen van de juiste diagnose. Volgens klaagster heeft de huisarts de klachten van haar dochtertje ten onrechte afgedaan als buikgriep, terwijl de symptomen die zij aangaf hier niet bij pasten. Uiteindelijk bleek sprake te zijn van een blinde darm ontsteking. De huisarts voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/429

    Verweerder heeft bij klager een psychiatrisch onderzoek verricht in het kader van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Klager verwijt verweerder dat hij een onzorgvuldig onderzoek heeft verricht, onzorgvuldig heeft gehandeld, zich niet heeft gehouden aan de beroepscode voor psychiaters en dat hij onjuiste conclusies heeft getrokken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:32 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/86

    Klager verwijt de notaris het volgende: 1. dat hij gemaakte afspraken niet is nagekomen; 2. dat de notaris klager zou hebben gedwongen om een keuze te maken; 3. dat broer Martin van de notaris geen informatie hoefde te verstrekken; 4. dat er geen toestemming aan klager is gevraagd of de notaris de erf- loon- en inkomstenbelasting mocht opmaken; 5. dat er teveel erfbelasting is betaald doordat er geen aanvraag verlaging WOZ-waarde is ingediend; 6. dat klager geen inzage krijgt in de papieren die broer Martin bij de notaris heeft ingeleverd terwijl broer Martin in een mail aangeeft dat deze voor een ieder ter inzage liggen bij de notaris; 7. dat klager geen inzicht in de declaraties heeft gekregen; 8. dat hij geen afrekening heeft ontvangen; 9. dat de notaris geen gespreksnotities heeft gemaakt van de gesprekken die hij heeft gevoerd met een van de broers of zus van klager; 10. dat hij opdracht zou hebben gegeven aan broer Martin om eerst een taxatie van het huis te laten maken. Dit zijn kosten voor niets want een goede makelaar doet dit toch zelf. Alle onderdelen slagen niet. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/483

    Klager verwijt verweerster met name dat zij zonder toestemming van klager diagnostische informatie over hem in het dossier van zijn ex-partner heeft opgenomen en dat deze informatie zonder de toestemming van klager aan een andere zorgverlener (niet-medicus) is verstrekt. Daarnaast verwijt klager verweerster dat zij de behandeling van klager en zijn ex-partner niet individueel had mogen voorzetten. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 235/2018

    Gegronde klacht over het zich ten onrechte uitgeven als bedrijfsarts en het creëren van rolverwarring tijdens verzuimbegeleiding. Daarnaast onvoldoende onderzoek bij de behandelende sector en onvolledige dossiervoering. Berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:22 Accountantskamer Zwolle 17/2473, 17/2474, 17/2475 en 17/2476 Wtra AK

    Opnieuw klagen over zelfde feitencomplex als in eerdere klacht niet-ontvankelijk wegens strijd met de goede tuchtprocesorde. Klacht over onwaarheden in vorige procedure ongegrond, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkenen zich in processtukken of ter zitting bewust misleidend hebben uitgelaten, waardoor de tuchtrechter op het verkeerde been zou zijn gezet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:47 Raad van Discipline Amsterdam 19-036/A/A 19-037/A/A

    Voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:54 Raad van Discipline Amsterdam 19-062/A/A

    Voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:55 Raad van Discipline Amsterdam 19-057/A/A

    Voorzittersbeslissing.