Zoekresultaten 901-950 van de 47613 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN

    Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769718 / DW RK 25/172 MK/RH

    beslissing op verzet, verzet gedeeltelijk gegrond. Op grond van artikel 4.6 lid 1van de Gerechtsdeurwaardersverordening dient de gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever inlichtingen over de voor de dienstverlening relevante feiten te verstrekken. Nu is gebleken dat de debiteur wel degelijk voorkomt in de database van de gerechtsdeurwaarder en dat hij persoonlijk failliet is gegaan moet worden vastgesteld dat klaagster niet op de hoogte is gesteld van de relevante feiten. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de samenwerking met klaagsters te beëindigen. Klaagster sub 1 heeft gesteld de factuur niet te zullen voldoen. Op basis daarvan kon de gerechtsdeurwaarder besluiten ook de relatie met klaagster sub 2 te willen beëindigen. Dit bedrijf werd immers geleid door dezelfde persoon. Maatregel van waarschuwing opgelegd ivm overtreding art. 4.6 lid 1 Gerechtsdeurwaardersverordening.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:9 Accountantskamer Zwolle 25/1455 Wtra AK

    De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027

    Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:18 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766650 / DW RK 25/103 MK/RH

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond, de gerechtsdeurwaarder was gerechtigd het dwangbevel te executeren. De kosten zijn conform Btag.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:19 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773996 / DW RK 25/293 MK/RH

    beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft twee dwangbevelen geexecuteerd. Tuchtrechtelijk lakbaar handelen niet gebeleken. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755191 / DW RK 24/284 MK/RH

    Ontruiming. Klaagster is op het verkeerde been gezet door de gerechtsdeurwaarder die eerst meedeelde dat klaagster haar eigendom moest bewijzen en nadat zij dat had gedaan haar meedeelde dat eerst de kosten van de ontruiming moesten worden voldaan wilde zij haar deel van de ontruimde goederen terug kunnen krijgen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-613/AL/OV

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:15 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764470 / DW RK 25/46 MK/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op correspondentie van klaagster. Omdat termijnoverschrijding gering was is de maatregel van waarschuwing niet opgelegd.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:7 Accountantskamer Zwolle 25/1787 Wtra AK

    Klager verwijt betrokkene dat hij valse facturen en dreigementen naar klager stuurt, dat hij op onprofessionele wijze met klager communiceert en dat hij hem in de jaarrekening van de stichting heeft neergezet als wanbetaler. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-778/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klaagster bij het beëindiging van de adviesrelatie te absoluut aangegeven dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder. Gelet op het feit dat klager eerder had aangegeven te overwegen om de huur te verhogen, had verweerder een voorbehoud moeten maken zodat enig misverstand hierover niet kon ontstaan. Dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten, is niet gebleken. Voor zover klaagster stelt schade geleden als gevolg van de door verweerder gemaakte fouten, is de tuchtrechter onbevoegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:16 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766057 / DW RK 25/80 MK/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft een exploot betekend aan klaagster waardoor klaagster op het verkeerde been is gezet doordat zij ervan uit mocht gaan dat na betaling de ontruiming niet plaats zou vinden. Vervolgens is een exploot betekend waarin ten onrechte is opgenomen de de huurovereenkomst ontbonden zou zijn. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder ten onrechte kosten gevorderd op grond waarvan klaagster haar inboedel had terug kunnen krijgen. Aangezien het opstellen van exploten en het vorderen van juiste bedragen behoren tot de kerntaak van een gerechtsdeurwaarder is de maatregel van berisping opgelegd. Omdat er sprake is van meerdere tekortkomingen bestaat tevens aanleiding de gerechtsdeurwaarder een boete van € 500,- op te leggen

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:8 Accountantskamer Zwolle 25/1454 Wtra AK

    Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:34 Raad van Discipline Amsterdam 25-907/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Door verweerster is terecht aangevoerd dat zij als advocaat van de wederpartij van klaagster de door haar cliënte verstrekte gegevens heeft uitgewerkt in de brief van 2 april 2025 aan klaagster. Verweerster mocht daarbij uitgaan van de juistheid van deze door haar cliënte verstrekte gegevens. Dat er voor verweerster aanleiding bestond om aan de inhoud hiervan in redelijkheid te twijfelen en daarom te controleren, heeft klaagster niet onderbouwd en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Het stond klaagster daarnaast vrij om inhoudelijk op de brief van verweerster reageren en het niet eens te zijn met de door verweerster namens haar cliënte uitgewerkte gegevens en sommatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:35 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijn overschrijding (artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/765649 / DW RK 25/67 BB/SM

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder een onjuiste beslagvrije voet heeft berekend en niet reageert op het verzoek van klager om herziening van de beslagvrije voet. De voorzitter heeft de klacht ongegrond verklaard. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766554 DW RK 25/97 BB/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder weigert het gemotiveerde verzoek van klaagster tot opheffing van het beslag aan de opdrachtgever voor te leggen. De reden voor het niet voorleggen heeft er (primair) mee te maken dat klaagster terugvalt op inhoudelijke argumenten die reeds in de kort geding procedure aan de orde zijn geweest. Deze argumenten zijn bekend en hebben in een eerder stadium niet geleid tot opheffing van het beslag. Overigens bestaan tussen de gerechtsdeurwaarder en de opdrachtgever afspraken op welke gronden (dergelijke) verzoeken worden voorgelegd aan de opdrachtgever. De kamer volgt de gerechtsdeurwaarder in diens standpunt. Het tuchtrecht dient er niet voor inhoudelijke bezwaren (opnieuw) over het voetlicht te brengen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:30 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over een advocaat in andere hoedanigheid (redacteur juridisch tijdschrift). Niet gebleken is dat verweerder met zijn nevenwerkzaamheden als redacteur het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:31 Raad van Discipline Amsterdam 25-912/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geprobeerd aan zijn zorgplicht te voldoen, nadat hij had begrepen dat er mogelijk fatale termijnen liepen die nog gered konden worden. Klaagster stelt dat het door verweerder gelegde contact met de Belastingdienst prematuur was, maar daarvan was volgens verweerder geen sprake en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Als 23 april 2025 de laatste dag van een lopende bezwaartermijn zou zijn geweest, had verweerder mogelijk verwijtbaar gehandeld als hij niet meteen op die dag bezwaar had ingediend. Een advocaat mag zich daarbij niet enkel op interpretaties van niet professionele anderen verlaten, maar dient zelf vast te stellen of er mogelijk termijnen lopen. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening ondermaats is geweest. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:6 Accountantskamer Zwolle 25/904 Wtra AK 25/911 Wtra AK

    Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening en OKB. Betrokkene 1 heeft de controle van de posten onderhanden werk en debiteuren niet met de vereiste diepgang en professioneel-kritische instelling verricht. Mede in het licht van het significante risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude ten aanzien van de post vooruitgefactureerde omzet, heeft betrokkene geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen. Ten aanzien van het bestaan van de debiteuren had betrokkene 1 een significant risico geïdentificeerd wat eisen stelt aan de omvang en diepgang van de controlewerkzaamheden, waaraan betrokkene 1 niet heeft voldaan. Betrokkene 2 heeft de OKB bij deze opdracht uitgevoerd. De klacht komt inhoudelijk overeen met die tegen betrokkene 1, met dien verstande dat betrokkene 2 in zijn hoedanigheid van opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar is aangeklaagd. De Accountantskamer heeft aan betrokkene 1 de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd en aan betrokkene 2 een berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:32 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerder ondermaats is geweest. Naar het oordeel van de voorzitter is door verweerder gemotiveerd betwist dat hij klager onder druk zou hebben gezet en hem zou hebben opgedragen om ter zitting te zwijgen. Dit volgt ook niet uit de inhoud van het proces-verbaal van de zitting. Hieruit blijkt dat ter zitting ook door klager het woord is gevoerd en dat door verweerder (uitgebreid) verweer is aangedragen. Daarbij heeft klager, blijkens het proces-verbaal, ter zitting desgevraagd naar voren gebracht dat de zitting ook buiten aanwezigheid van een tolk, mocht doorgaan. Het besluit om de zitting voort te zetten, is hierop door de rechtbank genomen. Ook ten aanzien van dit onderdeel kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:39 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Niet is komen vast te staan dat verweerster onzorgvuldig is omgegaan met de vertrouwelijke stukken van klager in een bestuursrechtelijke procedure. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover klager de juridische zorgvuldigheid en professionaliteit van verweerster in twijfel trekt, geldt dat dit een aangelegenheid is tussen verweerster en haar cliënte waar klager als wederpartij buiten staat. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:33 Raad van Discipline Amsterdam 25-910/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft zijn advies aan klager uitgelegd. Dat waren geen dreigementen van verweerder, maar een juridisch advies. Dat klager zich hierdoor onder druk gezet heeft gevoeld, is vervelend maar dit betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat verweerder de “beschuldigingen van de IND” namens klager zomaar zou hebben geaccepteerd en niet heeft betwist, is de voorzitter niet gebleken. Het verwijt dat verweerder met de IND zou hebben samengewerkt, in plaats van de belangen van klager te behartigen, mist feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:60 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het indienen van een klacht over verweerder is niet het ge-eigende middel om de wijze van behandeling van verweerder van het (naar het hof begrijpt) gehonoreerde verzoek van klager tot aanwijzing van een advocaat ter discussie te stellen. Klager dient zich hierover te verstaan met verweerder. Er is ook geen wettelijke grondslag op grond waarvan het hof aan klager een advocaat kan aanwijzen of daaromtrent aanwijzingen kan geven aan verweerder. Het is verder voor het hof onvoldoende duidelijk geworden op welke wijze verweerder volgens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, waarmee het ook voor verweerder onduidelijk is waartegen hij zich dient te verweren.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8435

    Klacht tegen gz-psycholoog kennelijk ongegrond. Klager verblijft op longstay-afdeling. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk vluchtgevaar heeft geuit. Niet gebleken is dat verweerster zich bij het geven van een advies zou hebben laten leiden door verkeerde informatie. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klager nog steeds wenst in te zetten op curatieve behandeling, kan verweerster van het karakter van de gesprekken geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt gezien het hoofddoel van verblijf op de longstay-afdeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9161

    Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk. RTG kan alleen binnen de wettelijk gestelde kaders met de door klager genoemde informatie opvragen bij het BIG-register. Naam beklaagde is niet herleidbaar tot BIG-geregistreerde zorgverlener. Daarnaast zijn de feiten en gronden waarop de klacht berust, niet vermeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9064 en H2025/9367

    Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verblijft in Penitentiaire Inrichting en klaagt over de invulling van zijn verlofregeling en over de tijdsduur van zijn verjaardagsfeest. Geen betrekking op de individuele gezondheidszorg. Geen rol van GZ-psycholoog.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8122

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verblijft op longstay-afdeling. Klacht over het besluit tot plaatsing in afzondering kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betreft niet een beoordeling van de gezondheidstoestand van klager dan wel een handelen dat zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Klacht over valse beschuldiging van vluchtgevaar en het ontbreken van gesprekken met een psycholoog of psychiater kennelijk ongegrond. Gegeven advies over vluchtgevaar navolgbaar en deugdelijk onderbouwd. Hoewel het college zich kan voorstellen dat klager nog steeds wenst in te zetten op curatieve behandeling, kan verweerster van het karakter van de gesprekken geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt gezien het hoofddoel van verblijf op de longstay-afdeling.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8123

    Klacht tegen verpleegkundige, werkzaam als zorgmanager. Klager verblijft op longstay-afdeling. Klacht over het besluit tot plaatsing in afzondering kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betreft niet een beoordeling van de gezondheidstoestand van klager dan wel een handelen dat zijn weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Klacht over tunnelvisie, valse beschuldiging van vluchtgevaar en het ontbreken van gesprekken met een psycholoog of psychiater kennelijk ongegrond. Er kan niet worden vastgesteld dat verweerster jegens klager een valse beschuldiging van vermoedelijk vluchtgevaar heeft geuit. De beslissing tot het opleggen van inperkende maatregelen is niet door verweerster genomen zodat zij daaromtrent niet tuchtrechtelijk kan worden aangesproken. Verweerster is verder niet verantwoordelijk voor de vormgeving van de behandeling van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:23 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-804/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-622/DH/DH/D

    Raadsbeslissing. Gegrond dekenbezwaar over kwaliteit van dienstverlening van de advocaat. Over een lange periode zijn verschillende zorgwekkende signalen over verweerster door de deken ontvangen. Herhaalde interventies hebben niet voorkomen dat in mei 2025 toch weer een vergelijkbare melding over verweerster is ontvangen. Die meldingen gingen met name over het onaangekondigd niet verschijnen op zitting, ook in zaken met een verschijningsplicht, zoals strafzaken tegen minderjarigen. Verder laat de schriftelijke vastlegging aan cliënten te wensen over. Verweerster erkent dat zij hierin tekort is geschoten. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:24 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-370/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:56 Hof van Discipline 's Gravenhage 250171

    Deze uitspraak is een tussenbeslissing. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem in meerdere procedures heeft bijgestaan. Klacht is door de raad deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Gelet op het dossier en het onderzoek ter zitting heeft het hof alvorens een beslissing te kunnen nemen behoefte aan een nadere reactie van de deken op het gevoerde dekenaal onderzoek. Daartoe heeft het hof in deze tussenbeslissing een aantal vragen en opdrachten opgenomen met het verzoek aan de deken hierop te reageren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:31 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-575/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een strafzaak. Verweerster is tekortgeschoten in die bijstand en heeft de belangen van klager in ernstige mate verwaarloosd. Zij heeft de zaak onvoldoende (met klager) voorbereid, heeft niets schriftelijk vastgelegd en is niet ter zitting verschenen. Ook in hoger beroep heeft zij klager niet gewezen op de gevolgen van het vonnis, waaronder het aflopen van de voorlopige hechtenis. Verweerster toon nauwelijks inzicht in de laakbaarheid van haar handelen. Vier weken schorsing voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-407/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht over verklaring die de advocaat het gerechtshof in een artikel 12 Sv procedure heeft afgelegd. De raad kan niet vaststellen dat verweerder (bewust) onjuist heeft verklaard. Van het openbaren van een VSO is geen sprake. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:57 Hof van Discipline 's Gravenhage 250160

    Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder een waarschuwing opgelegd, omdat verweerder geen schriftelijke opdrachtbevestiging heeft verzonden en de raad niet kon vaststellen dat tussen verweerder en klaagster een bepaald uurtarief was afgesproken, zodat de raad het ervoor heeft gehouden dat verweerder met klaagster zijn uurtarief niet heeft besproken. In hoger beroep oordeelt het hof dat verweerder ten aanzien van de uitvoering van zijn werkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld en in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden onafhankelijkheid en deskundigheid. Het hof acht het hoger beroep van klaagster gegrond en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/39 en SHE/2025/55

    Verzet tegen voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk. Kamer oordeelt dat verzet één dag te laat is ingesteld en dat termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:48 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-606/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:32 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-872/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft uitdrukkelijk betwist dat van een onttrekking in maart 2022 sprake is geweest en het klachtdossier bevat geen brief, e-mail of een ander aanknopingspunt waaruit kan worden afgeleid dat verweerder zich in maart 2022 heeft onttrokken als advocaat van klaagster. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:26 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-482/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (patroon). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid voor onvoldoende afstand te bewaken tot zijn cliënte en de kernwaarde integriteit door de dreigen met het inschakelen van de politie om, tegen klaagsters wens in, toegang te krijgen tot haar privévertrekken. Daarbij heeft verweerder ook zijn advocaat-stagiaire in de situatie gebracht waarin zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hoewel de advocaat-stagiaire daarin ook een eigen verantwoordelijkheid heeft, rekent de raad dit verweerder zwaar aan. De raad weegt ook mee dat verweerder nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-821/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsrechtelijk geschil. Diverse verwijten over de proceshandelingen, houding en uitlatingen van verweerster en wijze waarop zij verweer heeft gevoerd tegen de tuchtklacht slagen niet. De raad deels kennelijk onbevoegd, de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-480/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij (advocaat-stagiaire). Verweerster heeft onvoldoende afstand bewaard tot haar cliënte, waardoor zij het recht op een ongestoord woongenot van klaagster op ontoelaatbare en onevenredige wijze heeft helpen schaden. De raad weegt bij de hoogte van de op te leggen maatregel ook mee dat verweerster in die periode nog advocaat-stagiaire was en zij in de woning aanwezig was in opdracht van haar patroon. Hoewel ook een advocaat-stagiaire verantwoordelijk is voor diens eigen handelen, begrijpt de raad ook dat verweerster hierdoor in een lastige situatie is gebracht waarin zij enerzijds rekening diende te houden met de belangen van haar cliënte en de opdracht die zij van haar patroon kreeg, maar anderzijds ook met de belangen van klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-006/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Het vertrouwen in de advocatuur is niet geschaad doordat de deken om een verduidelijking van de klacht heeft gevraagd. Twee andere klachten had zij niet eerder in behandeling kunnen nemen, omdat deze (nog) niet waren ingediend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:59 Hof van Discipline 's Gravenhage 250070

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurkwestie. Verweerder heeft zijn cliënten geadviseerd de kamer die klaagster bij hen huurde te ontruimen, terwijl daarvoor geen civielrechtelijke titel was. Met de raad acht het hof de klacht van klaagster over dit advies gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval is het hof echter van oordeel dat het passend en geboden is om geen maatregel op te leggen. Het hof vernietigt de beslissing van de raad uitsluitend op het onderdeel van de opgelegde maatregel (waarschuwing).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-015/DH/DH/D

    Beslissing op 60b-verzoek. De raad ziet in de opstelling van verweerder richting de deken en de ontvangen signalen voldoende zorgen dat verweerder op dit moment niet in staat is om zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen. Mede gelet op verweerders houding ter zitting is het duidelijk geworden dat verweerder geenszins van plan is om medewerking te verlenen aan het onderzoek van de deken. De raad acht schorsing niet proportioneel, maar treft wel voorzieningen om ervoor te zorgen dat verweerder zijn medewerking aan het onderzoek van de deken zal verlenen. Verzoek daarmee deels af- en deels toegewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-532/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de vertrouwelijkheid van de mediation tussen klager en zijn ex-echtgenote geschonden, zowel in de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep. Verweerster heeft dit erkend. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-806/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen (aangewezen advocaat). Verweerder heeft geen onjuiste stelling ingenomen: zij gaf uiting aan haar mening dat zij geen voor de beoordeling van de proceskansen relevant dossierstukken heeft ontvangen. Ook met een aanwijzing door de deken is de advocaat niet verplicht om hoe dan ook te procederen. De advocaat moet, mede gelet op de kernwaarde onafhankelijkheid, een eigen afweging maken. Ook van schending van de kernwaarde partijdigheid is niet gebleken. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-552/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de stellingname van de advocaat wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich in te scherpe bewoordingen uit te laten over de persoon van klager. Hoewel de persoon van klager een relevant aandachtspunt was, had zij de verwijten op zichzelf staand minder schap kunnen en moeten stellen. Verweerster heeft dit onomwonden erkend en te kennen gegeven dat zij het in het gevolg beter zal doen. Vertrouwen in de advocatuur met een ‘kale’ gegrondverklaring voldoende hersteld. Klacht gegrond, maar geen maatregel.