ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7979

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217
Datum uitspraak: 02-09-2025
Datum publicatie: 02-09-2025
Zaaknummer(s): A2024/7979
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

A2025/7979

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 2 september 2025 op de klacht van:

A,
wonende te B, klager,

tegen

C,
huisarts,
werkzaam te B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam te Amsterdam.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager heeft in de praktijk van de huisarts en haar collega (huisarts, verweerster in de zaak
A2025/8100) een griepprik laten zetten. De griepprik is gezet door de doktersassistente. Twee
maanden later kreeg klager last van een “lamme” arm, pijn in zijn oog, kin en slaap. Volgens klager
heeft de huisarts onzorgvuldig gehandeld, omdat de doktersassistente van de huisarts de griepprik
verkeerd heeft gezet waardoor klager nu lichamelijke klachten heeft.

1.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 30 december 2024;
- het aanvullende klaagschrift, ontvangen op 31 januari 2025;
- het tweede aanvullende klaagschrift, ontvangen op 3 februari 2025;
- het derde aanvullende klaagschrift, ontvangen op 6 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 21 mei 2025.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
3.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

3.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Inhoudelijke beoordeling
3.3 Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de
griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. De
doktersassistente die de griepprik bij klager heeft gezet, stond eerst bij zijn rechterarm, liep
vervolgens om klager heen en zei dat ze het anders zou doen. Hierdoor is klager ervan overtuigd dat
er iets fout is gegaan.

3.4 Het college stelt vast dat de klacht niet om het handelen van de huisarts gaat, maar om het
handelen van de doktersassistente. De doktersassistente heeft de griepprik gezet. De huisarts is
eindverantwoordelijk voor het handelen van de doktersassistente binnen de praktijk.

3.5 Het college komt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd
is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft
gegeven. De huisarts heeft uitgelegd dat er jaarlijks honderden patiënten naar de praktijk komen
voor de griepprikvaccinatie en dat deze door de doktersassistente worden gezet. Hier zitten ook
patiënten bij die voor een andere vaccinatie komen. Het is mogelijk dat de assistente even in de
war was of de vaccinatie in de rechterarm of linkerarm gegeven zou worden en dat zij daarom – zoals
klager naar voren heeft gebracht – om klager heen is gelopen. Dit betekent echter niet dat de
griepprik verkeerd is gezet. Er kan ook niet worden vastgesteld dat de door klager ervaren klachten
gerelateerd zijn aan het zetten van de griepprik.

Slotsom
3.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

4. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 2 september 2025 door E.A. Messer, voorzitter, J.C.J. Dute,
lid-jurist, V.M. Schijf, G.J. Dogterom en M.C. Wolfs-Smits, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door T.C. Brand, secretaris.