Zoekresultaten 12501-12550 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-217/DH/DH
- Datum publicatie: 01-11-2021
- Datum uitspraak: 25-10-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:190
Deels gegrond verzet. Ten aanzien van klachtonderdeel a is door de voorzitter een onjuiste maatstaf gehanteerd. Klachtonderdeel alsnog gegrond: verweerder heeft klaagster onder druk gezet een factuur te betalen, terwijl daarvoor onvoldoende aanleiding was en de betalingstermijn nog niet was verstreken. De raad ziet af van het opleggen van een maatregel, nu klaagster naar aanleiding van de kwestie een forse korting op de factuur heeft gekregen, verweerder zijn werkzaamheden nooit heeft opgeschorst en klaagster bijna drie jaar heeft gewacht met het indienen van de klacht. Verzet ten aanzien van klachtonderdeel b ongegrond. Verzet ten aanzien van klachtonderdeel c gegrond: klaagster heeft nooit bedoeld over dit onderdeel te klagen. De raad vernietigt daarom het deel van de voorzittersbeslissing dat ziet op dat klachtonderdeel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-534/DH/RO
- Datum publicatie: 01-11-2021
- Datum uitspraak: 13-10-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:184
Voorzittersbeslissing. Klachten tegen de advocaat van de wederpartij in een complex zakelijk geschil met civiele en strafrechtelijke aspecten gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-254/DH/DH
- Datum publicatie: 01-11-2021
- Datum uitspraak: 01-11-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:178
Raadsbeslissing. Verweerder is in vele opzichten tekortgeschoten in een zorgvuldige belangenbehartiging van klager. Kernwaarden deskundigheid en integriteit ernstig geschonden. Wat de raad zorgen baart, is verweerders gebrek aan inzicht in de laakbaarheid van zijn handelwijze: hij acht zich daarvoor niet verantwoordelijk. Ondanks dat verweerder reeds van het tableau is geschrapt, acht de raad een schorsing in de uitoefening van de praktijk voor een aanzienlijke duur op zijn plaats. Schorsing van 52 weken, waarvan 26 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.090
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:177
Klacht tegen klinisch psycholoog/psychotherapeut. Klager heeft sinds 2007 te maken gehad met diverse hulpverlenende instanties, waaronder de GGZ. De beklaagde werkt in het jongvolwassenenteam van een GGZ en heeft gedurende ongeveer drie jaren regelmatig gesprekken met klager gevoerd. Klager verwijt beklaagde een onjuiste behandeling van zijn klachten, namelijk symptoombestrijding in plaats van behandeling van de onderliggende problemen. Klager heeft daarbij aangevoerd dat in de periode nadat hij via een woonbegeleidingsproject een woning toegewezen had gekregen, beklaagde veelvuldig bij hem langs kwam. Dit was volgens klager vooral in het kader van het eigen onderzoek van beklaagde naar autisme en niet in het belang van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager tegen deze beslissing verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-570
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 23-08-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:203
Voorzittersbeslissing. Uit de overgelegde stukken, waaronder de twee tussen de cliënte van verweerder en klagers gewezen vonnissen, is de voorzitter gebleken dat verweerder bevoegd was om zijn (hoogbejaarde) cliënte via de tussenpersoon bij te staan in het lopende geschil van zijn cliënte met klagers. Voor zover al sprake is geweest van een vervalste Power of Attorney op basis waarvan verweerder onbevoegd in rechte namens zijn cliënte zou zijn opgetreden, dan had het op de weg van die cliënte, dan wel de deken, gelegen om daarover op basis van de artikelen 46 Advocatenwet en 7.1 e.v. Voda te klagen; dat is niet aan klagers. Als partijdige belangenbehartiger van zijn cliënte mocht verweerder dan ook in haar opdracht klagers in een civiele procedure betrekken, zoals hij dat heeft gedaan. Dat verweerder daarbij de grenzen van de hem toekomende vrijheid jegens klagers heeft overschreden, is de voorzitter niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.012
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:171
Klacht tegen neuroloog. Klager is door zijn huisarts verwezen naar de afdeling neurologie van het opleidingsziekenhuis waar de neuroloog werkzaam is. Daar is hij eerst gezien door een coassistent die klager onderzocht. Later nam de neuroloog deel aan het consult en onderzocht hij klager zelf. Klager verwijt de neuroloog dat hij geen toestemming heeft gevraagd voor de eerste afspraak met de coassistente, klagers hoofdpijnklachten niet heeft behandeld en geen goede bejegening heeft nagestreefd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.257
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:184
Klacht van moeder van minderjarige dochter tegen kinder- en jeugdpsychiater. De klacht houdt kort gezegd in dat de psychiater medische informatie over klaagsters dochter aan derden heeft verstrekt (voordat klaagster en haar echtgenoot die informatie hadden gezien), telefonisch contact heeft gehad met derden over klaagster dochter zonder dat klaagster dit wist, verkeerde medische informatie heeft gegeven (waardoor bepaald onderzoek niet kon worden verricht en er voor klaagsters dochter een schooljaar verloren is gegaan) en (tot op heden) niet bereikbaar is. Het Regionaal tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.091
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:178
Klacht tegen verpleegkundige. Klager heeft sinds 2007 te maken gehad met diverse hulpverlenende instanties, waaronder de GGZ. De beklaagde is als sociaal psychiatrisch verpleegkundige verbonden aan het FACT Jeugd-team. Hij is in 2014 bij klager begonnen met psycho-educatie rond autisme. Begin 2017 heeft klager een woning gekregen via een woonbegeleidingsproject van de GGZ. Daar ontstonden problemen met de buren. Klager verwijt beklaagde (1) het stellen van een verkeerde diagnose en het niet serieus nemen van klagers klachten, (2) onjuiste voorlichting tijdens het behandeltraject over het woon-hulpverleningstraject, (3) onvoldoende begeleiding tijdens het behandeltraject bij het oplossen van problemen tijdens het woon-hulpverleningstraject en (4) het geven van verkeerde informatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager tegen deze beslissing verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-569
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 06-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:204
Voorzittersbeslissing over Gedragsregel 22 lid 1 (2018). Verweerder mocht op verzoek van en namens zijn cliënt telefonisch contact opnemen met (alleen) getuige R, zoals door hem gedaan voorafgaand aan het voorlopig getuigenverhoor, ook al had de rechtbank de formele oproeping van de getuigen aan de advocaat van klager opgedragen. Dat verweerder getuige R tijdens het telefoongesprek heeft beïnvloed en/of geïntimideerd kan de voorzitter, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet vaststellen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.013
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:172
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is diverse malen op consult geweest bij de huisarts vanwege klachten gerelateerd aan de geslachtorganen en een veranderde menstruatie. De huisarts heeft klaagster doorverwezen naar een gynaecoloog en naar een praktijkondersteuner van de GGZ en heeft overleg gehad met een medewerker van de GGD. Klaagster verwijt de huisarts dat zij niet heeft gezien en niet heeft erkend dat klaagster verminkt is, klaagster onjuiste informatie zou hebben gegeven en niets heeft willen toegeven, niet heeft gezien dat klaagster een verzakking heeft, klaagster onjuiste informatie heeft gegeven over haar gezondheidstoestand, klaagster niet heeft uitgelegd waarom haar gevoel weg is en haar menstruatie is veranderd, en dat zij de klachten van klaagster aan stress zou hebben toegeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-209 21-210
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 19-07-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:199
Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen de deken en een lid van de Raad van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.092
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:179
Klacht tegen psychiater. Klager heeft sinds 2007 te maken gehad met diverse hulpverlenende instanties, waaronder de GGZ. Beklaagde is als psychiater verbonden aan het FACT Jeugd‑team van de GGZ dat betrokken is geweest bij de begeleiding van klager. Klager verwijt beklaagde (1) het stellen van een onjuiste diagnose (paranoia) en het niet serieus nemen van zijn klachten, (2) het verkeerd voorschrijven van medicatie, (3) een onterecht verzoek tot verlenging van de rechterlijke machtiging en (4) een onjuiste behandeling van de psychiatrische klachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager tegen deze beslissing verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-568
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 06-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:205
Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht als partijdige belangenbehartiger de advocaat van klager aanschrijven en kort voor een zitting aanvullende producties indienen, zonder dat is gebleken dat daarmee de rechter is misleid of klager in zijn belangen is geschaad. Geen gedragsregel verplichtte verweerder om pas met de rechtbank te communiceren nadat de zaak door klager was aangebracht. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.021
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:173
Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is door haar huisarts (beklaagde in de zaak C2021.013) verwezen naar de gynaecoloog. De gynaecoloog heeft klaagster eenmalig gezien. De klacht houdt in dat de gynaecoloog niet heeft gezien en erkend dat klaagster verminkt is, niet heeft gezien dat klaagster een verzakking heeft, niet wilde toegeven dat de vaginale elastische rekbare binnenwand van klaagster weg is, met een eendenbek de verzakking heeft teruggeduwd maar nog steeds heeft ontkend dat er een verzakking is, de klachten van klaagster wijt aan stress en stelt dat klaagster alleen maar het gevoel heeft dat de dader haar gevoel op een gewelddadige manier eruit heeft gehaald, misbruik maakt van haar machtspositie en dat zij racistische oordelen heeft. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.197
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:167
Klacht tegen arts. Klager is de zoon van patiënte, die eind 2015 in verband met een niet‑operabele ontsteking van de galblaas op de afdeling chirurgie van een ziekenhuis was opgenomen. De arts was als zaalarts betrokken bij de zorg voor patiënte. Besloten werd tot een galblaasdrainage, mits de INR-waarde (stollingswaarde van het bloed) lager was dan 1,5.Die waarde is nooit bereikt en patiënte is enkele dagen later overleden. Klager verwijt de arts: (1) het niet plaatsen van de levensnoodzakelijke galdrain; (2) het toedienen van een overdosis cofact; (3) het niet stellen van de vraag of obductie gewenst was en (4) onzorgvuldige/onjuiste verslaglegging in het dossier/systeem. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.177
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:180
Klacht tegen klinisch psycholoog. Klager was op grond van een TBS-maatregel opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum. De klinisch psycholoog was hier enige tijd hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt de klinisch psycholoog dat zij (1) verkeerde diagnoses heeft gesteld, (2) klager op oneigenlijke wijze onder druk heeft gezet om medicatie te gaan gebruiken, (3) klachtwaardig heeft gehandeld bij een second opinion, (4) heeft gedreigd met een longstay-aanvraag en (5) valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 2 en 5 (wegens ne bis in idem) en verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.022
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:174
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is diverse malen op consult geweest bij haar eigen huisarts (beklaagde in C2021.013). Klaagster is in mei 2020 door haar eigen huisarts verwezen naar de beklaagde huisarts (een collega binnen de huisartsenpraktijk), omdat klaagster niet tevreden was over het advies van haar eigen huisarts. Klaagster is één keer op consult bij de huisarts geweest en is toen door de huisarts onderzocht. De klacht houdt in dat de huisarts niet heeft erkend dat klaagster is verminkt, niet erkend heeft dat het om vrouwenbesnijdenis gaat, onjuiste informatie over klaagsters lichamelijke klachten heeft gegeven, vragen niet beantwoord heeft en belangrijke informatie heeft achtergehouden, geen duidelijkheid heeft gegeven over klaagsters gezondheidstoestand, klaagster niet heeft doorverwezen, en dat zij geadviseerd heeft een advocaat te zoeken terwijl dat niet kan zonder een artsenverklaring. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-245
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 19-07-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:200
Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen adjunct-secretaris van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.198
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:168
Klacht tegen chirurg. Klager is de zoon van patiënte, die eind 2015 in verband met een niet‑operabele ontsteking van de galblaas op de afdeling chirurgie van een ziekenhuis was opgenomen. De chirurg was de hoofdbehandelaar van patiënte. Besloten werd tot een galblaasdrainage, mits de INR-waarde (stollingswaarde van het bloed) lager was dan 1,5.Die waarde is nooit bereikt en patiënte is enkele dagen later overleden. Klager verwijt de chirurg: (1) het niet plaatsen van de levensnoodzakelijke galdrain; (2) het toedienen van een overdosis cofact; (3) het niet stellen van de vraag of obductie gewenst was en (4) onzorgvuldige/onjuiste verslaglegging in het dossier/systeem. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.178
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:181
Klacht tegen psychiater. Klager was op grond van een TBS-maatregel opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum. Beklaagde is psychiater en directeur van de kliniek. Klager verwijt de psychiater dat hij (1) verkeerde diagnoses heeft gesteld, (2) klager op oneigenlijke wijze onder druk heeft gezet om medicatie te gaan gebruiken, (3) klachtwaardig heeft gehandeld bij een second opinion, (4) heeft gedreigd met een longstay-aanvraag en (5) valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 1 en 2 (wegens ne bis in idem) en verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.031
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:175
Klacht tegen een chirurg. Klaagster heeft in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is een laparoscopische cholecystectomie ondergaan. De volgende ochtend is zij uit het ziekenhuis ontslagen. De dag daarop is zij is in verband met onder meer koorts en buikpijnklachten in een ander ziekenhuis naar de SEH gegaan. Daar bleek onder meer dat sprake was van een lage hemoglobinewaarde. Klaagster verwijt de chirurg o.a. dat er geen intake met hem heeft plaatsgevonden voor de operatie, hij niet aanwezig was op de O.K., er twee chirurgen in opleiding de operatie hebben uitgevoerd, en dat er laparoscopisch is geopereerd terwijl daarvoor contra-indicaties bestonden en dat de nazorg ver onder de maat was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-246
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 19-07-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:201
Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen een lid van de Orde van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.002
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:169
Klacht tegen arts. Klager is gedetineerd. Klager is op verwijzing van de inrichtingsarts vanwege hoofdpijnklachten gezien op de polikliniek neurologie van het ziekenhuis. De arts heeft bij klager een lumbaalpunctie in zittende houding verricht. Daarna is bij klager postpunctionele hoofdpijn ontstaan die is behandeld met een bloodpatch. De klacht houdt in dat arts - door de handboeien die klager om had aan de voorkant van zijn lichaam tijdens de ingreep - de lumbaalpunctie in een verkeerde, zittende houding heeft uitgevoerd met als gevolg chronische hoofdpijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep,
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.179
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:182
Klacht tegen klinisch psycholoog/psychotherapeut. Klager was op grond van een TBS‑maatregel opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum. De klinisch psycholoog/psychotherapeut was hier enige tijd als manager behandeling en bedrijfsvoering bij zijn behandeling betrokken. Zij gaf onder meer leiding aan het hoofd van de afdeling waar klager was opgenomen. Klager verwijt de klinisch psycholoog/psychotherapeut dat zij (1) verkeerde diagnoses heeft gesteld, (2) klager op oneigenlijke wijze onder druk heeft gezet om medicatie te gaan gebruiken, (3) klachtwaardig heeft gehandeld bij een second opinion, (4) heeft gedreigd met een longstay-aanvraag en (5) valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2019.373
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:176
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft zich eind 2012 tweemaal kort na elkaar ziek gemeld en is in verband daarmee begin 2013 op het spreekuur van beklaagde, bedrijfsarts, verschenen. Klager heeft toen aangegeven overwerkt te zijn. De volgende dag heeft de werkgever van klager contact opgenomen met beklaagde en medegedeeld dat het functioneren van klager de laatste tijd niet goed verliep. Vervolgens is een re-integratietraject gestart bij de werkgever van klager. Het UWV heeft een half jaar later geoordeeld dat de werkgever onvoldoende re-integratie inspanningen heeft uitgevoerd. Beklaagde heeft een mediation traject geadviseerd, zonder resultaat, waarna zij voor klager een ‘spoor 2’-traject is gestart. Klager heeft eerder een klachten tegen de bedrijfsarts ingediend (C2017.100, C2018.284 en C2019.188.). De klacht houdt in dat de bedrijfsarts: a. Artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (bedrog) heeft overtreden door meerdere malen schriftelijk te hebben beschreven en vastgelegd dat een spoor 2 traject ingezet wordt. Nu beklaagde verklaart dat er geen spoor 2 traject is uitgevoerd, is er sprake van feitelijk bedrog. b. Artikel 228 van het Wetboek van Strafrecht (opzettelijk afgeven valse verklaring door arts) en 225 van het Wetboek van Strafrecht (valsheid van geschifte) heeft overtreden, door op de zitting van 13 juni 2019 (begrepen wordt: het mondeling vooronderzoek, RTG) andere verklaringen met betrekking tot de situatieve arbeidsongeschiktheid te benoemen dan feitelijk eerder gedurende 2013 zijn beschreven. c. Geen invulling heeft gegeven aan de afspraak dat tussen werkgever en werknemer een spoor 2 traject is afgesproken. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klager met betrekking tot de klachtonderdelen a en b kennelijk niet-ontvankelijk is (ne bis in idem) en dat klachtonderdeel c kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-577
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 23-08-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:202
Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht klaagster op basis van de toen van zijn cliënte verkregen informatie zonder nader onderzoek aanschrijven zoals gedaan met daarin ook aanzegging van ontruiming bij niet tijdige betaling. Pas later is een administratief misverstand ontdekt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.008
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:170
Klacht tegen neuroloog. Klager is door zijn huisarts naar de neuroloog verwezen vanwege pijnklachten in de benen die toenemen bij lopen en gevoelsstoornissen in de benen. De neuroloog heeft klager over een periode van vier jaar meerdere keren op het spreekuur gezien, waarbij er aanvullend onderzoek is gedaan. Klager is later overgegaan naar een andere neuroloog die bij klager vaatlijden heeft vastgesteld. De klacht houdt in dat de neuroloog een foute diagnose heeft gesteld en de diagnose polyneuropathie heeft verzwegen, waardoor adequate behandeling niet tijdig heeft kunnen plaatsvinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.225
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:183
Klacht tegen psychiater. Verweerder is werkzaam als psychiater in de TBS-kliniek waar klager verbleef. Klager verwijt verweerder dat hij 1) ten onrechte de diagnose van persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken heeft gesteld en dat hij ten onrechte heeft aangegeven dat klager behandeld moest worden voor deze persoonlijkheidsstoornis, en 2) klager tijdens een gesprek onheus heeft bejegend door te zeggen dat klager een selectief geheugen en een selectief gehoor heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege wijst de getuigenverzoeken af en verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2021:47 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/70
- Datum publicatie: 28-10-2021
- Datum uitspraak: 15-07-2021
- ECLI:NL:TDIVTC:2021:47
Dierenarts wordt verweten tekort te zijn geschoten in het onderzoek en de behandeling van een hond die, naar nadien elders is gebleken, een histiocytair sarcoom met uitzaaiingen in diverse organen bleek te hebben. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 700583 / NT 21-27
- Datum publicatie: 27-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:20
Depotovereenkomst. Klacht over schenden zorgplicht notaris, die de onder hem gehouden gelden heeft uitgekeerd, terwijl klaagsters hem op de hoogte hadden gebracht van een door hen op korte termijn te verwachten verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag. De notaris heeft niet gereageerd op het verzoek van klaagsters de gelden onder zich te houden en op het moment van beslaglegging heeft hij niet direct laten weten dat de gelden al waren uitbetaald. Klacht ongegrond. Alleen een gelegd beslag had de uitkering kunnen voorkomen. Er bestond voor de notaris geen verplichting jegens klaagsters om gelden onder zich te houden. Op grond van zijn geheimhoudingsplicht kon de notaris geen mededeling doen over de afhandeling van het depot. De notaris heeft tijdig de verklaring op grond van artikel 476a lid 1 BW afgelegd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2021:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 701055 / NT 21-28
- Datum publicatie: 27-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TNORAMS:2021:21
Levenstestament. Klacht over wilsbekwaamheid. Klaagster heeft niet aanemelijk gemaakt dat de kandidaat-notaris zich niet met voldoende zorgvuldigheid zekerheid heeft verschaft over de wilsbekwaamheid van de moeder van klaagster, die in haar levenstestament haar oudste zoon een algemene volmacht had gegeven. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van haar vader had moeten plaatsvinden. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-561/DH/RO
- Datum publicatie: 27-10-2021
- Datum uitspraak: 06-10-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:175
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat sprake is van een privé gedraging van verweerder.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-600/DH/RO
- Datum publicatie: 27-10-2021
- Datum uitspraak: 06-10-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:176
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening in een bestuursrechtelijke kwestie kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:187 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210095
- Datum publicatie: 27-10-2021
- Datum uitspraak: 25-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:187
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder is in beroep gegaan tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel a) door de raad en het opleggen van de maatregel van waarschuwing. De raad heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld doordat hij in het verleden de belangen van klager en zijn broer [broer 1] heeft behartigd en thans in een procedure in opdracht van [broer 1] tegen klager optreedt. Gedragsregel 15 belet een advocaat niet om voor twee of meer cliënten in dezelfde zaak op te treden, maar hij dient zich er echter wel rekenschap van geven van het feit dat eventueel ook in de toekomst een conflicterend belang kan ontstaan met als consequentie dat de advocaat niet langer voor deze cliënten kan optreden. Het hof concludeert in deze zaak dat verweerder in dezelfde zaak tegen zijn voormalige cliënt is opgetreden en daarbij gebruik heeft gemaakt van vertrouwelijke informatie die hij van klager heeft verkregen, terwijl hij al lange tijd wist dat klager ernstige (en voor het hof alleszins begrijpelijke) bezwaren had dat verweerder zijn rechtsbijstand voor [broer 1] zou voortzetten. Daarmee heeft verweerder van de uitzonderingsmogelijkheid als bedoeld in Regel 15 lid 3 alle drie de voorwaarden niet nageleefd. Ook heeft verweerder onvoldoende inzicht getoond in het belang van de kernwaarde partijdigheid doordat niet is gebleken dat verweerder enige twijfel over zijn optreden heeft gehad, noch dat hij de deken om advies heeft gevraagd. Vernietigt de beslissing van de raad voor zover de maatregel van waarschuwing is opgelegd en legt ambtshalve de maatregel van berisping op. Veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:195 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210213
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 01-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:195
Artikel 13 beklag. Klager heeft voor dezelfde zaak (schadeclaim tegen een advocaat die hem heeft bijgestaan) opnieuw verzocht om aanwijzing van een advocaat. Hetgeen klager ter onderbouwing van zijn verzoek heeft aangevoerd betreffen geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. De deken heeft het verzoek daarom op juiste gronden afgewezen. Beklag is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:50 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/379889 KL RK 20-139
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 15-09-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:50
De kamer overweegt dat de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater niet de zorgvuldigheid en voortvarendheid heeft betracht die zowel de wet- en regelgeving als de maatschappij van haar eisen. Hierdoor is het vertrouwen aangetast dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen. De kamer acht aannemelijk dat de door de notaris aangedragen omstandigheden impact hebben gehad op (de kantoororganisatie van) de notaris. Dit neemt echter niet weg dat dit niet ten koste mag gaan van de cliënten en de dienstverlening van het kantoor. Bovendien was reeds in 2018 sprake van de door de notaris aangedragen omstandigheden die voor vertraging in de afwikkeling zorgden. Toch duurde het nog tot september 2020 voordat de notaris wezenlijke veranderingen in haar kantoororganisatie doorvoerde.Daar komt nog bij dat uit het dossierverloop en de proceshouding van de notaris het de kamer niet is gebleken dat de notaris voldoende zelfinzicht heeft en de klachtwaardigheid van haar (gebrek aan) handelen inziet. De notaris heeft weliswaar zowel aan klagers als aan de kamer meerdere malen haar excuses aangeboden, maar heeft hierbij onvoldoende blijk gegeven van verantwoordelijkheidsgevoel. Er volgden na de excuses immers geen verbeteringen in het handelen van de notaris. De notaris heeft meerdere malen de kans gekregen om de door haar gemaakte fouten te herstellen, maar de notaris heeft deze kansen onvoldoende aangegrepen.De kamer verklaart de klacht gegrond en legt de notaris de maatregel van schorsing in het ambt voor de duur van twaalf weken op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:189 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210144D
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 25-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:189
Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerster dat zij gedurende lange tijd onbereikbaar is geweest voor een aantal van haar cliënten en vervolgens ook voor de deken. De Raad van Discipline heeft verweerster de maatregel van schorsing in de uitvoering van de praktijk voor de duur van 26 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk, opgelegd. Verweerster erkent de door de deken genoemde klachten en ze begrijpt dat haar een maatregel wordt opgelegd. Verweerster verzoekt het hof bij het vaststellen van de maatregel rekening te houden met een moeilijke periode in haar privéleven. Het hof is van oordeel dat sprake is van een ernstige patroon van gebrekkige communicatie en onbereikbaarheid. Zorgelijk acht het hof dat eerdere klachten uit 2019 en 2020 over haar bereikbaarheid en twee eerdere veroordelingen die de raad aan verweerster heeft opgelegd vanwege haar gebrekkige communicatie en onbereikbaarheid verweerster er niet toe hebben aangezet alsnog maatregelen te treffen om herhaling te voorkomen. Evenzeer acht het hof zorgelijk dat verweerster in de procedure in eerste aanleg bij de raad in het geheel niet op het dekenbezwaar heeft gereageerd en evenmin op de zitting van de raad is verschenen. Hoewel het hof begrip heeft voor de persoonlijke omstandigheden van verweerster en de moeilijke periode die zij in haar privéleven heeft doorgemaakt, is de handelwijze van verweerster tuchtrechtelijk laakbaar. Hiermee heeft zij de kernwaarden integriteit en deskundigheid geschonden en daarmee onprofessioneel gehandeld. Vernietiging van de beslissing Raad van Discipline, voor zover de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk, is opgelegd. Oplegging de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken, waarvan 20 weken voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel van de schorsing wordt de bijzondere voorwaarde verbonden van een coachingstraject.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:235 Raad van Discipline Amsterdam 21-296/A/A 21-297/A/A 21-298/A/A
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:235
Ongegronde klacht over drie advocaten die op verzoek van hun cliënte een intern onderzoek hebben verricht naar over klaagsters door Engelse collega’s over hen ingediende klachten. Niet is gebleken van dusdanige onvolkomenheden in de door verweerders verrichtte onderzoeken dat hen ter zake een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:229 Raad van Discipline Amsterdam 21-674/A/A
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:229
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is kennelijk niet-ontvankelijk vanwege de te late indiening ervan. Overweging ten overvloede dat de klacht als hij tijdig zou zijn ingediend kennelijk ongegrond zou zijn verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:196 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210226
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 01-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:196
Zaak is ingetrokken, omdat partijen de zaak hebben geschikt. Het hof zal de beslissing van de raad vernietigen en verstaan dat op de klacht niet behoeft te worden beslist.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/382695 KL RK 21-9
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 12-07-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:51
Klaagster maakt terecht bezwaar tegen de tussentijdse wijziging van het medewerkerstarief, omdat dit zonder vooraankondiging was verhoogd. De factuur/berekening van het erfdeel van klaagster is op dit punt dan ook door de notaris gecorrigeerd. De notaris heeft ter zitting bovendien aannemelijk gemaakt dat de doorberekening van de tussentijdse tariefwijziging op een vergissing berustte, in die zin dat de verhoging volgende notaris terecht was maar dat deze niet zonder meer kon worden gehanteerd in de al lopende afwikkeling, en dat deze vergissing onmiddellijk na ontdekking is gecorrigeerd. De kamer ziet daarom ook op dit punt geen aanleiding voor een tuchtrechtelijk verwijt, te meer daar het tarief dat de notaris voor het overige in rekening heeft gebracht marktconform en niet exorbitant voorkomt.Ook overige klachtonderdelen over de afwikkeling van de nalatenschap treffen al met al geen doel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:236 Raad van Discipline Amsterdam 21-453/A/A
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:236
Klacht over de eigen advocaat is deels gegrond. Er is een waarschuwing opgelegd. Verweerder heeft nagelaten om schriftelijk vast te leggen wat de kansen en risico’s, waaronder die van een proceskostenveroordeling, waren en aan klager te bevestigen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:190 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210116
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 25-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:190
Hoger beroep van klager tegen ongegrond verklaarde klachten tegen zijn eigen advocaat over terugtrekking en declaraties faalt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:230 Raad van Discipline Amsterdam 21-693/A/NH
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:230
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is kennelijk ongegrond. De brief van verweerder naar het gerechtshof had zorgvuldiger gekund, maar deze onzorgvuldigheid is van onvoldoende gewicht om verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:197 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210132W 210133W
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:197
Wrakingsverzoek. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:52 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/384589 KL RK 21-32
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 29-09-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:52
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De notaris heeft onduidelijkheid laten ontstaan over zijn rol bij de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater. Het was onduidelijk of de notaris zelf dingen mededeelde of dat deed namens de erfgenaam. De maatregel is een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:237 Raad van Discipline Amsterdam 21-400/A/NH
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:237
Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels gegrond. Er is een berisping opgelegd. Verweerder heeft zich onnodig grievend uitgelaten over klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:191 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210155
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 25-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:191
Mededeling gedaan in kader klachtenprocedure, in een brief aan de deken. Aanvullende informatie vertrouwelijk aan deken verstrekt, maar niet aan klager. De aan de deken verstrekte Informatie is niet juist. Bekrachtiging beslissing raad: gegrond met waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:231 Raad van Discipline Amsterdam 21-695/A/NH
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:231
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van faillissementscurator is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geen onwaarheden verkondigd aan de rechtbank, zodat hij met zijn mededelingen aan de rechtbank het vertrouwen in de advocatuur niet heeft geschonden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:198 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210134W 210135W
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 08-10-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:198
Wrakingsverzoek. Kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 250
- Pagina: 251
- Pagina: 252
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten