ECLI:NL:TNORDHA:2026:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-52

ECLI: ECLI:NL:TNORDHA:2026:4
Datum uitspraak: 11-02-2026
Datum publicatie: 16-04-2026
Zaaknummer(s): 25-52
Onderwerp: Registergoed, subonderwerp: leveringsakte
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen. De klacht is ongegrond.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing d.d. 11 februari 2026 inzake de klacht onder nummer 25-52 van:

[klager],

handelend namens [A]

hierna: klager,

tegen:

[notaris],

notaris, gevestigd te [vestigingsplaats],

gemachtigde: mr. E.J. Lievense, advocaat te Rotterdam,

hierna: de notaris.

1. Het procesverloop

1.1       De kamer heeft kennisgenomen van de klacht, met bijlagen, ingekomen op 30 juli 2025.

1.2       Klager heeft op 11 en 21 augustus 2025 aanvullende stukken ingediend.

1.3       De kamer heeft het antwoord van de notaris ontvangen.

1.4       De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 januari 2026. Daarbij waren aanwezig klager, en de notaris bijgestaan door mr. Lievense. Van de mondelinge behandeling zijn schriftelijke aantekeningen gemaakt.

2. De feiten

2.1       Op 9 september 2024 heeft de notaris een akte van levering gepasseerd, waarbij de moeder van klager, mevrouw [A] (hierna: moeder), een parterrewoning met afzonderlijke bovenwoning aan de [straatnaam] [huisnummer] te [plaats] heeft overgedragen aan [B] , de broer van klager (hierna: de broer), tegen kwijtschelding van de koopsom.

3. De klacht

3.1       Moeder had na echtscheiding van de vader van klager, [klager], vier woningen toebedeeld gekregen. Een van de woningen ([straatnaam] [huisnummer]) werd gehuurd door de broer en zijn vriendin.

3.2       Klager en zijn zus waren er niet van op de hoogte dat moeder de woning die de broer huurde tezamen met een woning eronder die aan een derde verhuurd werd, aan de broer had geschonken.

3.3       Ten tijde van de levering was moeder niet in staat haar wil te bepalen en de gevolgen van haar handelen te overzien. Zij kampte reeds geruime tijd met cognitieve beperkingen, waaronder geheugenproblemen. Dit blijkt uit een achterstand in het doen van belastingaangiften, het onvermogen om zelfstandig online bankzaken te verrichten of informatie op te zoeken, het onvoldoende kunnen begrijpen van complexe situaties en het niet langer kunnen overzien en organiseren van huishoudelijke taken. Verder was sprake van gehoorproblemen en had moeder het gebruik van medicatie tegen hoge bloeddruk gestaakt.

3.4       De vriendin van de broer had de afspraak voor de levering bij het notariskantoor gemaakt. Moeder mocht klager niet informeren over de levering. Pas na de levering werd het moeder duidelijk dat zij een tweede woning aan de broer had geschonken. Volgens de broer en zijn vriendin was dat gebeurd, omdat beide woningen kadastraal niet losgekoppeld konden worden, hetgeen onjuist is.

3.5       Moeder stelt slechts eenmaal op het notariskantoor te zijn geweest en geen conceptakte en afschrift te hebben ontvangen. De notaris had alerter moeten zijn. Door het onzorgvuldig handelen van de notaris zijn er binnen de familie spanningen ontstaan. Door het wegvallen van de huurinkomsten kan moeder een belastingschuld van tenminste € 30.000,- niet voldoen.

3.6       Uit het verslag van de specialist ouderengeneeskunde van 20 augustus 2025 blijkt dat er sprake is van dementie bij moeder.

4. Het verweer

4.1       De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling van de ontvankelijkheid

5.1          De notaris heeft zich op het standpunt gesteld dat de klacht niet-ontvankelijk is, nu klager geen partij was bij de koopovereenkomst. Klager heeft ter onderbouwing van zijn belang een volmacht van zijn moeder overgelegd, gedateerd 4 augustus 2025. De kamer houdt die, bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel, voor juist, zodat hij handelt ter behartiging van het rechtstreekse en concrete belang van moeder. De kamer verklaart de klacht derhalve ontvankelijk.

6. De beoordeling van de klacht

6.1       Ter beoordeling van de kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

6.2       De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Bij de beoordeling van deze vraag stelt de kamer voorop dat als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, rechtshandelingen kan verrichten. Bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de betrokken cliënt moet primair worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris als niet bekend is, en er ook geen aanwijzingen zijn, dat de cliënt lijdt aan een ziekte die de wilsbekwaamheid kan beïnvloeden. Daarbij heeft een notaris een zekere mate van beoordelingsvrijheid.

6.3       Het behoort daarnaast tot de kernverantwoordelijkheid van een notaris om te waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van de cliënt, waarbij de notaris al het nodige moet doen om zich ervan te verzekeren dat de betrokken cliënt bij het vormen en uiten van zijn wil niet op ongewenste wijze is beïnvloed door (de aanwezigheid van) een derde.

6.4       Pas bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid van de cliënt en/of als aanleiding bestaat om te vermoeden dat mogelijk sprake is van beïnvloeding door derden, is verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening (hierna: Stappenplan) biedt hiervoor een handreiking. Daarin staan indicatoren vermeld die aanleiding kunnen zijn voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid. Als een notaris – ook al heeft zij kennis van het bestaan van één of meer indicatoren – geen aanleiding hoeft te hebben om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van een cliënt, hoeft het Stappenplan niet te worden gevolgd. Daarbij zal het in belangrijke mate aankomen op zowel de inhoud van de gesprekken die een notaris met de betrokken cliënt voert, als de wijze waarop deze cliënt zich presenteert.

6.5       De kamer overweegt als volgt. Voldoende is komen vast te staan dat de notaris zich, overeenkomstig haar zorgplicht, ervan heeft vergewist dat moeder wilsbekwaam was. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen.

6.6       Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat de notaris, na ontvangst van de koopovereenkomst, aan moeder via het haar bekende e-mailadres een toelichting heeft verstrekt op de voorgenomen verkoop en schenking en haar heeft verzocht om toezending van relevante stukken. Op dit e-mailbericht is gereageerd. Hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat moeder zelf heeft gereageerd, heeft dit de notaris, gelet op het verdere verloop van het dossier, geen aanleiding hoeven geven tot twijfel. Verder heeft de notaris zowel moeder als de zoon nadere schriftelijke informatie verstrekt over de schenking, de verschuldigde overdrachtsbelasting, de aangifte schenkbelasting en het taxatierapport. Bij afzonderlijk e-mailbericht van 5 september 2024 heeft de notaris aan moeder de conceptakte en de conceptnota van afrekening toegezonden. In de conceptnota was de kwijtschelding expliciet vermeld en in de conceptakte was de waarde in het economisch verkeer opgenomen, met verwijzing naar de taxatie.

6.7       Tijdens het passeren van de akte heeft de notaris waargenomen dat de sfeer ontspannen was en aan de hand van het gesprek geoordeeld dat moeder de gevolgen van het handelen kon overzien. De notaris heeft geen signalen waargenomen die duidden op beïnvloeding of op het ontbreken van een vrije wilsvorming.

6.8       Het verslag van de specialist ouderengeneeskunde van 20 augustus 2025, inhoudende – heel kort gezegd – dat bij moeder sprake is van dementie, leidt niet tot het oordeel dat de notaris op 9 september 2024 niet tot haar oordeel over de wilsbekwaamheid van moeder had kunnen of mogen komen.

6.9       De door klager aangevoerde feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om te oordelen dat de notaris tot nader onderzoek had moeten overgaan of tot een andere conclusie had moeten komen. De klacht is derhalve ongegrond.

BESLISSING

De kamer voor het notariaat:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. G.H.M. Smelt, voorzitter, R.R. Roukema en J.W.A.P. Michels, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam. Het beroepschrift dient binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief door het Hof te zijn ontvangen, waarbij de datum van ontvangst door het Hof bepalend is.