Zoekresultaten 3051-3100 van de 48471 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:57 Accountantskamer Zwolle 24/4273 Wtra AK 24/4274 Wtra AK
- Datum publicatie: 25-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:57
Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkenen krijgen de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. Betrokkenen hebben in opdracht van zeven gemeenten een zorgfraudeonderzoek ingesteld en daarover gerapporteerd. Dat rapport, door hen een rapport van feitelijke bevindingen genoemd, heeft geleid tot beslaglegging en een civielrechtelijke procedure. De zorgverleenster, die in deze klacht als klaagster optreedt en tegen wie het onderzoek zich richtte, stelt onder meer dat het rapport geen rapport van feitelijke bevindingen is maar een persoonsgericht onderzoek, dat betrokkenen niet de juiste deskundigen hebben ingeschakeld om een onderzoek te verrichten en onvoldoende hoor en wederhoor hebben toegepast en dat het rapport een deugdelijke grondslag mist. De Accountantskamer verklaart de klacht grotendeels gegrond. Betrokkenen hebben in ernstige mate de fundamentele beginselen geschonden en hebben geen maatregelen genomen toen zij eenmaal wisten of behoorden te weten dat hun onderzoek en rapport niet voldeden.
-
ECLI:NL:TSCTS:2025:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2025-05 (2025.V4-VB SEAL)
- Datum publicatie: 22-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TSCTS:2025:5
Op zondagnacht, 23 februari 2025, voer de havensleepboot VB Seal vanuit het Beerkanaal langs de “groene” kant richting de “Maas 5” boei. Het was mistig en de snelheid van de VB Seal was ongeveer 5,5 knopen over de grond. Het plan was om bij de “Maas 5” boei te wachten. Nabij de “Maas 5” boei is een gebruikelijke plaats voor havenslepers om te wachten op binnenkomende schepen. De VB Seal zou samen met een andere sleepboot (VB Schelde) het binnenkomende containerschip Maersk Iowa assisteren. Voor de Maersk Iowa uit voer de olietanker Gulholmen in ballast, zij was bestemd voor de 7e Petroleumhaven.Nabij de “Maas 5” boei haalde de betrokkene de vaart van de VB Seal eraf. De vaart over de grond nam af tot ongeveer 1,5 knoop terwijl de VB Seal wat bakboord uit kwam. Vervolgens kwam deVB Seal achteruit de noord in met een toenemende snelheid tot 2,9 knopen over de grond. Om 01.49 uur lokale tijd werd de VB Seal aan stuurboord voor geraakt door de Gulholmen. Al snel was duidelijk dat de VB Seal water maakte. De betrokkene heeft haar toen aan de oostzijde van de Ertskade op het stenen talud gezet, om zinken te voorkomen. Andere sleep- en havendienstboten schoten te hulp en brachten bergingspompen aan boord van de VB Seal. Door de dieseldampen van de eigen pomp, die binnen stond te draaien, werden bemanningsleden onwel.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8014
- Datum publicatie: 22-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:208
Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De behandelend neuroloog van klager heeft klager verwezen naar verweerder met de vraag of klager in aanmerking zou komen voor behandeling in zijn ziekenhuis. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en klager terugverwezen. Klager stelt dat verweerder door deze afwijzing onterecht ervoor heeft gezorgd dat er geen behandelrelatie met hem is aangegaan door het ziekenhuis. Klager is ontvankelijk, dit valt onder de tweede tuchtnorm. De neuroloog heeft slechts kennis kunnen nemen van de informatie in de verwijsbrief en daarin stond als reden enkel de geografische voorkeur van klager. Andere redenen van belang voor klager waren de neuroloog toen nog niet bekend. De neuroloog hoefde klager niet toe te laten voor een consult in het ziekenhuis. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8109
- Datum publicatie: 22-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:209
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft een fietsongeval gehad en in verband met de afwikkeling van de aansprakelijkheid van de hierbij betrokken bestuurder heeft de arts een deskundigenonderzoek gedaan en een rapport opgesteld. Onheuse bejegening tijdens het onderzoek kan niet worden vastgesteld. De conceptrapporten en het definitieve rapport voldoen aan de criteria en de arts heeft de van toepassing zijnde richtlijnen in acht genomen. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7990
- Datum publicatie: 22-08-2025
- Datum uitspraak: 22-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:210
Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog is door het A verzocht een neurologisch expertise te verrichten bij klaagster. Het komt niet vast te staan dat de neuroloog ongewenst of grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond door klaagster zich te laten ontkleden voor neurologisch onderzoek, nu dit onderzoek noodzakelijk en gepast was ten aanzien van de lichamelijke klachten van klaagster. Verder komt niet vast te staan dat klaagster niet serieus is genomen of dat het onderzoek van onvoldoende kwaliteit is. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 756224 / NT 24-33 756225 / NT 24-34
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 10-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:15
Het kennelijke verwijt van klaagster dat de kandidaat-notarissen hadden moeten waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het verzoek om toestemming aan de gemeente is naar het oordeel van de kamer ongegrond. Dat de gemeente een onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het adres [adres 3] (welk gebruik mogelijk niet in overeenstemming was met de bestemming) is niet een voorzienbaar gevolg van het vragen van de wettelijk vereiste toestemming aan de gemeente geweest. Ook het gevolg, dat klaagster in december 2022 een besluit van de gemeente heeft ontvangen waarin de bestemming van [adres 3] is gewijzigd naar bedrijfsmatige bestemming, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is een omstandigheid die niet was te voorzien en evenmin de kandidaat-notarissen kan worden verweten. Niet gebleken is dat de kandidaat-notarissen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht jegens klaagster. De kandidaat-notarissen hebben zich professioneel richting klaagster gedragen. De kandidaat-notarissen hebben gedaan wat zij bij de uitvoering van hun opdracht behoorden te doen en daarbij klaagster bij herhaling op correcte wijze geïnformeerd over het dossierverloop. Ook hebben zij klaagster uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, waar zij overigens niet op in is gegaan.Gelet op het vorenstaande acht de kamer de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760313 / NT 24-47
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:16
Van een (kandidaat-)notaris die een opdracht tot het indienen van een (eenvoudige) aangifte erfbelasting ontvangt, mag worden verwacht dat hij deze aangifte op juiste wijze invult en indient en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgaande volgt dat de kandidaat-notaris aan een en ander niet heeft voldaan. Nergens blijkt dat de kandidaat-notaris een complete aangifte heeft ingediend en klager ook adequaat heeft geïnformeerd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de kandidaat-notaris heeft deze bij voortduring geschonden. De kamer neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de kandidaat-notaris sinds mei 2022 faalt in de dienstverlening richting klager. De kandidaat-notaris heeft klager gedurende bijna drie jaar in het ongewisse gelaten door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie en/of telefoontjes van klager en de aangifte erfbelasting op zijn beloop te laten. (...) De incomplete en niet tijdige aangifte kan aanmerkelijke financiële consequenties voor erflaters hebben. De kamer acht daarom - mede gelet op het feit dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verleden heeft - de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7173
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 20-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:92
Klacht tegen psychiater ongegrond. Patiënte verwijt de psychiater ernstig nalatig handelen, schending van de privacy en het boycotten van de overdracht naar een collega. Het college: dat de psychiater de afspraak was vergeten, is in dit geval van onvoldoende gewicht om van een tuchtrechtelijk verwijt te kunnen spreken. Niet blijkt dat de psychiater klaagster onvoldoende heeft begeleid. Het beroepsgeheim mocht hij doorbreken. Er zijn geen aanknopingspunten te vinden dat de psychiater meer (medische) gegevens over de patiënte heeft verstrekt dan noodzakelijk was. Dat de psychiater de overdracht heeft geboycot door foutieve informatie te verstrekken, staat niet vast.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7616
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 20-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:93
Een patiënt met een bipolaire I-stoornis dient een klacht in tegen zijn psychiater over de behandeling in 2022 en 2024. Hij klaagt onder meer over verkeerde diagnoses, gebrekkige communicatie met de huisarts, foutieve medicatie, privacyschending en onjuiste dossierinformatie. Volgens het tuchtcollege zijn de diagnoses op goede gronden gesteld, was de medicatiekeuze verantwoord en was er geen sprake van schending van privacy of onjuiste informatievoorziening. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7772
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 20-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:94
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling, schending van inspanningsverplichting, informatieplicht en registratieplicht. Psychiater was als waarnemer van de hoofdbehandelaar niet betrokken bij de diagnostiek noch bij de keuze van de behandelvormen. Evenmin was de psychiater betrokken bij de informatie over en de nazorg van de ECT behandeling, noch bij de registraties van deze behandeling.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6853
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 20-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:95
Het college oordeelt dat het de huisarts van klager, die in een PI verblijft, niet te verwijten valt dat klager voor ieder consult een briefje moet invullen en daarnaast dat het feit dat een belastend onderzoek moest ondergaan ook niet verwijtbaar is. De huisarts heeft in het dossier genoteerd dat klager toestemming gaf en de aanwezigheid van de bewakers vloeit voort uit het regime waarin klager verbleef. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:14
Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6869
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 20-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:96
Het college oordeelt dat de huisarts van klager, die in een PI verblijft, geen onjuiste diagnose heeft gesteld en dat de huisarts een aan klager gerichte brief niet heeft geopend. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/6720
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 20-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:97
Klager klaagt erover dat de huisarts naproxen naast diclofenac heeft voorgeschreven zonder klager daarover te informeren. Klacht kennelijk ongegrond, omdat uit het aan de huisarts ter beschikking staande medisch dossier bleek dat de medicatie van diclofenac was gestopt, terwijl – naar later bleek - die beëindiging niet was doorgevoerd. Adequate reactie na ontdekking.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6779
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 20-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:98
De huisarts heeft op grond van de inhoud van het medisch dossier van klager mogen oordelen dat klager geen beperkingen had voor het verrichten van arbeid in de PI waar klager verblijft. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 240156H
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:161
Herzieningsverzoek. Geen sprake van een novum, motiveringsklachten leveren geen schending op van een fundamenteel rechtsbeginsel, in zoverre is het verzoek niet-ontvankelijk. Beroep op ne bis in idem ongegrond, omdat schorsing op grond van artikel 60ab en op grond van dekenbezwaar voor dezelfde feiten geen dubbele bestraffing is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7912
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 19-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:205
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog, klinisch psycholoog. Klaagster is voor een therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) door de klinisch psycholoog onderzocht. De klinisch psycholoog concludeerde in 2024 tot een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde een kortdurende klinische psychotherapeutische behandeling. Later werd de diagnose bijgesteld tot Persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Op verzoek van klaagster heeft de klinisch psycholoog haar doorverwezen naar een deeltijdbehandeling voor depressie. De depressiepolikliniek heeft ervan afgezien klaagster op te roepen voor een intake. Zakelijk weergegeven verwijt klaagster de klinisch psycholoog de eerste diagnose te hebben bijgesteld en een onjuiste verwijzing naar de depressiekliniek te hebben ingezet. De klinisch psycholoog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college komt tot oordeel dat de klinisch psycholoog alles overziend zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft elke stap afgewogen, gedocumenteerd en met klaagster besproken en afgestemd. Daarbij heeft hij ook bij oplopende spanningen bij klaagster en in de onderlinge verhouding zijn verantwoordelijkheid serieus genomen en zorggedragen voor een overdracht en een nieuwe verwijzing. Kennelijk ongegronde klacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 250080
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:162
Ongegrond verzet tegen beslissing van de voorzitter om de klacht tegen de deken niet te verwijzen. De deken mag een poging tot bemiddeling doen, maar is daartoe niet verplicht. De deken mag in het kader van de afronding van het onderzoek een inschatting geven van hoe het oordeel van de raad zou kunnen luiden, maar is daartoe niet verplicht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7984
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 19-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:206
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster is voor een therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) door de psychotherapeut onderzocht. De psychotherapeut concludeerde in 2024 tot een persoonlijkheidsstoornis en adviseerde een kortdurende klinische psychotherapeutische behandeling. Later werd de diagnose bijgesteld tot Persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. Op verzoek van klaagster heeft de psychotherapeut haar doorverwezen naar een deeltijdbehandeling voor depressie. De depressiepolikliniek heeft ervan afgezien klaagster op te roepen voor een intake. Zakelijk weergegeven verwijt klaagster de psychotherapeut de eerste diagnose te hebben bijgesteld en een onjuiste verwijzing naar de depressiekliniek te hebben ingezet. De psychotherapeut heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college komt tot oordeel dat de psychotherapeut alles overziend zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft elke stap afgewogen, gedocumenteerd en met klaagster besproken en afgestemd. Daarbij heeft hij ook bij oplopende spanningen bij klaagster en in de onderlinge verhouding zijn verantwoordelijkheid serieus genomen en zorggedragen voor een overdracht en een nieuwe verwijzing. Kennelijk ongegronde klacht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 762328 / NT 25-2
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:12
De kandidaat-notaris heeft voldoende haar best gedaan om een voorstel op te stellen waar alle drie de kinderen zich in zouden kunnen vinden. Dat daarbij enigszins van een (mogelijk) aanvankelijk uitgangspunt, te weten de wens om € 50.000,- op de rekening van moeder beschikbaar te houden, is afgeweken, maakt nog niet dat de belangen van moeder niet in acht zijn genomen. De kandidaat-notaris heeft voldoende toegelicht hoe - op andere wijze – de financiële positie van moeder was geborgd. Daarbij komt dat de voorstellen van de kandidaat-notaris werden gedaan in het kader van een onderhandelingsproces en hoe dan ook eerst aan de kinderen ter goedkeuring werden voorgelegd. Voor zover klaagster de kandidaat-notaris verwijt dat zij heeft nagelaten om hypothecaire zekerheid te vestigen ontbeert de klacht feitelijke grondslag alleen al omdat die zekerheid wel is gevestigd.Gelet op het voorgaande oordeelt de kamer dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 240176
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:163
Ongegrond verzet tegen beslissing van de voorzitter om de klacht tegen de deken niet te verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-967/DB/OB
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:122
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7935
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 19-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:207
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klagers verwijten de gz-psycholoog dat zij de behandelingsovereenkomst eenzijdig heeft opgezegd zonder duidelijke onderbouwing of nazorg, klager tijdens een behandelsessie onheus heeft bejegend, onvoldoende casusregie heeft gevoerd en dat ze onzorgvuldig heeft gecommuniceerd. Het college is van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat het gedrag van klager zodanig was dat dit voor de gz-psycholoog een gewichtige reden opleverde voor beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Daarnaast is niet voldaan aan de zorgvuldigheidseisen voor beëindiging. Voor wat betreft de klacht over de casusregie oordeelt het dat de gz-psycholoog er onvoldoende voor heeft gezorgd dat helder was wie welke rol had en hoe deze werd ingevuld en dat na beëindiging van de behandelingsovereenkomst ook deze rol goed werd overgedragen. De klacht over bejegening is ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 765132 / NT 25-6
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:13
Dat de notaris heeft gemeend zijn dienstverlening te moeten weigeren vanwege de afhankelijkheid van de vrouw en haar juridische onkunde valt evenwel niet te rijmen met wat de notaris overigens over het verloop van de bespreking heeft verklaard. De notaris heeft ter zitting namelijk ook verklaard dat hij (uiteindelijk) de indruk had dat de vrouw van klager zich vrij voelde om antwoord te geven op de vragen van de notaris. Zo voelde zij zich – in de bewoordingen van de notaris – frank en vrij om haar voorkeur uit te spreken voor de toepasselijkheid van islamitisch recht op het huwelijkse vermogen. Daarbij komt dat ook volgens klager de vrouw de uitleg van de notaris goed begreep en duidelijk was in haar wensen. Gezien deze tegenstrijdigheid in de verklaringen van de notaris – en mede gelet op de verklaring van klager dat zijn vrouw af en toe vragend naar hem keek, maar dat dat was omdat zij de vertaling van de Syrische tolk niet begreep – is de kamer onvoldoende gebleken dat bij de vrouw daadwerkelijk sprake was van afhankelijkheid en onkunde, en dus dat de notaris een gegronde reden had om wegens afhankelijkheid of onkunde van de vrouw zijn dienstverlening te weigeren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:159 Hof van Discipline 's Gravenhage 250235
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:159
Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Onvoldoende kans van slagen en er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-399/AL/MN
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:191
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in penitentiaire procedures. Het stond verweerder vrij om opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld in opdrachten die hij wel heeft aangenomen. Ook is niet gebleken dat verweerder zijn bijstand op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd. Verweerder mocht de proceskostenveroordeling in ontvangst nemen, omdat deze op grond van de Awb aan hem toekwam. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-409/AL/MN
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:192
Voorzittersbeslissing. Klacht over het niet (tijdig) verstrekken van informatie en arresten kennelijk ongegrond. Klacht voor het overige niet ontvankelijk omdat daarover te laat is geklaagd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 250183
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:160
Ongegrond verzet tegen beslissing van de voorzitter om de klacht tegen de waarnemend deken niet te verwijzen. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om de werkwijze van een deken en/of het dekenstandpunt in een klacht tegen de deken aan de orde te stellen en evenmin om af te dwingen dat iemand anders een tweede klacht onderzoekt en/of dat die klacht zonder (afgerond) onderzoek naar de raad wordt doorgeleid.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-410/AL/MN
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:193
Voorzittersbeslissing. Klacht over de voormalige eigen advocaat. Het dossier dat verweerder aan de nieuwe advocaat van klager heeft doorgezonden was niet onvolledig. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-226/DB/OB
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:120
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 250001
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:155
De zaak betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager bijgestaan in een huurgeschil. Dit geschil, dat heeft geleid tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, vormt de aanleiding voor deze klacht. Volgens klager was de bijstand van verweerder niet toereikend, heeft verweerder klagers goede naam geschonden en heeft verweerder niet voldaan aan zijn zorgplicht jegens klager. Het hof sluit zich aan bij de beslissing van de raad. In aanvulling hierop merkt het hof op dat het feit dat de raad verweerder in de gelegenheid heeft gesteld om na de zitting een stuk in te dienen dat nog niet in het dossier zat, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad niet correct heeft gehandeld. Van belang is dat uit het proces-verbaal van de raad blijkt dat klager in de gelegenheid is gesteld om op dat stuk te reageren.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:137 Raad van Discipline Amsterdam 25-071/A/A
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:137
Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. De wijze waarop verweerster de (potentiële) getuige van klaagster heeft benaderd, kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als een poging tot ongeoorloofde beïnvloeding van een (potentiële) getuige. Daarmee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit, zoals (onder meer) uitgewerkt in gedragsregel 22. Verweerster heeft daarmee schade toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Een berisping is in deze situatie passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-786/DB/OB
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:121
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 240304
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:156
De raad heeft geoordeeld dat er niet aan de in gedragsregel 25 lid 2 genoemde voorwaarden is voldaan, zodat het verweerder niet vrijstond om de client van klager rechtstreeks aan te schrijven. Door dit wel te doen heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De raad heeft verweerder een waarschuwing opgelegd. Het hof bekrachtigt deze beslissing. In dit geval is gedragsregel 25 geschonden doordat verweerder de wederpartij rechtstreeks heeft benaderd, terwijl hij wist dat deze een advocaat had, en verweerder zich daarbij niet beperkte tot een aanzeggingen tot rechtsgevolg.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:138 Raad van Discipline Amsterdam 25-072/A/A 25-073/A/A
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:138
Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben de wijze waarop hun kantoorgenoot, een (potentiële) getuige heeft benaderd in de procedure waarin zij als procesadvocaten optreden voor de wederpartij niet als onbehoorlijk aangemerkt, maar dit gedrag juist verdedigd. Met deze houding hebben verweerders laten zien onvoldoende gewicht toe kennen aan het belang van gedragsregel 22, die beoogt de onafhankelijkheid van getuigen te waarborgen en ongeoorloofde beïnvloeding te voorkomen. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 240276
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:157
Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Hij verwijt verweerster dat zij in strijd met op een zitting gemaakte afspraken heeft gehandeld. Het hof overweegt dat het verweerster niet is aan te rekenen dat zij in opdracht van haar cliënte diens gewijzigde standpunt ten opzichte van de op de zitting gemaakte afspraken heeft verwoord in een e-mail aan de advocaat van klager. Verweerster was zelf geen partij bij de gemaakte afspraak en het stond verweerster als belangenbehartiger van haar cliënte niet vrij om tegen de instructie van haar cliënte in te handelen. De klacht is ongegrond verklaard door de raad. Het hof bekrachtigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-091/A/NH
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:139
Raadsbeslissing; klacht van een advocaat over een advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder toestemming van klager een e-mail van klager gericht aan de gevolmachtigde van zijn cliënten (die door een verzendvergissing bij verweerder terecht was gekomen) in de procedure in te brengen. De door verweerder naar voren gebrachte omstandigheden bieden geen rechtvaardiging voor dit handelen. De kwestie over de (proces)volmacht had ook op andere wijze aan de orde gesteld kunnen worden. Daarmee is de klacht gegrond. Ondanks de gegrondverklaring, is geen maatregel opgelegd. Verweerder heeft het gebruik van de e-mail aangekondigd en klager heeft hiertegen niet geprotesteerd. Ook na het toezenden van de producties en daarna op de zitting heeft klager zijn bezwaren tegen het gebruik van de e-mail niet kenbaar gemaakt. Klager heeft derhalve drie gelegenheden voorbij laten gaan zonder zijn bezwaren tegen de overlegging van de e-mail te uiten. Vervolgens heeft klager pas twee jaar later zijn klacht hierover tegen verweerder ingediend. Tot slot bevat de e-mail geen vertrouwelijke informatie, maar gaat het slechts om het doorsturen van een rolbericht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 240272
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:158
Deze zaak betreft in hoger beroep een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden had verweerster met haar keuze om op een aantal e-mails van klaagster niet te reageren, onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster bij opheffing van het beslag. Het hof is van oordeel dat er geen gerechtvaardigde belangen van klaagster zijn geschonden en dat klaagster wist dat zij nog de deurwaarderkosten moest betalen alvorens het beslag zou worden opgeheven. Het hof verklaart dit klachtonderdeel alsnog ongegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van de raad alsmede de aan verweerster opgelegde maatregel. Voor het overige blijven de klachten ook in hoger beroep ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:140 Raad van Discipline Amsterdam 25-125/A/A
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:140
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond nu niet is gebleken dat verweerster vertrouwelijke informatie heeft verkregen waardoor zij de wederpartij niet meer mocht bijstaan. Van (de schijn van) belangenverstrengeling is naar het oordeel van de raad geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-336/DB/NN/W 25-337/DB/NN/W
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:118
Wraking gegrond. De gewraakte tuchtrechter heeft eerder een tuchtklacht ingediend tegen verzoekster. Ook staan verzoekster en de gewraakte tuchtrechter momenteel als advocaten tegenover elkaar in een juridische procedure. Deze twee omstandigheden in samenhang bezien leiden in de concrete omstandigheden van het geval tot de conclusie dat de door verzoekster aangevoerde vrees voor partijdigheid en schijn van vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-388/DB/LI/D
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:119
Dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft zijn praktijk neergelegd op een wijze die zeer onzorgvuldig is. Cliënten zijn niet tijdig geïnformeerd of hebben zelfs pas op de dag van een zitting van verweerder vernomen dat hij hen niet langer bijstaat. Daarmee heeft verweerder de belangen van zijn (voormalige) cliënten ernstig veronachtzaamd. Die verantwoordelijkheid had verweerder wel moeten nemen. Ook al had verweerder het psychisch zwaar, verweerder kon zijn cliënten niet zonder enig bericht aan hun lot overlaten. Schrapping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250005
- Datum publicatie: 18-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:154
Het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen in de zin van artikel 13 Advocatenwet wordt ongegrond verklaard. Het hof is van oordeel dat het niet mogelijk is om beroep in cassatie in te stellen tegen het proces-verbaal van het hof Amsterdam. Dat kan immers alleen van een einduitspraak en daarvan is in dit geval geen sprake. Verder onderschrijft het hof het standpunt van de deken dat voorzover klager een advocaat wil voor een procedure om de schikking ongedaan te maken, deze procedure geen redelijke kans van slagen heeft. Terecht heeft de deken opgemerkt dat de enkele stelling dat er sprake zou zijn van verkeerd gedrag van een paar slechte advocaten en corrupte rechters daarvoor onvoldoende is. Dat geldt ook voor de stelling van klager dat de rechter de kant koos van de bank en dat klager door zijn advocaat, de rechter en de advocaat van de bank onder druk werd gezet om een minnelijke regeling te accepteren.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8015
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:202
Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster was opgenomen in het ziekenhuis, waar zij ’s nachts is gevallen. Deze val heeft geleid tot een hersenbloeding en de moeder van klaagster is vervolgens overleden. Verweerster was die nacht werkzaam als verpleegkundige en klaagster verwijt haar, kort gezegd, onzorgvuldig handelen. Naar het oordeel van het college had de verpleegkundige in deze situatie risico’s dienen uit te sluiten en de situatie door een arts moeten laten beoordelen. Ook is het college van oordeel dat het op de weg van de verpleegkundige had gelegen, zeker nu was nagelaten contact met een arts op te nemen, na de val gedurende de nacht extra observaties en controles uit te voeren. Ook dat heeft zij nagelaten. Klachtonderdeel a) de verpleegkundige heeft na de val geen adequate hulp verleend en klachtonderdeel c) er heeft uren na de val geen observatie meer plaatsgevonden zijn dan ook gegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7547
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:203
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster ontvangt zorg van het GGZ team van de instelling. Verweerster was onderdeel van dit team (tegen haar collega en teamlid is ook een klacht ingediend, geregistreerd onder zaaknummer A2024/7546) en de eerste contactpersoon voor klaagster. Klaagster verwijt haar dat zij heeft gelogen over de medische situatie van klaagster bij de rechtszaak om de zorgmachtiging en dat zij aandringt op het verhuizen naar een HAT-woning op het terrein van de instelling en het innemen van medicatie. Niet kan worden vastgesteld dat de verpleegkundige onwaarheden over klaagster heeft vermeld en de door klaagster gestelde onwaarheden zijn niet onderbouwd. Daarnaast is het college van oordeel dat het handelen van de verpleegkundige erop was gericht passende zorg te verlenen en verdere escalatie te voorkomen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7455
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91
Ongegronde klacht van ouders van patiëntje tegen verweerster, tandarts, over de behandeling van patiëntje met angstklachten. Klagers verwijten verweerster onzorgvuldige behandeling van de fistel bij de beschadigde tand, weigeren sedatie bij het trekken van beschadigde melktanden, onjuist advies, niets geven tegen de ontsteking, onvoldoende personele bezetting en geen goede achtervang bij de vakantiesluiting van de praktijk. Volgens klagers werd eerst na meerdere verzoeken van klagers patiëntje aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet gereflecteerd op eigen handelen. Het college oordeelt dat verweerster geen onnodige risico’s heeft genomen en heeft vastgehouden aan een zorgvuldige medische afweging ondanks de druk om met Dormicum te behandelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7957
- Datum publicatie: 15-08-2025
- Datum uitspraak: 15-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:204
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Voor het college is het invoelbaar dat het voor klager traumatisch is geweest dat de verpleegkundige (met haar collega’s, geregistreerd onder zaaknummers A2024/7955 en -7956) tegen klagers wil in zijn huis is geweest. Het college oordeelt echter dat het gezien de zorgen die waren geuit, begrijpelijk is dat er (door de psychiater, geregistreerd onder A2024/7958) een huisbezoek door de crisisdienst is aangevraagd. Vervolgens valt het de verpleegkundige niet te verwijten dat klager niet op de hoogte was van dit huisbezoek. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige voldoende de-escalerend heeft opgetreden en dat zij voldoende de zorg in acht heeft genomen die van een goed hulpverlener wordt verwacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:149 Hof van Discipline 's Gravenhage 250037
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:149
Klacht tegen de eigen advocaat. Klager was geen cliënt en is daarom door de raad niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof verklaart de klacht, voor zover die ziet op het niet goed adviseren door verweerder over de sanctielijst, alsnog gegrond, legt verweerder de maatregel van waarschuwing op en bekrachtigt de beslissing van de raad voor het overige.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:150 Hof van Discipline 's Gravenhage 240339
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:150
Het betreft hier een hoger beroep van verweerder. In deze zaak ligt de vraag voor of verweerder de belangen van klagers niet goed heeft behartigd en klagers onder zodanige druk heeft gezet om de schikking te accepteren dat hij daarmee de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare heeft overschreden. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam heeft verweerder hiervoor een onvoorwaardelijke schorsing van zes (6) weken opgelegd. Vast is komen te staan dat klagers tegenover verweerder ondubbelzinnig hebben aangegeven dat zij niet met het schikkingsvoorstel konden instemmen. Het hof oordeelt dat de druk die klagers vanuit verweerder hebben ervaren om de vaststellingsovereenkomst toch te tekenen, direct is te relateren aan een ernstig nalaten van verweerder om klagers op deugdelijke wijze te informeren en te consulteren over de lopende schikkingsonderhandelingen, waardoor het uiteindelijke schikkingsvoorstel voor klagers als een ‘complete verrassing’ kwam. Deze druk is in hevige mate versterkt door de ‘dreiging’ die verweerder vervolgens heeft geuit om bij het niet tekenen van de vaststellingsovereenkomst door klagers uitvoering te zullen gaan geven aan de tussen klagers en verweerder gemaakte verboden prijsafspraak (no cure no pay). Het hof rekent dit verweerder zwaar aan. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, maar ziet aanleiding een fors zwaardere maatregel op te leggen dan de raad, te weten een onvoorwaardelijke schorsing van twaalf weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:151 Hof van Discipline 's Gravenhage 250176
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:151
Het beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen is ongegrond. Klager heeft verzocht om een advocaat voor een bestuursrechtelijke procedure. Voor het voeren van een procedure bij de bestuursrechter is geen verplichte procesvertegenwoordiging voorgeschreven. Er zijn geen aanwijzingen dat klager vanwege zijn kwetsbare positie niet in staat zou zijn om zijn klachten te benoemen en te onderbouwen. Dat advocaten de zaak van klager niet willen aannemen vanwege inhoudelijke complexiteit, kan niet worden opgemaakt uit de afwijzingsgronden van de door klager aangeschreven advocaten. Verder heeft de deken terecht opgemerkt dat het bewaken van de equality of arms aan de rechter is en dat dit geen taak van de deken is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 250110
- Datum publicatie: 14-08-2025
- Datum uitspraak: 11-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:152
Beklag artikel 13 , lid 1 Advocatenwet. Niet duidelijk op welke gronden klager het niet eens is met de beslissing van de deken. Nu klager geen gronden van zijn beklag heeft aangevoerd en het hof evenmin ambtshalve uit de stukken kan afleiden waarom de beslissing van de deken onjuist is, zal het hof het beklag ongegrond verklaren