Zoekresultaten 1951-2000 van de 47441 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7476
- Datum publicatie: 03-09-2025
- Datum uitspraak: 03-09-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:104
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt onder meer over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Intensief behandeltraject met meerdere opnames, poliklinische contacten en ECT-behandeling. Een continu proces waarin diagnostiek plaatsvond. Zorgvuldig psychiatrisch onderzoek. Multidisciplinaire richtlijn Depressie. ECT-behandeling niet te snel gestart. Voldoende ingespannen voor passende nazorg. Beëindiging behandelingsovereenkomst. Geen medische indicatie meer voor voortzetten van de behandeling. Behandel- en begeleidingsmogelijkheden waren uitgeput. Gewichtige reden volgens KNMG-Richtlijn ‘Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7477
- Datum publicatie: 03-09-2025
- Datum uitspraak: 03-09-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:105
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen verpleegkundige. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Geen behandelrelatie. Verweerder heeft niet gehandeld in zijn hoedanigheid van verpleegkundige. Geen weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het handelen kan niet worden getoetst aan de eerste en tweede tuchtnorm.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7239
- Datum publicatie: 03-09-2025
- Datum uitspraak: 03-09-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106
Verweerster, huisarts werkzaam in PI, wordt verweten dat zij in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele standaard door geen/niet tijdig een diagnose te stellen, te lang af te wachten en klager niet serieus te nemen nadat hij met zijn hoofd op de wasbak is gevallen en aanhoudende klachten had. Ook wordt de huisarts verweten dat zij klager niet voldoende heeft geïnformeerd en er geen sprake is geweest van informed consent. Het college overweegt dat het door de huisarts ingezette beleid passend en toereikend was. Geen sprake van onvoldoende zorg, informatievoorziening of onjuiste behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8100
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:18
Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7790
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verbleef van 2013 tot 2017 in een specialistisch verpleeghuis. Klager is eenmaal bij de arts, destijds huisarts, op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Het college stelt vast dat de arts klager voldoende en zorgvuldig heeft onderzocht. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 28-08-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:19
De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7789
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een huisarts. Er is een periodevan meer dan tien jaren verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. Het college bespreekt daarom de klacht niet verder inhoudelijk en beslist dat klager niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7979
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:17
Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-068/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:181
Raadsbeslissing. Klacht over de informatievoorziening door de eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 240383
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:168
Klacht tegen advocaat wederpartij. Tussen klaagster en haar werkgever speelt de vraag of het advies van de Beoordelingscommissie in het kader van een reorganisatie voor de werkgever bindend was in alle vergelijkbare gevallen of dat het advies enkel zag op de zaak van de een andere werknemer – en niet op die van klaagster - en (slechts) in die zaak bindend is. Klaagster verwijt verweerster – de advocaat van de werkgever - dat zij in dit kader bewust feitelijk onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. Het hof is – anders dan de raad - van oordeel dat omtrent de vorenbedoelde vraag het door verweerster verwoorde standpunt over de toepasbaarheid van het advies van de Beoordelingscommissie een pleitbaar standpunt was, omdat niet is komen vast te staan dat het standpunt van klaagster de enig juiste uitleg is. Niet gebleken is dan ook dat verweerster bewust onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. De beroepsgrond van verweerster dat de raad zich heeft begeven op het terrein dat ter beoordeling van de civiele rechter is slaagt. Het hof is van oordeel dat – voor zover dit aan het hof voorligt – alle klachten ongegrond zijn en dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Vernietiging raadsbeslissing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:175
Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat verweerder niet betrokken was bij de zaak van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-179/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:182
Deels gegrond verzet. De raad constateert dat de voorzitter een door klagers aangevoerd aspect niet heeft besproken. Verzet daarom gegrond. De raad verklaart de klacht alsnog ongegrond. Verzet voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 240105
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:169
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder (de advocaat van de oud-werkgever van klager) dat hij onaangekondigd en tegen de wens in van klager tijdens ziekte diens woning heeft betreden en heeft geprobeerd klager te dwingen een (voor klager ongunstige) vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Het hof is van oordeel dat van het rauwelijks voor de deur van klagers woning verschijnen door verweerder een dwang uit ging om de conceptovereenkomst te tekenen. Het hof acht dit handelen van verweerder extra verwijtbaar omdat hier sprake was van een kwetsbare en zieke werknemer. Evenals de raad acht het hof acht de klacht gegrond. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van een voorwaardelijke schorsing van 4 weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-408/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:176
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in hoedanigheid van gedaagde partij in een procedure. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat geen evident onpleitbaar standpunt is. Evenmin heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur geschaad door bezwaar te maken tegen het inbrengen van stukken na afloop van de zitting. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:177
Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klacht pas voor het eerst na afronding van de onderzoeksfase bij de deken (zeer) uitvoerig gemotiveerd. De voorzitter acht het in strijd met de goede procesorde om een dergelijke uitbreiding van de klacht in dit stadium nog toe te staan en laat deze aanvullende reactie daarom buiten beschouwing. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder is niet de patroon van de advocaat-stagiaire. Ook verder is niet gebleken dat hij als procesadvocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-029/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:171
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft namens de moeder een verweerschrift tevnes zelfstandig verzoekschrift kunnen indienen, waarin werd verzocht om klager te ontslaan als bewindvoerder en mentor onder verwijzing naar medische aandoeningen bij klager. Dat klager al om zijn eigen ontslag had gevraagd, laat onverlet dat verweerder namens de moeder eenzelfde verzoek mocht doen voorzien van een eigen motivering. De uitlatingen zijn gedaan namens de moeder en niet op eigen titel en zijn onderbouwd met (medische) stukken. Datzelfde geldt voor het uitgesproken vermoeden van de moeder over onregelmatigheden rondom het uitschrijven van medicatie op haar naam. Verweerder kon ook naar voren brengen dat klaagster PGB-gelden onterecht dan wel onrechtmatig heeft ontvangen, omdat zij geen zorg zou hebben verleend. Dat is civielrechtelijk onderbouwd; het strafrecht is buiten beschouwing gelaten. Het betoog was dienstig aan het standpunt van de moeder dat klaagster ongeschikt was als bewindvoerder en/of mentor. Beide klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-820/DH/RO 24-821/DH/RO 24-822/DH/RO 24-824/DH/RO 24-825/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:178
Verzet van klager ongegrond verklaard. Ook het verzet van verweerder 1 wordt ongegrond verklaard. De vermelding in de voorzittersbeslissing waar dit verzet op ziet is weliswaar feitelijk onjuist, maar de raad is van oordeel dat uit de beoordeling blijkt dat de voorzitter haar beslissing niet mede op die onjuiste datum heeft gebaseerd. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. De raad laat de voorzittersbeslissing (hersteld) in stand.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-059/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:172
Raadsbeslissing. Klacht van een VvE-lid over de advocaat van de VvE. Verweerder was gemachtigd om namens het bestuur op te treden. Of het bestuur zelf gemachtigd was door de ALV, is een interne aangelegenheid. De getroffen schikking is aan de ALV voorgelegd, zodat niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt daarvan aan verweerder valt te maken. Datzelfde geldt wat betreft de nietigverklaring van de schikking. De schikking is getroffen door het bestuur. Verweerder heeft ten aanzien daarvan geen evident onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder (bewust) verkeerde of onjuiste informatie aan de ALV heeft verstrekt over de kansen en risico’s. Verweerder heeft geen rekening hoeven houden met de minderheidsbelangen binnen de VvE, maar kon ervan uitgaan dat het bestuur handelde naar de belangen van de meerderheid van de VvE. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-945/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:179
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-231/AL/OV
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:198
Naar het oordeel van de raad heeft verweerster de zaak van klager en zijn familieleden totaal niet onder controle gehad. Zij heeft niet gecontroleerd of de dagvaarding was verstuurd en heeft de zaak daarna zelfs uit het oog verloren. Ook de daarna van de wederpartij ontvangen brief heeft bij verweerster niet tot actie of overleg met haar cliënten geleid. Zij heeft haar cliënten aan hun lot overgelaten wat tot de maatregel van berisping leidt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:173
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-455/AL/NN
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:199
Voorzittersbeslissing. Verweerder wordt als bestuurder van het kantoor beklaagd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder telkens binnen een redelijke termijn en adequaat namens het kantoor op correcte wijze gereageerd op berichten van klaagster en op herhaalde aansprakelijkstellingen. Dat klaagster het met de inhoud daarvan niet eens was, maakt niet dat verweerder daardoor tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-053/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:180
Raadsbeslissing. Klacht over het optreden van de advocaat van de wederpartij in een geschil over gezag en omgang ongegrond. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat verweerder op verschillende momenten procedures en/of verzoeken heeft ingetrokken. Van onjuiste en/of onnodig grievende stellingen is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder conflicten veroorzaakt of weigert in gesprek te gaan. Klaagster lijkt uit het oog te verliezen dat verweerder de partijdig belangenbehartiger van de man is en dat verweerder mocht opkomen voor de belangen van de man, ook als dat voor klaagster vervelend is of tot kosten leidt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 240278
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:167
Klacht tegen advocaat wederpartij. De Ondernemingskamer heeft eind 2021 de heer T. aangewezen als interim-bestuurder van een vennootschap, waarvan klaagster een volledige dochtervennootschap is. Klaagster verwijt verweerder dat hij na de aanstelling van de heer T. voor klaagster is blijven optreden, terwijl hij feitelijk enkel nog voor de voormalig bestuurder, de heer De B., en/of diens vennootschappen kon optreden. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij haar tijdens de AVA van 21 april 2023 verkeerd heeft voorgelicht over zijn declaratie. Het hof acht de klacht evenals de raad ongegrond. Verweerder mocht zijn werkzaamheden voor klaagster blijven verrichten tot het moment dat de door de Ondernemingskamer benoemde interim-bestuurder besloot dat het beter was als verweerder niet langer als advocaat van klaagster zou blijven optreden. Over de declaratie van 4 maart 2022 van verweerder is door de interim-bestuurder bevoegd beslist. Bovendien is deze niet ten laste gekomen van klaagster, maar als vordering in rekening-courant ten laste van (de vennootschappen van) De B. geboekt. Van het prijsgeven van de rekening-courant vorderingen in de later gesloten regeling tussen de klaagster en (de vennootschappen van) De B. kan verweerder geen verwijt worden gemaakt. De klacht over (het handelen of) nalaten door verweerder op de aandeelhoudersvergadering van 21 april 2023 mist feitelijke grondslag, omdat deze vergadering niet heeft plaatsgevonden. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-387/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:174
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft klager er terecht op gewezen dat schadeposten door hem onderbouwd moeten worden. Vervolgens heeft verweerster zich ingespannen voor het treffen van een vaststellingsovereenkomst en heeft zij bezwaar gemaakt tegen een geheimhoudingsbeding. Als klager niet wenste in te stemmen met de vaststellingsovereenkomst, dan had hij dat kenbaar kunnen maken. Dat verweerster geen dagvaarding namens klager wenste in te dienen als de vaststellingsovereenkomst niet zou worden gesloten, is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster was er gelet op gedragsregel 14 lid 2 toe gehouden om de belangenbehartiging neer te leggen als er een vertrouwensbreuk is ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 250031
- Datum publicatie: 29-08-2025
- Datum uitspraak: 29-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:164
Klager verwijt de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak dat zij in een procedure onjuiste uitlatingen heeft gedaan en klager valselijk heeft beschuldigd. Het hof verklaart de klacht anders dan de raad gedeeltelijk gegrond en legt verweerster een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 240241H 240242H 240243H
- Datum publicatie: 29-08-2025
- Datum uitspraak: 29-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:165
Herzieningsverzoek afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB
- Datum publicatie: 29-08-2025
- Datum uitspraak: 29-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:124
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat (1) verweerder in de medische tuchtzaken een of meerdere stellingen (bij herhaling) heeft geponeerd en een voorstelling van zaken heeft gegeven, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren; (2) zich onnodig grievend heeft uitgelaten; (3) door zijn optreden de belangen van klagers onnodig of onevenredig heeft geschaad en/of heeft geprobeerd die belangen onnodig of onevenredig te schaden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 240385
- Datum publicatie: 29-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:166
Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij onvoldoende integer en zorgvuldig heeft gehandeld in financiële aangelegenheden en zijn onafhankelijkheid in gevaar heeft gebracht door zijn eigen belang boven de belangen van cliënten te stellen. Het hof oordeelt (op grond van de nog voorliggende klachten) dat verweerder de kernwaarde financiële integriteit heeft geschonden door in twee (familierechtelijke) dossiers excessief te declareren en door daarnaast in één dossier contante bedragen te accepteren zonder dat er feiten en omstandigheden aanwezig waren die dat rechtvaardigen. Daarnaast oordeelt het hof dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden door zich onvoldoende bewust te zijn van de “verschillende petten” die hij op had en het belang om kenbaar te maken in welke hoedanigheid hij optrad. Het hof acht evenals de raad de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de periode van acht weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-420/DB/OB
- Datum publicatie: 29-08-2025
- Datum uitspraak: 29-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:125
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder (1) geen kennis had van de zaak, (2) dat hij een slecht en slordig verweerschrift heeft opgesteld en het definitieve verweerschrift pas laat gereed had, waardoor extra kosten moesten worden gemaakt om het verweerschrift tijdig – per koerier – bij de rechtbank te krijgen (3) op het moment dat hij klaagsters zaak aannam al wist dat hij de zaak zou gaan neerleggen en de zaak ook heeft neergelegd, met extra kosten voor klaagster tot gevolg en (4) dat hij (telefonisch) niet bereikbaar was voor klaagster. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757934 DW RK 24/361 MK/SM
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:79
Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd ondanks dat aan de betalingsregeling werd voldaan door klaagster. Klaagster heeft niet uiterlijk op de daarvoor afgesproken datum (van 1 oktober 2024) de betaling verricht. Klaagster heeft daartoe onvoldoende gesteld dat er een afspraak bestond om op een later moment de betaling te verrichten. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-896/DH/DH
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:169
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een vastgoed/omgevingsrechtelijke procedure. Klacht over de aanwezigheid van beveiligingscamera’s in de spreekruimte ongegrond. Verweerder mocht verder een afwijkend standpunt innemen namens zijn cliënten, dat ook niet evident onpleitbaar is. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klaagster of jegens haar ondoelmatig heeft gehandeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:80
Klacht ongegrond. Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de hoogte van de vordering die voortvloeit uit het betreffende vonnis. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter op de inhoudelijke beoordeling van (de hoogte van) de vordering in te gaan.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-004/DH/DH
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:170
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Diverse procedurele bezwaren van klager verworpen. Verweerster heeft een brief verstuurd aan de wederpartij van klager, terwijl daarin inhoudelijke wijzigingen waren opgenomen ten opzichte van het eerder verstuurde concept die niet (kenbaar) nader met klager waren besproken. Ook heeft zij voor onduidelijkheid gezorgd over de financiële kant van de zaak. Gelet op de relatief geringe ernst van de verweten gedragingen en het feit dat verweerster niet eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen, acht de raad alleen een waarschuwing op zijn plaats.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/743295 DW RK 23/448 MK/SM
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:81
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De situatie als omschreven in het door de gerechtsdeurwaarder betekende exploot is geen juiste weergave geweest van de feitelijke situatie ter plaatse. De gerechtsdeurwaarder heeft in het betreffende exploot melding gemaakt van handelingen tijdens de beslaglegging alsof deze aan het kantooradres hebben plaatsgevonden, terwijl de betekening heeft plaatsgevonden aan het adres van de bestuurder. Het argument van de gerechtsdeurwaarder dat zij zich met deze vergissing niet schuldig heeft gemaakt aan een handelen of nalaten dat tuchtrechtelijk laakbaar is wordt niet gevolgd door de kamer. De kamer overweegt daartoe dat de gestelde vergissing een ambtshandeling betreft en dat de door de gerechtsdeurwaarder aangehaalde criterium past bij een bagatelfout. Niet bij fouten of vergissingen die zien op de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder. De omstandigheden dat de gerechtsdeurwaarder direct heeft toegegeven dat het relaas in het beslagexploot onjuist is, getracht heeft een oplossing te bieden en de fout niet materieel is geweest voor het met het exploot beoogde rechtsgevolg, maakt dat in dit geval kan worden volstaan met een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-049/DH/RO
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:165
Klacht over de advocaat van de wederpartij bij een kort geding. Klaagster verwijt verweerder dat het kort geding is doorgegaan en dat er bij het plannen van de zitting geen rekening is gehouden met haar verhinderdata. Klachten ongegrond. Er is gecorrespondeerd over het voorkomen van het kort geding. In de laatste e-mail heeft verweerder laten weten dat de zitting zou doorgaan. Klaagster had er dan ook van uit moeten gaan dat het kort geding zou doorgaan. Dat er geen rekening is gehouden met klaagsters verhinderdata, kan niet aan verweerder verweten worden.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754426 DW RK 24/264 MK/SM
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:76
Klacht (deels) gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft, zonder (summier) te hebben vastgesteld of de opdrachtgever in dit geval rechthebbende van de vorderingen was en dus bevoegd was om de vonnissen ten uitvoer te laten leggen, beslag gelegd. De kamer komt tot het oordeel dat het in ernstige mate tuchtrechtelijk laakbaar is om vorderingen met een groot aantal cedenten als in deze zaak wel te incasseren maar op verzoek geen aktes daarvan over te (kunnen) leggen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-267/DH/RO
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:166
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de wederpartij in een civiel geschil. Het verwijt dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten over één van de klagers is gegrond. Verweerder heeft in een telefoongesprek met die klager gezegd dat klager rijp is voor de psychiater. Ook verweerders verdere opstelling in het gesprek is onbehoorlijk en onvoldoende zakelijk geweest. De raad legt daarvoor een waarschuwing. De klachten zijn voor het overige niet-ontvankelijk en ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756138 DW RK 24/318 MK/SM
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:77
Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder is onvoldoende (inhoudelijk) ingegaan op vragen van klaagster over het verschil in betalingen en hoe deze bezien moeten worden. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder de klacht van klaagster over dit onderwerp onbeantwoord gelaten.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-117/DH/DH
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:167
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingsprocedure. Verweerder heeft zich in een familiezaak waarbij kinderen betrokken waren onvoldoende terughoudend en de-escalerend opgesteld, door klager te (dis)kwalificeren als onder meer labiel, neurotisch en obsessief en dit standpunt te onderbouwen met een fikse lijst (van meerdere pagina’s) aan citaten uit gevoerde WhatsApp-correspondentie. Verweerder had voor minder escalerende bewoordingen kunnen en moeten kiezen. Verweerders stellingname heeft de onderlinge verhoudingen onnodig op scherp gezet. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7975
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 26-08-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:98
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het college oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757286 DW RK 24/344 MK/SM
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:78
Klacht (deels) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft met betrekking tot de tweede betekening een bedrag gerekend dat in overeenstemming is met betekening en niet met het doen van een los (hernieuwd) bevel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-157/DH/RO 25-158/DH/RO
- Datum publicatie: 28-08-2025
- Datum uitspraak: 18-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:168
Raadsbeslissing. Klachten tegen een advocaat wederpartij over kennisname van vertrouwelijke stukken. Verweerster heeft van de RDI het dossier ontvangen. Daar zaten door een fout van de RDI ook vertrouwelijke stukken bij. Niet gebleken is dat verweerster wist dat het om vertrouwelijke stukken ging. Zij dat dat in de gegeven omstandigheden ook niet moeten weten. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7373
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99
Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met een waarnemend arts. Zij en haar echtgenoot (klager) verwijten haar onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het college oordeelt dat klager in een aantal klachtonderdelen niet kan worden ontvangen omdat hij daarbij geen direct belang heeft. Behandeling en doorverwijzing zijn volgens de regels. Het college acht de informatie in de verwijsbrief aan de KNO-arts, met uitzondering van een per vergissing opgenomen notitie van een telefoongesprek met klager, relevant en noodzakelijk. De klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7757
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:100
Onder supervisie van een bedrijfsarts werkende arts heeft klager tweemaal op een consult ontvangen tijdens een eerder door het college opgelegde schorsing. Van deze consulten heeft hij ook een terugkoppeling gegeven aan de werkgever. Klacht gegrond. Verweerder heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen. Maatregel doorhaling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2653
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:146
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van de arts tegen die beslissing slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b alsnog ongegrond, hetgeen meebrengt dat de in eerste aanleg oplegde maatregel komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7157
- Datum publicatie: 27-08-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:101
Klaagster klaagt tegen de eerdere huisarts van haar tweelingzus omdat deze medische gegevens over haar, die per abuis in het dossier van haar tweelingzus zijn opgenomen, zonder haar toestemming uit dit dossier heeft verwijderd en in een apart dossier heeft geplaatst. Ook klaagt zij erover dat hij geen contact met haar heeft opgenomen en niet heeft gereageerd op een mail van haar. Het college oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat het verweerder is die de gegevens heeft verwijderd en een nieuw dossier heeft aangemaakt. Ook is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder geen contact opnam of niet reageerde op de e-mail, aangezien hij geen behandelaar van klaagster was en de behandelrelatie met haar zus al was beëindigd en er geen medische noodzaak bestond op de e-mail te reageren. Klacht ongegrond.