Zoekresultaten 2301-2350 van de 47599 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:133 Raad van Discipline Amsterdam 25-128/A/A
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:133
Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft zich in strijd met gedragsregel 21 lid 3 zonder toestemming van klaagster(s advocaat) tot het hof gewend. Ondank de gegrondverklaring heeft de raad aanleiding gezien geen maatregel op te leggen. Verweerster heeft haar bericht direct nadat de advocaat van klaagster haar hierop had gewezen ingetrokken en niet gebleken is dat klaagster benadeeld is door het bericht. Het hof heeft de e-mail niet betrokken in het arrest.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-304/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 30-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:153
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Verweerder is tot een oordeel gekomen op basis van hoor en wederhoor en kennisname van het dossier. Verweerder heeft voldaan aan wat van hem kon worden verwacht bij het doen van onderzoek en mocht zich daartoe beperken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-350/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:147
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingszaak. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, want niet/nauwelijks onderbouwd met bewijsstukken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:134 Raad van Discipline Amsterdam 24-923/A/A
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:134
Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder is bij de behandeling van de zaak binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. Geen strijd met gedragsregels 8 of 25 lid 1.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8204
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:190
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klager verwijt de internist dat hij ontkent dat klager een overdraagbare variant van HIV heeft en weigert advies te geven over veilige seks. De klacht is kennelijk ongegrond omdat de internist niet betrokken was bij dit deel van de behandeling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-360/DH/RO
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 30-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:154
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn uit artikel 46g lid 1 Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-352/DH/DH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 23-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:148
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een letselschadekwestie. Verweerster mocht zijn bijstand aan klager beëindigen en heeft dat zorgvuldig en uitvoerig gemotiveerd gedaan. Dat verweerders inhoudelijke bijstand onvoldoende is geweest, kan niet worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:135 Raad van Discipline Amsterdam 25-402/A/A
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:135
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van een wederpartij in een VvE-kwestie. Klager meent dat verweerder hem in een kansloze procedure heeft betrokken, waardoor hij onnodig kosten heeft gemaakt. Het stond verweerder echter vrij namens zijn cliënte een bepaald juridisch standpunt in te nemen in de procedure. Dat het standpunt achteraf gezien niet juist blijkt, maakt niet dat verweerder daarmee klachtwaardig heeft gehandeld jegens klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:129 Raad van Discipline Amsterdam 25-074/A/NH
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:129
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over een advocaat van de wederpartij. De raad ziet geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder in de wijze waarop hij zich namens zijn cliënt tegen het verzochte uitstel heeft verzet. Verweerder is, zoals hij heeft toegelicht, opgekomen voor de belangen van zijn cliënt die ermee gediend was dat de zaak niet nog meer vertraging zou oplopen en niet valt in te zien dat hij daarbij de belangen van de wederpartij onnodig heeft geschaad. Klager leest in de woorden van verweerder allerlei – in zijn optiek – kwalijke suggesties, maar daarin wordt klager niet gevolgd. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-362/DH/RO
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 30-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:155
Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat klager dat verwijt al eerder aan de raad heeft voorgelegd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-019/DH/RO
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:149
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civiele procedure in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:136 Raad van Discipline Amsterdam 25-373/A/A
- Datum publicatie: 01-08-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:136
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Klager heeft tot tweemaal toe laten weten geen hoger beroep te willen instellen. Gelet hierop was er geen aanleiding voor verweerster om uitgebreider te adviseren over het instellen van hoger beroep. Voor het overige heeft klager zijn klacht onvoldoende feitelijk onderbouwd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:142 Hof van Discipline 's Gravenhage 250248
- Datum publicatie: 31-07-2025
- Datum uitspraak: 31-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:142
Afwijzende verwijzing. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud of een onderdeel van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-401/DB/LI
- Datum publicatie: 31-07-2025
- Datum uitspraak: 31-07-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:110
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Verweerder heeft gebruik gemaakt van het feitenmateriaal dat zijn cliënte hem had verschaft, waaronder de schriftelijke stukken van de GI waarin van dreigende uitlatingen van klager wordt gesproken. Niet gebleken is dat het hier ging om informatie waarvan verweerder wist of had moeten weten dat deze onjuist was. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-377/DB/ZWB
- Datum publicatie: 31-07-2025
- Datum uitspraak: 31-07-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:111
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft voor klaagster gedaan wat blijkens de opdrachtbevestiging is afgesproken. Niet gebleken dat verweerder in zijn advisering steken heeft laten vallen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7648
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:93
Klacht tegen een huisarts. Klager nam telefonisch contact op met de huisarts vanwege pijnklachten en een bult op zijn schouder. De huisarts ging, naar later bleek ten onrechte, uit van een slijmbeursontsteking. Enkele weken later bleek dat klager een ontsteking aan zijn hartklep had. Klager verwijt de huisarts, samengevat, dat zij hem ten onrechte geen fysiek consult heeft aangeboden en onvoldoende naar hem heeft geluisterd. Hierdoor is volgens klager een verkeerde diagnose gesteld. Het college is van oordeel dat de huisarts zich tijdens het telefonisch consult onvoldoende bewust was van de beperkingen die een telefonisch consult met zich meebrengt en legt de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7755
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:94
Klacht tegen verpleegkundige over rapport/advies in het kader van een Wmo-aanvraag. Het college oordeelt dat de klacht gedeeltelijk gegrond is omdat de verpleegkundige onzorgvuldig heeft gehandeld bij het tot stand komen van het rapport. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7099
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 30-07-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:83
Klacht tegen verzekeringsarts werkzaam als ANIOS bedrijfsgeneeskunde ongegrond. Klager, patiënt, verwijt verweerder dat hij een oordeel heeft geveld over de arbeidsongeschiktheid van klager zonder klager eerst te spreken/zien en dat de inhoud van de probleemanalyse niet juist is. Het college oordeelt dat klager en verweerder inhoudelijk een compleet gesprek hebben gehad, maar dat niet kan worden vastgesteld op welke wijze het gesprek heeft plaatsgevonden omdat partijen daarover van mening verschillen. Daarmee kan niet worden vastgesteld of verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. De spanningsklachten van klager konden worden geduid als een normale reactie op een abnormale situatie en niet als een gevolg van een ziekte. Verweerder kon concluderen dat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid, maar van een arbeidsconflict.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8059
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 25-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:90
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verwijt verweerder dat hij onterecht aripiprazol (Abilify) heeft voorgeschreven en dat hij onterecht een verlenging van de zorgmachtiging heeft aangevraagd. Het college stelt vast, gelet op de psychotische problematiek van klager, dat de collega-psychiater gegronde redenen had om hem antipsychotica voor te schrijven en verweerder hiermee terecht door is gegaan. Voor de bijwerkingen was aandacht. Verder oordeelt het college dat verweerder in het door hem opgestelde zorgplan volgens de Wvggz, zorgvuldig was opgesteld en op voldoende grond de procedure in gang heeft kunnen zetten voor het aanvragen van een verlenging van de zorgmachtiging.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7704
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 30-07-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:84
Klacht tegen bedrijfsarts ongegrond. Klaagster, patiënt, verwijt de bedrijfsarts dat zij onvoldoende actuele informatie heeft opgevraagd bij de behandelaren van klaagster, het advies van de psycholoog van klaagster compleet heeft genegeerd en onjuiste informatie heeft vermeld in een terugkoppeling. Het college oordeelt dat niet is gebleken dat er zodanige veranderingen in de gezondheidstoestand van klaagster waren dat het voor de re-integratiebeoordelingen nodig was om opnieuw informatie op te vragen bij haar behandelaren. De bedrijfsarts heeft, ook op basis van de informatie van de behandelaren, kunnen komen tot het door haar gegeven advies.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8239
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:91
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Volgens klager heeft de psychiater, tegen de afspraak in, gegevens van klager naar het CBR gestuurd. Ook voelt hij zich raciaal behandeld door de psychiater. De verwijten missen feitelijke grondslag.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-161/AL/MN
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:186
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Hoedanigheid en kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zijn hoedanigheid vooraf onvoldoende kenbaar te maken, door niet te voldoen aan de zware zorgplicht die op hem als gezamenlijke advocaat rustte en door als informant van de (advocaat van de) ex partner van klaagster aanwezig te zijn in het gerechtsgebouw op de dag van de mondelinge behandeling tussen partijen. De aard en ernst van deze tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Bij de bepaling van de maatregel weegt de raad mee dat verweerder door zijn klachtwaardig handelen het (financiële) belang van klaagster in de waagschaal heeft gelegd en dat verweerder tijdens de zitting heeft erkend dat hij klaagster achteraf gezien nooit had moeten bijstaan. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7901
- Datum publicatie: 30-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:92
Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klager geopereerd in verband met vernauwing van het wervelkanaal (lumbale stenose). Ruim twee weken later vond er een heroperatie plaats door verweerder en een andere wervelkolomchirurg. Beide operaties verliepen aanvankelijk ongecompliceerd. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat hij te lang moest wachten voordat hij geopereerd werd, dat er onvoldoende met hem is gecommuniceerd en dat zijn verzoeken om een MRI en CT-scan niet spoedig genoeg zijn gehonoreerd waardoor er veel problemen zijn ontstaan na de operaties. Ook het operatieverslag van een latere operatie in een ander ziekenhuis zou verweerder ten onrechte niet of te laat gelezen hebben.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7145
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:186
Ongegronde klacht tegen een SEH-arts. Klaagster is niet tevreden over de zorg die haar moeder (patiënte) kreeg, waardoor haar moeder op 14 maart 2022 is komen te overlijden.Klaagster verwijt de SEH-arts onder andere dat de medicatielijst van patiënte bij opname vanaf deSEH naar de verpleegafdeling op 14 maart 2022 niet is aangepast aan de klachten die patiënte had.Het college overweegt als volgt. Bij de opname is onder meer afgesproken door de dienstdoend longarts na het moeizame gesprek met de familie over het codebeleid, dat de arts-assistent de logistieke overgang van de SEH naar de afdeling zou regelen, waaronder de opnamemedicatie. De SEH-arts was die avond te allen tijde beschikbaar voor overleg van deze arts-assistent. Zij was dus zo nodig bereikbaar. Er is echter geen contact met haar opgenomen. De dienstdoend SEH-arts bleek in de veronderstelling dat de verantwoordelijkheid van supervisie inmiddels was overgedragen aan de longarts aangezien deze tijdens het codegesprek direct bij deze casus betrokken was geweest. De overdracht van verantwoordelijkheden is echter niet actief benoemd en daar zijn geen lokale afspraken over zover bekend. Dit is wel een belangrijk aandachtspunt wat in alle ziekenhuizen onder de aandacht zou moeten komen. Onder voorgenoemde omstandigheden kan de SEH-arts niet verweten worden dat de medicatielijst niet is aangepast.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748917 / DW RK 24/147 EV/RH
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 27-06-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:66
De gerechtsdeurwaarder heeft zich naar het oordeel van de kamer voldoende ingespannen de vordering van klager te innen. Zo heeft de gerechtsdeurwaarder een onderzoek ingesteld naar een beslag op het inkomen, de inboedel, bankbeslag en een beslag op voertuigen. Helaas heeft een en ander niets opgeleverd. De door klager gewenste executiemaatregelen en betalingsregelingen maken dat, hoe frustrerend ook voor klager, niet anders. Klager miskent dat de debiteuren zich kennelijk onder de radar bewegen en er daarmee voor zorgen dat verhaal zeer beperkt mogelijk is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-707/AL/MN
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:181
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet van klaagster ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7148
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:187
Ongegronde klacht tegen een arts, werkzaam op de SEH. Klaagster is niet tevreden over de zorg die haar moeder (patiënte) kreeg, waardoor haar moeder op 14 maart 2022 is komen te overlijden. Klaagster verwijt de arts onder andere dat de medicatielijst van patiënte bij opname vanaf de SEH naar de verpleegafdeling op 14 maart 2022 niet is aangepast aan de klachten die patiënte had.Het college overweegt als volgt. (…) In deze omstandigheden was het volgens het college beter geweest als de arts meer aandacht had besteed aan de opnamemedicatie of hierover overleg had gevoerd met een van haar supervisors. Daar staat tegenover dat patiënte een beperkte levensverwachting had en al langere tijd in een medisch kwetsbare positie verkeerde en dit in ieder geval zo was toen zij werd opgenomen. Het is dus onduidelijk welke effecten de medicatie heeft gehad op het verloop van de ziekte in dit geval. Verder had de arts tijdens haar SEH-stage als arts-assistent in opleiding tot militair arts pas een beperkt aantal diensten gehad en had zij voornamelijk chirurgische voorervaring. Complexe beschouwende problematiek zoals deze had zij nog niet aan de hand gehad. Dit alles maakt dat, hoewel de arts beter anders had kunnen handelen, in dit geval de grens van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid niet wordt gehaald.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749596 / DW RK 24/166 EV/RH
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 27-06-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:67
Klager heeft vele malen verzocht om een overzicht van openstaande vorderingen. Hierop is niet adequaat gereageerd. De gerechtsdeurwaarder is niet op de hoogte van de betaling van een vordering, die door het kantoor werd geincasseerd. Terwijl klager in afwachting was van het overzicht van de openstaande schulden heeft de gerechtsdeurwaarder contact gelegd met de werkgever van klager teneinde loonbeslag te leggen. Maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-899/AL/MN
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:182
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet van klager ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:68 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749726 / DW RK 24/170 EdV/RH
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 27-06-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:68
De gerechtsdeurwaarder heeft klager aangemeld bij de gemeente in het kader van vroegsignalering problematische schulden. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder conform zijn wettelijke verplichting klager heeft aangemeld bij de gemeente aangezien het dossier aan de daarvoor geldende criteria voldeed. Hoewel die melding in de zaak van klager gelet op de specifieke omstandigheden wellicht niet noodzakelijk was, is deze melding niet tuchtrechtelijk laakbaar.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-130/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:183
De raad is van oordeel dat er - gelet op de uitleg van verweerder - niet is gebleken dat verweerder opzettelijk en op een tuchtrechtelijk verwijtbare wijze een onjuiste factuur in de procedure heeft gebracht. De raad is ten aanzien van de andere door klager genoemde informatie - een overgelegde jaaropgave en andere informatie over (kort gezegd) het inkomen en het ontslag van zijn cliënte - van oordeel dat verweerder mocht uitgaan van de juistheid van die van zijn cliënte ontvangen informatie. Verweerder was niet gehouden om de juistheid van die informatie te controleren. Het voorgaande betekent dat dit onderdeel van de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8057
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 25-07-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:89
Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verwijt verweerder dat hij onterecht aripiprazol (Abilify) heeft voorgeschreven en dat hij onterecht een verlenging van de zorgmachtiging heeft aangevraagd. Het college stelt vast, gelet op de psychotische problematiek van klager, dat verweerder gegronde redenen had om hem antipsychotica voor te schrijven. Voor de bijwerkingen was aandacht. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel constateert het college dat verweerder niet betrokken was bij de voorbereiding voor de verlenging van de zorgmachtiging. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:69 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/750296 / DW RK 24/183 EdV/RH
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 27-06-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:69
De gerechtsdeurwaarder heeft geen rekening gehouden met de beslagvrije voet. De gerechtsdeurwaarder heeft vervolgens niet adequaat gehandeld door klaagster niet direct het teveel ingehouden bedrag terug te betalen, maar te volstaan met een verwijzing naar de vaste betaaldagen, te weten dinsdag en donderdag. Het teveel ingehouden bedrag is pas twee weken nadat klaagster had gewezen op de onjuiste inhouding, geretourneerd. Door aldus te handelen heeft de gerechtsdeurwaarder het achterliggende motief van het bestaan van een beslagvrije voet miskend, te weten dat de schuldenaar wordt beschermd en dat wordt voorkomen dat mensen hun vaste lasten niet kunnen voldoen en daardoor in grotere problemen geraken. Omdat maatregelen zijn genomen dit in de toekomst te voorkomen wordt de (lichte) maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-153/AL/MN
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:184
De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd met gedragsregel 27 over de inhoud van schikkingsonderhandelingen in zijn conclusie van antwoord heeft geschreven. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De raad acht daarbij echter van belang dat niet is gebleken dat verweerder willens en wetens informatie uit een vertrouwelijke bijeenkomst in de procedure heeft gebracht, maar veeleer het (vertrouwelijke) karakter van deze bijeenkomst heeft miskend. Ook houdt de raad er rekening mee dat verweerder niet eerder onherroepelijk door de tuchtrechter is veroordeeld. Rekening houdend met alle omstandigheden zal de raad volstaan de oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-154/AL/MN
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:185
De raad is van oordeel dat hoewel verweerder niet in lijn heeft gehandeld met de bepaling van gedragsregel 15 en hij – ter voorkoming van enig misverstand – deze procedure beter niet zelf had kunnen voeren, klaagster door het handelen van verweerder niet in enig belang is geschaad. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is naar het oordeel van de raad geen sprake. Dat betekent dat dit klachtonderdeel ongegrond wordt verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:140 Hof van Discipline 's Gravenhage 230317
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:140
Klacht tegen de eigen advocaat. Klager klaagt over de rechtsbijstand door zijn advocaat tijdens zijn asielaanvraag. De raad heeft alle klachten van klager ongegrond verklaard. Het hof sluit zich aan bij dit oordeel van de raad.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:70 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761982 / DW RK 24/445
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 27-06-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:70
klager is voldoende op de hoogte gesteld van de bedragen die zijn geïnd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 240229
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:141
Klacht over eigen advocaat. Klager verwijt verweerder dat hij ernstige steken heeft laten vallen in de kortgedingprocedure die hij namens klager heeft gevoerd. Verweerder heeft dat uitgebreid weersproken. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. In hoger beroep handhaaft klager met name zijn verwijt dat verweerder heeft verzuimd voor klager essentiële bewijsstukken vooruitlopend op het kort geding te verstrekken aan de wederpartij en de kantonrechter zodat deze daarmee al bekend zouden zijn geweest. Volgens verweerder heeft hij daarom het kort-geding verloren. Het hof is het – voor zover dit nog ter beslissing voorligt – eens met het oordeel van de raad en sluit zich daarbij aan.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:65 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/744384 / DW RK 23/471 EdV/RH
- Datum publicatie: 29-07-2025
- Datum uitspraak: 27-06-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:65
Het is niet aan de gerechtsdeurwaarder om zelfstandig te beoordelen of er wel of niet zekerheid moet worden gesteld of dat uitbetaling kan plaatsvinden in de verschillende fasen van de door klaagster gevoerde procedure. De gerechtsdeurwaarder is gehouden de opdrachten van haar opdrachtgever marginaal te toetsen en deze uit te voeren en zo heeft de gerechtsdeurwaarder ook gehandeld. Klacht over het niet beantwoorden van een e-mail is gegrond, er bestaat geen aanleiding een maatregel op te leggen gelet op de omstandigheden van het geval.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2631
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:126
Klager is naar verweerder verwezen door een collega-chirurg voor verdere behandeling. Verweerder heeft de klager eenmalig gezien op zijn spreekuur van 6 mei 2014 voor uitleg na excisie van een zwelling ter plaatse van de schouder in november 2013. Verweerder heeft lichamelijk onderzoek verricht en een controle geadviseerd over zes maanden. Die controle heeft niet plaatsgevonden. In juli 2018 heeft klager een collega-chirurg bezocht vanwege toenemende klachten. Vanwege de mogelijkheid van een liposarcoom is klager verwezen naar een centrum voor wekedelentumoren voor verdere behandeling van de tumor. Klager is, samengevat, van mening dat verweerder onjuist heeft gehandeld door klager niet tijdig te informeren over de aard van de tumor en niet volgens de geldende richtlijn te handelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege neemt dat oordeel over.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:55 Accountantskamer Zwolle 24/3901 Wtra AK
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:55
Klacht tegen accountant over een onderzoeksrapport dat in opdracht van investeerder is opgesteld naar de besteding van verstrekte leningen door de onderneming van klager.Dat rapport is verstrekt aan het Openbaar Ministerie waarna een strafrechtelijk onderzoek tegen klager is ingesteld. Volgens klager is het onderzoeksrapport onjuist en misleidend, heeft de accountant geen controle uitgevoerd op de juistheid van de financiële gegevens en was de opdrachtaanvaarding niet volgens de regels. Klacht ongegrond: de accountant had geen leidende rol en verantwoordelijkheid voor het onderzoek, heeft de rapportage niet opgesteld en is niet de eindverantwoordelijke accountant.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2620
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:133
Ongegronde klacht tegen een neurochirurg. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar een expertisecentrum voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan en een positief advies voor de operatie gegeven. De neurochirurg heeft de operatie uitgevoerd (een temporaalkwabresectie linkszijdig). Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheden en de risico’s, dat hij geopereerd heeft zonder (volledige) toestemming, dat hij haar te vroeg uit het ziekenhuis heeft ontslagen en dat hij de operatie niet juist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2649
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:127
Deels gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klager heeft verschillende geslachtsveranderende operaties ondergaan. Twee operaties zijn uitgevoerd door de plastisch chirurg. Klager is niet tevreden over het resultaat en diverse andere aspecten. Klager verwijt de plastisch chirurg onder andere dat de operatieverslagen incompleet zijn en een ondertekend informed consent voor de operaties ontbreekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het door de plastisch chirurg opgestelde operatieverslag te summier is en daarmee niet voldoet aan de minimale eisen waaraan een operatieverslag moet voldoen en de klacht in zoverre gegrond verklaard. De overige twaalf klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De plastisch chirurg heeft incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht over het operatieverslag terecht gegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht ten aanzien van het ontbreken van informed consent gegrond omdat niet aannemelijk is geworden dat klager adequaat was voorgelicht over de diverse operaties inclusief de mogelijke complicaties die hem te wachten stonden om een acceptabel resultaat te krijgen. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2619
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:134
Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan. De neuroloog is betrokken geweest bij een deel van de onderzoeken. Klaagster verwijt de neuroloog onvoldoende informatieverstrekking en opereren zonder juiste en volledige toestemming van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2655
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:128
Klacht tegen orthopedisch chirurg. De orthopedisch chirurg heeft klaagster op 6 februari 2020 geopereerd aan haar rechtervoet in verband met een hallux valgus (grote teen die scheef staat) en klachten door de daarmee samenhangende knobbel (bunion) bij de grote teen. Hij heeft een zogenaamde Chevron-osteotomie uitgevoerd, waarbij de bunion wordt verwijderd en de stand van de teen gecorrigeerd. Daarna is een complicatie (osteonecrose, dat wil zeggen afsterving van het middenvoetsbeentje) ontstaan. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg a) geen dan wel onvoldoende informed consent en b) gebrekkige dossiervorming en onvoldoende zorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in het geheel kennelijk ongegrond is. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klaagster heeft tot doel dat klachtonderdeel a alsnog gegrond wordt verklaard en dat aan de arts een maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerkt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2676
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:129
Klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling aan haar porseleinen facings (informed consent), dat hij haar tandvorm heeft aangepast en dat de tandarts de behandeling ten onrechte met composiet heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, omdat de tandarts klaagster heeft geïnformeerd over alle relevante aspecten van de behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. In beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de tandarts daarnaast ook de verkeerde behandeling heeft toegepast. De tandarts heeft tijdens de behandeling gekozen voor een andere behandeling, zonder klaagster daarover te informeren, en een tijdelijke behandeling gepresenteerd als een permanente behandeling. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klaagster gedeeltelijk gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2581
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:130
Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klager is door de anesthesioloog gezien vanwege een geplande caudale infiltratie. Deze ingreep is voortijdig afgebroken, omdat klager pijnklachten kreeg tijdens het aanprikken van de huid voor het geven van de huidverdoving. Klager verwijt de anesthesioloog onder andere dat hij de pijnbehandeling onjuist heeft uitgevoerd, de behandeling zonder toestemming heeft afgebroken en smaad en laster heeft gepleegd over klager naar zijn huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2382
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:124
Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een kinderarts. Klager klaagt over de kinderarts, die zijn dochter behandelde vanaf 2012. Hij verwijt de kinderarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door als hoofdbehandelaar onvoldoende zorg te dragen voor een vakkundige en zorgvuldige behandeling, de dochter van klager zorg te verlenen zonder zijn toestemming, haar beroepsgeheim te schenden door informatie met het AMK te delen, en door onvoldoende toe te zien op adequate dossiervoering, zodat noodzakelijke gegevens voor de hulpverlening van de dochter niet in het dossier zijn vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager voor een gedeelte niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht voor een gedeelte verjaard is en het overige gedeelte van de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-175/AL/NN/D
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:179
Het dekenbezwaar is in alle onderdelen gegrond. De raad is van oordeel dat het verweten handelen zodanig ernstig is dat aan verweerder de maatregel van schrapping van het tableau moet worden opgelegd. Verweerder heeft de kernwaarden deskundigheid en vertrouwelijkheid geschonden en ook artikelen 4.1. lid 2, 6.2 en 6.3 Voda en Gedragsregels 14 lid 3 en 16 lid 1 en 16 lid 2. Het dekenbezwaar staat niet op zichzelf. In de klachtzaak, waarin de behandeling op dezelfde datum heeft plaatsgevonden en waarvan de uitspraak op dezelfde datum is en die gebaseerd is op hetzelfde feitencomplex, heeft de raad geoordeeld dat verweerder de kernwaarden deskundigheid, onafhankelijkheid, partijdigheid en integriteit heeft geschonden. Gelet op het ne bis in idem beginsel heeft de raad in de klachtzaak geen maatregel opgelegd. Verweerder is al eerder meerdere malen tuchtrechtelijk veroordeeld. Dit dekenbezwaar is het vierde ingediende dekenbezwaar tegen verweerder. Uit de klachtzaak, het dekenbezwaar en de eerdere uitspraken komt een beeld naar voren van een advocaat die blijk geeft zich onvoldoende bewust te zijn van voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving en zich onvoldoende rekenschap geeft van de belangen die daarmee worden gediend. Uit het handelen van verweerder blijkt dat hij onvoldoende besef heeft van de bijzondere positie die hij als advocaat in het maatschappelijk verkeer vervult en de onafhankelijke integere oordeelsvorming die daarbij van hem wordt verwacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2597
- Datum publicatie: 28-07-2025
- Datum uitspraak: 28-07-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:131
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de gz-psycholoog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan. Onderdeel van het epilepsiechirurgie-traject was een neuropsychologisch onderzoek, dat door de gz-psycholoog is uitgevoerd. Klaagster verwijt de gz-psycholoog schending van het beroepsgeheim, onjuistheden in de rapportage en onvoldoende informatieverstrekking en begeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.