ECLI:NL:TGZCTG:2026:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3182

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:81
Datum uitspraak: 15-04-2026
Datum publicatie: 15-04-2026
Zaaknummer(s): C2026/3182
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: .

D E  V O O R Z I T T E R  V A N  H E T  C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3182 van:

A.,
wonende in B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager, 

tegen

C.,
(destijds) werkzaam in D., 
verweerster in beide instanties,
hierna: verweerster.
 
1.    Verloop van de procedure in beroep 
1.1    Klager heeft op 5 augustus 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam tegen verweerster een klacht ingediend. Bij beslissing van 20 februari 2026, onder nummer A2025/8882, heeft de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Klager heeft op tijd beroep ingesteld tegen die beslissing. 

2.    Beoordeling van het beroep
2.1    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep beoordeeld op basis van de volgende stukken:
- het beroepschrift, ontvangen op 10 maart 2026; 
- de stukken uit het dossier van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam met nummer A2025/8882.

2.2    Voordat kan worden beoordeeld of verweerster ter zake van de haar verweten gedraging een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, moet worden vastgesteld dat verweerster is onderworpen aan het tuchtrecht ingevolge de Wet BIG. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat dit niet het geval is.
Uit artikel 47 lid 1 Wet BIG volgt dat aan tuchtrechtspraak is onderworpen degene die in een der in het tweede lid vermelde hoedanigheden in het BIG-register ingeschreven staat, dit zijn die van: arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, physician assistant, orthopedagoog-generalist en klinisch technoloog. Het voorgaande betekent dat het noodzakelijk is dat degene tegen wie de klacht is gericht staat ingeschreven in het BIG-register, om naar de inhoud van een tuchtklacht te kunnen kijken.  
2.3    Verweerster is/was werkzaam als Eerst Verantwoordelijk Verzorgende (hierna: EVV’er). Voor een EVV’er is een registratie in het BIG-register niet verplicht. Alleen een EVV’er die ook BIG-geregistreerd verpleegkundige is, staat in dit register ingeschreven. Dat is hier niet het geval. Dit brengt met zich mee dat het Centraal Tuchtcollege wettelijk gezien niet de mogelijkheid heeft om inhoudelijk naar de zaak te kijken. Klager heeft in zijn beroepschrift nog naar voren gebracht dat de functie van EVV’er een onmisbare functie is in de ouderenzorg, maar dat maakt dit oordeel niet anders.
 
2.4    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is op basis van het bovenstaande van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege van 20 februari 2026. Zij zal het beroep daarom afwijzen.

3.    Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
wijst het beroep af.


Aldus genomen op 15 april 2026 en ondertekend door mr. Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan door mr. E. van der Linde, secretaris.
Voorzitter  w.g.        Secretaris  w.g.


Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.