Zoekresultaten 201-250 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-009/DH/RO
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:168
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen (letselschade)advocaat. Verweerder heeft klager terecht verwijzen naar een arbeidsrechtadvocaat omdat hij geen verstand had van het arbeidsrecht. Ook mocht hij proberen om te klacht onderling met klager op te lossen. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager onder druk te zetten om op betalende basis verder te werken, terwijl klager in aanmerking kwam voor een toevoeging. Omdat verweerder zijn voorstel niet heeft herhaald en hij helder heeft gemaakt te weten dat toevoegingszaken de aandacht moeten krijgen die zij verdienen, gaat de raad ervan uit dat verweerder in het vervolg anders zal handelen. Gegrond zonder oplegging van maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 260152
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:244
Beklag artikel 13 Advocatenwet gedeeltelijk gegrond. In tegenstelling tot de deken maakt het hof uit de stukken niet op dat klaagster de notarissen alleen aansprakelijk wil stellen. In haar verzoek om aanwijzing geeft klaagster aan ook tegen de notarissen een procedure te willen starten. Het aanwijzingsverzoek van klaagster strekt daarmee verder dan wat de deken heeft aangevoerd (alleen aansprakelijk stellen). Op dit onderdeel heeft de deken het aanwijzingsverzoek te beperkt opgevat. Daarmee ontvalt in zoverre de grondslag aan de beslissing van de deken. De deken zal dan ook opnieuw moeten beslissen op het verzoek van klaagster voor zover dit op de kwestie aangaande de notarissen ziet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-863/DH/DH
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:175
Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in de echtscheidingsprocedure. Kern van de verwijten is dat verweerster klaagster niet goed heeft bijgestaan en onder druk heeft gezet bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel voorstelbaar is dat klaagster druk heeft gevoeld om een keuze te maken, blijkt niet dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet. Verweerster heeft klaagster juist duidelijk geadviseerd en haar de opties voorgelegd, waarbij zij klaagster erop heeft gewezen dat het klaagster is die de keuze moet maken. Niet gebleken van onvoldoende advisering of onvoldoende belangenbehartiging. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/05
- Datum publicatie: 30-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:22
Optreden als boedelnotaris bij verstoorde familieverhoudingen, terwijl de executeur een medewerker van het notariskantoor is. Om schijn van belangenverstrengeling/partijdigheid te voorkomen, doet een notaris er goed aan erop bedacht te zijn dat het vragen kan oproepen als hij/zij als boedelnotaris optreedt in een zaak waar hij/zij nauwer bij betrokken is dan gebruikelijk: dat kan ten koste gaan van het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en daarom kan het aanbeveling verdienen om zo’n opdracht door te verwijzen naar een notaris van een ander kantoor. Ministerieplicht. Rol boedelnotaris in het algemeen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9063
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122
Ongegronde klacht van een nabestaande van een patiënt tegen een MDL-arts. Bij de behandeling patiënt werd uitgegaan van galwegkanker. Klaagster verwijt de MDL-arts dat onvoldoende onderzoek werd gedaan naar de mogelijkheid van IgG4 gerelateerde ziekte, dat niets werd gedaan met de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en dat geweigerd werd prednison voor te schrijven.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8277
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134
Klaagster klaagt erover dat de psychiater zich tijdens een intakegesprek onheus heeft gedragen tegenover haar en haar moeder. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater zich onheus heeft gedragen, omdat de verklaringen van partijen daarover uiteenlopen en hiervoor geen bewijs is. De eerste twee klachtonderdelen zijn daarom ongegrond. Klaagster is niet-ontvankelijk in het derde klachtonderdeel over de bejegening van moeder, omdat alleen moeder daarover kan klagen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182
Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123
IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7971
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135
Klacht tegen een bedrijfsarts in opleiding. Ongegrond. De bedrijfsarts in opleiding wordt verweten dat hij het opzettelijk heeft doen voorkomen alsof klaagster zou hebben tegengewerkt bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en re-integratiemogelijkheden, dat hij klaagster na een vertrouwensbreuk niet heeft gewezen op de mogelijkheid contact op te nemen met zijn supervisor en dat hij niet persoonlijk heeft gereageerd op een aansprakelijkheidsstelling. Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De rapportage over het eerste spreekuur gaf feitelijk juist weer dat geen contact tot stand was gekomen en dat daardoor geen beoordeling kon plaatsvinden. Tijdens het tweede spreekuur kon evenmin een beoordeling plaatsvinden, omdat uitsluitend de partner van klaagster het woord voerde en klaagster zelf niet aan het gesprek deelnam. Ook bestond geen verplichting om klaagster actief op de supervisor te wijzen en mocht verweerder het incident tijdens het reguliere supervisieoverleg bespreken. Ten slotte was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de aansprakelijkheidsstelling via de advocaat van de instelling werd afgehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9545
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183
Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de betrokkenheid van de psychotherapeut bij de familie van klager. Uit de door klager overlegde mailwisseling tussen hem en de psychotherapeut blijkt dat klager de psychotherapeut een groot aantal vragen voorlegt waarin hij opheldering vraagt over de grenzen tussen diens rol als vriend en als professional, maar klager noemt daarin geen feitelijke handelingen die zouden duiden op tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Ook overigens blijkt naar het oordeel van de voorzitter niet dat er sprake is van handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar hoort te doen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9034
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136
Klacht tegen een bedrijfsarts. Gegrond. De bedrijfsarts wordt verweten dat hij in een rapportage aan de werkgever van klaagster medische gegevens heeft opgenomen zonder haar toestemming. Het college oordeelt dat de bedrijfsarts hiermee zijn beroepsgeheim en geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Hoewel de bedrijfsarts de ernst van de problematiek van klaagster wilde benadrukken, had hij dit moeten doen zonder medische kwalificaties of andere vertrouwelijke informatie te verstrekken. Het college rekent de bedrijfsarts aan dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij een kerntaak van zijn beroep en slechts beperkt blijk heeft gegeven van zelfreflectie op zijn handelen. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de ernst van de schending van het beroepsgeheim legt het college de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9009
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 22-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184
Voorzittersbeslissing. De voorzitter overweegt dat hij op basis van het dossier niet kan vaststellen of aanleiding heeft om te veronderstellen dat de psychiater klaagster onheus of onbehoorlijk heeft bejegend. De psychiater ontkent dat dit zo is en deze beschuldigingen zijn niet concreet toegelicht of onderbouwd. De voorzitter kan bij deze tegenstrijdige lezing van de feiten zonder nadere bevestiging van de lezing van klaagster niet in het nadeel van de psychiater uitgaan van wat klaagster over de bejegening heeft gezegd. Dit betekent dat de voorzitter niet kan vaststellen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9695
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185
Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10049
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 01-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186
Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:239 Hof van Discipline 's Gravenhage 260048
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:239
Het hof komt tot het oordeel dat verweerder de hem in de klacht verweten gedragingen niet heeft begaan en de raad buiten de klachtomschrijving is getreden. Immers, de klacht luidt dat verweerder vanaf februari 2024 heeft opgetreden voor E. B.V., terwijl hij in de periode van 2016 tot 2019 als 'onafhankelijk advocaat' heeft opgetreden voor c.q. gesprekken heeft geleid tussen klaagster en E. B.V. om te komen tot onderlinge samenwerking, hetgeen een belangenconflict oplevert. Wat er zij van de werkzaamheden die verweerder van 2016 tot 2019 voor (een van de) partij(en) heeft verricht, deze werkzaamheden hadden niet ten doel om ‘te komen tot onderlinge samenwerking’. Vanaf 2012 was er namelijk al sprake van een samenwerking tussen klaagster en verweerder. Al hetgeen die werkzaamheden verder zouden hebben behelsd en of deze mogelijk een tegenstrijdig belang zouden kunnen opleveren, valt dan ook buiten het bereik van de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8887
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:121
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:163 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-422/AL/MN
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:163
Voorzittersbeslissing. Een klacht over de deken wordt kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-447/AL/MN
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:164
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De voorzitter verklaart een klacht van de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8881
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:116
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:240 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355W3
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:240
Verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de door verzoeker gestelde voorwaarde niet is vervuld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:165 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-451/AL/OV
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:165
Voorzittersbeslissing. De klacht van klager over verweerder is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8883
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:117
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:241 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355W2
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:241
Wrakingsverzoek deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Voor zover verzoeker dezelfde gronden aanvoert waarop op grond van artikel 3.1 Wrakingsprotocol al is beslist bij beslissing van 4 juni 2026 is het herhaalde verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Nu dit het tweede wrakingsverzoek betreft dat direct verband houdt met de hoofdprocedure en verzoeker tevens een derde voorwaardelijk wrakingverzoek heeft ingediend bij het hof en er dus sprake is van een patroon van wrakingen en bovendien een herhaling van wrakingsgronden waarop reeds is beslist, kan de conclusie niet anders zijn dat er sprake is van misbruik van recht. Het hof zal bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak wegens misbruik van recht niet meer in behandeling wordt genomen (artikelen 7.2 en 7.3 Wrakingsprotocol).
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8884
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:118
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-862/DH/DH
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:160
Raadsbeslissing. Deels gegronde klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een echtscheidingszaak met internationale aspecten. Verweerster is tekortgeschoten in haar bijstand aan klaagster, zowel op het gebied van communicatie als wat betreft de kwaliteit van haar bijstand. Zo heeft verweerster geen voorlopige alimentatie gevraagd en de mogelijkheid daartoe ook niet met klaagster besproken, terwijl klaagster het financieel moeilijk had en daar wel om heeft gevraagd. Ook heeft verweerster klaagster niet goed geïnformeerd over de beschikking van het gerechtshof en over het eventuele behoud van alimentatie bij een verhuizing naar het buitenland. Verweersters bijstand is daardoor op meerdere momenten onvoldoende geweest. Schending kernwaarde deskundigheid. Tuchtrechtelijk verleden. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8885
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:119
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-814/DH/DH
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:161
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het dossier niet tijdig aan de opvolgend advocaat beschikbaar te stellen, door een gebrek aan schriftelijke communicatie met zijn cliënt over de voortgang van de procedure bij de IND en door het niet op orde hebben van zijn dossier, waaronder het niet indienen van de bezwaargronden. Dit raakt aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat verweerder klager niet op de hoogte heeft gehouden van de voortgang van de IND-procedure en dat hij zijn dossier niet op orde heeft gehad, waardoor hij de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd en vragen van de raad over wel of niet gestuurde berichten aan de IND niet heeft kunnen beantwoorden. De belangen van klager waren groot, zijn rechtmatige verblijf in Nederland stond op het spel en de procedure kent fatale termijnen. Bovendien heeft verweerder er, ondanks de vragen en opmerkingen van de raad, geen blijk van gegeven dat hij het laakbare van zijn handelen inziet en dat hij van de gang van zaken in het dossier van klager heeft geleerd. Klacht gegrond. Schorsing van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk en een coachingstraject als bijzondere voorwaarde.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-266/DH/RO
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:162
Raadsbeslissing. Klacht over het inbrengen van kwetsende getuigenverklaringen door de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. De tuchtrechtelijk vereiste terughoudendheid die een familierechtadvocaat moet betrachten, betekent niet dat een advocaat zich in het geheel dient te onthouden van het innemen van stellingen waarmee de wederpartij wordt beschuldigd en die mogelijk escalerend werken. Een advocaat moet echter wel kritisch zijn naar zijn/haar cliënt, zeker wanneer er kinderen in het spel zijn, waarbij de terughoudendheid in de visie van de raad vooral ziet op het innemen van ongefundeerde escalerende stellingen. Daarvan was hier geen sprake. Verweerders cliënte stelde zich op het standpunt dat het voortzetten van de bestaande zorgregeling een ernstige bedreiging was voor de ontwikkeling van hun minderjarige kind. Deze stelling heeft de cliënte van verweerster onderbouwd met getuigenverklaringen (en daarbij gevoegde bijlagen). Deze stukken mocht verweerster inbrengen in de procedure. Het is immers relevant om de (familie)rechter inzicht te geven in gedragspatronen omdat zorgelijke patronen in het gedrag van de ouder een negatief effect kunnen hebben op een kind en bij de beoordeling door de familie(rechter) staat het belang van het kind voorop. Indien te snel wordt aangenomen dat dergelijke stukken niet mogen worden ingebracht omdat daarmee de situatie escaleert, ondermijnt dat naar het oordeel van de raad de procespositie van de stellende partij. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8886
- Datum publicatie: 28-07-2026
- Datum uitspraak: 24-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:120
Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-325/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:94
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in echtscheidingszaak. Het was de taak van verweerster om de belangen van de vrouw te behartigen. De vrouw had aan verweerster verteld dat klagers melding bij TAF, dat hij vanaf aanvang verzekering had gerookt, in strijd met de waarheid was. De vrouw wilde bewerkstelligen dat de premieverhoging en vordering tot nabetaling ongedaan werden gemaakt. Om dat doel te bereiken moest verweerster TAF namens de vrouw aanschrijven en het standpunt van de vrouw aan TAF overbrengen. De raad is van oordeel dat verweerster genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënte van belang was om in de brief aan TAF melding te maken het gedrag van klager. Niet gebleken dat verweerster structureel heeft bijgedragen aan de escalatie van echtscheidingsgeschillen en heeft nodeloos regelingen in de weg gestaan. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:95
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-305/DB/OB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:89
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij een origineel document, waarin de afspraken zijn vastgelegd, eenzijdig heeft gewijzigd en de door haar gewijzigde versie vervolgens als het originele document heeft gepresenteerd. Gegrond, schorsing van vier weken waarvan twee weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-328/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:96
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te weigeren een procedure te starten. Ook is niet gebleken dat zij onjuist advies heeft gegeven over de geldigheid van het Noord-Macedonische testament. Klager is akkoord gegaan met het versturen van een brief waarin de namen van getuigen werden genoemd, zodat de klacht dat verweerster dit zonder toestemming heeft gedaan niet slaagt. Ook niet gebleken dat het dossier onvolledig is overgedragen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-227/DB/LI
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:90
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerster in het verweerschrift van 18 februari 2025 en in het verweerschrift van 1 mei 2025 feiten gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs kon kennen. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:97
Klacht over de advocaat van de wederpartij in medische tuchtprocedures. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuistheden heeft verkondigd. Het stond verweerder vrij om het standpunt van zijn cliënt(e) naar voren te brengen. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-061/DB/LI
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:91
Verzet. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:236 Hof van Discipline 's Gravenhage 250244
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:236
Het hof onderschrijft het oordeel van de raad. Duidelijk is dat klaagster van mening is dat verweerder haar zaak niet goed heeft behandeld, klaagster heeft echter niet op overtuigende wijze onderbouwd dat de dienstverlening van verweerder niet voldoende was. Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat het aan verweerder was om te bepalen welke argumenten relevant zijn om in de gerechtelijke procedure in te brengen. Verweerder is - als dominus litis - niet verplicht uitvoering te geven aan alle verzoeken van zijn cliënte. Zo was verweerder niet verplicht om in zijn processtuk uitvoeriger dan hij heeft gedaan in te gaan op de nieuwe identiteit van klaagster en haar familieafkomst, uitsluitend omdat klaagster dit wilde.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-298/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening deels gegrond en deels ongegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij geen gevolg heeft gegeven aan het in klaagsters e-mail van 22 juli 2024 geformuleerde verzoek om een procedure ex artikel 12 Sv aanhangig te maken. Verweerster heeft de e-mail van klaagster van 22 juli 2024 naar eigen zeggen door de vakantie over het hoofd gezien. Ofschoon dit naar het oordeel van de raad onzorgvuldig is, ziet de raad geen aanleiding om aan verweerster een maatregel op te leggen. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk dat klaagster gedurende de behandeling van de zaak een zeer groot aantal zeer uitvoerige, vaak moeilijk te doorgronden, e-mails heeft gestuurd. De raad acht daarom voorstelbaar, dat verweerster het verzoek van klaagster over het hoofd heeft kunnen zien. Om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:237 Hof van Discipline 's Gravenhage 250388
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:237
Het betreft een klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-379/DB/LI/D
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:93
Dekenbezwaar. Verweerster heeft in de zaken M en A niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt omdat de kwaliteit van verweersters dienstverlening in deze zaken ondermaats was. Verweerster is namelijk niet ter zitting verschenen en de door verweerster ingediende processtukken bevatten onjuistheden en onvolledigheden, onder meer als gevolg van ontoereikende kennis van en ervaring met het huurrecht en het gebruik van een AI-tool. Dit alles levert een schending op van de in artikel 10a Advocatenweten genoemde kernwaarden integriteit en deskundigheid. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:238 Hof van Discipline 's Gravenhage 260010
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:238
Klacht tegen eigen advocaat. Bij de raad is de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, verweerder is in beroep gekomen. Het beroep slaagt niet. Het aanwenden van de derdengelden ter voldoening van zijn eigen declaraties niet is geschied conform het bepaalde in de Voda. Verweerder heeft verklaard dat hij de afspraken schriftelijk aan klaagster had moeten bevestigen.Behoudens bijzondere omstandigheden, die zich naar het oordeel van het hof hier niet voordoen, staat het een advocaat niet vrij om een rechtsmiddel aan te wenden zonder dat daarvoor door de cliënt voorafgaande toestemming is gegeven. Uit de stukken valt geen toestemming van klaagster af te leiden voor het instellen van beroep in de PGB-kwestie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:162 Raad van Discipline Amsterdam 26-133/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:162
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een kwestie over onderhuur van een woning. Volgens klager heeft verweerder in berichten aan klager onjuiste standpunten ingenomen en heeft hij klager op een onbetamelijke wijze onder druk gezet. De raad acht de klacht ongegrond. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten gediend op een wijze die niet onbetamelijk was.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:156 Raad van Discipline Amsterdam 26-111/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:156
Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond en deels ongegrond. Uit het klachtdossier blijkt dat verweerder steken heeft laten vallen in de communicatie met klaagster. Zo heeft verweerder, toen de beslistermijn van de IND afliep, geen contact met klaagster opgenomen, terwijl zowel zijzelf, als medewerkers van Vluchtelingenwerk, wel op verschillende manieren hebben geprobeerd in contact te komen met verweerder. Verweerder heeft te weinig transparantie betracht richting zijn cliënt over de voortgang en de ontwikkelingen in de procedure. Pas op 3 december 2024 heeft verweerder namens klaagster de IND aangeschreven, maar in die correspondentie heeft hij kennelijk klaagster niet gekend of meegenomen, aangezien zij zelf op 12 december 2024 opheldering vraagt aan verweerder over de vraag of er daadwerkelijk een schrijven aan de IND is uitgegaan. Op zitting heeft de verschenen kantoorgenoot van verweerder erkend dat er problemen spelen op het gebied van de verwerking van contactverzoeken van cliënten en aangegeven dat dit op kantoor een verbeterpunt is. Aan verweerder kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachtonderdeel b), waarin klaagster verweerder verwijt dat hij niet reageerde op overnameverzoeken van de nieuwe advocaten, mist naar het oordeel van de raad feitelijke grondslag. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder ziet de raad aanleiding aan verweerder een zware maatregel op te leggen, namelijk een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van zijn praktijk voor de duur van vier weken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:163 Raad van Discipline Amsterdam 26-139/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:163
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster is een onderneming, gerund door B. Een oud kantoorgenoot van verweerder heeft B bijgestaan bij zijn echtscheiding. Verweerder staat een medewerker bij van klaagster. Na een eerste bericht aan klaagster meldt B de mogelijke belangenverstrengeling. Verweerder trekt zich daarop terug. De klacht ziet op de gang van zaken rondom de terugtrekking en inspanningen van verweerder om voor de medewerker een nieuwe advocaat te vinden. De raad is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld zoals dat mag worden verwacht in een situatie als deze. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:154
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:157 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:157
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:233 Hof van Discipline 's Gravenhage 260285
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 23-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:233
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. De klacht tegen de deken Zeeland-West-Brabant betreft de werkwijze van de deken en het verzoek om informatie naar aanleiding van de klacht van klager over mr. Van K. Klager kan het dekenonderzoek desgewenst bij de behandeling van de klacht door de raad van discipline aan de orde stellen als hij daar ontevreden over is. Dit rechtvaardigt geen nieuwe klacht. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:164 Raad van Discipline Amsterdam 26-157/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:164
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager gedurende enkele jaren bijgestaan in een familierechtkwestie. Verweerster heeft klager enkele maanden bijgestaan bij een kwestie rondom zijn verblijfsvergunning. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een onafhankelijke verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen. De raad oordeelt dat verweerster klager voldoende heeft voorgelicht. Zij heeft dit echter onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Hoewel zij klager niet meer bijstond in verband met zijn verblijfsstatus, had zij dit toch moeten doen, omdat zij het belang van klager bij een onafhankelijke verblijfsvergunning kenden en op de hoogte was van zijn situatie. De raad acht de klacht gegrond, maar legt geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:155
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:158 Raad van Discipline Amsterdam 26-094/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:158
Raadsbeslissing; klacht (deels) gegrond. Verweerder heeft een marktplaatsaccount aangemaakt onder een valse naam, met als doel aankopen te doen bij verkopers die mogelijk inbreuk maakten op het merkrecht van zijn cliënte zonder bekend te maken dat hij de advocaat van deze cliënte was. Daarmee heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Op het moment dat de feiten waar de klacht op ziet zich voordeden was verweerder pas vier maanden advocaat en werkte hij onder verantwoordelijkheid van zijn patroon. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de aan hem verweten werkwijze gangbare praktijk is binnen zijn kantoor en zijn patroon heeft dat bevestigd. Hoewel verweerder in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen ziet de raad in deze specifieke omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.