Zoekresultaten 201-250 van de 47385 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:40 Accountantskamer Zwolle 25/2161 Wtra PE

    Geldboete: Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van geldboete opgelegd. Betrokkene heeft voor het jaar 2024 geen PE-portfolio opgesteld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:34 Accountantskamer Zwolle 25/2175 Wtra PE

    Geldboete: Gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van geldboete opgelegd. Betrokkene heeft voor het jaar 2024 geen PE-portfolio opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8507

    Klacht van huisarts tegen huisarts waarmee zij een maatschapsovereenkomst was aangegaan. Mede wegens arbeidsongeschiktheid heeft de beklaagde huisarts de maatschap opgezegd. Klachtonderdelen die zien op het ondermijnen van de continuïteit van zorg door zonder overleg uitschrijving bij de Kamer van Koophandel te bewerkstelligen en het niet nakomen van de afspraken en verplichtingen binnen een medisch samenwerkingsverband, wat directe risico’s zou hebben opgeleverd voor de veiligheid en toegankelijkheid van zorg kennelijk ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing/concretisering. Wat betreft het datalek medische gegevens patiënten heeft de beklaagde huisarts zich voldoende ingespannen om dit op te lossen tevens kennelijk ongegrond. Voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8714

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klager is terecht verwezen naar GGZ. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts niet goed heeft geluisterd naar klager of zaken niet goed heeft uitgelegd. Ook is niet gebleken dat de huisarts informatie heeft achtergehouden en niet alle mogelijkheden heeft besproken met klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8319

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Huisarts was niet gehouden om wederhoor toe te passen na consult met partner van klager en niet gebleken dat er onjuiste informatie is opgenomen in dossier van partner van klager. Gezien acute situatie met betrekking tot veiligheid van partner en minderjarige kinderen van klager is onthouden van informatie die in verband gebracht zou kunnen worden met hun verblijfplaats niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet gebleken dat de huisarts heeft geadviseerd om klager onjuiste informatie te verstrekken. De huisarts is alleen verantwoordelijk voor persoonlijk handelen, onjuiste informatie in dossiernotitie is haar niet aan te rekenen. De huisarts heeft zich ingezet voor de belangen van de kinderen conform de geldende richtlijnen en gecommuniceerd met klager zoals een goede huisarts betaamt. Verwijt dat huisarts geen oog heeft gehad voor impact van handelen kan niet slagen, aangezien het tuchtrecht niet gaat over de (mogelijke) gevolgen van handelen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7667

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Partner en minderjarige kinderen van klager verbleven op geheime locatie. De huisarts was, onder de gegevens omstandigheden, niet verplicht om klager te informeren over verrichtingen (van niet ingrijpende aard) bij zijn minderjarige kinderen. Verrichtingen zijn bovendien niet door de huisarts zelf verricht. Verzoeken van klager om inzage in de medisch dossiers van kinderen zijn niet genegeerd. Communicatie had beter gekund, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De huisarts heeft klager wel serieus genomen en een adequate oplossing geboden. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8427

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk niet-ontvankelijk (ne bis in idem). Klaagster klaagt over hetzelfde feitencomplex als waarover het college in 2024 al onherroepelijk heeft beslist (ontbreken van gegevens in het medisch dossier).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9332

    Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8607

    Klacht tegen tandarts over verkeerde plaatsing van een brug en over het geven van onvoldoende informatie voorafgaand aan de behandeling.Het college oordeelt dat het plaatsen van de brug volgens de regelen der kunst is geschied. Het college oordeelt verder dat het de verantwoordelijkheid is van verweerder om een goed dossier bij te houden. Nu patiënte stelt dat zij onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling en in het dossier hierover niets is genoteerd, komt dit voor rekening en risico van verweerder. In zoverre is de klacht over het verstrekken van onvoldoende informatie gegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-175/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder klaagster onjuist heeft geadviseerd over de mogelijkheden om hoger beroep in te stellen. Verweerder werkte als advocaat in loondienst bij een rechtsbijstandsverzekeraar. Na zijn onttrekking is zijn dossier intern meteen gesloten en heeft zijn teamleider de communicatie en nazorg voor klaagster op zorgvuldige wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:120 Hof van Discipline 's Gravenhage 250377

    Verzet tegen niet-verwijzing niet-ontvankelijk. Verzetschrift is te laat ingekomen en termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/37

    Levering woning aan klager in kader van AB-BC-transactie, die in “omgekeerde volgorde” is gepasseerd. Kandidaat-notaris heeft niet met vereiste zorgvuldigheid gehandeld door in akte van levering op te nemen dat de kosten voor rekening van koper komen, terwijl in koopovereenkomst was bepaald dat deze voor rekening van verkoper zouden komen. Ook niet naar behoren voldaan aan voorlichtingsplicht, die tot de essentie van het notariële ambt behoort en als een integraal onderdeel van het passeren van de akte moet worden beschouwd en eens te meer geldt als het gaat om een transactie die afwijkt van wat gebruikelijk is. Nu eerst de akte B-C en daarna de akte A-B is gepasseerd, hingen beide leveringen nauw met elkaar samen; als bij één van die transacties een kink in de kabel zou komen, zou dit gevolgen (kunnen) hebben voor de andere transactie. Klager hoefde daar niet op bedacht te zijn en de kandidaat-notaris wist dat B de koopsom die klager naar zijn derdengeldenrekening had overgemaakt, nodig had om op haar beurt de koopsom aan A te kunnen voldoen. Daarom is de kamer van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen om klager er voor het passeren van de akte B-C over te informeren dat die transactie onderdeel uitmaakte van een AB-BC-transactie waarbij de akten in omgekeerde volgorde werden gepasseerd. De kandidaat-notaris had de beoogde gang van zaken daarbij kunnen toelichten en klager kunnen informeren over de daaraan verbonden risico’s en de mogelijkheden om deze te ondervangen. Zulke informatie valt naar het oordeel van de kamer niet onder de geheimhoudingsplicht. Daarnaast is het de taak van de notaris om vóór de ontvangst van derdengelden zo helder mogelijk met de betrokken partijen af te spreken onder welke voorwaarden welk bedrag aan welke partij zal worden uitbetaald. Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht met betrekking tot het beheer en de uitbetaling van derdengelden. Door het ontbreken van deze afspraken liepen de bij deze transactie betrokken partijen het risico dat bij een gebrek in de transactie A-B of B-C onduidelijkheid zou ontstaan over welke partij recht zou hebben op uitbetaling. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 774069 / NT 25-25 774070 / NT 25-26

    Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris [de notarissen] onder meer dat zij klaagster - een besloten vennootschap - niet hebben geïnformeerd over de wetswijziging ten aanzien van de overdrachtsbelasting bij een zuivere juridische splitsing. Daarnaast verwijt klaagster de notarissen dat zij de vennootschap niet hebben gewezen op de fatale termijn voor het deponeren van het splitsingsvoorstel. Volgens klaagster hebben de notarissen ook onjuist - en te laat - geadviseerd over de splitsing van de vennootschap en de stappen die daarvoor nodig waren. Dat de splitsing nadrukkelijk was ingegeven door de fiscale vrijstellingsregeling, waaraan een maximale termijn is verbonden, benadrukt dat de notarissen de vennootschap tijdig hadden moeten informeren over de volgens hen benodigde stappen.Klacht tegen de notaris - ongegrond. De kandidaat-notaris heeft in deze zaak alle contacten met betrokkenen onderhouden en alle correspondentie gevoerd. (...) Naar het oordeel van de kamer kan de notaris in dit geval dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachten tegen de kandidaat-notaris - ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:118 Hof van Discipline 's Gravenhage 250432

    Beklag. Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat in een huurgeschil. De kantonrechter is bij huurgeschillen absoluut bevoegd ongeacht de hoogte van de vordering. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft klagers verzoek om aanwijzing terecht afgewezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:119 Hof van Discipline 's Gravenhage 250239

    Klager heeft een geschil gehad met zijn zus, die naast hem woont. Het geschil had onder meer betrekking op de eigendom van een stuk grond dat kadastraal behoort tot het perceel van klager, maar ter zake waarvan de zus stelt dat zij door verjaring de eigendom heeft verkregen. Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn zus. Dat is verweerder. De klacht komt erop neer dat verweerder nodeloos heeft geprocedeerd en een deurwaarder op klager heeft afgestuurd, omdat de vraag wie eigenaar was van het betwiste stuk grond volgens klager al was beantwoord. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:98 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-047/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Hoewel verweerder klaagster al had verzocht zijn eerder gezonden facturen te betalen voordat de Raad voor Rechtsbijstand de toevoeging formeel had ingetrokken, heeft hij pas incassomaatregelen getroffen nadat de Raad de toevoeging ook daadwerkelijk had ingetrokken. Verweerder had wellicht beter kunnen of moeten wachten met zijn betalingsverzoek totdat de toevoeging was ingetrokken, maar gelet op het feit dat het resultaat in hoger beroep niet meer ter discussie stond en verweerder ook geen incassomaatregelen heeft genomen voordat de intrekking er was en gelet op het door verweerder genoemde verhaalsrisico nu klaagster naar China was vertrokken, is de raad van oordeel dat verweerder in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:114 Hof van Discipline 's Gravenhage 250227

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een ondernemingsrechtelijke en erfrechtelijke procedure. De klachten gaan over het in het geheim samenspannen met klaagsters advocaten, het bijdragen aan het overlijden van zijn cliënt, het geheim houden dat een zitting door zou gaan, de wijze waarop verweerder stukken in een kort geding heeft ingediend, liegen, schending van artikel 21 Rv, het doen van onnodig grievende uitlatingen en het overtreden van gedragsregel 15. De raad heeft de klacht in zijn geheel ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-089/AL/GLD

    Raadsbeslissing. De wederpartij van de cliënten van verweerder was een vaste klant van een kantoorgenoot van verweerder. Verweerder is ondanks die wetenschap verder gegaan dan hij had moeten gaan op grond van de regel dat het een advocaat, behoudens bijzondere omstandigheden, niet is toegestaan om tegen zijn eigen (voormalig) cliënt of die van zijn kantoorgenoten (advocaat of niet) op te treden. Klacht deels gegrond. Maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:115 Hof van Discipline 's Gravenhage 250419

    Beklag artikel 13. Het hof stelt voorop dat een herhaald verzoek in beginsel wordt afgewezen en dat een daartegen gericht beklag in beginsel ongegrond verklaard zal worden. Dit kan anders zijn als sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Naar het oordeel van het hof heeft klaagster haar stelling dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden op grond waarvan alsnog een advocaat voor haar zou moeten worden aangewezen onvoldoende feitelijk onderbouwd. Het herhaalde verzoek is door de deken op juiste gronden afgewezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:116 Hof van Discipline 's Gravenhage 260002

    Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is van oordeel, overeenkomstig het standpunt van de deken, dat de door klaagster gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:117 Hof van Discipline 's Gravenhage 250442

    Beklag. De procedure waarvoor klaagster bijstand van een advocaat wenst is een bestuursrechtelijke procedure en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. De situatie waarvoor artikel 13 Advocatenwet is geschreven doet zich dan ook niet voor. Reeds om die reden kan het beklag niet slagen. Zoals de deken ook heeft aangegeven, betekent dat niet dat bijstand door een advocaat niet (dringend) gewenst zou zijn, maar dat die rechtsbijstand niet langs de weg van artikel 13 Advocatenwet wordt geboden. De wenselijkheid om over een advocaat te beschikken, is niet het wettelijke criterium om voor toewijzing van een advocaat in aanmerking te komen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8738

    Gegronde klacht van operatie-assistente tegen plastisch chirurg. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens een operatie tegen haar is uitgevaren en haar daarbij ezel heeft genoemd. Tweede tuchtnorm van toepassing. De uitingen zijn niet alleen gedaan tegen de achtergrond van de arts-patiëntrelatie, maar hebben ook direct invloed op de (sociale) veiligheid van de werkomgeving waarbinnen deze zorg wordt verleend. Geen rechtvaardiging voor het gedrag van de plastisch chirurg. De plastisch chirurg is als operateur ook verantwoordelijk voor een veilige werksfeer. Een veilig werkklimaat is essentieel voor een goede patiëntenzorg. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de plastisch chirurg in staat is tot een grondige reflectie op zijn gedrag. Berisping met publicatie opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-815/AL/MN

    Verweerder heeft zich op een onjuiste manier aan de zaak van klager, zijn cliënt, onttrokken. Uit de verklaring van verweerder begrijpt de raad dat verweerder dit heeft gedaan omdat hij gekrenkt was door de e-mail van klager waaruit bleek dat klager het advies van verweerder niet zou opvolgen en toch naar het gesprek zou gaan. De raad leidt daaruit af dat verweerder in de richting van klager te weinig professionele distantie in acht heeft genomen. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet de ernst van dit handelen en de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de raad is veroordeeld, wordt volstaan met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:22 Accountantskamer Zwolle 25/588 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht, betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Betrokkene heeft als accountant in business (via zijn vennootschap) werkzaamheden verricht. Die werkzaamheden stonden in verband met een factoringovereenkomst op grond waarvan klaagster financiële middelen ter beschikking stelde aan een factoringmaatschappij. Deze factoringmaatschappij kon daarmee vorderingen van haar klanten op derden kopen en vervolgens incasseren. Betrokkene wordt verweten dat hij de belangen van klaagster heeft geschaad door vorderingen onder de kredietfaciliteit bij klaagster aan te melden hoewel die vorderingen niet steeds aan de gestelde financieringsvoorwaarden voldeden. Ook wordt betrokkene verweten dat hij vorderingen, waarop klaagster een pandrecht heeft, voor de nominale waarde aan klaagster heeft gerapporteerd hoewel die vorderingen aanzienlijk minder waard waren, dat hij voor klaagster een aandelentransactie met een klant van de factoringmaatschappij heeft verzwegen en dat hij de administratie van de factoringmaatschappij niet op orde heeft gebracht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene eraan heeft meegewerkt dat vorderingen in kleinere bedragen werden opgeknipt waardoor het leek alsof die vorderingen aan de financieringsvoorwaarden voldeden. Ook is betrokkene niet steeds zorgvuldig geweest bij het rapporteren van te financieren vorderingen, omdat die vorderingen niet overgedragen en/of verpand mochten worden. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Gelet op de gevolgen die het handelen van betrokkene voor hemzelf en zijn vennootschap heeft, volstaat de Accountantskamer in dit geval met een berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:43 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778639 / DW RK 25/465 KM/SM

    Herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:97 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-840/AL/GLD

    Verweerder staat zowel de zus als de vader van klager bij, terwijl zijn zus en vader volgens klager een tegengesteld belang hebben. Voor de raad is niet komen vast te staan dat klager door het optreden van verweerder voor zowel de zuster van klager als de vader van klager rechtstreeks in zijn belang is geraakt. Voor zover sprake zou zijn van een tegenstrijdig belang is het naar het oordeel van de raad aan de zuster of de vader van klager om dat aan te orde te stellen als dat voor een van hen een probleem zou zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:23 Accountantskamer Zwolle 25/1522 Wtra AK

    Een curator heeft betrokkene opdracht gegeven een rapport op te stellen dat inzicht moet geven in de door de failliete werkmaatschappijen gevoerde financiële- en projectadministratie. Volgens klagers, die door de curator aansprakelijk waren gesteld, deugt het rapport om meerdere redenen niet. Zo zou door betrokkene onvoldoende onderzoek zijn gedaan, geen wederhoor zijn toegepast en betrokkene is ten onrechte niet verschenen op een rechtszitting in het geschil tussen de curator en de klagers. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101

    De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9196

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, door tijdens een consult meerdere seksueel getinte opmerkingen tegen een patiënte te maken. De vastgestelde gedraging is op zichzelf al een ernstige tekortkoming in het handelen van de fysiotherapeut. Wat het handelen van de fysiotherapeut echter des te kwalijker maakt en wat het college – met de inspectie – extra zorgen baart, is de opstelling van de fysiotherapeut tijdens het onderzoek door de inspectie alsmede zijn houding in deze tuchtprocedure. Het college legt aan de fysiotherapeut een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106

    Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8744

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts discriminatie, onprofessioneel handelen en nalatigheid. Het college is van oordeel dat een precieze reconstructie van de gesprekken/consulten niet mogelijk is en niet kan worden vastgesteld wat er is gezegd. Ook blijft onduidelijk in hoeverre de herkomst van klaagster in deze situatie een relevant onderwerp was en op welke wijze het is besproken. Duidelijk is wel dat klaagster het refereren aan haar herkomst als kwetsend en discriminerend heeft ervaren. Hiervoor heeft de huisarts zich geëxcuseerd en aangegeven hiervan te hebben geleerd. Daarnaast is van nalatig handelen geen sprake. De huisarts heeft klaagster doorverwezen, telkens te woord gestaan en van advies voorzien, ook omtrent andere zorgvragen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-176/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van kantoor directeur kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:112 Hof van Discipline 's Gravenhage 250220

    De raad heeft geoordeeld dat verweerster klager onvoldoende heeft geïnformeerd over zijn mogelijkheden om een schadevergoeding te vorderen van de gemeente. Zij heeft hem ook onvoldoende uitgelegd wat het betekent om finale kwijting overeen te komen en heeft niet geprobeerd om de mogelijkheid om schade te vorderen open te houden. De bijstand van verweerster aan klager was op dit punt ontoereikend. De klacht is in zoverre gegrond verklaard en aan verweerster is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster is in hoger beroep gekomen. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat er geen grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster omdat zij klager beter had moeten informeren. Verweerster heeft klager op ieder punt waarop klager volgens de opdrachtbevestiging om bijstand heeft verzocht, en alle probleemgebieden die hij aankaartte, van een advies voorzien. Ook heeft zij hem voldoende duidelijk gemaakt wat een finale kwijting inhield. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:113 Hof van Discipline 's Gravenhage 250368

    Beklag tegen afwijzingsbeslissing niet-ontvankelijk omdat het beklag buiten de beklagtermijn is ingediend. Er zijn geen argumenten gesteld of gebleken die deze termijnoverschrijding verschoonbaar zouden kunnen maken.Beklag tegen een tweede afwijzingsbeslissing ongegrond omdat het een herhaald verzoek betreft. Klager heeft tegen dit standpunt van de deken geen beklaggronden geformuleerd. Nu het hof op 19 september 2025 heeft beslist op het beklag van klager dat zag op klagers verzoek om een advocaat om namens zijn vader en zichzelf een procedure te kunnen starten, ECLI:NL:TAHVD:2025:179, mocht de deken dit herhaalde verzoek afwijzen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42

    De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 260119

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. In het geval verweerder in het kader van zijn toezichthoudende taak als deken op grond van artikel 24 lid 2 WWFT een onderzoek doet of heeft gedaan bij mr. P ontvangt klaagster daarover geen bericht. Klaagster kan derhalve niet vaststellen (en het hof evenmin) of er bij verweerder sprake is van plichtsverzuim op dit punt.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26

    De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-395/AL/GLD

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder als advocaat van een onder curatele gestelde buiten de door de wet en de jurisprudentie geschetste kaders heeft gehandeld en daarmee de belangen van klagers en de relatie tussen klagers en hun onder curatele gestelde moeder heeft geschaad. Ook heeft hij onnodig grievende uitlatingen over klagers gedaan. Verweerder heeft daarmee in strijd met artikel 46 Advocatenwet gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen, de omstandigheid dat verweerder weinig inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben en het feit dat verweerder al eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is naar het oordeel van de raad de oplegging van een voorwaardelijke schorsing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:109 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over de procedurele beslissingen die de deken heeft genomen in het kader van het onderzoek (zoals het hanteren van termijnen en het al dan niet toelaten van stukken). Ook die bezwaren kunnen in de procedure bij de raad van discipline onder de aandacht worden gebracht en bij de raad kunnen ook nog stukken worden ingediend. Klager kan tegenover de raad van discipline toelichten waarom verweerder volgens klager niet juist heeft gehandeld en wat er volgens klager in het klachtonderzoek niet goed is gegaan. Indien beroep openstaat voor klager bij het hof kan klager dat ook (alsnog) bij het hof doen. Gelet hierop is van een zelfstandige klacht over verweerder waarvoor het tuchtklachtrecht is bedoeld geen sprake. Om die reden zal de ingestelde klacht over verweerder niet worden doorverwezen naar een andere deken. Ook overigens heeft het hof geen wettelijke bevoegdheid om zelfstandig klachten over dekens te onderzoeken en daarop te beslissen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-63 en 25-64

    De huidige klacht van klager ziet deels op dezelfde feiten en gedragingen van de notarissen als een eerdere klacht. Voor zover is de klacht niet-ontvankelijk. De resterende klachtonderdelen zien – kort gezegd – op onjuiste verklaringen en opmerkingen van de notarissen in stukken en op zittingen van de eerdere tuchtrechtelijke procedure bij kamer en gerechtshof. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-52

    De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:110 Hof van Discipline 's Gravenhage 250177

    Verweerder heeft in verschillende civiele procedures opgetreden als advocaat van de wederpartij van klaagster. De raad heeft een deel van de klachten over verweerders handelen in die procedures niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de klachten te laat zijn ingediend, dan wel omdat klaagster daarbij geen belang heeft. De overige klachten zijn door de raad ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. In hoger beroep gaat het alleen nog om de klachten die klaagster ook aan de raad heeft voorgelegd, en kunnen geen nieuwe klachten worden aangevoerd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-515/AL/OV

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:111 Hof van Discipline 's Gravenhage 250300

    Het betreft een klacht tegen de (voormalig) eigen advocaat over het optreden in een eerdere tuchtklachtzaak van klager tegen verweerder, alsmede het volgens klager door verweerder per post versturen van een voor hem bestemde brief aan de wederpartij. De klacht is door de Raad bij voorzittersbeslissing gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard gelet op de vervaltermijn. Het verzet van klager is deels gegrond verklaard, vanwege het door de voorzitter toepassen van een onjuiste maatstaf. De maatstaf die de voorzitter bij de beoordeling had moeten toepassen is niet het ne bis in idem-beginsel, maar de behoorlijke tuchtprocesorde. Dat beginsel brengt met zich mee dat een opvolgende klacht zodanig verweven kan zijn met een eerdere klacht, dat het van de klager redelijkerwijs verlangd had mogen worden dat hij die klacht al in de eerste procedure had ingediend. De klachten in deze opvolgende procedures zien, hoewel anders geformuleerd, beide op de wijze waarop verweerder zich als advocaat van klager heeft onttrokken aan de behandeling van de zaak van klager. De brieven waarover in deze procedure wordt geklaagd dateren ook van vóór het moment waarop de eerdere klacht werd ingediend door klager tegen verweerder. De raad heeft geoordeeld dat de beginselen van een behoorlijk procesorde daarom aan een inhoudelijke beoordeling van deze klachtonderdelen in de weg staan en heeft deze klachtonderdelen daarom niet-ontvankelijk verklaard. Voor het overige heeft de raad het verzet ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:80 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-439/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de communicatie in een zaak tegen het UWV. Verweerder is op meerdere momenten tekortgeschoten in zijn communicatie met klaagster. Hij heeft haar pas twee dagen voor de zitting op de hoogte gesteld van de zitting en heeft onfatsoenlijk gereageerd op haar terechte vragen naar de uitspraak. Verweerder heeft zijn excuses aangeboden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-500/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft escalerend gehandeld door in zijn eerste brief aan klager direct te dreigen met het openbaren van klagers ‘dubbelleven’ en het betrekken van zijn nieuwe partner in een procedure. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3182

    .

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-483/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-570/DH/RO

    Verzet ongegrond.