We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 201-250 van de 47879 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:183 Hof van Discipline 's Gravenhage 250410

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij haar klachtonderdelen die gaan over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder ten behoeve van zijn cliënt (de vader van klaagster). Niet is gebleken dat verweerder zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten of bewust onwaarheden heeft verkondigd over de medische situatie van zijn cliënt (vader van klaagster). Verweerder is met zijn uitlatingen en handelwijze gebleven binnen de toepasselijke tuchtrechtelijke kaders. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:126 Raad van Discipline Amsterdam 26-352/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Hoewel het beter was geweest als verweerder neutralere bewoordingen had gekozen in het bemiddelingsgesprek met klaagster, is geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-041/DB/OB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8126

    Verweerder was in 2014 als huisarts betrokken bij de tweejaarlijkse cholesterol- controle van klaagster in verband met haar hoge bloeddruk. Vanaf 2016 is deze controle overgedragen aan de praktijkondersteuner somatiek. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogd cholesterolgehalte en dit in 2014 niet goed te noteren in het dossier. Hierdoor is klaagster te laat doorverwezen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat een deel van de klacht niet-ontvankelijk en dat de huisarts voor het overige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:120 Raad van Discipline Amsterdam 26-311/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft een brief van klager, de advocaat van de wederpartij, in een procedure overgelegd. Geen sprake van schending gedragsregel 26; klager had vertrouwelijkheid niet bedongen. Ook geen sprake van schending van gedragsregel 27, omdat de brief van klager niet kan worden gezien als onderdeel van schikkingsonderhandelingen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:184 Hof van Discipline 's Gravenhage 250451

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Niet-ontvankelijk. Klager heeft in zijn verzoek tot aanwijzing van een advocaat op 17 december 2025 aangegeven dat hij een kort geding-procedure wil starten om een omgangsregeling te bewerkstelligen in de kerstperiode 2025. Nu de kerstperiode 2025 is verstreken heeft klager geen belang meer bij de behandeling van zijn beklag. De beklaggronden behoeven daarom geen verdere bespreking.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8127

    Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk van verweerder. Ze verwijt de huisarts dat zij bij het opvragen van haar medisch dossier is tegengewerkt en dat de huisarts het dossier onbeveiligd heeft laten versturen door de assistente via de praktijke-mail. Het college komt tot het oordeel dat alhoewel het dossier niet onbeveiligd had mogen worden verstuurd, de huisarts er in dit geval geen verwijt van kan worden gemaakt, omdat de assistente dit heeft gedaan zonder medeweten van de huisarts en in strijd met de geldende afspraken hierover in de praktijk, ook is niet duidelijk onder welke omstandigheden de assistente het dossier via de praktijke-mail heeft verzonden. Van tegenwerking bij het verstrekken van het dossier is het college niet gebleken. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:121 Raad van Discipline Amsterdam 26-333/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over de aankondiging van incassomaatregelen, waaronder de mogelijkheid van een faillissementsverzoek, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 260067

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Gegrond. In tegenstelling tot de deken is het hof van oordeel dat op basis van de stukken in het dossier niet zonder meer als vaststaand aan te nemen valt dat de vordering van klager is verjaard. Onduidelijk is of de deken onder kennisneming van de juiste informatie van de door klager benaderde advocaten op goede gronden tot de conclusie kon komen dat sprake was van een kansloze zaak. Verder heeft de deken aan zijn beslissing ten grondslag gelegd dat het gebrek aan kans van slagen van de zaak zou blijken uit de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam. Gezien het feit dat deze tuchtrechter een waarschuwing heeft opgelegd is het standpunt van de deken zonder toelichting, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8129

    Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar verhoogde cholesterol in de huisartsenpraktijk waar de huisarts, als waarnemer werkzaam was. De waarnemend huisarts was alleen betrokken bij de doorverwijzing naar de afdeling cardiologie, die diezelfde dag door de huisarts is veranderd in een verwijzing naar het ziekenhuis dat klaagsters voorkeur had. Klaagster verwijt de huisarts kortgezegd dat zij een onzorgvuldige en onlogische doorverwijzing heeft gedaan en hiervoor aantoonbaar en bewust onjuiste redenen heeft opgegeven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de verwijzing niet onjuist was en van het opgeven van onjuiste redenen hiervoor niet gebleken is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:122 Raad van Discipline Amsterdam 26-334/A/A 26-335/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij in een civiele procedure. Van onnodig grievende uitlatingen of het verkondigen van onwaarheden is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:186 Hof van Discipline 's Gravenhage 260083

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De mogelijkheid tot aanwijzing van een advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet is geen imperatieve bevoegdheid die de deken verplicht om een advocaat aan te wijzen indien de verzoeker heeft laten zien dat hij zelf geen advocaat heeft kunnen vinden, over een door de Raad voor Rechtsbijstand afgegeven toevoeging beschikt en/of de gewenste procedure technisch gecompliceerd is, maar een discretionaire bevoegdheid van de deken. Klager kan ook op andere wijze juridische bijstand verkrijgen in de procedure bij de kantonrechter, bijvoorbeeld door een jurist van een juridisch adviesbureau. Ook kan klager advies inwinnen bij de rechtswinkel of het juridisch loket.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8130

    Verweerster was vanaf 2016 als verpleegkundige en praktijkondersteuner somatiek betrokken bij behandeling van klaagsters hoge bloeddruk en de controle van haar verhoogde cholesterol. Bij een controle in oktober 2023 bleek dat het LDL-cholesterol van klaagster verhoogd was. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met de risico’s van een familiair verhoogde cholesterolgehalte en ten onrechte hiervoor een DNA onderzoek te weigeren. Ze heeft klaagster te laat door de huisarts laten doorverwijzen naar de afdeling cardiologie van het ziekenhuis. Na onderzoek aldaar bleek bij klaagster sprake van fors vernauwde kransslagaders waarvoor zij een dotterbehandeling heeft ondergaan. Het college komt tot het oordeel dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, onder meer omdat de verpleegkundige niet bekend was met de door klaagster gestelde- maar verder niet onderbouwde- aanwezige familiaire hypercholesterolemie en de verpleegkundige conform de daarvoor geldende richtlijnen heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:123 Raad van Discipline Amsterdam 26-336/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van het feitenmateriaal van haar cliënte. Daarnaast was het haar taak om het standpunt van haar cliënte te verkondigen. Dat klaagster het hier niet mee eens is, is inherent aan het onderliggende geschil tussen partijen en maakt niet dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-228/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat die in opdracht van een cliënt geen feitenonderzoek heeft verricht. De klacht dat verweerster geen duidelijkheid heeft geschept over in welke hoedanigheid zij heeft opgetreden in het onderzoek is gegrond. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster niet voldaan aan de hoge mate van duidelijkheid die de tuchtrechter op grond van genoemde vaste tuchtrechtspraak verlangt. In het boven ieder gespreksverslag opgenomen tekstblok is vermeld dat verweerster “het onderzoek uitvoert in de hoedanigheid van advocaat van [P B.V.] in het kader van een advies dat dient ter bepaling van diens juridische positie” . Daar staat echter tegenover dat (1) verweerster in datzelfde tekstblok wordt aangeduid als “onderzoeker”, dat (2) in het tekstblok wordt benadrukt dat verweerster “in de eventuele advies- en/of besluitvormingsfase niet tevens [zal] optreden als gemachtigde van de opdrachtgever” en dat (3) in de uitnodiging die verweerster voorafgaand aan het gesprek aan klager heeft gestuurd is vermeld dat het onderzoek wordt uitgevoerd conform het “Protocol feitenonderzoek”, waarmee de suggestie is gewekt dat men beoogde het onderzoek op onafhankelijke en objectieve wijze vorm te geven. De klachten dat verweerster het beginsel van hoor en wederhoor niet deugdelijk heeft toegepast en haar eigen onderzoeksprotocol niet heeft nageleefd zijn gegrond omdat klager pas na de totstandkoming van het onderzoeksrapport zijn visie heeft kunnen geven. Dit alles levert een schending van de kernwaarde integriteit op. De klachten dat het door verweerster verrichte onderzoek niet onafhankelijk, niet verkennend en geen feitenonderzoek bleek te zijn en dat zij ten onrechte verklaringen aan klager heeft toegeschreven die hij niet heeft afgelegd, zijn ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:187 Hof van Discipline 's Gravenhage 260088

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Niet-ontvankelijk. Klager heeft op 20 maart 2026 laten weten dat hij een advocaat heeft gevonden die hem kan bijstaan in de procedure waarvoor klager op grond van artikel 13 Advocatenwet bij de deken om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht. Dat klager zelf een advocaat heeft gevonden maakt niet dat klager belang houdt bij de behandeling van zijn beklag, zoals klager heeft aangevoerd. Klager miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden. Nu klager daar alsnog in is geslaagd, heeft klager geen belang meer bij zijn aanwijzingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8679

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Klaagster is bij de waarnemend huisarts geweest met aanhoudende vaginale bloedingen bij een positieve zwangerschapstest. De vervolgens gemeten hCG-waarde zou kunnen passen bij een zwangerschapsduur van ongeveer vijf weken. Bij herhaling van de hCG-bepaling een week later bleek de waarde gedaald. Door deze daling werd vermoed dat sprake was van een miskraam. Op advies van verweerder werd klaagster door de assistente geadviseerd om een afspraak te maken voor een echo bij de verloskundige voor de week erna. Uiteindelijk heeft klaagster een aantal weken later op vakantie een spoedoperatie ondergaan vanwege een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Klaagster verwijt de huisarts – samengevat – dat hij onvoldoende alert is geweest, de zorgen van klaagster en haar partner over een mogelijke buitenbaarmoederlijke zwangerschap niet serieus heeft genomen en onjuiste informatie heeft laten verstrekken via de assistente. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts de zorgen van klaagster omtrent een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wel degelijk serieus heeft genomen. Verder kan het college niet vaststellen dat de huisarts omtrent het verstrekken van informatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 250422

    Gegronde klacht tegen de advocaat van de wederpartij met waarschuwing. Klaagster verwijt verweerder dat hij werkzaamheden voor twee aandeelhouders aan de vennootschap heeft gedeclareerd, waarmee hij niet heeft gezorgd voor een juiste tenaamstelling en volledige inrichting van de facturen. Klaagster is ontvankelijk. Verweerder had zich rekenschap moeten geven van de gerechtvaardigde belangen van klaagster en heeft dat niet gedaan. Als gevolg van de (mede) door verweerder bewust gekozen wijze van factureren betaalde klaagster daar als wederpartij en aandeelhouder aan mee. De klacht is gegrond voor zover het gaat om de procedure die alleen de aandeelhouders en hun belangen betreft en die slechts tot doel had een afwikkeling van de samenwerking tussen de aandeelhouders te forceren. Verweerder had zijn declaraties voor deze werkzaamheden niet (langer) aan de vennootschap in rekening mogen brengen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8660

    Klacht tegen verloskundige gegrond. Klaagster is door de verloskundige gezien omdat er een vermoeden bestond op een miskraam gezien eerder vaginaal bloedverlies en een positieve zwangerschapstest. De verloskundige heeft een echo verricht en de hCG-waarde bepaald en geconcludeerd dat sprake was van een miskraam. Enkele weken later, toen klaagster op vakantie was, bleek sprake te zijn van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, waarvoor klaagster een spoedoperatie heeft ondergaan. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij de echoscopie geen onderzoek heeft verricht naar een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Naar het oordeel van het college boden de bevindingen van het echo-onderzoek en de uitslag van de hCG-bepaling onvoldoende zekerheid om te kunnen concluderen dat sprake was van een spontane miskraam en dat een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kon worden uitgesloten. De verloskundige had zich hierover minder stellig dienen uit te laten richting klaagster. Aan de verloskundige wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8930

    Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8931

    Kennelijk ongegronde klacht tegen twee cardiologen. Klager verwijt de cardiologen dat er een verkeerde diagnose is gesteld waar hij vijf jaar lang onnodig medicijnen voor heeft geslikt. Het college stelt op basis van het beschikbaar gestelde dossier college vast dat beide cardiologen hebben gehandeld volgens de geldende cardiovasculaire richtlijnen. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gepasseerd stolsel in de RCA waarbij de overige coronairen wandonregelmatigheden liet zien. Dit in combinatie met de aanwezige risicofactoren maakte dat medicamenteuze behandeling geïndiceerd was. De uitslag van een latere scan in een ander ziekenhuis zegt niets over eerdere problemen met hart-en bloedvaten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-355/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:145 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-365/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een deken. Klacht is kennelijk ongegrond. Misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-059/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend en heeft niet tijdig gereageerd op een hulpvraag van de cliënt. Klachten gegrond. Overige klachten onvoldoende onderbouwd en daarom ongegrond. Ondanks dat verweerster al geschrapt is, ziet de raad aanleiding een berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-318/DH/DH 26-320/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil met de Staat. Het gegeven dat er een verschil bestaat tussen de door verweersters en de door klaagster ingediende e-mail is op zichzelf onvoldoende om vast te stellen dat het door verweersters ingediende stuk vervalst is én dat verweerster opzettelijk een vervalt stuk hebben ingediend. De voorzitter kan niet vaststellen dat sprake is gewest van het opzettelijk inbrengen van een vervalste productie. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8991

    Kennelijk ongegronde klacht tegen arts, destijds ANIOS, werkzaam op afdeling traumachirurgie. Zoon van overleden patiënte dient klacht in over het niet adequaat en niet zorgvuldig functioneren tijdens laatste levensuren van patiënte, waaronder het niet opvolgen van gemaakte afspraken over pijnbestrijding/palliatieve sedatie. Snelle verslechtering patiënte na operatie pols. Kwetsbare patiënte bij wie stervensproces al was ingezet. Handelen conform Zorgpad stervensfase. Overleg met supervisor en met palliatief advies team. Duidelijk en zorgvuldig bijgehouden dossier. Continuïteit en betrokkenheid in de zorg voor patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-8740

    Kennelijke ongegronde klacht. Klager, patiënt van verweerster (KNO-arts) klaagt over de operatie waarbij zijn keelamandelen (tonsillen) zijn verwijderd. Klager verwijt verweerster dat zij voorafgaand aan de tonsillectomie onvoldoende onderzoek deed en zich niet vergewiste van ’informed consent’, de onjuiste operatie koos, niet in het belang van klager handelde en klager onvoldoende serieus nam.College: Na voldoende onderzoek, de hernieuwde verwijzing en nieuwe informatie stelde verweerster de tonsillectomie voor. Verweerster voerde overleg met de huisarts van klager, had oog voor de klachten en de achterliggende problematiek van klager en noteerde deze helder. De time out procedure is een checkmoment.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-314/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de gezamenlijk echtscheidingsadvocaat. Klacht is voor wat betreft de bijstand destijds te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Klachten over het in 2025 niet reageren op verzoeken om uitleg en het niet inschakelen van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-337/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd, omdat de klacht ziet op handelen/nalaten op het moment dat verweerder geen advocaat was.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:134 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-706/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9043

    Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat hij onjuist is omgegaan met seksueel ontremd gedrag van een medepatiënt, onvoldoende heeft gehandeld na een incident waarbij deze medepatiënt seksuele handelingen bij zijn wilsonbekwame moeder heeft verricht, onjuist heeft gehandeld bij de behandeling van een urineweginfectie en zich ten onrechte als arts heeft voorgedaan. Het college oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in het klachtonderdeel over het delen van medische informatie over de medepatiënt. Klager is in de overige klachtonderdelen ontvankelijk, maar deze zijn ongegrond. Uit het dossier blijkt dat de verpleegkundig specialist na het incident direct de urgentie heeft onderkend, zich herhaaldelijk heeft laten informeren en intercollegiaal overleg heeft gevoerd. Voor de plaatsing van de deurstok, de kamerindeling en de overplaatsing was hij niet verantwoordelijk. Bij de urineweginfectie heeft hij tijdig een passende antibioticakuur voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:135 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-852/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Uit het dossier blijkt dat er tussen partijen afspraken zijn gemaakt over het laten bijmaken van een sleutel, maar niet blijkt dat daarbij is afgesproken dat verweerders cliënte geen aanspraak meer zou maken op betaling van de verbeurde dwangsommen. De raad kan dan ook niet vaststellen dat die afspraak wel gemaakt is, van een leugen is daarom geen sprake. Ook ziet de raad geen reden om aan te nemen dat verweerder heeft gelogen over de bouwkundige inspectie. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8697

    Gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijke en ongegronde klacht tegen een verpleegkundige/casemanager dementie. Klaagster, de ex-partner van patiënt, verwijt verweerster een onjuist behandelplan, gebrekkige communicatie over wijziging van de eerste contactpersoon en schending van de geheimhoudingsplicht. Het college verklaart de eerste twee klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk, omdat patiënt zelf de wijzigingen in gang heeft gezet waarover wordt geklaagd en geen aanknopingspunten bestaan dat hij hierover zelf had willen klagen. Het verwijt van schending van de geheimhoudingsplicht is kennelijk ongegrond, omdat patiënt wilsbekwaam was en verweerster toestemming had gegeven contact op te nemen met zijn dochters over toekomstige vertegenwoordiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:136 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-878/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerster heeft met haar eerste brief aan klager polariserend gehandeld en gezorgd voor (onnodige) escalatie. Verweerster heeft klager ook niet geïnformeerd over de zitting en heeft de conceptdagvaarding niet/te laat aan klager gestuurd. Klachten gegrond. Klacht over lasterlijke uitlatingen niet onderbouwd en daarom ongegrond. Ondanks dat verweerster al geschrapt is, ziet de raad aanleiding een berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-017/DH/DH/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar tegen asielrechtadvocaat deels gegrond en deels ongegrond. Verweerder heeft geen/onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek door de deken, in strijd met gedragsregel 29. Verder heeft hij niet voldaan aan zijn verplichten om deel te nemen aan kwaliteitstoetsen. Bezwaar ongegrond waar het gaat over het verwijt dat verweerder zaken lijkt aan te nemen voor eigen financieel gewin, omdat de raad dit onvoldoende kan vaststellen. Het staat verweerder vrij om rechtsmiddelen in te stellen tegen afgewezen verblijfsaanvragen, ook als die procedure op zichzelf weinig kans op succes heeft, omdat verweerder daardoor procedureel rechtmatig verblijf kan genereren voor zijn cliënt. Raad ziet geen reden c.q. mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen. Voorwaardelijke schorsing van 12 weken met de bijzondere voorwaarde dat verweerder dient mee te werken aan onderzoeken van of namens de deken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3131

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:181 Hof van Discipline 's Gravenhage 260011

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3128

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8873

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts, tevens bestuurder van het ziekenhuis. Klager verwijt verweerder dat hij zorgweigering door een oogarts uit het ziekenhuis waarvan hij bestuurder is heeft gedoogd, het recht op vrije artsenkeuze blokkeert en geen herstelmaatregelen heeft genomen. Klager maakt naar oordeel van de voorzitter misbruik van zijn klachtrecht, omdat hij eerder een klacht met op hoofdlijnen dezelfde inhoud heeft ingediend en uit zijn uitlatingen op sociale media blijkt dat hij de tuchtprocedure inzet om verweerder doelbewust te schaden en te belasten. Daarnaast valt het handelen van verweerder, dat bestond uit het opstellen en ondertekenen van een brief in zijn hoedanigheid van bestuurder, niet onder het bereik van de eerste of tweede tuchtnorm. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3133

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2825

    Klacht tegen een KNO-arts in zijn hoedanigheid van SCEN-arts. De echtgenote van klager (de patiënte) was ernstig ziek en had gevraagd om euthanasie. Daarop heeft de huisarts van de patiënte het euthanasietraject ingezet en de SCEN-arts geraadpleegd. Klager verwijt de SCEN-arts dat hij te laat is gekomen en dat hij, in strijd met de wens van patiënte, niet akkoord is gegaan met het uitvoeren van euthanasie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3130

    Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht tegen meerdere zorgverleners. De verwijten van klager gaan over de zorg die aan hem is verleend en een aantal zaken die daarop betrekking hebben. Klager heeft een mentor, die niet instemt met het indienen van de klacht. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ten tijde van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was en heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege bleek klager niet in staat te zijn om vragen over zijn situatie en de klachten te beantwoorden. Desgevraagd verklaarde klager dat hij geen klachten had en dat het goed met hem ging. Uit de wijze waarop klager zich tijdens de zitting uitte, kreeg het Centraal Tuchtcollege de indruk dat klager niet goed in staat was om te bevatten dat hij bij de zitting aanwezig was vanwege klachten tegen zorgprofessionals die namens hem waren ingediend. Alles bij elkaar is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat klager ten aanzien van het indienen van een klacht wilsonbekwaam is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2826

    Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager had een slechte gezondheid met veel pijnklachten en heeft de huisarts om euthanasie gevraagd. De huisarts heeft het euthanasietraject ingezet, maar de patiënte is uiteindelijk op natuurlijke wijze komen te overlijden. Klager verwijt de huisarts onder meer dat zij onvoldoende en warrig heeft gecommuniceerd over de gezondheidstoestand van de patiënte, dat zij onvoldoende bereikbaar was en dat zij geen euthanasie heeft uitgevoerd bij de patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege te 's-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing tot ongegrondverklaring van de klacht en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3129

    .

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-869/AL/MN

    Verweerder is als advocaat van de wederpartij van klager opgetreden in een arbeidsgeschil. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder de geheimhoudingsverplichting heeft geschonden waar het feiten en omstandigheden betreft die in de mediation tussen klager en de cliënte van verweerder (zonder advocaten) aan de orde zijn geweest en die relevant zouden kunnen zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de ontslagaanvraag. Alhoewel verweerder de specifieke informatie over wie de mediation had beëindigd en de omstandigheden waaronder beter niet in zijn e-mail aan het UWV had kunnen vermelden, en daarmee reeds de geheimhouding heeft geschonden, meent de raad dat verweerder in genoemde e-mail geen ontoelaatbare mededelingen over de mediation aan het UWV heeft gemeld. Verweerder moest verweer voeren namens de werkgever op door klager ingenomen stellingen. Ook heeft verweerder zijn excuses gemaakt. Gelet op al deze omstandigheden is de geconstateerde onzorgvuldigheid naar het oordeel van de raad van onvoldoende gewicht om verweerder daarover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerder heeft ten aanzien van de andere verwijten niet de grenzen overtreden van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klager. Verweerder mocht de jurist van klager benaderen zoals gedaan. Niet is komen vast te staan dat verweerder zich in een telefoongesprek met de belastingadviseur van klager als diens advocaat heeft voorgedaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3179 VZ

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon tegen wie de klacht is gericht, staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:142 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-068/AL/OV

    Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in een procedure als advocaat voor zijn zus (klaagster) en andere familieleden tegen een derde opgetreden en daarna als advocaat namens twee broers in een procedure - zonder haar instemming - tegen klaagster opgetreden. Door verweerder is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van lid 3 van regel 15. Verweerder heeft zich op advies van de deken daarna alsnog onttrokken aan die procedure tegen klaagster, maar had naar het oordeel van de raad de zaak van de twee broers tegen klaagster nooit moeten aannemen. Hij had toen al moeten inzien dat de familieverhoudingen en zijn optreden in de jaren daarvoor, onder meer bij de afwikkeling van de nalatenschap, daaraan in de weg stonden. Verweerder heeft hierdoor niet alleen gedragsregel 15 overtreden, maar ook anderszins onvoldoende inzicht getoond in het belang van de kernwaarde partijdigheid. Ook heeft verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden. Omdat verweerder zichzelf heeft uitgeschreven als advocaat en door het Hof van Discipline in februari 2026 is geschrapt, volstaat de raad met de maatregel van berisping. Het gewenste effect van een anders opgelegde maatregel van (voorwaardelijke) schorsing is in dit geval afwezig.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt hiertegen in beroep. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) is van oordeel dat klager wel kan worden ontvangen in klachtonderdeel c), waarin klager verweerder verwijt dat hij heeft gesjoemeld met zijn declaraties en excessief heeft gedeclareerd, maar verklaart dat klachtonderdeel ongegrond. Het hof verklaart één klachtonderdeel alsnog gegrond, te weten klachtonderdeel e), waarin klager verweerder verwijt dat hij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende regie gevoerd; hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar wie de onrechtmatige daad heeft gepleegd en teveel reactief gehandeld. Het hof legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3233 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de kern van de door klaagster ingediende klacht gelijk is aan hetgeen klaagster de orthopedisch chirurg verweet in klachtonderdeel g) in een eerdere tuchtprocedure. Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-082/AL/NN

    Verweerster heeft als opvolgend advocaat voor klager tijdig hoger beroep ingesteld. De raad is niet gebleken dat verweerster haar bijstand voor klagers op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd of daarmee ten onrechte zou hebben gedreigd. Het kantoor van verweerster heeft de door klagers verschuldigde griffierechten op 18 februari 2025 aan het gerechtshof betaald. Op 14 april 2025 heeft verweerster zowel voor het verschuldigde griffierecht als voor haar werkzaamheden een factuur aan klagers gestuurd. Dat klagers op dat moment in betalingsonmacht verkeerden door beslaglegging kan verweerster niet worden verweten. Verweerster heeft klagers in haar e-mail van 13 november 2024 verzocht om haar te informeren zodra zij iets zouden horen van de eisende partij, met name over de tenuitvoerlegging van het vonnis van 30 oktober 2024. Niet is gebleken dat klagers daarvan melding bij verweerster hebben gedaan. Nadat klagers verweerster over hun betalingsonmacht hebben ingelicht, heeft verweerster voorstellen gedaan, ook in overleg met de klachtenfunctionaris, over een betalingsregeling. Klagers hebben daarmee en met het werkvoorstel ingestemd, waarna verweerster de afgesproken werkzaamheden heeft verricht. Wegens opnieuw uitblijven van betaling, kon verweerster niet anders dan zich als advocaat te onttrekken. Dat heeft zij op meer dan zorgvuldige wijze gedaan. Ongegrond.