We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 12501-12550 van de 47613 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-322/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-230/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Geen sprake van het overdragen van klagers dossier aan onervaren advocaat. Verweerster was niet gehouden om klagers dossier zelf weer in behandeling te nemen nadat klagers advocaat zich had teruggetrokken. Klacht in alle onderdelen ongegrond. Verzoek schadevergoeding afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-256/DH/RO

    Klacht tegen de eigen advocaat over kwaliteit van dienstverlening gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-902/DH/DH

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klachtonderdelen de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:125 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-374/DH/RO

    Beslissing tot ambtshalve voortzetting van (een deel van) een ingetrokken klacht

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-093/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Ondanks voorbehoud en advies van verweerder over de slechte positie van klager heeft klager de procedure willen voortzetten. Het aanhangig maken van de procedure heeft mede door radiostiltes aan klagers kant langer geduurd dan noodzakelijk was. Noteren verkeerde zittingslocatie van onvoldoende gewicht. Verweerder heeft excuses aangeboden en ter compensatie aangeboden zijn voorschotnota te crediteren en het griffierecht voor de rechtbankprocedure voor zijn rekening te nemen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-255/DH/DH

    Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerster heeft informatie uit de mediation in de procedure gebracht, terwijl zij als familierechtadvocaat en mediator weet dat deze informatie onder de geheimhouding valt. Ook heeft verweerster in een e-mail een verkeerde voorstelling van zaken gegeven. De raad legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-220/DH/DH

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-047/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Gelet op het dossier en hetgeen ter zitting is verklaard is de raad van oordeel dat is komen vast te staan dat verweerster tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld en het vertrouwen in de advocatuur en in haar eigen beroepsuitoefening heeft geschaad. De raad acht op basis van de overgelegde stukken namelijk voldoende aannemelijk dat verweerster (te) kort voor het politieverhoor alcohol heeft genuttigd. Op basis van de overgelegde stukken is naar het oordeel van de raad voldoende aannemelijk geworden dat het alcoholgebruik invloed heeft gehad op verweersters optreden, nu de verbalisanten in het door de deken overgelegde ambtsedig opgemaakte proces-verbaal hebben verklaard dat verweerster gedurende het verhoor meerdere malen in slaap is gevallen, dat zij zich vreemd gedroeg en naar alcohol rook. Daarmee heeft verweerster gehandeld in strijd met de gedragsregels 1 en 12 en met de kernwaarden deskundigheid en integriteit zoals die zijn vastgelegd in artikel 10a van de Advocatenwet. Dekenbezwaar gegrond. Mede gelet op het feit dat verweerster reeds eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld is de raad van oordeel dat een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk van één week passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2640-2020-180a

    Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft erkend dat hij klager een verkeerd medicijn – antidepressivum in plaats van oestrogeen – heeft voorgeschreven. Hij heeft nagelaten een extra controle uit te oefenen. Uit het gesprek met klager is niet gebleken dat de uroloog communicatief of anderszins tekort geschoten is. Dat de uroloog geen herhaalrecept meer heeft uitgeschreven nadat de zorg aan een ander ziekenhuis is overgedragen en na intern overleg binnen het MDO, met de raad van bestuur en de klachtenfunctionaris, is juist zorgvuldig. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2641-2020-180b

    Hoe de communicatie tijdens het consult is verlopen kan het College niet vaststellen. Het is begrijpelijk dat de ingangsvraag van klager niet volledig duidelijk was en tijd heeft gekost voor beklaagde om dit te verduidelijken. De door beklaagde gestelde vragen acht het College passend. Niet vast komen te staan dat beklaagde zou hebben gelogen over de plaats van het semenonderzoek. Het is niet verwijtbaar dat beklaagde is vergeten lichamelijk onderzoek te doen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-529/DB/LI

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder in strijd met gedragsregel 9 te hebben gehandeld. Klager heeft erkend dat hij ervan op de hoogte was dat de bespreking van 15 maart 2018 zou plaatsvinden op een advocatenkantoor. Daarnaast heeft klager niet weersproken de stelling van verweerder dat de naam van het advocatenkantoor is vermeld op de gevel van het kantoorpand en dat aan de inrichting van het kantoor duidelijk te zien is dat het een advocatenkantoor betreft. De raad is dan ook van oordeel dat in het midden kan blijven of en in hoeverre verweerder zich voorafgaand aan het gesprek op 15 maart 2018 expliciet heeft voorgesteld als advocaat. Immers, op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden kon naar het oordeel van de raad bij klager redelijkerwijs geen misverstand bestaan over de hoedanigheid waarin verweerder optrad. Van handelen in strijd met gedragsregel 9 is naar het oordeel van de raad dan ook geen sprake. Klacht ook voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag d2021/2325-2020-165

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Alles overziend getuigen de keuzes rond de medicatie niet van tekortschietende of onzorgvuldige zorg van beklaagde. Het College acht goed mogelijk dat de afname van urineproductie samenhing met het ernstige infectiebeeld. Plasmedicatie was wegens het sepsisbeeld met een lage bloeddruk juist gecontra-indiceerd. Dat beklaagde toen een klinische verslechtering optrad niet is overgegaan op het toedienen van zuurstof of andere ingrijpende behandelingen vindt het College in het licht van het met de familie

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:127 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-861/DB/ZWB

    Klacht tegen deken. Op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat verweerder in eerste instantie in zijn hoedanigheid van opvolgend deken (in plaats van mr. X) op de door klager tegen mr. X ingediende klacht heeft gereageerd. Vervolgens heeft verweerder ter zitting van de raad van discipline in het ressort Amsterdam d.d. 24 juni 2019 verklaard dat hij – voor zover nodig - door mr. X was gemachtigd om namens hem verweer te voeren en dat mr. X zich verenigde met het gevoerde verweer. Bij beslissing d.d. 15 maart 2021 (nr. 190210, ECLI:NL:TAHVD:2021:47) heeft het Hof van Discipline de positie van de beklaagde advocaat die ook deken is in het advocatentuchtrecht nader verduidelijkt. De raad is van oordeel dat verweerder, door in zijn hoedanigheid van opvolgend deken in plaats van mr. X op de door klager tegen mr. X ingediende klacht te reageren heeft gehandeld in strijd met de hierboven onder 5.3 weergegeven en door het Hof van Discipline geformuleerde uitgangspunten. Aangezien de klacht van klager jegens mr X zich niet richtte tegen het orgaan deken, maar tegen de advocaat X, handelend in zijn hoedanigheid van deken, had het voorts op de weg gelegen van verweerder (als bestuursorgaan) om de klacht -voor zover dat niet is gebeurd- door te zenden aan mr X. Voor zover de klacht van klager zich richt tegen het optreden van verweerder ter zitting van de raad van discipline in het ressort Amsterdam d.d. 24 juni 2019 alsook ter zitting van het Hof van Discipline d.d. 6 november 2020 geldt eveneens dat dit handelen in strijd is met de hierboven onder 5.3 weergegeven en door het Hof van Discipline geformuleerde uitgangspunten. Dit handelen van verweerder is naar het oordeel van de raad, mede gelet op het feit dat verweerder heeft gehandeld in overeenstemming met hetgeen op het moment van zijn handelen bestendig gebruik was, evenwel niet van dien aard dat daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij in zijn reactie op de klacht van klager tegen mr. X standpunten heeft ingenomen waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze geenszins in overeenstemming waren met de feiten dan wel het recht. De raad stelt vast dat sprake is van een langdurige twist over de feiten en het recht, die reeds in de behandeling van het tegen klager ingediende dekenbezwaar aan de orde is geweest en waarop reeds onherroepelijk is beslist, in andere dan door klager gewenste zin. Het enkele feit dat klager zich niet kan vinden in de standpunten die verweerder naar voren heeft gebracht betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2570-2020-121b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Het was juist in het belang van patiënte om samen met de behandelend oncoloog het beleid af te stemmen. De lage dosering Enalapril is niet onzorgvuldig, omdat het een nieuw middel was voor patiënte waarvan de reactie niet direct duidelijk was. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-057/DB/OB/D

    Dekenbezwaar. Gelet op het dossier en hetgeen ter zitting is verklaard is de raad van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat verweerder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld en het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Als uitdrukkelijk door verweerder erkend staat immers vast dat hij in strijd met de waarheid aan zijn Belgische confrère mr. S heeft verklaard dat een bedrag van € 19.056,-- op verweerders derdengeldenrekening was ontvangen. Toen het verweerder kort na 6 februari 2018 duidelijk werd dat de betaling op de derdengeldenrekening niet had plaatsgevonden heeft hij niet alleen verzuimd om mr. S hiervan in kennis te stellen, maar is hij zelfs blijven volharden in de leugen, nu hij op 13 maart 2020 aan mr. S heeft medegedeeld dat de derde die het bedrag op de derdengeldenrekening zou hebben gestort, geen toestemming gaf om het bedrag aan mr. S door te storten, zolang er geen duidelijkheid was over de hoogte van de vordering. De raad is voorts van oordeel dat verweerder onbetamelijk heeft gehandeld door in 2020 de hoogte van de vordering ter discussie te stellen, terwijl daarover reeds in februari 2018 overeenstemming was bereikt en garanties waren afgegeven. Dekenbezwaar gegrond. Omdat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld, ervan heeft blijk gegeven de onjuistheid van zijn handelen in te zien en het bedrag ad € 19.056,-- zelf alsnog aan mr. S heeft voldaan, is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2325-2020-121a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Hoewel doxorubicine hartfalen kan veroorzaken, is het voorschrijven van dit middel onder de gegeven omstandigheden niet onzorgvuldig geweest. Ook nadat geconstateerd werd dat sprake was van hartfalen, heeft de internist zorgvuldig gehandeld. Er was ook geen noodzaak om een longarts te consulteren. Daarnaast kan op medische gronden worden besloten tot een behandelbeperking als er geen hoop meer is op genezing van de onderliggende aandoening. Een niet-reanimeren beleid op deze grond is een beslissing van de behandelend arts(en) die uiteraard wordt besproken met de patiënte, maar die niet afhankelijk is van instemming van de patiënt. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-125/DB/OB

    Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening. Klager heeft erkend dat mr. S klagers ex-echtgenote telefonisch heeft geadviseerd over de intrekking van het bezwaar en dat klager en diens ex-echtgenote vervolgens op basis van dat advies hebben ingestemd met de intrekking van het bezwaar. Verweerder heeft op zijn beurt erkend dat het aan klager gegeven advies over de intrekking van het bezwaar niet schriftelijk is vastgelegd. Dit is onzorgvuldig en nu klager heeft gesteld dat hij niet is geadviseerd over de gevolgen van de intrekking van het bezwaar, is het aan verweerder om het tegendeel te bewijzen. Naar het oordeel van de raad is verweerder er niet in geslaagd dat bewijs te leveren. De raad is dan ook van oordeel dat ervan uit gegaan moet worden dat klager niet naar behoren is gewezen op de gevolgen van de intrekking van het bezwaar. Dat is onzorgvuldig en daarvan kan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het ontbreken van een behoorlijke schriftelijke vastlegging van het gegeven advies is in strijd met de gedragsregels 12 (zorgvuldigheid) en 16 lid 1 (informatieplicht). In zoverre is de klacht gegrond. Vast staat dat klager wel mondeling is geadviseerd over de beperkte kans van slagen van de bezwaarprocedure en dat de intrekking schriftelijk aan klager is bevestigd. Omdat voorts niet is gebleken dat klager door het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder enig nadeel heeft ondervonden, ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:47 Accountantskamer Zwolle 20/486 en 20/487 Wtra AK

    Klacht tegen twee accountants die lid zijn van de Raad van Bestuur van een accountantsorganisatie. Het verwijt dat zij hebben toegestaan dat aan de accountantsorganisatie verbonden accountants zonder vergunning in de zin van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) werkzaamheden hebben uitgevoerd, treft geen doel. Een accountantsorganisatie is geen recherchebureau, omdat de uitoefening van het beroep van accountant is onderworpen aan wettelijke voorschriften, zoals de Wet op het accountantsberoep (Wab) en de daarop gebaseerde VGBA. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:159 Raad van Discipline Amsterdam 20-1015/A/A 20-1016/A/A

    Deels gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Het valt verweerders tuchtrechtelijk te verwijten dat zij klager rechtstreeks hebben benaderd terwijl zij wisten dat hij werd bijgestaan door een advocaat. In hun verweer op de klacht hebben verweerders er geen blijk van gegeven kennis te hebben van de reikwijdte van gedragsregel 25. De raad acht de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-417/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen verweerder in diens hoedanigheid van deken. De voorzitter is van oordeel dat verweerder, met de tijdspanne waarbinnen hij het onderzoek en het dekenstandpunt heeft afgerond, het vertrouwen in de advocatuur niet heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:48 Accountantskamer Zwolle 21/192 Wtra AK

    Klagers en betrokkene zijn voormalige maten van een accountantskantoor. Klagers verwijten betrokkene dat hij het beroep van accountant in diskrediet heeft gebracht, niet professioneel heeft gehandeld, niet eerlijk en oprecht is geweest en meer vakantie-uren heeft opgenomen dan was afgesproken. Deze verwijten treffen geen doel, omdat betrokkene de stellingen gemotiveerd heeft weersproken. Over en weer geldt dat aan het woord van de één niet meer of minder waarde kan worden toegekend dan aan het woord van de ander, waardoor niet kan worden vastgesteld of sprake is geweest van klachtwaardig handelen. Ook kan betrokkene niet worden verweten dat hij vier verschillende conceptjaarrekeningen van de maatschap heeft opgesteld, omdat deze zijn opgesteld ten tijde van het tussen partijen bestaande conflict en de daaruit voortvloeiende afwikkeling van de maatschap. Verder is er geen voorschrift dat verbiedt dat een conceptjaarrekening wordt opgesteld als die van het jaar daaraan voorafgaand nog niet is vastgesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-431/DB/OB

    Klaagster heeft klacht dat advocaat haar belangen onvoldoende zorgvuldig heeft behartigd en niet heeft geantwoord op vragen en verzoeken onvoldoende onderbouwd. Het staat een advocaat vrij om een aansprakelijkstelling te betwisten en hij is niet gehouden over een ingediende klacht overleg te voeren om tot een oplossing te komen. Advocaat heeft zich terecht en niet op een ongelegen moment als advocaat onttrokken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:160 Raad van Discipline Amsterdam 21-199/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en voor het overige ongegrond. Onder meer geen sprake van schending van gedragsregel 9.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.230

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster heeft op verzoek van de verzuimcoach van haar werkgeefster contact met de bedrijfsarts. Er was op dat moment geen sprake van een ziekmelding. De reden voor het contact was dat klaagster zich al jarenlang 7 tot 10 keer per jaar ziekmeldt. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onprofessionele en onheuse bejegening, dat zij zich heeft opgesteld als belangenbehartiger van de werkgever en op de stoel van de werkgever is gaan zitten, dat zij de werkgever van klaagster heeft aangezet tot het weren van klaagster op het werk en het op non-actief zetten van klaagster, terwijl zij arbeidsgeschikt is en wil werken, dat zij een wig heeft gedreven tussen klaagster en haar werkgever, en dat zij niet voldoende moeite heeft gedaan zich een juist en volledig beeld te vormen van klaagsters medische situatie door de rapportage van de medisch specialist ter zijde te schuiven, dan wel onjuist te interpreteren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen 3 en 5 gegrond verklaard, aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping opgelegd en klachtonderdelen 1, 2 en 4 ongegrond verklaard. Het beroep van de bedrijfsarts richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdelen 3 en 5 en tegen de hoogte van de opgelegde maatregel. Het incidenteel beroep van klaagster richt zich tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen 1 en 2 en bevat een nieuw klachtonderdeel 6. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het principaal beroep van de bedrijfsarts gedeeltelijk slaagt, verklaart klachtonderdeel 5 alsnog ongegrond, legt aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 125/2020

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Aan klager is een tbs-maatregel opgelegd. Beklaagde is werkzaam in de kliniek waar klager sinds mei 2019 verblijft. Hier is zij enige tijd bij de behandeling van klager betrokken geweest en ook heeft ze als behandelcoördinator gewerkt op de afdeling waar klager is opgenomen geweest. Klager maakt beklaagde een groot aantal verwijten. Beklaagde is hierop in het verweerschrift uitvoerig en gemotiveerd ingegaan. Het verweer wordt ondersteund door de bij de stukken overgelegde bijlagen. Het college kan zich vinden in het in het verweerschrift opgenomen verweer en de daaraan verbonden conclusie dat de klacht ongegrond is. De door klager na het verweerschrift ingestuurde stukken kunnen niet tot de vaststelling leiden dat beklaagde de verweten handelen wel heeft gedaan. Dit betreft namelijk grotendeels door klager zelf geschreven stukken die veelal niet goed te volgen zijn en waarvan de relevantie voor de tuchtklachten zonder nadere toelichting (die ontbreekt) niet altijd duidelijk is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:161 Raad van Discipline Amsterdam 20-1023/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.228

    Klager was vanwege neurologische uitvalsverschijnselen van de voeten in 2017-2018 in behandeling bij de afdeling neurologie in het ziekenhuis waar verweerster, gynaecoloog, werkzaam is als lid van de Raad van Bestuur. In 2019 ontdekte klager, na inzage in zijn dossier, dat bij hem de diagnose chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie was gesteld. Omdat informatie over deze diagnose niet aan hem was verstrekt heeft klager een klacht ingediend waarna een bemiddelingstraject is opgestart. Nadien heeft klager nog een klacht ingediend waarop een uitspraak van de klachtencommissie is gevolgd. Klagers klacht is deels gegrond verklaard. Naar aanleiding daarvan hebben verweerster en klager diverse brieven gewisseld waarbij verweerster klager steeds vroeg alleen met haar te corresponderen. Klager verwijt verweerster dat: 1. Zij onvoldoende heeft gedaan aan de inbedding van de afdeling neuromusculaire aandoeningen binnen de afdeling neurologie; 2. De verwachtingen van een individuele patiënt ten aanzien van het aanbod door een expertisecentrum niet worden waargemaakt; 3. Zij specialisten ervan heeft weerhouden om het Professioneel Statuut uit te voeren doorat zij penvoerder werd van de correspondentie tussen klager en de specialisten; 4. Zij heeft geïntervenieerd in de werkzaamheden van de klachtenfunctionaris; 5. Zij onvoldoende heeft gedaan aan de regelgeving rondom het elektronisch patiëntendossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 126/2020

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Aan klager is een tbs-maatregel opgelegd. In de kliniek waar hij in de periode 2015-2017 heeft verbleven, was beklaagde bij de behandeling van klager betrokken. De klacht heeft betrekking op het handelen van beklaagde gedurende en na klagers verblijf in de kliniek. De diverse klachtonderdelen zijn stuk voor stuk zeer summier en niet altijd even helder onderbouwd. Klager heeft weliswaar allerlei schriftelijke stukken aan het college overgelegd waaruit volgens hem blijkt dat de verwijten terecht zijn, maar deze stukken betreffen grotendeels door hem zelf geschreven stukken die veelal niet goed te volgen zijn. Deze stukken kunnen dan ook niet dienen als objectiveerbare feitelijke onderbouwing van zijn klacht. Er kan dan ook geen klachtwaardig handelen door beklaagde worden vastgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:162 Raad van Discipline Amsterdam 20-1017/A/A

    Klacht van een bestuursorgaan tegen advocaat van de wederpartij. De klacht is ongegrond, verweerder heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten of uitlatingen gedaan waarvan hij wist of behoorde te weten dat zij niet juist waren.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:44 Accountantskamer Zwolle 20/1814 Wtra AK

    Klacht tegen externe accountant internationaal opererende groep. Klacht gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel tijdelijk doorhaling van de inschrijving voor de duur van drie maanden. Betrokkene is op essentiële onderdelen tekortgeschoten bij het uitvoeren van de groepscontrole. Betrokkene heeft nagelaten om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen. Ook is hij als groepsaccountant onvoldoende professioneel kritisch geweest bij het beoordelen van werkzaamheden en bevindingen van de accountant van een groepsonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.269

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is langdurig uitgevallen voor haar werk wegens ziekte. Zij is voor haar ziekteverzuim begeleid door twee bedrijfsartsen. Een bedrijfsarts voor het normale contractdeel die klaagster voor 100% arbeidsongeschikt verklaarde. En de beklaagde bedrijfsarts voor het uitgebreide contractdeel van acht uur voor de duur van een jaar. De bedrijfsarts heeft klaagster op enig moment weer arbeidsgeschikt verklaard. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onbehoorlijke bejegening en onprofessioneel handelen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond, legt aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping opgelegd. Ook bepaalt het Regionaal Tuchtcollege dat - in het belang van de individuele gezondheidszorg - de maatregel in het BIG-register wordt aangetekend en dat er wordt gezorgd voor openbare kennisgeving. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing doch uitsluitend voor zover daarin aan de arts de maatregel van berisping is opgelegd en legt aan de bedrijfsarts op de maatregel van doorhaling van de inschrijving van de bedrijfsarts in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:156 Raad van Discipline Amsterdam 21-455/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het valt verweerster niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij geen kort geding aanhangig heeft gemaakt. Niet is gebleken dat verweerster klaagster onjuist heeft geïnformeerd of dat de declaratie van verweerster niet klopt. Ook valt het verweerster niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij klaagster niet heeft geïnformeerd over de mogelijkheid tot wraking.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 162/2020

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster heeft een verkeersongeval gehad, waarbij zij als bestuurster van een stilstaande auto van achteren is aangereden. Beklaagde heeft klaagster onderzocht in het kader van een letselschadeprocedure, in aanvulling op onderzoek door een andere verzekeringsarts. Zijn bevindingen heeft hij neergelegd in een adviesrapport. Klaagster verwijt beklaagde dat hij niet het volledige medische dossier bij zijn beoordeling heeft betrokken en/of tot zijn beschikking heeft gehad. Naar het oordeel van het tuchtcollege voldoet het adviesrapport aan de eisen die daaraan in de rechtspraak worden gesteld. Het college ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van beklaagde dat hij het gehele dossier heeft bestudeerd, ondanks dat hij niet alle bestudeerde stukken expliciet in zijn rapport heeft benoemd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:163 Raad van Discipline Amsterdam 20-842/A/A

    Ongegrond verzet. (Dat klager niet bij de zitting aanwezig was en twee uur voor de zitting mobiel had gebeld met de mededeling dat hij vastzat in de trein maakt volgens de beslissing gelet op de bijkomende omstandigheden niet dat de zitting ten onrechte is doorgegaan en geen nieuwe zitting is gepland.)

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:45 Accountantskamer Zwolle 21/451, 21/452, 21/453 Wtra AK

    Elfde klacht tegen accountants die onderzoek hebben gedaan naar signalen over onregelmatigheden met betrekking tot declaraties van klager. De klacht is niet-ontvankelijk, omdat klager voor de tweede keer over dezelfde gedragingen klaagt. Daarnaast is sprake van misbruik van tucht(proces)recht. Op voorhand is uitgesloten dat de behandeling van de klacht zou kunnen bijdragen aan de doelstelling van de tuchtrechtspraak.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.244

    Het Regionaal Tuchtcollege heeft een klacht tegen een chirurg ongegrond verklaard. Klager heeft hiertegen beroep ingesteld. Nadien is hij overleden. Het Centraal Tuchtcollege heeft de gemachtigde van klager gevraagd of de nabestaanden het beroep willen voortzetten, maar hierop geen reactie ontvangen. Dit college gaat er daarom van uit dat er geen nabestaande is die de behandeling van het beroep wil voortzetten. Het Centraal Tuchtcollege acht voorts geen redenen ontleend aan het algemeen belang aanwezig op grond waarvan de behandeling van het beroep dient te worden voortgezet (art. 65d, lid 5 en art. 73, lid 11, van de Wet BIG). De behandeling van het beroep wordt gestaakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:157 Raad van Discipline Amsterdam 21-456/A/A 21-457/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaten van de wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/2608

    Voorzittersbeslissing. Patiënt klaagt over huisarts, onder andere omdat zij (en haar collega’s in de praktijk) hem in een nieuwsbrief onjuist heeft geïnformeerd over het coronavaccin. Het middel is volgens klager onvoldoende getest. Zij heeft niet verteld dat het om een proef gaat. Volgens klager is wetenschappelijk bewezen dat er alternatieve middelen zijn. Klager meent dat de huisarts hem niet heeft gewezen op de bijwerkingen en niet met hem in gesprek wilde. De voorzitter van het tuchtcollege doet de zaak zonder nadere behandeling af. Uit de klacht zelf blijkt namelijk al dat de huisarts volledig binnen het Nederlandse coronabeleid heeft gehandeld, zoals dat onder andere door de KNMG is geformuleerd. Dat niet iedereen het daarmee eens is, doet daaraan niet af. De huisarts heeft klager bovendien per mail antwoord gegeven op zijn vragen en hem uitgenodigd voor een gesprek. Klager heeft zelf dat gesprek afgehouden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:46 Accountantskamer Zwolle 20/538, 20/539, 20/540, 20/541 Wtra AK

    Tiende klacht tegen accountants die onderzoek hebben gedaan naar signalen over onregelmatigheden met betrekking tot declaraties van klager. De klacht is niet-ontvankelijk, omdat klager voor de tweede keer over dezelfde gedragingen klaagt en de klacht neerkomt op een verkapt hoger beroep. Daarnaast is sprake van misbruik van tucht(proces)recht. Op voorhand is uitgesloten dat de behandeling van de klacht zou kunnen bijdragen aan de doelstelling van de tuchtrechtspraak.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:158 Raad van Discipline Amsterdam 21-458/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat die optreed voor zichzelf kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder onvoldoende onafhankelijk was. De vraag of het door verweerder gelegde beslag onrechtmatig is, is niet ter beantwoording aan de tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TSCTS:2021:7 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2021-10 "2021.V2-Torsten"

    Inzake een arbeidsongeval (met een hulpwinch) dat op 28 mei 2020 plaatsvond aan boord van de multicat Torsten.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/42

    Twee dierenartsen wordt verweten dat zij zich te afwachtend hebben opgesteld tijdens en in de dagen na de bevalling van een kat. Deels gegrond. Beide dierenartsen wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 688688/NT 20-36

    De notaris heeft naar aanleiding van het verzoek van klager – het opmaken van de (levens-)testamenten - bemerkt dat zij zwaarwegende redenen voor weigering heeft die bestaan uit ernstige gewetensbezwaren - op grond van haar geloof als christen - tegen het opmaken van testamenten waarin klager twee Palestijnse organisaties wenst te benoemen die – volgens de notaris – ten doel hebben de staat c.q. het volk Israël te bestrijden. Het eerste verwijt van klager raakt dan ook direct de kern van deze zaak: in hoeverre bieden deze gewetensbezwaren van de notaris haar de bevoegdheid c.q. de mogelijkheid om haar diensten te weigeren. Om te beginnen overweegt de kamer dat het opmaken van een (levens)testament onder het domeinmonopolie van de notaris valt en is zij daarom in beginsel verplicht haar ministerie daartoe te verlenen. Het betoog van klager dat de genoemde Palestijnse organisaties niet bij wet verboden zijn en de notaris daarom geen beroep zou kunnen doen op artikel 21 Wna, maakt naar het oordeel van de kamer evenwel niet dat geen belangenafweging kan plaatsvinden tussen enerzijds het belang van klager om gelijk behandeld te worden en anderzijds het belang van de notaris om haar ministerie te weigeren c.q. op te schorten wanneer daartoe voor haar dringende redenen bestaan. Dat deze ministerieplicht niet absoluut is blijkt uit de wetstekst van artikel 21 leden 2, 3 en 4 Wna.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/50

    Klachtambtenaarzaak Dierenarts wordt op basis van drie berechtingsrapporten, betrekking hebbend op twee onderzoeksperioden, verweten bij de inzet van antibiotica op een (vlees)varkensbedrijf en ook anderszins niet overeenkomstig de vigerende wet- en regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening te hebben gehandeld. Volgt voorwaardelijke schorsing van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/34

    Dierenarts wordt verweten geen pijnmedicatie te hebben verstrekt aan een kat in verband met enkele afgebroken hoektanden en de kat niet direct te hebben verwezen naar een tandheelkundig specialist, dan wel er niet op te hebben gewezen dat er een spoedlijn was waarop klaagster in het weekend contact kon opnemen. Deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 693278/NT 20-48

    Als de klacht al ontvankelijk zou kunnen worden geacht, zou deze niet gegrond zijn bevonden. De klacht komt er in de kern op neer dat de notaris de positie van klager als erfgenaam van erflater heeft genegeerd. Dat klager op enige wijze rechten op de nalatenschap van erflater kan doen gelden heeft hij echter op geen enkele wijze onderbouwd en is ook verder niet gebleken. Het enkele feit dat klager tot het overlijden van erflater met erflater heeft samengewoond is onvoldoende om klager als geregistreerd partner te definiëren en dat van een huwelijk sprake is geweest blijkt nergens uit. Dat klager (dus) ten onrechte is ontruimd kan – nog los van het feit dat niet valt in te zien welk verwijt de notaris daarvan valt te maken – niet worden aangenomen. De woning is op verzoek van de erfgenamen op grond van een geldige titel (het vonnis van de voorzieningenrechter) ontruimd. Voor zover klager zich erop beroept dat hij ‘de zaak’ heeft gewonnen in hoger beroep, geldt dat daaruit niet kan worden afgeleid dat de woning ten onrechte is ontruimd. Het arrest van het gerechtshof Amsterdam ziet immers niet op hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter, maar op een jegens klager aanhangig gemaakte strafzaak. Uit de door de notaris overgelegde correspondentie blijkt verder dat de notaris zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de (grondslag van de) aanspraak van klager op de nalatenschap en ook overigens heeft geprobeerd klager te helpen, onder meer door een advocaat voor hem te zoeken die hem zou kunnen bijstaan. Van enig klachtwaardig handelen is de kamer niet gebleken.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:22 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/24

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot een uitgevoerde darmoperatie bij een kat veterinair onjuist c.q. nalatig te hebben gehandeld. Deels gegrond, voor zover is nagelaten klaagster te informeren over een tijdens de operatie in het lichaam van de kat achtergebleven deel van een hechtnaald. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2021:29 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/35

    Dierenarts wordt verweten veterinair tekort te zijn geschoten in de verleende zorg aan en de behandeling van twee katten. Deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 695247 / NT 20-56 en 695248 / NT 20-57

    De notaris heeft in zijn verweer betoogd dat de onderhavige klacht een wederklacht is van klager, omdat de notaris een klacht aangaande klager heeft ingediend bij de deken, zulks na voorafgaande consultering van een oud-deken. De notaris heeft daarbij aangevoerd dat het tuchtrecht als hoofddoelstelling het bewaken van de integriteit van de beroepsgroep heeft, waarbij – naast het belang van de beroepsgroep – ook een algemeen belang een rol speelt: het goed functioneren van het publieke vertrouwen in het notariaat, maar dat het tuchtrecht niet is bedoeld is voor een klacht als de onderhavige. De kamer overweegt in dit verband allereerst dat klager niet als (ex-) vertegenwoordiger van [F] zijn klacht heeft ingediend maar in zijn hoedanigheid van advocaat pro se, die door de notarissen schriftelijk en telefonisch is benaderd en daarbij – naar hij meent – op onoorbare en onnodig grievende wijze op zijn handelen is aangesproken. Nu de notarissen klager uit eigener beweging hebben benaderd over een door hem opgestelde overeenkomst in een zaak waarin zij betrokken notaris zijn, hem daarbij telefonisch en schriftelijk hebben geadresseerd over zijn handelen, heeft klager een ‘eigen belang’ om het handelen van de notarissen aan de kamer voor te kunnen leggen. Tegen de achtergrond dat blijkens de parlementaire geschiedenis een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure is beoogd, wordt klager in zijn klacht ontvangen. Dat klager zijn klacht volgens de notaris als ‘wederklacht’ heeft ingediend - wat daar ook van zij - doet daar niet aan af.